Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

Simeon in de Bijbel

Sjimon (שִׁמְעוֹן, Hebreeuws) of Symeon (Συμεών, Grieks) - “Waarschijnlijk: (God) heeft gehoord”

Wie was Simeon?

Simeon was een rechtvaardige en godvrezende man in Jeruzalem die de vertroosting van Israël verwachtte. De Heilige Geest had hem beloofd dat hij de Christus zou zien voordat hij stierf. In de tempel nam hij het kind Jezus in zijn armen en sprak zijn lofzang, het Nunc dimittis (Lukas 2:25-32).

Deze Simeon staat maar op één plaats in de Bijbel: Lukas 2:25-35, in het verhaal van de voorstelling van Jezus in de tempel. Lukas introduceert hem zonder titel of afkomst: "En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon" (Lukas 2:25). Wat volgt, is een korte schets van zijn geloof. Hij was "rechtvaardig en godvrezende", hij leefde "verwachtende de vertroosting Israels", en "de Heilige Geest was op hem". God had hem door de Geest een belofte gedaan: hij zou niet sterven voordat hij de Christus van de Heere had gezien (Lukas 2:26). Op de dag dat Jozef en Maria hun eerstgeboren Zoon naar de tempel brachten, kwam Simeon "door den Geest in den tempel" (Lukas 2:27). Hij nam het Kind in zijn armen, loofde God en sprak de woorden die de kerk sindsdien als de lofzang van Simeon zingt, in de Latijnse traditie het Nunc dimittis genoemd. Daarna zegende hij de ouders en sprak hij tot Maria een profetie die verder kijkt dan de kerstnacht: het Kind zou tot val en opstanding van velen zijn, een teken dat weersproken wordt, en een zwaard zou door haar eigen ziel gaan (Lukas 2:34-35). Direct na hem komt de profetes Anna in beeld (Lukas 2:36-38). Lukas zet die twee bewust naast elkaar: een man en een vrouw uit het vrome Israël die samen getuigen dat de beloofde Verlosser gekomen is. Simeon is niet te verwarren met Simeon de zoon van Jakob, de tweede zoon van Lea (Genesis 29:33), en evenmin met de apostel Simon Petrus, die in de Statenvertaling twee keer Simeon heet (Handelingen 15:14 en 2 Petrus 1:1). Het Nieuwe Testament noemt verder onder meer Simeon, genaamd Niger, in de gemeente van Antiochië (Handelingen 13:1). En in het geslachtsregister van Jezus staat nog een Simeon, een voorvader uit de tijd na David (Lukas 3:30).

Historische context

De voorstelling in de tempel valt veertig dagen na de geboorte van Jezus. Volgens de wet was een moeder na de geboorte van een zoon zeven dagen onrein en daarna nog drieëndertig dagen in de tijd van haar reiniging (Leviticus 12:2-4). Lukas zegt: "En als de dagen harer reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes, brachten zij Hem te Jeruzalem, opdat zij Hem den Heere voorstelden" (Lukas 2:22). De geboorte van Jezus wordt gewoonlijk kort voor de dood van Herodes de Grote geplaatst, die meestal in 4 v.Chr. wordt gedateerd. De ontmoeting met Simeon valt dus kort vóór 4 v.Chr., omstreeks 5 v.Chr., met de marge die bij zulke dateringen hoort. Lukas noemt twee voorschriften. Het eerste betrof de eerstgeborene: "Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal den Heere heilig genaamd worden" (Lukas 2:23; vergelijk Exodus 13:2). Een eerstgeboren zoon moest volgens Numeri 18:15-16 gelost worden; Lukas vermeldt die betaling niet, maar spreekt alleen over het voorstellen aan de Heere. Het tweede was het reinigingsoffer van de moeder: "een paar tortelduiven, of twee jonge duiven" (Lukas 2:24). Leviticus 12:8 staat dat offer toe aan wie geen lam kon betalen. Jozef en Maria behoorden dus tot de armen. De tempel waar dit gebeurde, was de tempel die Herodes de Grote ingrijpend liet verbouwen. Josephus dateert het begin van dat werk in zijn Joodse Oudheden in het achttiende regeringsjaar van Herodes, omstreeks 20 v.Chr., en jaren later was het nog niet klaar (vergelijk Johannes 2:20). In de grote voorhoven liepen dagelijks priesters, offeraars en pelgrims rond. Dat Simeon het Kind daar herkende, schrijft Lukas niet toe aan een ambt maar aan de leiding van de Geest. De uitdrukking "de vertroosting Israels" sluit aan bij Jesaja 40:1: "Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen." Simeon hoorde bij een kring die op Gods ingrijpen wachtte. Anna sprak tot allen "die de verlossing in Jeruzalem verwachtten" (Lukas 2:38), en later wordt van Jozef van Arimathea gezegd dat hij "ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende" (Markus 15:43). Ook buitenbijbelse geschriften uit de eeuw voor Christus, zoals de Psalmen van Salomo, laten die verwachting van een Zoon van David zien. Over Simeon zelf geeft de tekst weinig. Hij wordt geen priester genoemd en zijn leeftijd staat er niet bij. Dat hij oud was, is een gangbare en begrijpelijke lezing van Lukas 2:26 en 2:29, maar de tekst zegt het niet met zoveel woorden. Het apocriefe Protevangelie van Jakobus maakt van hem een priester, en sommigen hebben hem gelijkgesteld met Simeon, de zoon van Hillel; voor beide is in de Bijbel geen grond.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Rechtvaardig en godvrezend: zo typeert Lukas hem als eerste (Lukas 2:25)
  • Verwachtend: hij leefde uitziend naar de vertroosting van Israël (Lukas 2:25)
  • Geleid door de Geest: hij kwam op het juiste moment naar de tempel (Lukas 2:27)
  • Dankbaar: zijn eerste reactie was God loven, niet over zichzelf spreken (Lukas 2:28)
  • Eerlijk: hij verzweeg tegenover Maria het lijden niet dat zou komen (Lukas 2:35)

Theologische betekenis

De lofzang van Simeon is doortrokken van Jesaja. "Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien" (Lukas 2:30) herinnert aan Jesaja 52:10, waar "al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods". Het "Licht tot verlichting der heidenen" (Lukas 2:32) neemt de woorden op die God tot Zijn Knecht spreekt: "Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde" (Jesaja 49:6; vergelijk Jesaja 42:6). Simeon ziet dus in dit Kind de Knecht des HEEREN die Jesaja aankondigde. Lukas laat die lijn doorlopen: Johannes de Doper wordt ingeleid met Jesaja 40, tot en met "En alle vlees zal de zaligheid Gods zien" (Lukas 3:6), en Paulus en Barnabas beroepen zich in Handelingen 13:47 op dezelfde woorden uit Jesaja 49 wanneer zij zich tot de heidenen wenden. Opvallend is de volgorde in Lukas 2:32: eerst de heidenen, dan "heerlijkheid van Uw volk Israel". Het heil is niet aan Israël voorbijgegaan, maar het reikt verder dan Israël. In de tempel, het hart van de joodse eredienst, klinkt een lofzang over alle volken. Het tweede woord van Simeon geeft het lied een scherpe rand. Het Kind wordt "gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden" (Lukas 2:34). Veel uitleggers horen daarin Jesaja 8:14, waar de HEERE "tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling" is. Hetzelfde beeld komt terug in Romeinen 9:33 en 1 Petrus 2:7-8. Christus brengt scheiding: sommigen vallen over Hem, anderen worden door Hem opgericht. Het zwaard door Maria’s ziel (Lukas 2:35) wordt meestal betrokken op het lijden van Maria bij het kruis, waar zij stond toen haar Zoon stierf (Johannes 19:25). Anderen denken breder aan de verdeeldheid die Jezus ook in Zijn eigen familie bracht, of aan het verdriet en de twijfel die Maria op haar weg moest doorstaan. De tekst zelf verbindt het zwaard met het doel "opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden": tegenover Christus wordt zichtbaar wat er in een mens leeft. Ten slotte is Simeon een beeld van het geloof van het Oude Testament dat zijn doel bereikt. Hebreeën 11:13 zegt van de aartsvaders dat zij de beloften "van verre gezien, en geloofd, en omhelsd" hebben. Simeon mocht van dichtbij zien en vasthouden waar zij naar uitzagen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Sjimon (שִׁמְעוֹן, Hebreeuws) of Symeon (Συμεών, Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: (God) heeft gehoord

Betekenis van de naam Simeon: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Rechtvaardig en verwachtend

Lukas stelt Simeon voor als een man in Jeruzalem die rechtvaardig en godvrezend leefde, uitzag naar de vertroosting van Israël en op wie de Heilige Geest was.

Lukas 2:25

2

Een belofte van de Geest

God had hem door de Heilige Geest bekendgemaakt dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van de Heere had gezien.

Lukas 2:26

3

Door de Geest in de tempel

Op de dag dat Jozef en Maria het Kind naar de tempel brachten om te doen wat de wet voorschreef, kwam Simeon door de Geest naar de tempel.

Lukas 2:27

4

Het Kind in zijn armen

Simeon nam het Kind in zijn armen en loofde God. Zo zag hij de belofte van Lukas 2:26 vervuld.

Lukas 2:28

5

De lofzang van Simeon

Hij sprak de lofzang die het Nunc dimittis heet: nu laat God Zijn dienstknecht in vrede gaan, want zijn ogen hebben Gods zaligheid gezien, een licht voor de heidenen en heerlijkheid voor Israël.

Lukas 2:29-32

6

Zegen en profetie voor Maria

Simeon zegende de ouders en zei tot Maria dat het Kind gezet was tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken zou worden. Ook zou een zwaard door haar eigen ziel gaan.

Lukas 2:34-35

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Simeon beter te begrijpen.

Lukas 2:25

“En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem.”

De enige introductie die Lukas geeft: geen ambt of afkomst, alleen een beschrijving van zijn geloof en verwachting.

Lukas 2:26

“En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door den Heiligen Geest, dat hij den dood niet zien zoude, eer hij den Christus des Heeren zou zien.”

De belofte die zijn leven richting gaf. "Christus des Heeren" betekent: de Gezalfde die de Heere zendt.

Lukas 2:27

“En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen;”

Geen toevallige ontmoeting: de Geest bracht hem op het moment dat Jozef en Maria de wet kwamen vervullen.

Lukas 2:29-32

“Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord; Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken; Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.”

De lofzang van Simeon, het Nunc dimittis. Een dienstknecht die van zijn wacht ontslagen wordt, omdat hij gezien heeft waarvoor hij wachtte.

Lukas 2:34

“En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.”

Na de lofzang de keerzijde: de komst van Christus brengt scheiding tussen wie over Hem valt en wie door Hem opstaat.

Lukas 2:35

“(En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.”

Het woord tot Maria dat meestal wordt betrokken op haar lijden bij het kruis.

Jesaja 40:1

“Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.”

De belofte die achter "de vertroosting Israels" in Lukas 2:25 staat.

Jesaja 49:6

“Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israel; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.”

Het woord over de Knecht des HEEREN dat Simeon in zijn lofzang opneemt: het heil reikt verder dan Israël.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

Simeon leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Simeon laat zien wat het is om te wachten op God. Lukas vertelt niet hoe lang hij wachtte, alleen dat hij bleef verwachten en dat de Geest op hem was. Wie vandaag uitziet naar een belofte die nog niet vervuld is, vindt in hem geen haastige oplossing maar een voorbeeld van trouw: hij bleef in Gods nabijheid tot het moment kwam. Zijn lofzang verbindt het zien van Christus met vrede in het sterven. "Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord" is niet het lied van iemand die het leven moe is, maar van iemand die gezien heeft wat hij nodig had. Daarom klinkt dit lied al eeuwen in het avondgebed van de kerk en bij begrafenissen. Wie Christus kent, hoeft de dood niet als het einde van alle hoop te zien. Het heil waarvoor Simeon God looft, is voor alle volken. Dat houdt ons blikveld wijd. Het evangelie is geen bezit van één volk of één kerk, maar een licht dat bedoeld is om ver te reiken. En ten slotte maakt Simeon de kerstvreugde niet zoeter dan ze is. Direct na zijn lofzang spreekt hij over tegenspraak en over een zwaard. Wij mogen het kerstfeest vieren met dankbaarheid, maar met open ogen: het Kind in de kribbe is ook de Man van het kruis, en de vrede die Hij brengt, gaat niet buiten het lijden om.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Simeon

Wie was Simeon in de Bijbel?
Simeon was een man in Jeruzalem die het kind Jezus in de tempel in zijn armen nam en God loofde (Lukas 2:28). Lukas noemt hem "rechtvaardig en godvrezende", iemand die de vertroosting van Israël verwachtte en op wie de Heilige Geest was. De Geest had hem beloofd dat hij niet zou sterven voordat hij de Christus had gezien. Hij sprak de lofzang die bekendstaat als het Nunc dimittis en sprak een profetie over Jezus en Maria.
Wat betekent de naam Simeon?
Simeon is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Sjimon. De naam wordt verbonden met het werkwoord horen. Bij de eerste Simeon in de Bijbel, de zoon van Jakob, geeft Lea de uitleg zelf: "Dewijl de HEERE gehoord heeft" (Genesis 29:33). De betekenis is dus ongeveer: hij (God) heeft gehoord. Voor de Simeon uit Lukas 2 past dat goed: hij zag de verhoring van wat Israël eeuwenlang had gebeden.
Waar staat Simeon in de Bijbel?
De Simeon die Jezus in de tempel ontmoette, staat alleen in Lukas 2:25-35. Daar vertelt Lukas wie hij was (vers 25-26), hoe hij door de Geest in de tempel kwam (vers 27), zijn lofzang (vers 29-32) en zijn woorden tot Maria (vers 34-35). Direct daarna volgt de profetes Anna (Lukas 2:36-38). Mattheüs, Markus en Johannes noemen hem niet.
Wat is de lofzang van Simeon?
De lofzang van Simeon is het lied dat hij sprak toen hij Jezus in zijn armen hield. In de Statenvertaling luidt het: "Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord; Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken; Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel" (Lukas 2:29-32). Simeon dankt God dat hij de beloofde Verlosser heeft gezien.
Wat betekent Nunc dimittis?
Nunc dimittis zijn de eerste woorden van de lofzang van Simeon in de Latijnse bijbelvertaling, de Vulgaat, en betekenen: nu laat Gij gaan. Naar die beginwoorden heet het lied in de kerkelijke traditie. Het wordt al eeuwen gezongen in het avondgebed van de kerk, bij begrafenissen, en in de rooms-katholieke en anglicaanse traditie rond Maria Lichtmis (2 februari). In de berijming van 1773 staat het als de Lofzang van Simeon onder de Enige Gezangen.
Was Simeon een oude man?
Dat wordt meestal aangenomen, maar de Bijbel zegt het niet letterlijk. Lukas noemt geen leeftijd. De belofte dat hij "den dood niet zien zoude, eer hij den Christus des Heeren zou zien" (Lukas 2:26) en zijn woord dat hij nu in vrede kan gaan, maken het waarschijnlijk dat hij op leeftijd was. Bij Anna noemt Lukas wel uitdrukkelijk haar hoge ouderdom (Lukas 2:36-37).
Was Simeon een priester?
De Bijbel zegt dat niet. Lukas noemt hem eenvoudig "een mens te Jeruzalem" (Lukas 2:25) en beschrijft hem naar zijn geloof, niet naar een ambt. Hij kwam "door den Geest in den tempel" (Lukas 2:27), wat eerder op een gewone gelovige wijst die door God geleid werd. Het apocriefe Protevangelie van Jakobus maakt van hem een priester, en sommigen hebben hem gelijkgesteld met Simeon, de zoon van Hillel; voor beide is in de tekst geen grond.
Wat bedoelde Simeon met het zwaard door de ziel van Maria?
Simeon zei tot Maria: "(En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden" (Lukas 2:35). Meestal wordt dit betrokken op het verdriet van Maria bij het kruis, waar zij stond toen haar Zoon stierf (Johannes 19:25). Anderen denken ook aan de verdeeldheid die Jezus in Zijn eigen familie bracht. Duidelijk is dat Simeon de vreugde van de geboorte verbond met het lijden dat zou komen.
Wat betekent een val en opstanding veler in Israël?
Simeon zei tot Maria: "Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden" (Lukas 2:34). Christus zou mensen scheiden: sommigen vallen over Hem, anderen worden door Hem opgericht. Veel uitleggers verbinden dit met Jesaja 8:14, waar de HEERE "tot een steen des aanstoots" is, een beeld dat terugkomt in Romeinen 9:33 en 1 Petrus 2:7-8.
Is Simeon dezelfde als Simeon de zoon van Jakob of Simon Petrus?
Nee. Simeon de zoon van Jakob was de tweede zoon van Lea en de stamvader van de stam Simeon (Genesis 29:33); hij leefde vele eeuwen eerder. De apostel Simon Petrus heet in de Statenvertaling twee keer Simeon (Handelingen 15:14 en 2 Petrus 1:1), maar is een andere persoon. De Simeon uit Lukas 2 is de man die het kind Jezus in de tempel in zijn armen nam.
Wat is het verband tussen Simeon en Anna?
Simeon en Anna ontmoetten het kind Jezus op dezelfde dag in de tempel. Anna kwam "te dierzelfder ure daarbij" (Lukas 2:38). Lukas zet een man en een vrouw naast elkaar, beiden vroom en wachtend op Gods verlossing. Samen vormen zij de getuigen uit het trouwe Israël die verklaren dat de beloofde Christus gekomen is.
Wat kunnen wij leren van Simeon?
Simeon leert ons geduldig te verwachten wat God belooft en in Zijn nabijheid te blijven tot het moment komt. Zijn lofzang laat zien dat wie Christus kent, in vrede kan sterven. Het heil waarvoor hij God looft, is voor alle volken. En zijn woord tot Maria herinnert ons eraan dat de vreugde van Kerst en het lijden van het kruis bij elkaar horen.

Stel een vraag over Simeon

Wilt u meer weten over Simeon? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Simeon

Bijbelverhalen rond Simeon

Verdiep u verder