Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Jakobus, zoon van Zebedeüs in de Bijbel

Iakobos (Ἰάκωβος, Grieks), van Ja’akov (יַעֲקֹב, Hebreeuws) - “Hielgrijper, naar de naam Jakob”

Wie was Jakobus, zoon van Zebedeüs?

Jakobus, de zoon van Zebedeüs, was een visser uit Galilea, de broer van Johannes en een van de twaalf apostelen. Met Petrus en Johannes hoorde hij bij de drie die Jezus het dichtst bij Zich hield. Koning Herodes liet hem met het zwaard doden (Handelingen 12:2); van geen andere apostel vermeldt de Bijbel de marteldood.

Jakobus, de zoon van Zebedeüs, komt voor in de vier evangeliën en in het boek Handelingen. In elke apostellijst staat hij in de eerste groep, vlak na Petrus of Andreas (Mattheüs 10:2, Markus 3:17, Lukas 6:14, Handelingen 1:13), en bijna altijd samen met zijn broer Johannes. Geen enkel woord wordt aan hem alleen toegeschreven: wat hij zegt, zegt hij met Johannes. De Statenvertaling schrijft de naam van zijn vader zonder trema: "Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder" (Mattheüs 4:21). In de kerkelijke traditie heet hij Jakobus de Meerdere, om hem te onderscheiden van een andere apostel met dezelfde naam. Die bijnaam staat niet in de Bijbel. Het verhaal begint aan het Meer van Galilea. Jezus ziet de twee broers in het schip van hun vader, "hun netten vermakende", en roept hen. Zij laten schip en vader achter. Daarna hoort Jakobus met Petrus en Johannes bij het kleine gezelschap dat Jezus meeneemt in het huis van Jaïrus, op de berg van de verheerlijking en in Gethsemane. Jezus geeft de broers de bijnaam Boanerges, "zonen des donders" (Markus 3:17). Markus legt de naam niet uit, maar veel uitleggers zien hem terug in wat volgt: zij willen vuur uit de hemel over een Samaritaans dorp en vragen de ereplaatsen naast Jezus in Zijn heerlijkheid. Jezus antwoordt dat zij Zijn drinkbeker zullen drinken. Bij Jakobus komt dat letterlijk uit: in Handelingen 12:2 laat koning Herodes hem met het zwaard doden. Jakobus is niet te verwarren met de twee andere Jakobussen van het Nieuwe Testament. Jakobus, de zoon van Alfeüs, was ook apostel en staat in dezelfde lijsten (Mattheüs 10:3). Jakobus, de broer van Jezus, heet in de Statenvertaling "Jakobus, den broeder des Heeren" (Galaten 1:19). Hij hoorde volgens de meeste uitleggers niet bij de twaalf (al stellen sommigen hem gelijk aan de zoon van Alfeüs), leidde later de gemeente in Jeruzalem en wordt gewoonlijk gezien als de schrijver van de brief van Jakobus. Waar Handelingen vanaf 12:17 over Jakobus spreekt (Handelingen 12:17, 15:13 en 21:18), gaat het volgens vrijwel alle uitleggers over deze broer van Jezus.

Historische context

Jakobus leefde in de eerste eeuw na Christus. Hij was een volwassen man toen Jezus omstreeks 28 tot 30 n.Chr. optrad, en hij stierf onder koning Herodes Agrippa I, die volgens de gegevens van de Joodse geschiedschrijver Josephus omstreeks 44 n.Chr. overleed. Een geboortejaar of een leeftijd geeft de Bijbel niet. Zijn familie woonde aan het meer dat de Statenvertaling "de zee van Galilea" en ook "het meer Gennesareth" noemt. Visserij was daar een bedrijf met schepen, netten en personeel. Zebedeüs had huurlingen in dienst (Markus 1:20), en Lukas noemt Jakobus en Johannes "medegenoten van Simon" (Lukas 5:10): zij werkten samen met Petrus en Andreas. Na de roeping gaan zij met Jezus naar Kapernaüm, naar "het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes" (Markus 1:29). Het gezin was dus niet arm, maar het waren geen schriftgeleerden. Van Petrus en Johannes zegt de raad later dat zij "ongeleerde en slechte mensen" waren (Handelingen 4:13), wat hier betekent: eenvoudige mensen zonder scholing bij de rabbijnen. Wie hun moeder was, zegt geen tekst rechtstreeks. Mattheüs noemt bij het kruis "de moeder der zonen van Zebedeus" (Mattheüs 27:56); Markus noemt in dezelfde groep vrouwen een Salome (Markus 15:40). Veel uitleggers leiden daaruit af dat zij Salome heette, maar het blijft een afleiding. Dezelfde moeder komt met haar zonen bij Jezus om voor hen de ereplaatsen te vragen (Mattheüs 20:20-21). Het einde van Jakobus valt in de korte regering van Herodes Agrippa I over Judea. Handelingen noemt hem alleen "de koning Herodes"; de naam Agrippa komt uit Josephus. Hij was een kleinzoon van Herodes de Grote en zocht de gunst van de Joodse leiding. Handelingen 12 vertelt dat hij "de handen aan sommigen van de Gemeente" sloeg, Jakobus met het zwaard doodde en daarna ook Petrus gevangen nam, toen hij zag "dat het den Joden behagelijk was" (Handelingen 12:1-3). Petrus werd gevangengenomen in "de dagen der ongehevelde broden" (Handelingen 12:3); de dood van Jakobus ging daar kort aan vooraf. Een terechtstelling met het zwaard was een vonnis op bevel van de vorst, iets anders dan de steniging van Stefanus door een menigte (Handelingen 7:58). Kort daarna vertrok Herodes naar Caesarea en stierf daar, "daarom dat hij Gode de eer niet gaf" (Handelingen 12:23). Eusebius vermeldt in zijn kerkgeschiedenis, met een beroep op Clemens van Alexandrië, dat de man die Jakobus voor het gerecht bracht tot geloof kwam en met hem werd gedood. Dat is latere overlevering, geen bijbels gegeven.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gehoorzaam zonder uitstel: hij liet schip en vader terstond achter (Mattheüs 4:22)
  • Door Jezus vertrouwd: hij was erbij in het huis van Jaïrus, op de berg en in Gethsemane (Markus 5:37)
  • IJverig voor de eer van Jezus, al zocht die ijver eerst nog de verkeerde weg (Lukas 9:54)
  • Trouw tot in de dood: hij dronk de drinkbeker waarover Jezus had gesproken (Handelingen 12:2)

−Zwakke kanten

  • Driftig: hij wilde vuur uit de hemel over een dorp dat Jezus niet ontving (Lukas 9:54-55)
  • Eerzuchtig en zelfverzekerd: hij vroeg met Johannes de ereplaatsen en zei "Wij kunnen" (Markus 10:37-39)
  • Hij sliep in Gethsemane, terwijl Jezus vroeg te waken (Markus 14:33-40)

Theologische betekenis

Het gesprek over de ereplaatsen is de sleutel tot het leven van Jakobus. Op de vraag of hij Zijn drinkbeker kan drinken, antwoordt hij: "Wij kunnen." Jezus zegt daarop: "Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken" (Markus 10:39). In de Schrift staat de drinkbeker voor het lijden dat God toemeet; in Gethsemane bidt Jezus dat deze beker van Hem wordt weggenomen (Markus 14:36). Handelingen 12:2 laat zien dat Jezus’ woord bij Jakobus in vervulling ging. Toch maakt Jezus in hetzelfde gesprek een scherp onderscheid. Alleen de Zoon des mensen is gekomen om "Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Markus 10:45). Het lijden van Jakobus verzoent niets; het is gemeenschap met Christus, de weg van een leerling achter zijn Meester aan. Daarom koppelt Jezus de drinkbeker aan een nieuwe maat voor grootheid: "zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn" (Markus 10:43). De ereplaats is niet te verdienen; zij "zal gegeven worden dien het bereid is" (Markus 10:40). Ook de episode bij het Samaritaanse dorp heeft theologisch gewicht. De broers beroepen zich op Elia, die vuur uit de hemel liet neerdalen. Jezus wijst dat af, want "de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden" (Lukas 9:56). De zonen des donders moesten leren dat het koninkrijk niet komt door oordeel over wie weigert, maar door het evangelie van behoud. Met Petrus en Johannes was Jakobus een bevoorrecht getuige. Hij zag de opwekking van een dode, de heerlijkheid op de berg en de zielsangst in Gethsemane. Sommige uitleggers verbinden het getal drie met de wet, waar een zaak vaststaat "op den mond van drie getuigen" (Deuteronomium 19:15). Wel is duidelijk dat deze drie zowel de heerlijkheid als de vernedering van Christus van dichtbij zagen. Tot slot roept Handelingen 12 een vraag op die de tekst niet beantwoordt. Jakobus wordt gedood, Petrus wordt door een engel bevrijd terwijl de gemeente bidt (Handelingen 12:5-7). Lukas geeft geen verklaring en geen rangorde. Beide apostelen blijven in Gods hand, en de belofte van de twaalf tronen (Mattheüs 19:28) geldt ook voor de man die zo vroeg viel.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Iakobos (Ἰάκωβος, Grieks), van Ja’akov (יַעֲקֹב, Hebreeuws)

Betekenis

Hielgrijper, naar de naam Jakob

Betekenis van de naam Jakobus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geroepen aan het meer

Jezus ziet Jakobus en Johannes in het schip met hun vader Zebedeüs, bezig hun netten te herstellen, en roept hen. Zij laten terstond het schip en hun vader achter en volgen Hem.

Mattheüs 4:21-22

2

Apostel en zoon des donders

Op de berg stelt Jezus de twaalf aan. Jakobus staat bij de eersten, en Jezus geeft hem en Johannes de bijnaam Boanerges, zonen des donders.

Markus 3:13-17

3

In het huis van Jaïrus

Wanneer Jezus naar het gestorven dochtertje van Jaïrus gaat, laat Hij alleen Petrus, Jakobus en Johannes met Zich meegaan. Zij zien hoe Hij het meisje opwekt.

Markus 5:37-42

4

Op de berg van de verheerlijking

Jezus neemt dezelfde drie mee op een hoge berg en verandert voor hun ogen van gedaante. Elia en Mozes verschijnen, en een stem uit de wolk zegt: hoort Hem.

Markus 9:2-8

5

Vuur uit de hemel?

Een Samaritaans dorp weigert Jezus te ontvangen. Jakobus en Johannes willen vuur uit de hemel laten neerdalen, zoals Elia deed. Jezus keert Zich om en bestraft hen.

Lukas 9:51-56

6

De vraag om de ereplaatsen

De broers vragen de plaatsen rechts en links van Jezus in Zijn heerlijkheid. Hij vraagt of zij Zijn drinkbeker kunnen drinken, en leert de twaalf dat wie groot wil zijn, dienaar moet worden.

Markus 10:35-45

7

In Gethsemane

In de nacht van het verraad neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes apart mee om te waken. Driemaal vindt Hij hen slapend.

Markus 14:32-41

8

In de opperzaal

Na de hemelvaart staat Jakobus in de lijst van de apostelen die in Jeruzalem in de opperzaal samenkomen en eendrachtig bidden.

Handelingen 1:13-14

9

Gedood met het zwaard

Koning Herodes slaat de hand aan de gemeente en laat Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard doden. Hij is de enige van de twaalf apostelen van wie de Bijbel de marteldood vermeldt.

Handelingen 12:1-2

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jakobus, zoon van Zebedeüs beter te begrijpen.

Mattheüs 4:21

“En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.”

De roeping. Jakobus wordt hier voor het eerst genoemd, als zoon van Zebedeüs en broer van Johannes.

Markus 3:17

“En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;”

De bijnaam die alleen Markus vermeldt. Hij legt de naam niet uit; veel uitleggers denken aan het vurige karakter van de broers.

Markus 5:37

“En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus;”

De eerste keer dat de drie apart worden genomen, bij het sterfbed van het dochtertje van Jaïrus.

Markus 9:2

“En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd.”

Op de berg ziet Jakobus de heerlijkheid van Christus, kort voordat Jezus naar Jeruzalem trekt.

Lukas 9:54

“Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft?”

De zonen des donders in actie. Jezus bestraft hen: Hij is gekomen om te behouden.

Markus 10:39

“En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;”

Een zelfverzekerd antwoord en een voorzegging. Bij Jakobus kwam die uit in Handelingen 12.

Markus 14:33

“En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;”

Dezelfde drie die de heerlijkheid zagen, worden getuigen van de zielsangst van Jezus in Gethsemane.

Handelingen 12:2

“En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard.”

In één zin vertelt Lukas het einde van Jakobus. Hij is de enige van de twaalf van wie de Bijbel de marteldood vermeldt.

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Jakobus, zoon van Zebedeüs leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jakobus liet zijn vader, het schip en het familiebedrijf achter toen Jezus hem riep. Hij kon niet weten waar die weg zou eindigen. Ook voor ons begint navolging zelden met een overzicht van de kosten, maar wel met gehoorzaamheid aan Wie roept. Wat wij achterlaten, staat in Zijn hand. De evangeliën laten Jakobus zien met zijn drift en zijn eerzucht. Jezus wijst hem daarom niet af, maar Hij laat het ook niet passeren: Hij bestraft het verlangen naar vuur uit de hemel en buigt de vraag naar ereplaatsen om naar dienen. Dat geeft moed. Wie bij Christus hoort, wordt door Hem gevormd, ook in wat nog ruw is. En het zet ons op onze plaats: ijver voor God die anderen wil treffen, is nog niet de geest van Christus. De vraag van Jezus, "Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink" (Markus 10:38), is ook aan ons gesteld. Wij weten vaak net zo min als Jakobus wat wij beloven. Toch hield Jezus hem vast, en Jakobus bleef trouw tot in de dood. Volharding rust uiteindelijk niet op onze stelligheid, maar op de trouw van Hem die ons roept. Jakobus is ook een apostel van wie na Pinksteren bijna niets is opgeschreven, behalve zijn dood. Er zijn geen preken of brieven van hem bewaard. Zijn leven telt daardoor niet minder. Ook een kort of verborgen leven kan helemaal aan Christus gewijd zijn, en wat in de ogen van mensen te vroeg eindigt, is bij God niet vergeten.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jakobus, zoon van Zebedeüs

Wie was Jakobus, zoon van Zebedeüs, in de Bijbel?
Jakobus was een visser uit Galilea, de zoon van Zebedeüs en de broer van de apostel Johannes. Jezus riep de twee broers aan het meer (Mattheüs 4:21-22) en nam Jakobus op onder de twaalf apostelen. Met Petrus en Johannes hoorde hij bij de drie die Jezus meenam in het huis van Jaïrus, op de berg van de verheerlijking en in Gethsemane. Jezus noemde de broers zonen des donders. Koning Herodes liet Jakobus met het zwaard doden (Handelingen 12:2).
Wat betekent de naam Jakobus?
Jakobus is de Griekse vorm (Iakobos) van de Hebreeuwse naam Jakob. Genesis verbindt die naam met de hiel: Jakob werd geboren terwijl zijn hand de hiel van zijn broer vasthield, "daarom noemde men zijn naam Jakob" (Genesis 25:26). Vandaar de gangbare uitleg hielgrijper, met de bijklank van verdringer (Genesis 27:36). In het Nieuwe Testament was het een veelvoorkomende naam, wat verklaart waarom er meerdere Jakobussen zijn.
Waar staat Jakobus, de zoon van Zebedeüs, in de Bijbel?
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, komt voor in de vier evangeliën en in Handelingen. De belangrijkste plaatsen zijn de roeping (Mattheüs 4:21-22 en Markus 1:19-20), de apostellijst met de bijnaam Boanerges (Markus 3:17), het huis van Jaïrus (Markus 5:37), de verheerlijking op de berg (Markus 9:2-8), het Samaritaanse dorp (Lukas 9:51-56), de vraag om de ereplaatsen (Markus 10:35-45 en Mattheüs 20:20-28), Gethsemane (Markus 14:32-41), de opperzaal (Handelingen 1:13) en zijn dood (Handelingen 12:1-2).
Hoeveel Jakobussen zijn er in de Bijbel?
In het Nieuwe Testament zijn er drie bekende. Jakobus, de zoon van Zebedeüs, is de broer van Johannes en stierf vroeg (Handelingen 12:2). Jakobus, de zoon van Alfeüs, is ook een van de twaalf (Mattheüs 10:3); of hij dezelfde is als "Jakobus, den kleine" (Markus 15:40), is onzeker. Jakobus, de broer van Jezus (Galaten 1:19), hoorde volgens de meeste uitleggers niet bij de twaalf, leidde de gemeente in Jeruzalem en wordt gewoonlijk gezien als schrijver van de brief van Jakobus. Daarnaast noemt Lukas een Judas, "den broeder van Jakobus" (Lukas 6:16).
Waarom heet Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Jakobus de Meerdere?
De naam Jakobus de Meerdere komt uit de kerkelijke traditie, niet uit de Bijbel. Hij dient om deze apostel te onderscheiden van de andere apostel Jakobus, de zoon van Alfeüs, die vaak Jakobus de Mindere wordt genoemd. Die laatste naam sluit aan bij "Jakobus, den kleine" in Markus 15:40, al is niet zeker dat die met de zoon van Alfeüs samenvalt. Waarom juist hij de Meerdere heet, verklaart de traditie niet eenduidig; mogelijk gaat het om leeftijd of om zijn plaats in de kring rond Jezus, niet om meer gezag.
Wat betekent Boanerges, zonen des donders?
Boanerges is de bijnaam die Jezus aan Jakobus en Johannes gaf: "Boanerges, hetwelk is, zonen des donders" (Markus 3:17). Het woord is een Griekse weergave van een Aramese uitdrukking. Markus legt niet uit waarom Jezus hen zo noemde, maar veel uitleggers denken aan hun vurige karakter. Daar past bij dat zij vuur uit de hemel wilden laten neerdalen over een Samaritaans dorp dat Jezus niet ontving (Lukas 9:54).
Wat vroegen Jakobus en Johannes aan Jezus?
Zij vroegen de ereplaatsen in Zijn koninkrijk: "Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid" (Markus 10:37). Volgens Mattheüs kwam hun moeder het verzoek mee doen (Mattheüs 20:20-21). Jezus vroeg of zij Zijn drinkbeker konden drinken, en zij zeiden: "Wij kunnen." Daarop leerde Hij de twaalf dat wie groot wil zijn, dienaar moet worden, zoals de Zoon des mensen kwam om te dienen (Markus 10:43-45).
Hoe is de apostel Jakobus gestorven?
Koning Herodes liet hem met het zwaard doden: "En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard" (Handelingen 12:2). Deze Herodes is Herodes Agrippa I, een kleinzoon van Herodes de Grote; de naam Agrippa kennen wij uit Josephus. Het gebeurde in Jeruzalem, kort voor het paasfeest waarop Petrus gevangen werd genomen (Handelingen 12:3-4), en vóór de dood van Agrippa omstreeks 44 n.Chr. Jakobus is de enige van de twaalf apostelen van wie de Bijbel de marteldood vermeldt, en voor zover bekend de eerste. Stefanus stierf eerder als martelaar, maar hij was geen apostel.
Wat heeft Jakobus met Santiago de Compostela te maken?
Santiago is de Spaanse naam van Jakobus. Volgens een latere overlevering zou hij in Spanje gepredikt hebben en zou zijn lichaam na zijn dood naar Galicië zijn overgebracht. In de negende eeuw werd daar een graf aan hem toegeschreven, waarna Santiago de Compostela een groot bedevaartsoord werd. De Bijbel vermeldt niets van een reis naar Spanje of van een graf; Handelingen 12:2 laat hem al vroeg in Jeruzalem sterven. Het verband met Santiago is dus traditie, geen bijbels gegeven.
Schreef Jakobus, de zoon van Zebedeüs, de brief van Jakobus?
Vrijwel zeker niet. Deze Jakobus stierf al vroeg, uiterlijk omstreeks 44 n.Chr. (Handelingen 12:2). De brief begint alleen met "Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus" (Jakobus 1:1) en wordt in de kerk gewoonlijk toegeschreven aan Jakobus, de broer van Jezus, die later een leidende plaats had in de gemeente van Jeruzalem (Handelingen 15:13, Galaten 2:9).
Wie waren de ouders van Jakobus en Johannes?
Hun vader heette Zebedeüs, in de Statenvertaling Zebedeus. Hij was visser en had huurlingen in dienst (Markus 1:20). Hun moeder wordt in Mattheüs "de moeder der zonen van Zebedeus" genoemd (Mattheüs 27:56). Omdat Markus op dezelfde plek een Salome noemt (Markus 15:40), nemen veel uitleggers aan dat zij Salome heette. Dat is een afleiding uit het vergelijken van de evangeliën; geen tekst zegt het rechtstreeks.
Wat kunnen wij leren van Jakobus, de zoon van Zebedeüs?
Jakobus leert ons dat Jezus mensen roept zoals zij zijn en hen niet zo laat. Hij nam een driftige en eerzuchtige visser aan, bestrafte hem waar nodig en leerde hem dat grootheid dienen is (Markus 10:43). Jakobus laat ook zien dat navolging iets kan kosten: hij dronk de drinkbeker waarover Jezus sprak. En hoewel er na Pinksteren bijna niets van hem is opgeschreven behalve zijn dood, was zijn leven niet minder waard. Trouw wordt bij God niet gemeten aan zichtbaarheid of lengte.

Stel een vraag over Jakobus, zoon van Zebedeüs

Wilt u meer weten over Jakobus, zoon van Zebedeüs? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jakobus, zoon van Zebedeüs

Bijbelverhalen rond Jakobus, zoon van Zebedeüs

Verdiep u verder