Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Jakobus, zoon van Alfeüs in de Bijbel

Iakobos (Ἰάκωβος, Grieks), van Ja’akov (יַעֲקֹב, Hebreeuws) - “Hielgrijper (naar Genesis 25:26)”

Wie was Jakobus, zoon van Alfeüs?

Jakobus, de zoon van Alfeüs, was een van de twaalf apostelen van Jezus. Hij staat in de vier apostellijsten (Mattheüs 10:3, Markus 3:18, Lukas 6:15, Handelingen 1:13), maar de Bijbel vertelt geen woord of daad van hem. Vaak wordt hij gelijkgesteld met "Jakobus, den kleine" (Markus 15:40); dat is onzeker.

Jakobus, de zoon van Alfeüs, wordt in het Nieuwe Testament vier keer bij name genoemd, en steeds in een lijst van de twaalf apostelen: Mattheüs 10:3, Markus 3:18, Lukas 6:15 en Handelingen 1:13. De Statenvertaling schrijft "Jakobus, de zoon van Alfeus" en "Jakobus, den zoon van Alfeus". Hij staat telkens op de negende plaats, aan het begin van de laatste groep: in de evangeliën een groep van vier, in Handelingen 1:13 van drie. Bij hem staan Simon de Zeloot en Judas Thaddeüs, die Mattheüs 10:3 "Lebbeus, toegenaamd Thaddeus" noemt en Lukas "Judas, den broeder van Jakobus" (Lukas 6:16). Een roepingsverhaal, een vraag aan Jezus of een daad op zijn naam geeft de Bijbel niet. De vadersnaam onderscheidt hem van de andere apostel Jakobus, de zoon van Zebedeüs en broer van Johannes (Mattheüs 10:2). Hij is ook niet zonder meer dezelfde als Jakobus, de broer van Jezus, die de Statenvertaling "Jakobus, den broeder des Heeren" noemt (Galaten 1:19). Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling stellen die twee gelijk; veel latere uitleggers onderscheiden hen. In de kerkelijke traditie heet hij vaak Jakobus de Mindere, tegenover Jakobus de Meerdere, de zoon van Zebedeüs. Die naam sluit aan bij Markus 15:40, waar onder de vrouwen bij het kruis "Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses" staat. Of die Jakobus de zoon van Alfeüs is, zegt de tekst niet. De gelijkstelling is oud en wordt veel gemaakt, maar zij blijft onzeker.

Historische context

Jakobus leefde in de eerste eeuw. Hij wordt genoemd in de jaren van het openbare optreden van Jezus, rond 30 n.Chr., en kort daarna in Jeruzalem. Waar hij vandaan kwam, zegt de Bijbel niet. De engelen bij de hemelvaart spraken de apostelen aan als "Gij Galilese mannen" (Handelingen 1:11). Waarschijnlijk kwam ook hij dus uit Galilea, al wordt dat van hem persoonlijk niet gezegd. Een vadersnaam was in Israël de gewone manier om mensen met dezelfde naam uit elkaar te houden. Jakobus, de Latijnse vorm van het Griekse Iakobos (Jakob), was een veelvoorkomende naam: onder de twaalf waren er twee, en in Mattheüs 13:55 heet ook een broer van Jezus zo. Over Alfeüs zelf vertelt de Bijbel niets. Markus noemt ook de tollenaar Levi "den zoon van Alfeus" (Markus 2:14). Of dat dezelfde vader is, weten wij niet. De evangeliën noemen Petrus en Andreas en de zonen van Zebedeüs uitdrukkelijk broers (Mattheüs 10:2), maar zeggen dat van Jakobus en Levi nergens. Daarom houden de meeste uitleggers hen niet voor broers. Dan is er de familie rond Markus 15:40. Mattheüs noemt bij het kruis "Maria, de moeder van Jakobus en Joses" (Mattheüs 27:56), Johannes noemt "Maria, de vrouw van Klopas" (Johannes 19:25). Een oude lijn van uitleg stelt die twee Maria's gelijk en ziet in Klopas een andere weergave van de naam Alfeüs; Jakobus de kleine zou dan de zoon van Alfeüs zijn. Elke schakel in die redenering is mogelijk, maar geen ervan staat in de tekst. Het woord "kleine" kan wijzen op lengte, leeftijd of bekendheid. De kerkvader Hiëronymus (vierde eeuw) verbond deze Jakobus bovendien met de broer van de Heere. Ook die vraag beslist de Schrift niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Hij werd door Jezus tot apostel gekozen (Lukas 6:13-15) en bleef bij de twaalf (Handelingen 1:13)
  • Hij ging uit om bekering te prediken en zieken te genezen (Markus 6:12-13)
  • Hij volhardde na de hemelvaart met de anderen in het gebed (Handelingen 1:14)

−Zwakke kanten

  • Met alle discipelen verliet hij Jezus bij de gevangenneming (Mattheüs 26:56)

Theologische betekenis

Het eerste wat de Schrift van Jakobus zegt, is dat Jezus hem koos. Lukas vertelt dat de Heere de nacht doorbracht "in het gebed tot God" en daarna twaalf uit Zijn discipelen verkoos, "die Hij ook apostelen noemde" (Lukas 6:12-13). Markus noemt het doel: "opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken" (Markus 3:14). Jakobus is apostel door roeping, niet door wat hij liet zien. Jezus zei tot Zijn discipelen: "Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren" (Johannes 15:16). Het getal twaalf heeft betekenis. Zoals Israël uit twaalf stammen bestond, zo stelde Jezus twaalf apostelen aan als begin van het vernieuwde volk van God. Daarom werd na het verraad van Judas Iskariot de kring weer volledig gemaakt (Handelingen 1:26). Ook de minst bekende apostel hoort bij dat getal. De gemeente is "Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten" (Efeze 2:20), en in het nieuwe Jeruzalem staan op de twaalf fundamenten "de namen der twaalf apostelen des Lams" (Openbaring 21:14). Daar staat ook de naam van deze Jakobus. De bijnaam "den kleine", als die bij hem hoort, past bij wat Jezus Zijn discipelen leerde. Toen zij twistten wie de meeste was, zei Hij: "de meeste onder u, die zij gelijk de minste" (Lukas 22:26). Paulus schreef dat in de gemeente "de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig" (1 Korinthe 12:22). Gods werk hangt niet af van bekende namen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Iakobos (Ἰάκωβος, Grieks), van Ja’akov (יַעֲקֹב, Hebreeuws)

Betekenis

Hielgrijper (naar Genesis 25:26)

Betekenis van de naam Jakobus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Gekozen na een nacht van gebed

Jezus bidt de hele nacht op een berg en kiest bij het aanbreken van de dag twaalf discipelen, die Hij apostelen noemt. Lukas noemt onder hen "Jakobus, den zoon van Alfeus".

Lukas 6:12-16

2

Uitgezonden naar Israël

Jezus geeft de twaalf macht over onreine geesten en ziekten en zendt hen uit. In de lijst staat Jakobus direct na "Mattheus, de tollenaar".

Mattheüs 10:1-5

3

Twee aan twee op weg

De twaalf trekken twee aan twee rond, prediken dat de mensen zich moeten bekeren en zalven zieken met olie. Met wie Jakobus optrok, vermeldt de Bijbel niet.

Markus 6:7-13

4

De moeder van Jakobus de kleine

Bij het kruis kijken vrouwen van verre toe, onder wie "Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses". Als deze Jakobus de zoon van Alfeüs is, stond zijn moeder daar; zeker is dat niet.

Markus 15:40-41

5

In de opperzaal

Na de hemelvaart blijven de elf apostelen, onder wie Jakobus, de zoon van Alfeüs, in Jeruzalem eendrachtig bijeen in gebed, met de vrouwen, Maria en de broers van Jezus.

Handelingen 1:13-14

6

Pinksteren

Op de Pinksterdag worden allen die bijeen zijn vervuld met de Heilige Geest. Petrus spreekt, "staande met de elven" (Handelingen 2:14). Daarna noemt de Bijbel Jakobus niet meer bij name.

Handelingen 2:1-4

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jakobus, zoon van Alfeüs beter te begrijpen.

Mattheüs 10:3

“Filippus en Bartholomeus; Thomas en Mattheus, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeus, en Lebbeus, toegenaamd Thaddeus;”

De eerste vermelding: Jakobus staat direct na Matteüs en vooraan in de laatste groep van vier.

Markus 3:18

“En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,”

Markus noemt hem bij de twaalf die Jezus aanstelde om met Hem te zijn en uitgezonden te worden.

Lukas 6:15

“Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;”

Lukas noemt hem bij de twaalf die Jezus na een nacht van gebed verkoos.

Markus 15:40

“En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;”

Hier ligt de oorsprong van de naam Jakobus de Mindere. Of deze Jakobus de zoon van Alfeüs is, staat niet vast.

Handelingen 1:13

“En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus.”

De laatste keer dat de Bijbel hem bij name noemt, na de hemelvaart in Jeruzalem.

Openbaring 21:14

“En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams.”

De apostel van wie geen woord bewaard is, heeft zijn naam op een van de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Jakobus, zoon van Alfeüs leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jakobus, de zoon van Alfeüs, leert ons dat trouw niet afhangt van zichtbaarheid. Van hem is geen preek, geen vraag en geen wonder bewaard. Toch hoorde hij bij de twaalf, ging hij uit om bekering te prediken (Markus 6:12) en zat hij na de hemelvaart biddend in de opperzaal (Handelingen 1:14). In de gemeente doen velen hun werk zonder dat hun naam genoemd wordt. Christus kent hen bij name. Zijn geschiedenis leert ons ook nuchter te lezen. Over deze Jakobus is veel gezegd: dat hij Jakobus de kleine was, een broer van Matteüs of een verwant van Jezus. Sommige van die gedachten zijn goed mogelijk, maar de Schrift beslist ze niet. Wij doen er goed aan onderscheid te maken tussen wat er staat en wat uitleggers ervan maken, en ons niet sterker uit te spreken dan de tekst. Ten slotte was hij een van de discipelen die in de nacht van de gevangenneming vluchtten (Mattheüs 26:56). Toch ontboden de Opgestane de elf naar Galilea en zond hen uit (Mattheüs 28:16-20). Zo zat hij later in de opperzaal en stond hij op de Pinksterdag bij Petrus, "staande met de elven" (Handelingen 2:14). Falen sloot hem niet buiten. De Heere bracht Zijn apostelen terug, en dat geeft hoop voor ieder die tekortschoot.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jakobus, zoon van Alfeüs

Wie was Jakobus, zoon van Alfeüs, in de Bijbel?
Jakobus, de zoon van Alfeüs, was een van de twaalf apostelen van Jezus. Hij staat in alle vier lijsten van de apostelen: Mattheüs 10:3, Markus 3:18, Lukas 6:15 en Handelingen 1:13. De vadersnaam onderscheidt hem van Jakobus, de zoon van Zebedeüs. Hij werd met de anderen uitgezonden om te prediken en zat na de hemelvaart biddend in de opperzaal. Een eigen woord of daad van hem vertelt de Bijbel niet. In de kerkelijke traditie heet hij vaak Jakobus de Mindere.
Wat betekenen de namen Jakobus en Alfeüs?
Jakobus is de Latijnse vorm van het Griekse Iakobos, de weergave van de Hebreeuwse naam Jakob. Bij de geboorte van de aartsvader Jakob staat dat zijn hand "Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob" (Genesis 25:26). Zo verklaart Genesis de naam: hielgrijper. Taalkundig is de herkomst niet zeker. Voor de naam van zijn vader Alfeüs, in de Statenvertaling Alfeus, bestaat geen zekere verklaring.
Waar staat Jakobus, de zoon van Alfeüs, in de Bijbel?
Hij wordt vier keer bij name genoemd, telkens in een lijst van de twaalf apostelen: Mattheüs 10:3, Markus 3:18, Lukas 6:15 en Handelingen 1:13. Verder deelt hij in wat van de twaalf samen verteld wordt, zoals de uitzending (Markus 6:7-13), het gebed in de opperzaal (Handelingen 1:14) en de Pinksterdag (Handelingen 2:1-4). Als hij dezelfde is als Jakobus de kleine, wordt hij ook genoemd via zijn moeder Maria, in Markus 15:40, Markus 16:1, Mattheüs 27:56 en Lukas 24:10.
Is Jakobus, de zoon van Alfeüs, dezelfde als Jakobus de Mindere?
Ja, in de kerkelijke traditie wel: Jakobus de Mindere is de naam die de traditie aan de zoon van Alfeüs geeft, om hem te onderscheiden van Jakobus de Meerdere, de zoon van Zebedeüs. De naam zelf staat niet in de Bijbel. Hij sluit aan bij Markus 15:40, waar "Jakobus, den kleine" genoemd wordt. Onzeker is alleen of die Jakobus uit Markus 15:40 de zoon van Alfeüs is; de tekst zegt het niet. Het woord "kleine" kan wijzen op lengte, leeftijd of bekendheid.
Wie was Jakobus de kleine uit Markus 15:40?
Markus noemt onder de vrouwen bij het kruis "Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses" (Markus 15:40). Meer zegt de Bijbel niet over deze Jakobus. Mattheüs noemt dezelfde vrouw "Maria, de moeder van Jakobus en Joses" (Mattheüs 27:56). Veel uitleggers zien in hem de apostel Jakobus, de zoon van Alfeüs. Anderen denken aan Jakobus, de broer van Jezus, die in Mattheüs 13:55 ook naast een Joses staat, of aan een verder onbekende leerling. Zekerheid geeft de tekst niet.
Was Jakobus, de zoon van Alfeüs, een broer van Matteüs?
Dat is mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Markus noemt de tollenaar Levi, die in Mattheüs 9:9 "Mattheus" heet, "Levi, den zoon van Alfeus" (Markus 2:14). Jakobus heeft dus een vader met dezelfde naam. Toch noemen de evangeliën hen nergens broers, terwijl zij dat bij Petrus en Andreas en bij Jakobus en Johannes wel doen (Mattheüs 10:2). Alfeüs was waarschijnlijk geen zeldzame naam. De meeste uitleggers gaan daarom uit van twee verschillende vaders.
Is Jakobus, de zoon van Alfeüs, dezelfde als Jakobus, de broer van Jezus?
Daarover lopen de meningen uiteen. Paulus schreef dat hij geen ander van de apostelen zag "dan Jakobus, den broeder des Heeren" (Galaten 1:19). Calvijn en de kanttekeningen bij de Statenvertaling stellen die broer gelijk met de zoon van Alfeüs en lezen broeder als bloedverwant. Veel latere protestantse uitleggers onderscheiden hen, omdat de broers van Jezus volgens Johannes 7:5 niet in Hem geloofden toen de twaalf al gekozen waren. Ook Handelingen 1:13-14 noemt de apostelen en "Zijn broederen" apart.
Hoeveel apostelen heetten Jakobus?
Twee. Onder de twaalf waren Jakobus, de zoon van Zebedeüs en broer van Johannes, en Jakobus, de zoon van Alfeüs (Mattheüs 10:2-3). De vadersnaam houdt hen uit elkaar; de traditie noemt hen Jakobus de Meerdere en Jakobus de Mindere. De eerste hoorde met Petrus en Johannes bij de kleine kring rond Jezus en werd door Herodes met het zwaard gedood (Handelingen 12:2). Van de tweede vertelt de Bijbel alleen zijn naam. Lukas noemt ook de apostel "Judas, den broeder van Jakobus" (Lukas 6:16); het Grieks heeft daar geen woord voor broeder, zodat ook zoon mogelijk is. Of Jakobus, de broer van Jezus, een van de twaalf was, daarover lopen de meningen uiteen.
Hoe is Jakobus, de zoon van Alfeüs, gestorven?
De Bijbel vertelt niets over zijn verdere leven of zijn dood; Handelingen 1:13 is de laatste vermelding bij name. Latere overleveringen lopen uiteen. Omdat hij vaak met Jakobus, de broer van de Heere, werd gelijkgesteld, kreeg hij in de westerse traditie diens martelaarsverhaal: volgens Hegesippus werd die van de tempel geworpen en gedood. Andere overleveringen laten hem elders prediken, onder meer in Egypte. De westerse kerk gedenkt hem samen met de apostel Filippus. Dit alles is overlevering, geen Schrift.
Wat kunnen wij leren van Jakobus, de zoon van Alfeüs?
Hij leert ons dat trouw niet afhangt van zichtbaarheid: van hem is geen woord bewaard, maar hij hoorde bij de twaalf en bad mee in de opperzaal (Handelingen 1:14). Zijn naam staat op een van de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:14). Zijn geschiedenis leert ons ook nuchter te lezen: veel wat over hem gezegd wordt, is mogelijk, maar staat niet in de tekst. En zijn terugkeer na de vlucht van alle discipelen (Mattheüs 26:56) laat zien dat de Heere de Zijnen niet loslaat.

Stel een vraag over Jakobus, zoon van Alfeüs

Wilt u meer weten over Jakobus, zoon van Alfeüs? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jakobus, zoon van Alfeüs

Verdiep u verder