De verheerlijking op de berg
Jezus laat drie discipelen Zijn heerlijkheid zien
Samenvatting
De verheerlijking op de berg (Mattheüs 17:1-9) gaat over het moment waarop Jezus voor de ogen van Petrus, Jakobus en Johannes van gedaante veranderde. Zijn aangezicht blonk als de zon en Mozes en Elia spraken met Hem. Uit een lichte wolk zei God: "Deze is Mijn geliefde Zoon". Toen de discipelen opkeken, zagen zij niemand dan Jezus alleen.
Bijbelgedeelte
“En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.”
“En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.”
“Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!”
“En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.”
“Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.”
Het verhaal
De verheerlijking op de berg staat in Mattheüs 17:1-9. Markus 9:2-10 en Lukas 9:28-36 vertellen dezelfde geschiedenis. Zij valt op een keerpunt in het evangelie: Jezus is begonnen Zijn discipelen te leren dat Hij naar Jeruzalem moet gaan om te lijden.
Wat ging er aan de verheerlijking op de berg vooraf?
Bij Caesarea Filippi had Petrus beleden: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods" (Mattheüs 16:16). Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te tonen dat Hij in Jeruzalem veel moest lijden, gedood worden en ten derden dage opgewekt worden (Mattheüs 16:21). Petrus wilde daar niets van weten. Jezus antwoordde dat wie Hem wil volgen, zijn kruis moet opnemen. Hij sloot af met de belofte dat sommigen van hen de dood niet zouden smaken voordat zij de Zoon des mensen zouden zien komen in Zijn Koninkrijk (Mattheüs 16:28).
Wat gebeurde er bij de verheerlijking van Jezus?
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich en bracht hen op een hoge berg, alleen. Lukas zegt dat Hij de berg op ging om te bidden (Lukas 9:28). Daar gebeurde het: "En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht" (Mattheüs 17:2). Markus voegt eraan toe dat geen voller, iemand die wol en stof bleekte, op aarde zo wit kan maken (Markus 9:3).
Toen zagen de discipelen twee mannen met Jezus spreken: Mozes en Elia, die in het Nieuwe Testament van de Statenvertaling Elias heet. Alleen Lukas vertelt waarover zij spraken: over Zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen (Lukas 9:31). Lukas vertelt ook dat de discipelen met slaap bezwaard waren, en dat zij bij het ontwaken Zijn heerlijkheid zagen en de twee mannen die bij Hem stonden (Lukas 9:32).
Wat zei de stem uit de wolk?
Petrus nam het woord: "Heere! het is goed, dat wij hier zijn" (Mattheüs 17:4). Hij stelde voor drie tabernakelen te maken, dat zijn tenten of hutten: voor Jezus, voor Mozes en voor Elia. Markus zegt er eerlijk bij dat hij niet wist wat hij zei, want zij waren zeer bevreesd (Markus 9:6).
Terwijl Petrus nog sprak, overschaduwde een luchtige wolk hen, een wolk vol licht. Uit de wolk klonk een stem: "Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem" (Mattheüs 17:5). De discipelen vielen op hun aangezicht en werden zeer bevreesd. Toen kwam Jezus bij hen, raakte hen aan en zei: "Staat op en vreest niet" (Mattheüs 17:7). Toen zij opkeken, "zagen zij niemand, dan Jezus alleen" (Mattheüs 17:8).
Waarom mochten de discipelen het niemand vertellen?
Bij het afdalen gebood Jezus hun: "Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden" (Mattheüs 17:9). Een gezicht is hier wat zij gezien hadden. De tekst zegt niet waarom Jezus dit gebood. Wel blijkt dat de discipelen Zijn lijden en opstanding nog niet begrepen: zij vroegen onder elkaar wat het opstaan uit de doden was (Markus 9:10). Veel uitleggers denken dat het gezicht pas na Pasen goed te verstaan was, in het licht van kruis en opstanding.
Onderweg vroegen de discipelen naar Elia, die volgens de Schriftgeleerden eerst moest komen. Jezus antwoordde dat Elia al gekomen was, en de discipelen begrepen dat Hij Johannes de Doper bedoelde (Mattheüs 17:10-13). Wie het hoofdstuk vers voor vers wil lezen, vindt de uitleg bij Mattheüs 17.
Achtergrond
De Bijbel noemt de naam van de berg niet. Petrus spreekt later alleen van "de heilige berg" (2 Petrus 1:18). Een oude christelijke traditie wijst de berg Tabor in Galilea aan. Andere uitleggers denken aan de berg Hermon, omdat Jezus kort tevoren in de streek van Caesarea Filippi was, aan de voet van die berg. Zeker is het niet. Kort daarna waren Jezus en Zijn discipelen weer in Galilea (Mattheüs 17:22).
Mattheüs en Markus spreken van zes dagen, Lukas van omtrent acht dagen (Lukas 9:28). Met omtrent geeft Lukas een ruwe tijdsaanduiding; mogelijk telt hij de begin- en einddag mee. Een tegenspraak is het niet.
Wolk en heerlijkheid kende Israël van de Sinaï. Toen Mozes de berg op ging, bedekte een wolk de berg, "en de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai" (Exodus 24:16). Toen hij weer afdaalde, glinsterde het vel van zijn aangezicht (Exodus 34:29). Bij Mozes was die glans een weerschijn van de HEERE Die met hem gesproken had. Bij Jezus was het Zijn eigen heerlijkheid, "een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader" (Johannes 1:14).
Betekenis
In deze geschiedenis spreekt God de Vader Zelf over Zijn Zoon. Bij de doop in de Jordaan klonk al bijna dezelfde stem (Mattheüs 3:17, zie de doop van Jezus). Nu komt erbij: hoort Hem. Dat gebeurt kort nadat Jezus voor het eerst over Zijn lijden heeft gesproken. De Vader bevestigt de belijdenis van Petrus en ook de weg die Jezus gaan zal. Wie naar de Zoon luistert, luistert ook als Hij over het kruis spreekt.
Mozes en Elia staan voor de wet en de profeten, zoals veel uitleggers opmerken. Zij spreken met Jezus over Zijn uitgang in Jeruzalem (Lukas 9:31). Wat de Schriften van Mozes en de profeten zeggen, gaat over Hem (Lukas 24:27). Mozes had beloofd dat de HEERE een Profeet als hij zou verwekken, met de opdracht: "naar Hem zult gij horen" (Deuteronomium 18:15). Petrus past die woorden later toe op Jezus (Handelingen 3:22). Het "hoort Hem" van de berg wijst dus terug naar die belofte. Dan verdwijnen Mozes en Elia, en de discipelen zien niemand dan Jezus alleen. God, Die vroeger door de profeten sprak, spreekt nu door de Zoon (Hebreeën 1:1-2).
De heerlijkheid op de berg was voor een moment zichtbaar. Johannes, die erbij was, schrijft later over de Zoon: "wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd" (Johannes 1:14). Veel uitleggers denken daarbij ook aan de berg. De heerlijkheid wijst vooruit naar de opstanding en naar de dag dat de Zoon des mensen komt in de heerlijkheid van Zijn Vader (Mattheüs 16:27). Zij wijst ook vooruit naar wat God aan de gelovigen belooft: Christus zal hun lichaam gelijkvormig maken aan Zijn heerlijk lichaam (Filippenzen 3:21).
De heilige God is ontzagwekkend: de discipelen vielen op hun aangezicht. Toch komt Jezus naar hen toe en raakt hen aan. Door de Zoon mogen bevreesde mensen opstaan.
Lessen voor vandaag
God wijst ons naar Zijn Zoon en zegt: hoort Hem. Wij hoeven niet te zoeken naar nieuwe gezichten of stemmen. Petrus, die de stem zelf hoorde, schrijft dat wij "het profetische woord" hebben, "dat zeer vast is" (2 Petrus 1:19). Wat de Vader op de berg over Zijn Zoon zei, is opgeschreven, zodat ook wij het horen. Wie Jezus wil horen, opent de Schrift en luistert naar wat Hij daar zegt.
De weg ging van de berg naar beneden en verder naar Jeruzalem. Petrus stelde voor tenten te bouwen, maar de heerlijkheid liet zich niet vasthouden. Ook nu geeft God soms momenten waarin Hij dichtbij is. Die zijn een geschenk en geen blijvende woonplaats. Over hoe zulke hoogtepunten passen in een leven met God, leest u bij geestelijke groei. Het geloof leeft van het woord van de Zoon, ook in het dal.
Jezus kwam naar Zijn bevreesde discipelen toe en zei: "Staat op en vreest niet" (Mattheüs 17:7). Wie onder de indruk komt van Gods heiligheid, wordt niet aan zijn angst overgelaten. De Heere Zelf richt op wie voor Hem neervalt. Dat is een troost voor wie zich klein voelt tegenover God.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
De Heere Jezus was met Zijn discipelen op reis. Onderweg had Hij hun iets verteld. Hij moest naar Jeruzalem. Daar zou Hij veel moeten lijden en gedood worden. Maar op de derde dag zou Hij weer opstaan uit de dood. Petrus zei dat dit nooit mocht gebeuren.
Zes dagen later nam de Heere Jezus drie van Zijn discipelen mee. Het waren Petrus, Jakobus en Johannes. Jakobus en Johannes waren broers. De Heere Jezus ging met hen een hoge berg op. Daar waren ze alleen. Hij ging de berg op om te bidden.
Terwijl de Heere Jezus bad, veranderde Hij. Zijn gezicht begon te stralen. Het blonk als de zon. Zijn kleren werden wit, zo wit als het licht. Zo wit kan niemand op aarde iets maken.
De drie discipelen waren zwaar van de slaap. Maar toen ze wakker werden, zagen ze hoe heerlijk de Heere Jezus was. En ze zagen nog meer. Er stonden twee mannen bij Hem. Het waren Mozes en Elia. Mozes had lang geleden het volk Israël uit Egypte geleid. Elia was een profeet. Hij was niet gestorven. God had hem levend in de hemel opgenomen. Nu spraken Mozes en Elia met de Heere Jezus. Ze spraken over wat er in Jeruzalem met Hem zou gebeuren. Daar zou Hij sterven.
Toen Mozes en Elia bij Hem weggingen, zei Petrus tegen de Heere Jezus: "Heere! het is goed, dat wij hier zijn". Petrus wilde drie tenten maken. Eén voor de Heere Jezus, één voor Mozes en één voor Elia. De Bijbel zegt dat Petrus niet wist wat hij zei. De discipelen waren erg bang.
Terwijl Petrus nog sprak, kwam er een wolk. Het was een wolk vol licht. De wolk kwam over hen heen. En uit de wolk klonk een stem. Het was de stem van God de Vader. Hij zei: "Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem".
Dat betekent: Jezus is Gods Zoon, en God heeft Hem lief. God heeft vreugde in Hem. Wij moeten naar Hem luisteren. God Zelf zei dus wie Jezus is. Hij is niet alleen een mens. Hij is de Zoon van God.
Toen de discipelen de stem hoorden, werden ze heel erg bang. Ze vielen met hun gezicht op de grond. Toen kwam de Heere Jezus bij hen. Hij raakte hen aan en zei: "Staat op en vreest niet". Dat betekent: sta op en wees niet bang.
De discipelen keken op. Ze zagen niemand meer, alleen de Heere Jezus. Mozes en Elia waren er niet meer. Maar de Heere Jezus was er nog, en Hij was bij hen.
Daarna gingen ze samen de berg weer af. Onderweg zei de Heere Jezus: "Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden". Een gezicht is iets wat je ziet. Met de Zoon des mensen bedoelde de Heere Jezus Zichzelf. Ze mochten het pas vertellen als Hij was opgestaan uit de dood. De discipelen deden wat Hij zei. In die dagen vertelden ze niemand wat ze gezien hadden.
Veel later, toen de Heere Jezus gestorven en opgestaan was, schreef Petrus erover in een brief. Hij schreef dat hij die stem zelf gehoord had, op de heilige berg. God de Vader had Zijn Zoon aangewezen. En nog altijd wijst God naar de Heere Jezus en roept Hij ons om naar Hem te luisteren.
“Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!” (Mattheüs 17:5)
Tips voor de verteller
- De Bijbel noemt de naam van de berg niet. Vertel dus niet dat het de berg Tabor was. De tekst zegt ook niet hoe de discipelen wisten dat het Mozes en Elia waren, en niet wat zij precies zeiden. Blijf bij wat er staat: zij spraken met Jezus over wat er in Jeruzalem zou gebeuren.
- Kinderen vragen soms: Mozes was toch dood? Antwoord eerlijk. Mozes is gestorven en de HEERE Zelf heeft hem begraven (Deuteronomium 34:5-6). Elia is levend naar de hemel gegaan (2 Koningen 2:11). Jezus zegt dat God geen God der doden is, maar der levenden (Mattheüs 22:32). Hoe God hen op de berg liet verschijnen, weten wij niet.
- Leg een paar woorden kort uit: verheerlijking (Jezus liet zien hoe heerlijk Hij is als Gods Zoon), tenten of tabernakelen, welbehagen (vreugde) en gezicht (wat iemand gezien heeft). Voor kleuters is het genoeg: Jezus straalde als de zon, God zei dat Hij Zijn Zoon is, en Jezus zei tegen de bange discipelen dat zij niet bang hoefden te zijn.
- Lees Mattheüs 17:5-8 zelf voor uit de Bijbel. Wijs erop dat de discipelen bang werden van Gods stem, maar dat Jezus hen aanraakte en oprichtte. Laat de kinderen het slot onthouden: zij zagen niemand dan Jezus alleen.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWelke drie discipelen gingen mee de berg op?
- NavertellenHoe zag de Heere Jezus eruit op de berg?
- VerwonderenWat zei God uit de wolk over de Heere Jezus?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWie verschenen er bij Jezus, en waarover spraken zij volgens Lukas 9:31?
- BetekenisWaarom zei God "hoort Hem", juist nadat Jezus over Zijn lijden in Jeruzalem had gesproken?
- VerbindingLees Mattheüs 3:17. Waar klonk bijna dezelfde stem al eerder, en wat komt er op de berg bij?
- ToepassingGod zegt over Jezus: "hoort Hem". Waar en hoe kun jij naar de Heere Jezus luisteren?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees 2 Petrus 1:16-19. Waarom vertelt Petrus jaren later over de berg, en waarom wijst hij daarna op "het profetische woord, dat zeer vast is"?
- Wie is God?De discipelen vielen bang op hun gezicht, en Jezus raakte hen aan. Wat leer je daaruit over Wie God is?
- Moeilijke vraagWaarom liet Jezus Zijn heerlijkheid maar even zien, aan maar drie discipelen, en moesten zij er tot Pasen over zwijgen?
- PersoonlijkPetrus wilde op de berg tenten maken, maar de weg ging naar beneden. Wat betekent het voor jou dat Jezus ook in gewone dagen dezelfde blijft?
Gebedspunt: Dank God de Vader dat Hij Zijn geliefde Zoon aanwijst en ons roept om naar Hem te horen. Bid dat wij de Heere Jezus in Zijn Woord leren kennen, ook in de gewone dagen na de berg.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De verheerlijking op de berg
Waar staat het verhaal van de verheerlijking op de berg in de Bijbel?
De verheerlijking op de berg staat in drie evangeliën: Mattheüs 17:1-9, Markus 9:2-10 en Lukas 9:28-36. Alle drie plaatsen haar kort na de belijdenis van Petrus en de eerste aankondiging van Jezus’ lijden. Lukas vertelt als enige dat Jezus de berg op ging om te bidden en dat Mozes en Elia spraken over Zijn uitgang in Jeruzalem. Petrus komt er later op terug in 2 Petrus 1:16-18.
Wat betekent de verheerlijking van Jezus?
Verheerlijking betekent dat Jezus voor een moment liet zien wie Hij werkelijk is. Zijn aangezicht blonk als de zon en Zijn klederen werden wit als het licht (Mattheüs 17:2). God de Vader bevestigde het met de woorden: "Deze is Mijn geliefde Zoon" (Mattheüs 17:5). Dit gebeurde vlak nadat Jezus over Zijn lijden had gesproken. De heerlijkheid wijst vooruit naar Zijn opstanding en wederkomst, en de weg erheen liep langs het kruis.
Was de berg van de verheerlijking de berg Tabor?
Dat weten wij niet. De Bijbel noemt alleen een hoge berg (Mattheüs 17:1), en Petrus spreekt later van de heilige berg (2 Petrus 1:18). Dat het de berg Tabor in Galilea was, is een oude christelijke traditie, geen gegeven uit de Bijbel. Andere uitleggers denken aan de berg Hermon, omdat Jezus kort tevoren bij Caesarea Filippi was, aan de voet van de Hermon. Beide zijn mogelijk.
Waarom verschenen juist Mozes en Elia?
De Bijbel geeft geen uitdrukkelijke reden. Veel uitleggers zien in Mozes de wet en in Elia de profeten: samen getuigen zij van Christus. Lukas zegt waarover zij spraken: over Zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen (Lukas 9:31). Beiden ontmoetten God eerder op een berg, Mozes op de Sinaï en Elia op de Horeb. Daarna zagen de discipelen niemand dan Jezus alleen (Mattheüs 17:8).
Hoe kon Mozes op de berg zijn, terwijl hij gestorven was?
Mozes is gestorven in het land Moab, en de HEERE Zelf heeft hem begraven (Deuteronomium 34:5-6). Elia daarentegen werd levend opgenomen in de hemel (2 Koningen 2:11). Dat Mozes toch op de berg verscheen, laat zien dat wie in God sterft, bij Hem leeft. Jezus zei: "God is niet een God der doden, maar der levenden" (Mattheüs 22:32). Hoe God hen liet verschijnen, vertelt de Bijbel niet.
Waarom wilde Petrus drie tabernakelen maken?
Tabernakelen zijn tenten of hutten. Petrus zei: "Heere! het is goed, dat wij hier zijn" (Mattheüs 17:4), en wilde voor Jezus, Mozes en Elia elk een tent maken. Markus schrijft dat hij niet wist wat hij zei, want zij waren zeer bevreesd (Markus 9:6). Waarschijnlijk wilde Petrus dit moment vasthouden. Terwijl hij nog sprak, wees de stem uit de wolk naar Jezus alleen: "hoort Hem" (Mattheüs 17:5).
Waarom staat er bij Mattheüs zes dagen en bij Lukas acht dagen?
Mattheüs en Markus schrijven dat het zes dagen na Jezus’ woorden over Zijn Koninkrijk gebeurde (Mattheüs 17:1). Lukas schrijft: omtrent acht dagen na deze woorden (Lukas 9:28). Met omtrent geeft Lukas aan dat hij een ruwe tijdsaanduiding geeft. Mogelijk telt hij ook de dag van de uitspraak en de dag op de berg mee. De evangelisten spreken elkaar daarin dus niet tegen.
Wat schrijft Petrus later over de verheerlijking op de berg?
In zijn tweede brief schrijft Petrus dat de apostelen geen verzonnen verhalen hebben doorgegeven, maar "aanschouwers geweest" zijn van Zijn majesteit (2 Petrus 1:16). Hij herinnert aan de stem van God de Vader en zegt: "En deze stem hebben wij gehoord" (2 Petrus 1:18). Daarna wijst hij naar de Schrift: "wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is" (2 Petrus 1:19). Het gezicht op de berg maakt het geschreven Woord niet overbodig.
Hoe vertelt u de verheerlijking op de berg aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Mattheüs 17:1-9, Markus 9:2-10 en Lukas 9:28-36 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat God de Vader en Zijn Zoon centraal staan: Jezus straalde als de zon, de Vader zei dat Hij Zijn geliefde Zoon is, en Jezus richtte de bange discipelen op. Noem de berg geen Tabor en verzin geen gesprekken met Mozes en Elia.
Stel een vraag over De verheerlijking op de berg
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.