Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~44 n.Chr.

Herodes Agrippa I in de Bijbel

Herodes Agrippas (Grieks) - “Herodes: mogelijk heldhaftig”

Wie was Herodes Agrippa I?

Herodes Agrippa I was een kleinzoon van Herodes de Grote en koning over Judea van 41 tot 44 n.Chr. Handelingen 12 noemt hem alleen "de koning Herodes". Hij liet de apostel Jakobus doden en zette Petrus gevangen, en stierf in Caesarea toen een engel des Heeren hem sloeg (Handelingen 12:23).

Herodes Agrippa I komt in de Bijbel in één hoofdstuk voor: Handelingen 12. Daar heet hij niet Agrippa, maar "de koning Herodes" (Handelingen 12:1) of kortweg Herodes. De naam Agrippa kennen wij uit buitenbijbelse bronnen, vooral uit de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die eind eerste eeuw uitvoerig over hem schreef. Ook munten uit zijn regering dragen de naam koning Agrippa. Dat de Herodes van Handelingen 12 en de Agrippa van Josephus dezelfde man zijn, is algemeen aanvaard: de tijd, de plaats en het verhaal over zijn dood in Caesarea komen overeen. Het hoofdstuk heeft een duidelijke lijn. Het begint met een koning die de hand slaat aan de gemeente in Jeruzalem, Jakobus met het zwaard laat doden en Petrus gevangenzet. Het midden is de nacht waarin een engel Petrus uit de gevangenis leidt, terwijl de gemeente bidt. Het slot verplaatst zich naar Caesarea, waar Herodes in een koninklijk kleed een rede houdt, door het volk als een god wordt toegejuicht en door een engel des Heeren wordt geslagen. Lukas sluit af met één zin: "En het Woord Gods wies, en vermenigvuldigde" (Handelingen 12:24). Herodes Agrippa I is niet te verwarren met de andere Herodessen in het Nieuwe Testament. Herodes de Grote, zijn grootvader, is de koning uit het kerstverhaal (Mattheüs 2). Herodes Antipas, de viervorst over Galilea, liet Johannes de Doper onthoofden en ondervroeg Jezus (Lukas 23:7-11). Archelaüs, die na Herodes de Grote over Judea regeerde, wordt genoemd in Mattheüs 2:22. En koning Agrippa, voor wie Paulus zich verantwoordde in Caesarea (Handelingen 25 en 26), is zijn zoon Agrippa II. Waar de Bijbel zonder toevoeging "Herodes" zegt, beslist het hoofdstuk dus wie bedoeld is. Wat Agrippa I tot een belangrijke figuur maakt, is niet de lengte van zijn verhaal maar de plaats ervan. Hij is de laatste koning van de Joden die over het hele land regeerde, en hij staat in Handelingen op het scharnierpunt waar de aandacht van Jeruzalem en Petrus overgaat naar Antiochië en Paulus.

Historische context

Agrippa werd volgens de gegevens van Josephus omstreeks 10 v.Chr. geboren. Zijn vader Aristobulus was een zoon van Herodes de Grote en de Hasmonese prinses Mariamne; Herodes liet deze zoon in 7 v.Chr. ter dood brengen. Agrippa groeide op in Rome, aan het keizerlijke hof, waar hij bevriend raakte met leden van de keizerlijke familie, onder wie de latere keizers Caligula en Claudius. Herodias, de vrouw van Herodes Antipas, was zijn zuster. Josephus beschrijft zijn opkomst uitvoerig in zijn Joodse Oudheden (boek 18 en 19). Na jaren van schulden en zelfs een gevangenschap onder keizer Tiberius kreeg hij in 37 n.Chr. van Caligula het noordoostelijke gebied van zijn overleden oom Filippus, met de titel koning (vergelijk Lukas 3:1, waar Filippus viervorst over Iturea en Trachonitis heet). Toen Herodes Antipas omstreeks 39 n.Chr. werd verbannen, kwamen Galilea en Perea erbij. In 41 n.Chr. voegde Claudius daar Judea en Samaria aan toe. Daarmee regeerde Agrippa over een rijk dat ongeveer even groot was als dat van zijn grootvader, en voor korte tijd was er geen Romeinse stadhouder over Judea. Josephus schildert hem als een vorst die in Jeruzalem graag de joodse wet in acht nam en daardoor bij het volk geliefd was. Dat sluit aan bij Handelingen 12:3: hij zette de vervolging voort toen hij "zag, dat het den Joden behagelijk was". Waarschijnlijk was de gemeente in Jeruzalem voor hem een groep die hij kon opofferen om de gunst van het volk en zijn leiders te behouden. Lukas plaatst de gebeurtenissen "omtrent denzelfden tijd" (Handelingen 12:1) als de hulpreis van Barnabas en Saulus (Handelingen 11:29-30), een losse aanduiding van tijd; de hongersnood onder keizer Claudius (Handelingen 11:28) valt volgens de meeste uitleggers wat later. Petrus werd gegrepen in "de dagen der ongehevelde broden" (Handelingen 12:3), waarschijnlijk in het voorjaar van 44 n.Chr. Tyrus en Sidon waren voor hun voedsel van zijn land afhankelijk (Handelingen 12:20). Over zijn dood bestaan twee verslagen. Handelingen 12:21-23 vertelt van de rede op "een gezetten dag", de toejuiching als god en de slag van een engel des Heeren. Josephus (Joodse Oudheden 19.343-350) beschrijft een feest in Caesarea ter ere van de keizer, waar Agrippa in een kleed van zilver verscheen dat in de ochtendzon schitterde. Vleiers noemden hem een god en hij wees dat niet af; direct daarna kreeg hij hevige buikpijn en na vijf dagen stierf hij, volgens Josephus 54 jaar oud, in 44 n.Chr. De beide verslagen vullen elkaar aan zonder elkaar te kopiëren. Hij liet een zoon na, Agrippa II, de koning Agrippa uit Handelingen 25 en 26, en dochters onder wie Bernice (Handelingen 25:13) en Drusilla, de vrouw van Felix (Handelingen 24:24).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Politiek behendig: hij merkte wat de Joden behaagde, speelde daarop in en wachtte met Petrus tot na het paasfeest om het volk niet te ergeren (Handelingen 12:3-4)
  • Een redenaar die een menigte wist te raken (Handelingen 12:21-22)
  • Volgens Josephus (buitenbijbels) nam hij in Jeruzalem de joodse wet in acht en was hij bij het volk geliefd

−Zwakke kanten

  • Wreed: hij liet Jakobus met het zwaard doden (Handelingen 12:2) en liet de wachters wegleiden, waarschijnlijk ter dood (Handelingen 12:19)
  • Mensenbehaaglijk: hij zette de vervolging voort omdat het de Joden behaagde (Handelingen 12:3)
  • Hoogmoedig: hij liet zich als een god toejuichen en gaf God de eer niet (Handelingen 12:22-23)

Theologische betekenis

Handelingen 12 is gebouwd als een tegenstelling. Aan het begin heeft Herodes alle macht: hij doodt Jakobus, grijpt Petrus en zet zestien soldaten bij hem. De gemeente heeft niets dan gebed: "van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan" (Handelingen 12:5). Aan het eind ligt Herodes dood en gaat het Woord voort. Lukas gebruikt in het Grieks hetzelfde werkwoord voor de engel die Petrus "slaande de zijde" wekt (Handelingen 12:7) en voor de engel die Herodes slaat (Handelingen 12:23): dezelfde hand die de een bevrijdt, oordeelt de ander. Daarbij is opvallend dat God niet iedereen op dezelfde manier redt. Jakobus sterft door het zwaard, Petrus wordt bevrijd. Lukas geeft daar geen verklaring voor en verbindt het lot van geen van beiden aan meer of minder gebed of geloof. Jezus had Jakobus voorzegd: "Mijn drinkbeker zult gij wel drinken" (Mattheüs 20:23). Zowel het martelaarschap als de verlossing liggen in Gods hand. Het oordeel over Herodes wordt uitdrukkelijk gemotiveerd: "daarom dat hij Gode de eer niet gaf" (Handelingen 12:23). Niet de vervolging van de gemeente wordt als reden genoemd, maar het aanvaarden van goddelijke eer. Daarin klinkt het woord van de HEERE: "Mijn eer zal Ik geen anderen geven" (Jesaja 42:8). Het verhaal doet denken aan Nebukadnezar, die wandelend op zijn paleis roemde in "het grote Babel, dat ik gebouwd heb" en terstond werd vernederd (Daniël 4:29-33). Het vormt ook een scherp contrast met de apostelen: Petrus richtte Cornelius op met de woorden "ik ben ook zelf een mens" (Handelingen 10:26), en Paulus en Barnabas weerden de eer die de mensen in Lystra hun wilden geven (Handelingen 14:14-15). Ten slotte laat het hoofdstuk zien hoe Psalm 2 in de geschiedenis van de kerk doorwerkt. "De koningen der aarde stellen zich op" (Psalm 2:2), maar "Die in den hemel woont, zal lachen" (Psalm 2:4). De gemeente had die psalm kort tevoren in haar gebed op Herodes Antipas en Pilatus toegepast (Handelingen 4:25-27). Met de dood van Agrippa I komt die belijdenis opnieuw uit. De gereformeerde uitleg ziet hier geen garantie dat vervolgers altijd zichtbaar gestraft worden, maar wel een teken dat Christus regeert en dat Zijn Woord niet gebonden is.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Herodes Agrippas (Grieks)

Betekenis

Herodes: mogelijk heldhaftig

Sleutelmomenten

1

Vervolging van de gemeente

Koning Herodes sloeg "de handen aan sommigen van de Gemeente, om die kwalijk te handelen". Het is de eerste keer in Handelingen dat een koning de gemeente vervolgt.

Handelingen 12:1

2

Jakobus gedood

Hij laat Jakobus, de broer van Johannes en zoon van Zebedeüs, met het zwaard doden. Jakobus is de eerste van de twaalf apostelen van wie de Bijbel de marteldood vermeldt.

Handelingen 12:2

3

Petrus gevangengezet

Omdat dit de Joden behaagt, laat Herodes ook Petrus grijpen tijdens de dagen van de ongezuurde broden. Vier wachten van elk vier soldaten bewaken hem; na het paasfeest wil de koning hem voor het volk brengen.

Handelingen 12:3-4

4

Petrus bevrijd uit zijn hand

De gemeente bidt onophoudelijk. In de nacht voor het proces wekt een engel Petrus, de ketenen vallen af en de ijzeren poort gaat vanzelf open. Petrus zegt dat de Heere hem verlost heeft "uit de hand van Herodes".

Handelingen 12:5-11

5

De wachters weggeleid

Herodes zoekt Petrus maar vindt hem niet. Hij verhoort de wachters en laat hen wegleiden, wat naar Romeins recht waarschijnlijk hun terechtstelling betekende. Daarna vertrekt hij naar Caesarea.

Handelingen 12:18-19

6

Tyrus en Sidon zoeken vrede

Herodes was vijandig gezind tegen Tyrus en Sidon. De steden winnen Blastus, de kamerling van de koning, voor zich en vragen om vrede, omdat zij hun voedsel uit het land van de koning betrekken.

Handelingen 12:20

7

"Een stem Gods, en niet eens mensen!"

Op een vastgestelde dag houdt Herodes in een koninklijk kleed vanaf de rechterstoel een rede. Het volk roept dat het de stem van een god is en niet van een mens.

Handelingen 12:21-22

8

Door een engel des Heeren geslagen

Onmiddellijk slaat een engel des Heeren hem, "daarom dat hij Gode de eer niet gaf". Hij wordt door wormen gegeten en sterft.

Handelingen 12:23

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Herodes Agrippa I beter te begrijpen.

Handelingen 12:1

“En omtrent denzelfden tijd sloeg de koning Herodes de handen aan sommigen van de Gemeente, om die kwalijk te handelen.”

De eerste vermelding. Lukas noemt hem "de koning Herodes"; dat het om Agrippa I gaat, weten wij uit Josephus.

Handelingen 12:2

“En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard.”

De dood van de eerste apostel-martelaar wordt in één zin verteld. Lukas staat er niet bij stil, maar het hoofdstuk eindigt met Gods antwoord.

Handelingen 12:3

“En toen hij zag, dat het den Joden behagelijk was, voer hij voort, om ook Petrus te vangen (en het waren de dagen der ongehevelde broden);”

Het motief van de koning is politiek: hij zoekt de gunst van de Joden. De tijd van het paasfeest herinnert aan het lijden van Christus.

Handelingen 12:11

“En Petrus, tot zichzelven gekomen zijnde, zeide: Nu weet ik waarachtiglijk dat de Heere Zijn engel uitgezonden heeft, en mij verlost heeft uit de hand van Herodes, en uit al de verwachting van het volk der Joden.”

Petrus beseft pas op straat wat er gebeurd is. De macht van Herodes heet hier een "hand" waaruit de Heere verlost.

Handelingen 12:19

“En als Herodes hem gezocht had, en niet vond, en de wachters rechtelijk ondervraagd had, gebood hij, dat zij weggeleid zouden worden. En hij vertrok van Judea naar Cesarea, en hield zich aldaar.”

De wachters betalen de prijs voor wat zij niet konden verhinderen. De Statenvertaling schrijft Cesarea voor de havenstad Caesarea.

Handelingen 12:21

“En op een gezetten dag, Herodes, een koninklijk kleed aangedaan hebbende, en op den rechterstoel gezeten zijnde, deed een rede tot hen.”

Het koninklijke kleed en de rechterstoel tonen de koning op het toppunt van zijn macht. Josephus spreekt van een kleed van zilver.

Handelingen 12:22

“En het volk riep hem toe: Een stem Gods, en niet eens mensen!”

De vleierij van de menigte. Herodes weerspreekt haar niet, en daarin ligt volgens het volgende vers zijn schuld.

Handelingen 12:23

“En van stonde aan sloeg hem een engel des Heeren, daarom dat hij Gode de eer niet gaf; en hij werd van de wormen gegeten, en gaf den geest.”

Het oordeel komt onmiddellijk en wordt uitdrukkelijk verklaard: hij gaf God de eer niet. Josephus bevestigt een plotselinge ziekte en de dood na vijf dagen.

Handelingen 12:24

“En het Woord Gods wies, en vermenigvuldigde.”

De slotzin van het hoofdstuk. De koning is gestorven, het Woord dat hij wilde smoren, groeit door.

Tijdperiode

~44 n.Chr.

Herodes Agrippa I leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Herodes Agrippa I deed wat het volk behaagde en liet zich graag prijzen. Daarin ligt een eerste les: wie zijn koers bepaalt naar de gunst van mensen, kan ver gaan, tot het doden van onschuldigen toe. De vraag die Handelingen 12 aan ons stelt, is niet of wij koningen zijn, maar of wij de eer zoeken die van mensen komt of de eer die God toekomt. Daarnaast laat dit hoofdstuk zien wat gebed vermag. Tegenover de koning met zijn soldaten stond een huis vol biddende mensen (Handelingen 12:12). Zij hadden geen macht om Petrus te bevrijden, en toen hij voor de deur stond, geloofden zij het eerst niet (Handelingen 12:13-16). God verhoorde hen toch. Dat is een bemoediging voor ieder die bidt voor vervolgde christenen, ook als de afloop onzeker is. Een derde les is moeilijker. Jakobus werd niet bevrijd. Wij kunnen niet verklaren waarom de een gespaard blijft en de ander sterft, en de Bijbel doet dat hier evenmin. Wel mogen wij weten dat beiden in Gods hand waren, en dat het lijden van Jakobus niet zinloos was, al wordt het in één vers verteld. Ten slotte wijst het einde van Herodes ons op de verhouding tussen macht en God. Zijn regering leek stevig en zijn rijk groot, maar het eindigde in één dag. Het Woord dat hij wilde onderdrukken, groeide door (Handelingen 12:24). Dat geeft rust: de toekomst van de kerk hangt niet af van de welwillendheid van machthebbers, maar van de Heere die Zijn Woord laat voortgaan.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Herodes Agrippa I

Wie was Herodes Agrippa I in de Bijbel?
Herodes Agrippa I was een kleinzoon van Herodes de Grote. Hij was vanaf 37 n.Chr. koning en van 41 tot 44 n.Chr. heerser over vrijwel het hele land van zijn grootvader, met Judea en Samaria. In Handelingen 12 vervolgt hij de gemeente in Jeruzalem: hij laat de apostel Jakobus met het zwaard doden en zet Petrus gevangen. Petrus wordt door een engel bevrijd. Kort daarna sterft Herodes in Caesarea, geslagen door een engel des Heeren "daarom dat hij Gode de eer niet gaf" (Handelingen 12:23).
Wat betekent de naam Herodes Agrippa?
Herodes was de naam van zijn grootvader Herodes de Grote, die in de familie als vorstennaam werd gedragen. De naam is Grieks en wordt meestal in verband gebracht met het woord voor held, maar de precieze betekenis is onzeker. Agrippa is een Romeinse naam. Hij werd waarschijnlijk vernoemd naar Marcus Agrippa, de vriend en schoonzoon van keizer Augustus, met wie Herodes de Grote bevriend was. De Romeinse schrijver Plinius verklaart de naam Agrippa als aanduiding voor iemand die met de voeten eerst geboren is.
Waar staat Herodes Agrippa in de Bijbel?
Herodes Agrippa I staat alleen in Handelingen 12. Het begin van het hoofdstuk (verzen 1 tot 4) vertelt hoe hij Jakobus doodt en Petrus gevangenzet. In de verzen 5 tot 19 bevrijdt een engel Petrus en laat Herodes de wachters wegleiden. In de verzen 20 tot 23 volgen het conflict met Tyrus en Sidon, zijn rede in Caesarea en zijn dood. Zijn zoon, koning Agrippa II, verschijnt later in Handelingen 25 en 26.
Waarom noemt de Bijbel hem alleen Herodes?
Handelingen 12 spreekt van "de koning Herodes" en daarna steeds van Herodes, omdat dat de bekende vorstennaam van zijn familie was. De naam Agrippa komt uit buitenbijbelse bronnen, vooral uit de joodse geschiedschrijver Josephus, en uit munten van zijn regering. Omdat tijd, plaats en het verhaal over zijn dood in Caesarea overeenkomen, nemen uitleggers algemeen aan dat de Herodes van Handelingen 12 dezelfde is als de koning Agrippa I van Josephus.
Waarom liet Herodes Jakobus doden?
De Bijbel geeft geen afzonderlijke reden voor de dood van Jakobus, maar het vervolg zegt veel: toen Herodes "zag, dat het den Joden behagelijk was", liet hij ook Petrus grijpen (Handelingen 12:3). Het ging hem kennelijk om de gunst van de Joden. Josephus beschrijft hem als een koning die in Jeruzalem graag de gunst van het volk zocht. Jakobus behoorde met Petrus en Johannes tot de kern van de apostelen, en was daardoor een zichtbaar doelwit.
Hoe ontsnapte Petrus uit de gevangenis van Herodes?
Herodes liet Petrus bewaken door vier wachten van elk vier soldaten, om hem na het paasfeest voor het volk te brengen. In de nacht daarvoor sliep Petrus tussen twee soldaten, met twee ketenen gebonden. Een engel des Heeren wekte hem, de ketenen vielen af en de ijzeren poort naar de stad ging vanzelf open (Handelingen 12:6-10). Ondertussen bad de gemeente voor hem. Petrus erkende daarna dat de Heere hem verlost had "uit de hand van Herodes" (Handelingen 12:11).
Hoe is Herodes Agrippa gestorven?
Volgens Handelingen 12:21-23 hield Herodes in Caesarea, gekleed in een koninklijk kleed en gezeten op de rechterstoel, een rede voor het volk. Het volk riep: "Een stem Gods, en niet eens mensen!" Direct daarop sloeg een engel des Heeren hem, "daarom dat hij Gode de eer niet gaf; en hij werd van de wormen gegeten, en gaf den geest". Om welke ziekte het ging, zegt de tekst niet; daarover bestaan alleen vermoedens.
Wat zegt Josephus over de dood van Herodes Agrippa?
De joodse geschiedschrijver Josephus vertelt in zijn Joodse Oudheden (19.343-350) dat Agrippa in Caesarea een feest ter ere van de keizer bijwoonde. Hij droeg een kleed van zilver dat in de ochtendzon schitterde, en vleiers noemden hem een god. Hij wees dat niet af. Direct daarna kreeg hij hevige pijn in de buik, en na vijf dagen stierf hij, 54 jaar oud. Het verslag verschilt in details van Handelingen 12, maar bevestigt de kern: de toejuiching als god en een plotselinge dood.
Is Herodes Agrippa dezelfde als de Herodes uit het kerstverhaal?
Nee. De Herodes uit het kerstverhaal is Herodes de Grote, die de kinderen van Bethlehem liet doden (Mattheüs 2:16) en omstreeks 4 v.Chr. stierf. Herodes Agrippa I was zijn kleinzoon. Ook Herodes Antipas, die Johannes de Doper liet onthoofden en Jezus ondervroeg, is een ander: hij was een zoon van Herodes de Grote en een oom van Agrippa I. Antipas was bovendien getrouwd met Herodias, de zuster van Agrippa.
Wat is het verschil tussen Herodes Agrippa I en koning Agrippa?
Koning Agrippa uit Handelingen 25 en 26 is Agrippa II, de zoon van Herodes Agrippa I. Hij was nog jong toen zijn vader in 44 n.Chr. stierf en kreeg later een kleiner gebied. Samen met zijn zuster Bernice hoorde hij Paulus in Caesarea, en hij zei: "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden" (Handelingen 26:28). Een andere dochter van Agrippa I was Drusilla, de vrouw van stadhouder Felix (Handelingen 24:24).
Wat kunnen wij leren van Herodes Agrippa I?
Herodes laat zien waar de zucht naar menselijke eer toe kan leiden: hij vervolgde de gemeente omdat het de Joden behaagde, en liet zich als een god toejuichen. Zijn einde herinnert eraan dat God Zijn eer niet aan een ander geeft (Jesaja 42:8). Tegelijk toont Handelingen 12 de kracht van het gebed en de zekerheid dat het Evangelie niet te stuiten is: "En het Woord Gods wies, en vermenigvuldigde" (Handelingen 12:24).

Stel een vraag over Herodes Agrippa I

Wilt u meer weten over Herodes Agrippa I? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Herodes Agrippa I

Bijbelverhalen rond Herodes Agrippa I

Verdiep u verder