Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Jaïrus in de Bijbel

Iaïros (Ἰάϊρος, Grieks), van Jaïr (יָאִיר, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: hij (God) verlicht”

Wie was Jaïrus?

Jaïrus was een van de oversten van een synagoge in Galilea. Zijn enige dochter van ongeveer twaalf jaar lag op sterven, en hij smeekte Jezus te komen. Onderweg kwam het bericht dat zij gestorven was. Jezus zei: "Vrees niet; geloof alleenlijk", nam haar hand en wekte haar op (Markus 5:22-43).

Jaïrus komt in de Bijbel voor in twee evangeliën die hem bij naam noemen: Markus 5:21-43 en Lukas 8:40-56. Mattheüs vertelt hetzelfde verhaal korter in Mattheüs 9:18-26, maar spreekt alleen van "een overste" en noemt geen naam. Verder wordt Jaïrus nergens in de Bijbel genoemd. De Statenvertaling schrijft zijn naam zonder trema: "er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus" (Markus 5:22). Wij schrijven Jaïrus, omdat de a en de i apart worden uitgesproken. Het is de Griekse vorm van de oudtestamentische naam Jaïr. Jaïrus was een vooraanstaand man in zijn stad, een van de leiders van de synagoge. Toch valt hij in het openbaar aan Jezus’ voeten, want zijn dochtertje is "in haar uiterste" (Markus 5:23). Lukas voegt toe dat het "een enige dochter, van omtrent twaalf jaren" was (Lukas 8:42). Jezus gaat met hem mee, maar onderweg houdt een vrouw die twaalf jaar aan bloedvloeiing leed de stoet op: zij raakt Jezus’ kleed aan en wordt genezen. Terwijl Jezus nog met haar spreekt, komen er mensen uit het huis van Jaïrus met het bericht dat het meisje gestorven is. Jezus zegt tot de vader: "Vrees niet; geloof alleenlijk" (Markus 5:36). In het huis stuurt Jezus de klagers weg. Met alleen de ouders en Petrus, Jakobus en Johannes gaat Hij naar binnen, neemt het kind bij de hand en zegt: "Talitha kumi!" Markus vertaalt die Aramese woorden zelf: "Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op" (Markus 5:41). Het meisje staat op en loopt rond, en Jezus zegt dat men haar te eten moet geven. Wat er daarna van Jaïrus en zijn dochter geworden is, vertelt de Bijbel niet. Jaïrus is niet te verwarren met Jaïr, de richter uit Gilead (Richteren 10:3), of met Jaïr, een nakomeling van Manasse (Numeri 32:41). Zijn dochtertje is ook een ander dan Tabitha, de vrouw in Joppe die door Petrus werd opgewekt (Handelingen 9:40).

Historische context

Het verhaal speelt rond het jaar 30 in Galilea, in de tijd dat Jezus rondtrok langs het meer. Markus vertelt dat Jezus "wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde" en "bij de zee" was (Markus 5:21). Hij kwam terug van de oostelijke oever, waar Hij de bezetene met het legioen had bevrijd (Markus 5:1-20). In welke stad Jaïrus woonde, zeggen Markus en Lukas niet. Bij Mattheüs speelt het verhaal kort na Jezus’ terugkeer in "Zijn stad" (Mattheüs 9:1), en dat is volgens Mattheüs 4:13 Kapernaüm. Daarom denken veel uitleggers dat Jaïrus overste was van de synagoge in Kapernaüm, al blijft dat een afleiding. In de synagoge kwamen de Joden op de sabbat samen voor gebed, schriftlezing en uitleg. Jezus leerde zelf in de synagoge van Kapernaüm (Markus 1:21). Een synagogeoverste zorgde voor de gang van zaken in de samenkomst. In Handelingen 13:15 nodigen de oversten na "het lezen der wet en der profeten" Paulus en zijn metgezellen uit om een woord te spreken. Markus schrijft "een van de oversten": een synagoge kon er dus meer dan één hebben. Het was een eervolle positie. Niet elke synagogeoverste stond open voor Jezus: in Lukas 13:14 neemt er een het kwalijk dat Jezus op de sabbat geneest. In Korinthe komen later Crispus en Sosthenes voor, beiden overste van de synagoge (Handelingen 18:8 en Handelingen 18:17). Twee bepalingen uit de wet maken het verhaal scherper. Een vrouw met langdurig bloedverlies was volgens Leviticus 15:25-27 onrein, en wie aanraakte waarop zij gelegen of gezeten had, werd onrein "tot aan den avond". De vrouw die Jezus aanraakte, leefde dus twaalf jaar aan de rand van het godsdienstige leven. Wie een dode aanraakte, werd volgens Numeri 19:11 zelfs "zeven dagen" onrein. Toch laat Jezus Zich door de vrouw aanraken en neemt Hij het gestorven meisje bij de hand. Bij een sterfgeval begon de rouw direct. Mattheüs noemt "de pijpers en de woelende schare" (Mattheüs 9:23). Volgens de Misjna (Ketuboth 4:4) moest zelfs de armste Israëliet bij de begrafenis van zijn vrouw minstens twee fluitspelers en één klaagvrouw laten komen. Jezus sprak in het dagelijks leven waarschijnlijk Aramees; Markus bewaart enkele woorden in die taal, zoals hier "Talitha kumi" en elders "Effatha" (Markus 7:34). Mattheüs vat het verhaal samen: daar zegt de overste meteen dat zijn dochter "nu terstond gestorven" is (Mattheüs 9:18). Markus en Lukas vertellen het in twee stappen, eerst de ziekte en dan het bericht van de dood. Uitleggers zien hier gewoonlijk de beknopte stijl van Mattheüs, die vaker bijzaken weglaat.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Nederig: als vooraanstaand man viel hij in het openbaar aan Jezus’ voeten (Markus 5:22)
  • Vol zorg voor zijn kind: hij bad Jezus zeer voor zijn dochtertje (Markus 5:23)
  • Verwachtte redding van Jezus: als Hij de handen op haar legde, zou zij leven (Markus 5:23)
  • Ging met Jezus verder naar huis, ook na het bericht dat het te laat was (Markus 5:36-38)

−Zwakke kanten

  • Stond na het bericht van de dood bloot aan vrees: Jezus sprak hem aan met "Vrees niet" (Markus 5:36)

Theologische betekenis

Markus vlecht twee verhalen in elkaar, en het getal twaalf verbindt ze: de vrouw was twaalf jaar ziek, het meisje twaalf jaar oud (Markus 5:25 en Markus 5:42). De vertraging onderweg moet voor Jaïrus zwaar zijn geweest, maar zij wordt de leerschool van zijn geloof. Hij ziet eerst wat het geloof van de vrouw ontvangt, en hoort daarna zelf: "Vrees niet; geloof alleenlijk" (Markus 5:36). Lukas voegt eraan toe: "en zij zal behouden worden" (Lukas 8:50). Volgens de wet maakte aanraking van een onreine of van een dode onrein. Hier gaat het andersom: reinheid en leven gaan van Jezus uit. Hij bekende "in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was" (Markus 5:30). Het ging niet om de kracht van een kledingstuk. Jezus haalt de vrouw naar voren en zegt: "Dochter, uw geloof heeft u behouden" (Markus 5:34). Het Griekse woord voor behouden betekent zowel genezen als redden. "Het kind is niet gestorven, maar het slaapt" (Markus 5:39). Jezus ontkent niet dat het meisje dood is; Lukas schrijft dat de omstanders wisten "dat zij gestorven was" (Lukas 8:53). Maar Hij noemt de dood een slaap, omdat Hij haar wekken zal. Hetzelfde beeld gebruikt Hij bij Lazarus (Johannes 11:11), en Paulus spreekt van hen die "ontslapen zijn in Jezus" (1 Thessalonicenzen 4:14). Het meisje kwam terug in het gewone leven, en zij zou later opnieuw sterven. Haar opwekking is een teken dat vooruitwijst naar de opstanding van Christus zelf en naar de jongste dag, want "De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood" (1 Korinthe 15:26). Hebreeën 11:35 spreekt over vrouwen die "hare doden uit de opstanding weder gekregen" hebben, en over anderen die uitzagen naar "een betere opstanding". Ten slotte zijn Petrus, Jakobus en Johannes hier voor het eerst als drietal apart genomen. Dezelfde drie zijn later bij de verheerlijking op de berg (Markus 9:2) en in Gethsemane (Markus 14:33). Petrus deed in Joppe later bijna hetzelfde als wat hij hier zag: hij stuurde iedereen weg, bad en zei: "Tabitha, sta op!" (Handelingen 9:40).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Iaïros (Ἰάϊρος, Grieks), van Jaïr (יָאִיר, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: hij (God) verlicht

Betekenis van de naam Jaïrus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Terug over het meer

Jezus vaart terug uit het land van de Gadarenen. Aan de oever van het meer verzamelt zich een grote menigte rond Hem, die volgens Lukas al op Hem wachtte.

Markus 5:21

2

Jaïrus valt aan Zijn voeten

Een van de oversten van de synagoge, Jaïrus, valt voor Jezus neer en bidt Hem te komen en de handen op zijn dochtertje te leggen, opdat zij zal leven. Jezus gaat met hem mee.

Markus 5:22-24

3

De vrouw met de bloedvloeiing

Een vrouw die twaalf jaar aan bloedvloeiing leed en al haar geld aan artsen had uitgegeven, raakt van achteren Jezus’ kleed aan en is direct genezen. Jezus vraagt wie Hem aanraakte, en zij vertelt bevend de hele waarheid.

Markus 5:25-34

4

Het bericht van de dood

Terwijl Jezus nog met de vrouw spreekt, komen er mensen uit het huis van Jaïrus. Zij zeggen dat zijn dochter gestorven is en dat hij de Meester niet langer lastig hoeft te vallen.

Markus 5:35

5

Vrees niet; geloof alleenlijk

Jezus hoort het bericht en zegt tot Jaïrus: "Vrees niet; geloof alleenlijk." Hij laat niemand meer met Zich meegaan dan Petrus, Jakobus en Johannes.

Markus 5:36-37

6

Het kind slaapt

In het huis is het rumoerig van geween. Jezus zegt dat het kind niet gestorven is maar slaapt. De klagers lachen Hem uit, en Hij stuurt hen allemaal naar buiten.

Markus 5:38-40

7

Talitha kumi

Jezus neemt het meisje bij de hand en zegt: "Talitha kumi!" Markus vertaalt het zelf: "Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op." Zij staat direct op en loopt rond.

Markus 5:41-42

8

Geef haar te eten

Jezus gebiedt de ouders dat niemand het mag weten, en zegt dat men het meisje te eten moet geven. Toch gaat het gerucht volgens Mattheüs door het hele land (Mattheüs 9:26).

Markus 5:43

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jaïrus beter te begrijpen.

Markus 5:22

“En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,”

De enige plaats in Markus waar Jaïrus bij naam genoemd wordt. Een leider van de synagoge buigt zich in het openbaar voor Jezus neer.

Markus 5:23

“En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.”

Het gebed van een vader. Jaïrus verwacht dat Jezus’ aanraking zijn kind kan redden.

Lukas 8:42

“Want hij had een enige dochter, van omtrent twaalf jaren, en deze lag op haar sterven. En als Hij heenging, zo verdrongen Hem de scharen.”

Lukas noemt het meisje de enige dochter van Jaïrus, zoals hij ook de jongeling van Naïn de enige zoon van zijn moeder noemt.

Markus 5:34

“En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.”

Het woord tot de vrouw met de bloedvloeiing. Jaïrus stond erbij toen Jezus dit zei.

Markus 5:36

“En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.”

Het kernwoord voor Jaïrus, gesproken op het moment dat alle hoop verloren leek.

Markus 5:39

“En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.”

Jezus noemt de dood een slaap, omdat Hij het kind zal wekken. De omstanders lachen Hem uit.

Markus 5:41

“En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.”

Markus bewaart de Aramese woorden die Jezus sprak en vertaalt ze voor zijn lezers.

Markus 5:42

“En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.”

De opwekking is direct en volledig: het meisje staat op en loopt rond. Hier noemt Markus haar leeftijd.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Jaïrus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jaïrus was een man met aanzien, maar toen zijn kind op sterven lag, viel hij in het openbaar aan Jezus’ voeten. Nood maakt ons niet minder, maar eerlijker. Wij mogen met wat ons het zwaarst valt naar de Heere gaan, ongeacht wat anderen van ons denken. Hij moest ook wachten. Terwijl zijn dochter stervende was, bleef Jezus staan voor een vrouw die al twaalf jaar ziek was. Wie bidt en geen direct antwoord krijgt, kan zich in Jaïrus herkennen. Het uitstel betekende niet dat Jezus hem vergeten was. Wat Jaïrus onderweg zag, de genezing van de vrouw door het geloof, bereidde hem voor op wat komen zou. Het woord "Vrees niet; geloof alleenlijk" werd gesproken op het moment van het slechtste nieuws. Jezus wekt vandaag niet ieder gestorven kind op, en het zou onjuist zijn dat te beloven aan ouders in rouw. Maar Hij noemt de dood een slaap voor wie Hem toebehoort, en Hij heeft het laatste woord. Daarom mogen wij bij een graf rouwen en tegelijk hopen. Tot slot zegt Jezus na het wonder dat men het meisje te eten moet geven. De Heere die de dood overwint, denkt ook aan een hongerig kind en aan ouders die niet weten wat zij moeten doen. Het geloof trekt ons niet weg uit het gewone leven, maar brengt ons erin terug, met dankbaarheid voor de zorg van elke dag.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jaïrus

Wie was Jaïrus in de Bijbel?
Jaïrus was een van de oversten van een synagoge in Galilea, waarschijnlijk in Kapernaüm. Zijn enige dochter van ongeveer twaalf jaar lag op sterven, en hij viel aan Jezus’ voeten met de vraag of Hij wilde komen. Onderweg kwam het bericht dat het meisje gestorven was. Jezus zei: "Vrees niet; geloof alleenlijk", ging naar het huis en wekte het kind op (Markus 5:22-43).
Wat betekent de naam Jaïrus?
Jaïrus is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Jaïr. Die wordt gewoonlijk verklaard als hij (God) verlicht, afgeleid van het Hebreeuwse woord voor licht. Sommige uitleggers denken aan een verwant werkwoord dat wekken betekent, wat goed zou passen bij het verhaal, maar die afleiding is onzeker. De Bijbel zelf geeft geen uitleg van de naam, dus wij bouwen er niets op.
Waar staat Jaïrus in de Bijbel?
Het verhaal staat in drie evangeliën: Markus 5:21-43, Lukas 8:40-56 en Mattheüs 9:18-26. Alleen Markus en Lukas noemen hem bij naam; Mattheüs spreekt van "een overste". In alle drie is het verhaal verweven met de genezing van de vrouw met de bloedvloeiing. Buiten deze hoofdstukken wordt Jaïrus in de Bijbel niet meer genoemd.
Hoe schrijft u Jaïrus in de Statenvertaling?
De Statenvertaling schrijft Jairus, zonder trema: "er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus" (Markus 5:22). In hedendaags Nederlands is Jaïrus gebruikelijk; het trema geeft aan dat de a en de i apart worden uitgesproken. Beide spellingen duiden dezelfde persoon aan.
Wat betekent Talitha kumi?
Talitha kumi is Aramees, de taal die Jezus in het dagelijks leven waarschijnlijk sprak. Talitha betekent meisje of kind, kumi betekent sta op. Markus vertaalt het zelf: "Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op" (Markus 5:41). Met deze woorden wekte Jezus de dochter van Jaïrus op. Het is geen toverformule: Lukas geeft dezelfde woorden in het Grieks weer als "Kind, sta op!" (Lukas 8:54).
Hoe heette de dochter van Jaïrus en hoe oud was zij?
De Bijbel noemt haar naam niet. Zij was zijn enige dochter, "een enige dochter, van omtrent twaalf jaren" (Lukas 8:42), en Markus bevestigt na de opwekking dat zij "twaalf jaren oud" was (Markus 5:42). Talitha is dus geen naam maar het Aramese woord voor meisje. Over haar verdere leven vertelt de Schrift niets.
Wie was de vrouw met de bloedvloeiing?
Haar naam wordt niet genoemd. Zij had twaalf jaar lang bloedverlies, had al haar geld aan artsen uitgegeven en was alleen maar slechter geworden (Markus 5:25-26). Zij zei: "Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden" (Markus 5:28). Zij raakte van achteren Jezus’ kleed aan en was direct genezen. Jezus riep haar naar voren en zei: "Dochter, uw geloof heeft u behouden" (Markus 5:34). Een apocrief geschrift uit latere tijd, de Handelingen van Pilatus, noemt haar Bernice (in het Latijn Veronica); dat staat niet in de Bijbel.
Waarom zei Jezus dat het meisje sliep?
Jezus zei: "Het kind is niet gestorven, maar het slaapt" (Markus 5:39). Hij bedoelde niet dat zij schijndood was; de omstanders lachten Hem uit, "wetende, dat zij gestorven was" (Lukas 8:53). Hij noemde de dood een slaap, omdat Hij haar zou wekken. Hetzelfde beeld gebruikt Hij bij Lazarus (Johannes 11:11), en het Nieuwe Testament spreekt van gelovigen die "ontslapen zijn in Jezus" (1 Thessalonicenzen 4:14).
Waarom mochten alleen Petrus, Jakobus en Johannes mee naar binnen?
De tekst zegt niet waarom. Markus vermeldt alleen dat Jezus "niemand toe Hem te volgen" liet dan deze drie (Markus 5:37), en dat in de kamer verder alleen de vader en de moeder waren. Het is de eerste keer dat Jezus dit drietal apart neemt; later zijn zij ook bij de verheerlijking op de berg (Markus 9:2) en in Gethsemane (Markus 14:33). Veel uitleggers zien hen als getuigen die Jezus voorbereidde op hun latere taak.
Waarom mocht niemand weten dat het meisje was opgewekt?
Markus schrijft: "Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten" (Markus 5:43). Zo’n gebod om te zwijgen komt in Markus vaker voor (Markus 1:44 en Markus 7:36). Uitleggers denken dat Hij wilde voorkomen dat men Hem alleen als wonderdoener zou zoeken, voordat Zijn weg naar het kruis duidelijk was. Geheim bleef het niet: "dit gerucht ging uit door dat gehele land" (Mattheüs 9:26).
Is Jaïrus dezelfde als Jaïr uit het Oude Testament?
Nee. Jaïrus draagt dezelfde naam als Jaïr, maar het zijn verschillende personen. In het Oude Testament heet zo een nakomeling van Manasse, die dorpen in Gilead innam (Numeri 32:41), en een richter uit Gilead die Israël tweeëntwintig jaar richtte (Richteren 10:3). Ook de vader van Mordechai heet Jair (Esther 2:5). Jaïrus leefde in de tijd van Jezus. Zijn dochtertje is ook een ander dan Tabitha, de vrouw in Joppe die door Petrus werd opgewekt (Handelingen 9:40).
Wat kunnen wij leren van Jaïrus?
Jaïrus leert ons met onze nood naar Jezus te gaan, ook als wij aanzien hebben te verliezen. Hij moest wachten terwijl een ander geholpen werd, en hoorde toen dat zijn kind gestorven was. Juist op dat moment zei Jezus: "Vrees niet; geloof alleenlijk" (Markus 5:36). Wij leren dat uitstel geen afwijzing is, dat de dood voor Christus niet het laatste woord heeft, en dat Hij ook aan de gewone zorg van elke dag denkt.

Stel een vraag over Jaïrus

Wilt u meer weten over Jaïrus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jaïrus

Bijbelverhalen rond Jaïrus

Verdiep u verder