Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~520 v.Chr.

Zerubbabel in de Bijbel

Zerubbabel (זְרֻבָּבֶל, Hebreeuws) of Zorobabel (Grieks) - “Waarschijnlijk: zaad van Babel”

Wie was Zerubbabel?

Zerubbabel was een nakomeling van David en de leider van de eerste groep Joden die na de Babylonische ballingschap naar Jeruzalem terugkeerde. Samen met de hogepriester Jozua herbouwde hij het altaar en de tempel, bemoedigd door de profeten Haggaï en Zacharia (Ezra 3:8). De tempel was klaar rond 516 of 515 voor Christus.

Zerubbabel is de man die na de ballingschap de tempel in Jeruzalem herbouwde. Hij komt voor in Ezra 2 tot en met 5, in Nehemia 7 en 12, in de twee hoofdstukken van Haggaï en in Zacharia 4. Ook 1 Kronieken 3:19 noemt hem, in het geslachtsregister van het huis van David. In het Nieuwe Testament staat hij in de geslachtsregisters van Jezus, waar de Statenvertaling hem Zorobabel noemt (Mattheüs 1:12-13 en Lukas 3:27). Zijn verhaal begint met het bevel van de Perzische koning Kores, die de Joden toestond naar Jeruzalem te gaan en het huis des HEEREN te herbouwen (Ezra 1:1-4). Met de hogepriester Jesua leidde Zerubbabel de eerste groep teruggekeerden. Zij bouwden het altaar, vierden het Loofhuttenfeest en legden in het tweede jaar na hun aankomst de grond van de tempel. Daarbij juichte het volk, terwijl de ouden die de eerste tempel nog gekend hadden, hardop weenden (Ezra 3:11-12). Daarna kwam de tegenslag. Zerubbabel weigerde de hulp van de volken die in het land woonden, en die maakten "de handen des volks van Juda slap" (Ezra 4:4). Het werk lag stil tot in het tweede jaar van koning Darius. Toen spraken Haggaï en Zacharia, en Zerubbabel en Jozua begonnen opnieuw (Ezra 5:1-2). Haggaï richtte zijn boodschappen uitdrukkelijk tot "Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda" (Haggaï 1:1), en Zacharia kreeg voor hem de bekende woorden over Gods Geest (Zacharia 4:6). Bij zijn verhaal hoort ook de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak. Ezra en Nehemia noemen hem Jesua, Haggaï en Zacharia Josua. Hij is niet te verwarren met Jozua, de opvolger van Mozes. Ook de koning Darius uit Ezra en Haggaï is een ander dan Darius de Meder uit Daniël 6: het gaat hier om een latere Perzische koning, gewoonlijk Darius I genoemd.

Historische context

In 586 (of 587) voor Christus verwoestten de Babyloniërs Jeruzalem en de tempel van Salomo. Al eerder, in 597, was koning Jechonia (Jojachin) met zijn hof naar Babel weggevoerd. Over hem had Jeremia gezegd dat niemand van zijn zaad voorspoedig zou zijn, "zittende op den troon Davids" (Jeremia 22:30). Het "kinderloos" uit hetzelfde vers betekent dus: geen zoon op de troon; 1 Kronieken 3:17 noemt wel zijn kinderen. Zerubbabel was een nakomeling van hem. Mattheüs 1:12 en Ezra 3:2 noemen hem een zoon van Sealthiel, 1 Kronieken 3:19 een zoon van Pedaja, die in de Statenvertaling een zoon van Sealthiel is (1 Kronieken 3:17-18). "Zoon" betekent in geslachtsregisters vaak nakomeling; anderen lezen Pedaja als broer van Sealthiel en denken aan een zwagerhuwelijk. De tekst zelf legt het niet uit. In 539 nam de Perzische koning Kores Babel in. In zijn eerste jaar, meestal gedateerd op 538, gaf hij de Joden verlof om terug te keren en de tempel te herbouwen (Ezra 1:1-3). De tempelvaten gingen mee met Sesbazar, "den vorst van Juda" (Ezra 1:8). De lijst van de teruggekeerden telt de hele gemeente op 42.360 personen (Ezra 2:64), en zij kwamen "met Zerubbabel, Jesua, Nehemia" en andere leiders (Ezra 2:2). De Nehemia in die lijst is een andere dan de latere landvoogd. Juda was nu een klein gebied binnen het Perzische rijk, onder het bestuur "aan deze zijde der rivier" (Ezra 5:3). Zerubbabel had geen koningstitel. Haggaï noemt hem "den vorst van Juda" (Haggaï 1:1); het Hebreeuwse woord wordt ook vertaald als landvoogd, en het Perzische bevel spreekt van "de landvoogd der Joden" (Ezra 6:7). Naast hem stond de hogepriester Jozua, kleinzoon van Seraja, "den hoofdpriester" (2 Koningen 25:18); zijn vader Jozadak was in de ballingschap meegegaan (1 Kronieken 6:14-15). Zo stonden een vorst uit het huis van David en een priester uit het huis van Aäron samen aan het hoofd. De tegenstanders, die zeiden dat zij sinds de dagen van de Assyrische koning Esar-Haddon dezelfde God offerden (Ezra 4:2), hielden de bouw tegen "al de dagen van Kores" tot aan het koninkrijk van Darius (Ezra 4:5). Het tweede jaar van Darius komt overeen met 520 voor Christus. Haggaï sprak in de zesde maand van dat jaar (Haggaï 1:1), Zacharia vanaf de achtste maand (Zacharia 1:1). De landvoogd Thathnai vroeg naar de toestemming, maar Darius vond het bevel van Kores terug en steunde de bouw (Ezra 5:3 en Ezra 6:1-12). De tempel werd voltooid op de derde dag van de maand Adar, in het zesde jaar van Darius (Ezra 6:15), meestal omgerekend naar 516 of 515 voor Christus. Bij de inwijding noemt Ezra 6 Zerubbabel niet meer bij naam. Wat er daarna met hem gebeurde, vertelt de Bijbel niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Leider van de eerste terugkeer, die met de hogepriester samen optrok (Ezra 2:2)
  • Gaf de eredienst voorrang: eerst het altaar, daarna de tempel (Ezra 3:2-3)
  • Hield vast aan het bevel dat het volk alleen zou bouwen, ook toen dat tegenstand opleverde (Ezra 4:3)
  • Luisterde naar het woord van de profeet en ging weer aan het werk (Haggaï 1:12)

−Zwakke kanten

  • Liet, met het volk, het werk jarenlang liggen en hoorde mee bij wie zeiden dat de tijd niet gekomen was (Haggaï 1:2-4)
  • Had de aansporing van de profeten nodig om opnieuw te beginnen (Ezra 5:1-2)

Theologische betekenis

Zerubbabel laat zien dat God Zijn belofte aan David niet vergat, ook toen het koningschap verdwenen leek. Over Jechonia, die in Jeremia Chonia heet, zei de HEERE dat Hij hem zou wegrukken, ook als hij "een zegelring ware aan Mijn rechterhand" (Jeremia 22:24). Bij Zerubbabel, zijn nakomeling, keert dat beeld om: "Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren" (Haggaï 2:24). Een zegelring is het teken van gezag en eigendom. Veel uitleggers zien hierin dat God de lijn van David, ondanks het oordeel, opnieuw aanneemt. Zerubbabel zelf werd geen koning, maar de belofte wees verder: Mattheüs 1:12-16 volgt de lijn via Zorobabel tot Jozef, "den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS". De tempelbouw is het tweede thema. Na de ballingschap moest de plaats waar God onder Zijn volk wilde wonen, opnieuw worden ingericht. Haggaï verbond de nieuwe tempel met een grotere toekomst: "De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste" (Haggaï 2:10). Die belofte werd niet vervuld door de pracht van het gebouw; de ouderen vonden het juist "als niets" (Haggaï 2:4). De kerk heeft haar van oudsher betrokken op de komst van Christus in deze tempel, die later door Herodes werd verbouwd. Het woord aan Zerubbabel in Zacharia 4:6 legt uit hoe God werkt: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden." Het visioen van de kandelaar met de twee olijfbomen (Zacharia 4:2-3 en Zacharia 4:14) toont olie die niet door mensen wordt aangevoerd. Veel uitleggers zien in de twee olietakken Zerubbabel en Jozua, de vorst en de priester, die beiden door Gods Geest gedragen werden. Die twee ambten wijzen samen vooruit. Zacharia zag hoe Jozua gereinigd werd en hoorde over "Mijn Knecht, de SPRUITE" (Zacharia 3:8). Later werden er kronen op het hoofd van Jozua gezet met de belofte van een Man "Wiens naam is SPRUITE", Die de tempel zal bouwen en "priester zijn op Zijn troon" (Zacharia 6:12-13). Wat bij Zerubbabel en Jozua verdeeld was, het koninklijke en het priesterlijke, komt in die Ene samen. De Hebreeënbrief tekent Christus als de Hogepriester Die gezeten is aan de rechterhand van de troon (Hebreeën 8:1).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Zerubbabel (זְרֻבָּבֶל, Hebreeuws) of Zorobabel (Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: zaad van Babel

Betekenis van de naam Zerubbabel: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Terugkeer uit Babel

Na het bevel van Kores leiden Zerubbabel en Jesua de eerste groep ballingen naar Jeruzalem en Juda. Ezra 2 geeft de lijst van families die met hen meekwamen.

Ezra 2:1-2

2

Het altaar herbouwd

In de zevende maand komt het volk als één man in Jeruzalem bijeen. Jesua en Zerubbabel bouwen het altaar, en vanaf dan worden er weer morgen- en avondoffers gebracht, al lag de grond van de tempel nog niet.

Ezra 3:1-6

3

De grondlegging van de tempel

In het tweede jaar na de terugkeer beginnen Zerubbabel en Jesua met de bouw. Bij de grondlegging juicht het volk, terwijl de ouden die de eerste tempel gezien hadden, met luider stem wenen.

Ezra 3:8-13

4

Hulp van buiten geweigerd

De tegenstanders van Juda bieden aan mee te bouwen. Zerubbabel en Jesua weigeren, met een beroep op het bevel van Kores. Daarop proberen de volken het werk te verhinderen, en het komt stil te liggen.

Ezra 4:1-5

5

Opgewekt door Haggaï

In het tweede jaar van Darius spreekt Haggaï het volk aan dat in eigen huizen woont terwijl het huis des HEEREN woest ligt. Zerubbabel, Jozua en het volk luisteren, en de HEERE verwekt hun geest om het werk te hervatten.

Haggaï 1:1-14

6

Wees sterk, gij Zerubbabel

Een maand later vergelijken de ouderen de nieuwe tempel met de eerste. God laat Zerubbabel, Jozua en het volk zeggen dat zij sterk moeten zijn en moeten werken, want Hij is met hen.

Haggaï 2:3-6

7

De zegelring

Haggaï sluit zijn boek af met een persoonlijk woord voor Zerubbabel. God zal de koninkrijken omkeren, maar hem nemen en stellen als een zegelring, omdat Hij hem verkoren heeft.

Haggaï 2:22-24

8

Niet door kracht noch door geweld

In het visioen van de gouden kandelaar krijgt Zacharia een woord voor Zerubbabel. Geen berg zal voor hem blijven staan; zijn handen hebben de tempel gegrondvest en zullen hem ook voleinden.

Zacharia 4:6-10

9

De tempel voltooid

Met steun van koning Darius en door de profetie van Haggaï en Zacharia wordt het huis Gods voltooid in het zesde jaar van Darius en met vreugde ingewijd.

Ezra 6:14-16

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zerubbabel beter te begrijpen.

Ezra 3:8

“In het tweede jaar nu hunner aankomst ten huize Gods te Jeruzalem, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en de overige hunner broederen, de priesters en de Levieten, en allen, die uit de gevangenis te Jeruzalem gekomen waren; en zij stelden de Levieten, van twintig jaren oud en daarboven, om opzicht te nemen over het werk van des HEEREN huis.”

Het begin van de tempelbouw. Zerubbabel en Jesua staan samen aan het hoofd, de vorst en de priester.

Ezra 4:3

“Maar Zerubbabel, en Jesua, en de overige hoofden der vaderen van Israel zeiden tot hen: Het betaamt niet, dat gijlieden en wij onzen God een huis bouwen; maar wij alleen zullen het den HEERE, den God Israels, bouwen, gelijk als de koning Kores, koning van Perzie, ons geboden heeft.”

Zerubbabel weigert de hulp van de volken in het land. De tegenstand die daarop volgt, legt het werk jarenlang stil.

Haggaï 1:14

“En de HEERE verwekte den geest van Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en den geest van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en den geest van het ganse overblijfsel des volks; en zij kwamen en maakten het werk in het huis van den HEERE der heirscharen, hun God.”

Het hervatten van de bouw is Gods werk: Hij verwekt de geest van de leiders en het volk, zoals Hij eerder de geest van Kores verwekte (Ezra 1:1).

Haggaï 2:5

“Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen;”

Een bemoediging voor wie de nieuwe tempel klein vond. De grond voor het werken is Gods aanwezigheid.

Haggaï 2:24

“Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiel, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen.”

Het laatste vers van Haggaï. Het beeld van de zegelring keert het oordeel over Jechonia om (Jeremia 22:24).

Zacharia 4:6

“Toen antwoordde Hij, en sprak tot mij, zeggende: Dit is het woord des HEEREN tot Zerubbabel, zeggende: Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen.”

Het bekendste vers dat over Zerubbabel gaat. De bouw hangt niet af van macht of middelen, maar van Gods Geest.

Zacharia 4:9

“De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voleinden; opdat gij weet, dat de HEERE der heirscharen mij tot ulieden gezonden heeft.”

Een belofte die in vervulling ging: de tempel werd voltooid in het zesde jaar van Darius (Ezra 6:15).

Zacharia 4:10

“Want wie veracht den dag der kleine dingen? daar zich toch die zeven verblijden zullen, als zij het tinnen gewicht zullen zien in de hand van Zerubbabel; dat zijn de ogen des HEEREN, die het ganse land doortrekken.”

Het tinnen gewicht is waarschijnlijk het schietlood van de bouwmeester. Wat klein begint, staat onder de ogen van de HEERE.

Mattheüs 1:12

“En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;”

In het geslachtsregister van Jezus heet hij Zorobabel. Zijn naam vormt de schakel tussen de ballingschap en de komst van de Messias.

Tijdperiode

~520 v.Chr.

Zerubbabel leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Zerubbabel stond voor een taak die veel te groot leek: een stad in puin, een klein en arm volk, tegenstanders die raadslieden tegen hen huurden (Ezra 4:5). Het woord dat hij kreeg, geldt evengoed voor ons: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden" (Zacharia 4:6). Wie in de gemeente, in het gezin of in het eigen geloofsleven voor een berg staat, hoeft die berg niet zelf te verzetten. Ook leren wij van hem dat ontmoediging echt is. Het werk lag ongeveer zestien jaar stil, en het volk zei dat de tijd nog niet gekomen was (Haggaï 1:2). Zerubbabel had het woord van Haggaï nodig om weer te beginnen. Dat is geen schande; het laat zien hoe God Zijn kinderen door Zijn Woord opnieuw op gang brengt. Verder vraagt Zacharia: "Want wie veracht den dag der kleine dingen?" (Zacharia 4:10). De ouden weenden omdat de nieuwe tempel zo bescheiden was. Wij vergelijken ook graag met vroeger, toen de kerken voller waren of het geloof vanzelfsprekender leek. God noemt het kleine begin niet waardeloos; Zijn ogen rusten erop. Ten slotte wijst Zerubbabel boven zichzelf uit. Hij was een zoon van David zonder kroon, een bouwer van een tempel die later verwoest zou worden. Wat hij niet kon zijn, is Christus geworden: de Koning en Hogepriester in één persoon. Wie in het werk van Zerubbabel de trouw van God ziet, mag weten dat die trouw in Christus tot haar doel is gekomen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Zerubbabel

Wie was Zerubbabel in de Bijbel?
Zerubbabel was een nakomeling van koning David en de leider van de eerste groep Joden die na de Babylonische ballingschap naar Jeruzalem terugkeerde, rond 538 voor Christus. Met de hogepriester Jozua (Jesua) herbouwde hij het altaar en legde hij de grond van de tempel (Ezra 3:8). Na jaren van stilstand ging hij, aangespoord door de profeten Haggaï en Zacharia, weer aan het werk; Zacharia 4:9 beloofde dat zijn handen de tempel ook zouden voleinden. Haggaï noemt hem "den vorst van Juda" (Haggaï 1:1).
Wat betekent de naam Zerubbabel?
De naam komt waarschijnlijk uit het Babylonisch (Akkadisch) en betekent dan zaad van Babel of spruit van Babel, oftewel: in Babel geboren. Dat past bij zijn achtergrond: Salathiel werd na de wegvoering geboren (Mattheüs 1:12), dus Zerubbabel zelf vrijwel zeker in Babel. Het is opvallend dat juist iemand met een Babylonische naam de tempel in Jeruzalem herbouwde. Een andere verklaring leest de naam als Hebreeuws: vreemdeling in Babel. De eerste verklaring is het meest gangbaar.
Waar staat Zerubbabel in de Bijbel?
Zerubbabel komt voor in Ezra 2 tot en met 5, in Nehemia 7:7, Nehemia 12:1 en Nehemia 12:47, in 1 Kronieken 3:19, in beide hoofdstukken van Haggaï en in Zacharia 4. In het Nieuwe Testament staat hij in de geslachtsregisters van Jezus (Mattheüs 1:12-13 en Lukas 3:27). De meeste gegevens over zijn werk staan in Ezra 3 tot en met 5 en in Haggaï.
Is Zorobabel dezelfde als Zerubbabel?
Ja. Zorobabel is de Griekse vorm van de naam, en die gebruikt de Statenvertaling in het Nieuwe Testament: "Salathiel gewon Zorobabel" (Mattheüs 1:12). Ook Salathiel is dezelfde als Sealthiel uit Ezra en Haggaï. In het Oude Testament schrijft de Statenvertaling steeds Zerubbabel.
Wie was Jozua (Jesua) de hogepriester?
Jozua, de zoon van Jozadak, was de hogepriester die samen met Zerubbabel de terugkeer en de tempelbouw leidde. Ezra en Nehemia noemen hem Jesua, Haggaï en Zacharia Josua. Zijn vader Jozadak was in de ballingschap meegegaan (1 Kronieken 6:15). In Zacharia 3 ziet de profeet hoe Josua in vuile klederen wordt gereinigd, en in Zacharia 6:11 worden kronen op zijn hoofd gezet. Hij is niet dezelfde als Jozua, de opvolger van Mozes.
Is Zerubbabel dezelfde als Sesbazar?
Dat is niet zeker. Sesbazar wordt "den vorst van Juda" genoemd en bracht de tempelvaten naar Jeruzalem (Ezra 1:8 en Ezra 1:11); volgens Ezra 5:16 legde hij de fondamenten van het huis Gods. Elders legt Zerubbabel de grond (Ezra 3:8-10 en Zacharia 4:9). Sommige uitleggers denken daarom dat het om één man met een Babylonische en een Hebreeuwse naam gaat. Anderen zien Sesbazar als een eerdere leider, onder wie Zerubbabel het werk voortzette.
Wat betekent "niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest"?
Deze woorden zijn in Zacharia 4:6 gericht aan Zerubbabel: "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen." De tempelbouw lag stil en de middelen waren klein. God maakte duidelijk dat het werk niet afhing van leger, geld of politieke invloed, maar van Zijn Geest. Het vers wordt nog altijd aangehaald als bemoediging voor wie met weinig middelen voor een grote taak staat.
Wat betekent het dat Zerubbabel een zegelring is?
In Haggaï 2:24 zegt God: "Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren." Een zegelring was het teken van gezag; wie hem droeg, kon in naam van de eigenaar handelen. Het beeld grijpt terug op Jeremia 22:24, waar God zegt dat Hij Chonia (Jechonia), de voorvader van Zerubbabel, als zegelring zou wegrukken. Veel uitleggers zien hierin dat God het huis van David na het oordeel opnieuw aanneemt.
Wie was de vader van Zerubbabel?
Ezra, Haggaï en Mattheüs noemen hem de zoon van Sealthiel (Ezra 3:2, Haggaï 1:1 en Mattheüs 1:12). Volgens 1 Kronieken 3:19 was hij een zoon van Pedaja, en in de Statenvertaling is Pedaja een zoon van Sealthiel (1 Kronieken 3:17-18). Dan is "zoon van Sealthiel" te lezen als nakomeling, zoals vaker in geslachtsregisters. Anderen lezen Pedaja als een broer van Sealthiel en denken aan een zwagerhuwelijk. Lukas 3:27 noemt Salathiel bovendien een zoon van Neri. Sommigen zien daarin een wettelijke en een natuurlijke lijn (vergelijk Jeremia 22:30), anderen andere personen met dezelfde namen. De Bijbel legt het niet uit. Volgens Mattheüs 1:12 was Zerubbabel in elk geval een nakomeling van koning Jechonia.
Was Zerubbabel een koning?
Nee. Zerubbabel was een nakomeling van David, maar Juda was een klein gebied in het Perzische rijk en had geen eigen koning. Haggaï noemt hem "den vorst van Juda" (Haggaï 1:1) en het bevel van Darius spreekt van "de landvoogd der Joden" (Ezra 6:7). Juist daarom vallen de beloften over hem op: God kondigt aan dat Hij de koninkrijken zal omkeren en hem als een zegelring zal stellen (Haggaï 2:23-24).
Wanneer was de tempel van Zerubbabel klaar?
De tempel werd voltooid "op den derden dag der maand Adar; datzelve was het zesde jaar van het koninkrijk van den koning Darius" (Ezra 6:15). Dat wordt meestal omgerekend naar 516 of 515 voor Christus, ruim twintig jaar na de terugkeer. Deze Darius is een Perzische koning, niet Darius de Meder uit Daniël 6. De tempel werd later door Herodes verbouwd en bestond tot de verwoesting in 70 na Christus. Wat er na de voltooiing met Zerubbabel gebeurde, vertelt de Bijbel niet.
Wat kunnen wij leren van Zerubbabel?
Zerubbabel leert ons dat Gods werk niet afhangt van menselijke kracht, maar van Gods Geest (Zacharia 4:6). Hij liet ook zien dat ontmoediging echt is: het werk lag jaren stil, en hij had het woord van de profeten nodig om opnieuw te beginnen. En hij herinnert eraan dat wij een klein begin niet moeten verachten (Zacharia 4:10). Als zoon van David zonder kroon wijst hij vooruit naar Christus, de Koning en Hogepriester.

Stel een vraag over Zerubbabel

Wilt u meer weten over Zerubbabel? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Zerubbabel

Bijbelverhalen rond Zerubbabel

Verdiep u verder