Ga naar hoofdinhoud
Handelingen, LukasHandelingen 1:1-11; Lukas 24:50-53

De hemelvaart van Jezus

De opgestane Heere zegent Zijn discipelen en wordt opgenomen

Samenvatting

De hemelvaart van Jezus is de geschiedenis uit Handelingen 1:1-11 en Lukas 24:50-53 van de dag waarop de opgestane Heere van Zijn discipelen werd opgenomen in de hemel. Na veertig dagen van verschijningen beloofde Hij hun de kracht van de Heilige Geest. Buiten Jeruzalem, op de Olijfberg, zegende Hij hen, en een wolk nam Hem weg. Twee mannen in witte kleding zeiden dat Hij op dezelfde wijze zal terugkomen.

Bijbelgedeelte

“En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.”
Lukas 24:51 (Statenvertaling)
“En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.”
Lukas 24:52 (Statenvertaling)
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”
Handelingen 1:8 (Statenvertaling)
“En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.”
Handelingen 1:9 (Statenvertaling)
“Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”
Handelingen 1:11 (Statenvertaling)

Het verhaal

Lukas vertelt de hemelvaart van Jezus twee keer: aan het slot van zijn Evangelie (Lukas 24:50-53) en aan het begin van het boek Handelingen (Handelingen 1:1-11). Beide boeken schreef hij aan Theofilus. Het eerste boek ging over alles wat Jezus begonnen heeft te doen en te leren, "Tot op den dag, in welken Hij opgenomen is" (Handelingen 1:2). De hemelvaart verbindt zo de twee boeken. Het woord begonnen wordt vaak zo gelezen dat Handelingen vertelt wat de Heere vanuit de hemel voortzet, door Zijn apostelen en door Zijn Geest.

Wat deed Jezus in de veertig dagen na Zijn opstanding?

Na Zijn lijden heeft Jezus Zich aan de apostelen levend vertoond, "met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang" (Handelingen 1:3). Zij zagen Hem, en Hij sprak met hen over de dingen van het Koninkrijk Gods. Gewisse kentekenen zijn zekere bewijzen. In zijn Evangelie noemt Lukas er een paar: Jezus liet Zijn handen en voeten zien en at een stuk gebraden vis voor hun ogen (Lukas 24:39-43). Toen Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te wachten op de belofte van de Vader. Johannes had met water gedoopt, maar zij zouden met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen (Handelingen 1:4-5).

Wat vroegen de discipelen vlak voor de hemelvaart?

Toen zij bij elkaar gekomen waren, vroegen zij Hem: "Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten"? (Handelingen 1:6). Jezus ging niet in op het tijdstip. Het kwam hun niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft (Handelingen 1:7). In plaats daarvan gaf Hij een belofte en een opdracht: "Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde" (Handelingen 1:8). In Lukas 24 klinkt hetzelfde. In Zijn Naam moesten bekering en vergeving van zonden gepredikt worden onder alle volken, beginnend bij Jeruzalem, en de discipelen moesten in de stad blijven tot zij met kracht uit de hoogte bekleed zouden zijn (Lukas 24:47-49).

Hoe werd Jezus opgenomen in de hemel?

Lukas 24 vertelt dat Jezus de discipelen naar buiten leidde, tot aan Bethanië. Daar hief Hij Zijn handen op en zegende hen. "En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel" (Lukas 24:51). Het laatste beeld dat Lukas in zijn Evangelie van Jezus geeft, zijn Zijn opgeheven handen.

Handelingen beschrijft hetzelfde moment van dichterbij. Terwijl de discipelen keken, werd Hij opgenomen, "en een wolk nam Hem weg van hun ogen" (Handelingen 1:9). Lukas zegt niet hoe hoog of hoe snel het ging, en hij beschrijft de hemel niet. Hij legt de nadruk op wat de discipelen met eigen ogen zagen: zij waren getuigen. Toen later een opvolger van Judas werd gekozen, moest het iemand zijn die met de apostelen was omgegaan vanaf de doop van Johannes tot de dag waarop Jezus van hen opgenomen is, om met hen getuige te worden van Zijn opstanding (Handelingen 1:21-22).

Wat zeiden de twee mannen bij de hemelvaart?

De discipelen bleven naar de hemel kijken, terwijl Hij heenvoer. Toen stonden er twee mannen bij hen in witte kleding (Handelingen 1:10). Zij zeiden: "Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren" (Handelingen 1:11). Het afscheid werd zo een belofte. Dezelfde Jezus Die zij hadden zien gaan, zal terugkomen, op dezelfde wijze als Hij ging.

Wat deden de discipelen na de hemelvaart?

Lukas 24 eindigt niet met verdriet: "En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap" (Lukas 24:52). Zij waren voortdurend in de tempel, en loofden en dankten God (Lukas 24:53). Handelingen voegt eraan toe dat zij terugkeerden van de Olijfberg, een sabbatsreis van Jeruzalem. In de opperzaal bleven de elf apostelen eendrachtig volharden in het gebed, samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers (Handelingen 1:12-14). Zo wachtten zij op wat Jezus beloofd had. Op het Pinksterfeest kwam de Heilige Geest (Handelingen 2:1-4); dat staat bij de uitstorting van de Heilige Geest.

Achtergrond

Lukas 24 kan de indruk wekken dat de hemelvaart op de avond van de paasdag gebeurde. Het hoofdstuk volgt de paasdag van het lege graf, via Emmaüs, tot de verschijning aan de elven, en gaat dan zonder nieuwe tijdsaanduiding door tot Bethanië. Handelingen 1:3 noemt echter veertig dagen tussen de opstanding en de hemelvaart. Veel uitleggers lezen Lukas 24:44-53 daarom als een samenvatting van wat Jezus in die weken zei en deed. Een tegenspraak zien zij er niet in: dezelfde schrijver vult in zijn tweede boek aan wat hij in het eerste kort had gezegd.

Bethanië lag volgens Johannes omtrent vijftien stadiën van Jeruzalem (Johannes 11:18), ongeveer drie kilometer, aan de andere kant van de Olijfberg. Handelingen zegt dat de discipelen terugkeerden van de Olijfberg, die een sabbatsreis van de stad lag (Handelingen 1:12). Een sabbatsreis was de afstand die men volgens de joodse uitleg op de sabbat mocht lopen, ongeveer een kilometer (tweeduizend el). De twee aanduidingen passen bij elkaar, omdat de berg tussen de stad en het dorp ligt. Op welke plek van de berg het gebeurde, zegt de Bijbel niet.

Twee mannen in blinkende kleding stonden ook bij het lege graf (Lukas 24:4). Daar worden zij later engelen genoemd (Lukas 24:23). Daarom worden de twee mannen bij de hemelvaart algemeen als engelen gelezen.

Betekenis

In Handelingen 1 is de hemelvaart geen verdwijning, maar een verhoging. God heeft de gekruisigde en opgestane Jezus tot Zich genomen en Hem de plaats van eer en macht gegeven. Petrus zegt het op de Pinksterdag: Hij is "door de rechter hand Gods verhoogd" en heeft de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgestort (Handelingen 2:33). Petrus haalt daarbij Psalm 110 aan: "Zit aan Mijn rechter hand" (Handelingen 2:34). Paulus schrijft dat God Hem gezet heeft tot Zijn rechterhand in de hemel, ver boven alle overheid en macht (Efeze 1:20-21). Wat Psalm 68 bezingt, past hij toe op Christus: "Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven" (Efeze 4:8).

De hemelvaart gaat ook vooraf aan Pinksteren. Jezus had gezegd: "Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen" (Johannes 16:7). Vanuit de hemel zendt Hij de Geest, en door de Geest maakt Hij Zijn discipelen tot getuigen tot aan het uiterste der aarde. Zo wordt Handelingen het boek van wat de verhoogde Heere doet door Zijn Woord en Geest.

In de hemel is Christus de Hogepriester van Zijn volk. De brief aan de Hebreeën noemt Hem een grote Hogepriester, "Die door de hemelen doorgegaan is" (Hebreeën 4:14), en zegt dat Hij "altijd leeft om voor hen te bidden" (Hebreeën 7:25). De Heidelbergse Catechismus noemt in Zondag 18 (vraag 49) drie vruchten van de hemelvaart: Christus is onze Voorspraak bij de Vader, ons vlees in de hemel is een zeker pand dat Hij ook Zijn leden tot Zich zal nemen, en Hij zendt Zijn Geest.

Ten slotte bepaalt de hemelvaart de verwachting van de gemeente. De engelen zeiden niet alleen dat Jezus weg was, maar dat Hij zal komen zoals Hij ging. Dat wijst vooruit naar Zijn wederkomst, die Jezus Zelf beschreef als het komen van de Zoon des mensen "op de wolken des hemels" (Mattheüs 24:30). Over de vraag van de discipelen naar het koninkrijk voor Israël denken uitleggers verschillend. Sommigen zien er een misverstand in over de aard van het Koninkrijk; anderen een terechte verwachting waarvan alleen het tijdstip verborgen bleef, vergelijk de wederoprichting aller dingen in Handelingen 3:21. Jezus’ antwoord richt de aandacht hoe dan ook van het wanneer naar de opdracht van nu. Meer over de leer staat bij de hemelvaart van Christus.

Lessen voor vandaag

De verhoogde Heere regeert en zegent. Het laatste beeld dat Lukas van Jezus op aarde geeft, zijn Zijn opgeheven handen. Hij scheidde van Zijn discipelen terwijl Hij hen zegende. Wie Hem toebehoort, leeft onder die zegen, ook nu Hij niet meer zichtbaar op aarde is. Daarom keerden de discipelen niet bedroefd, maar met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Wij mogen weten dat Christus "ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt" (Romeinen 8:34).

Niet blijven staan kijken, maar getuigen en wachten. De engelen vroegen de discipelen waarom zij bleven staan en naar de hemel keken. Hun opdracht lag op aarde: wachten in Jeruzalem op de Geest, en daarna getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde. De vraag wanneer het Koninkrijk komt, liet Jezus aan de Vader. Dat behoedt ons voor het rekenen met data, en het roept ons tot het werk dat Hij geeft, in de kracht die Hij belooft.

Het hart bij Hem. Paulus schrijft: "zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods" (Kolossenzen 3:1). Dat is geen vlucht uit de wereld, maar een leven dat gericht is op de Heere Die terugkomt. De discipelen bleven eendrachtig bidden in de opperzaal (Handelingen 1:14). Zo leeft de gemeente tussen hemelvaart en wederkomst: biddend, getuigend en uitziend naar de hemel, "waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten" (Filippenzen 3:20).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Het graf van de Heere Jezus was leeg. Hij was opgestaan uit de dood. Daarna bleef Hij nog veertig dagen op de aarde. Steeds weer liet Hij Zich zien aan Zijn apostelen. Apostelen zijn de discipelen die Jezus Zelf had uitgekozen. Ze zagen Hem met hun eigen ogen. Ze wisten zeker dat Hij leefde. En Jezus sprak met hen over het Koninkrijk van God.

Op een dag was Jezus weer met hen bij elkaar. Hij zei dat ze Jeruzalem niet mochten verlaten. Ze moesten daar wachten op wat de Vader beloofd had. Johannes de Doper had mensen gedoopt met water. Maar zij zouden gedoopt worden met de Heilige Geest. Dat zou niet lang meer duren.

Toen stelden de discipelen Jezus een vraag: "Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten"? Wederoprichten betekent: weer opbouwen, herstellen. Ze wilden weten of het nu zover was. Maar Jezus zei dat het niet aan hen was om dat te weten. De tijden heeft de Vader in Zijn eigen hand.

Wel gaf Jezus hun een belofte. Hij zei: "gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn". Een getuige is iemand die vertelt wat hij zelf gezien en gehoord heeft. Ze zouden Zijn getuigen zijn in Jeruzalem, en in heel Judea en Samaria, het land eromheen. En verder, tot aan het verste eind van de aarde.

Toen nam Jezus Zijn discipelen mee de stad uit, naar Bethanië toe. Dat dorp lag aan de andere kant van de Olijfberg. Daar hief Jezus Zijn handen op, en Hij zegende hen. Zegenen betekent: iemand het goede van God beloven en geven. En terwijl Hij hen zegende, gebeurde het. Jezus ging van hen weg. Hij werd opgenomen, omhoog, naar de hemel. De discipelen zagen het gebeuren.

Toen kwam er een wolk. Die nam Hem weg, zodat ze Hem niet meer konden zien. De discipelen bleven omhoog kijken, naar de hemel. Je kunt je voorstellen hoe stil het was.

Opeens stonden er twee mannen bij hen, in witte kleren. Zulke mannen waren er ook bij het lege graf geweest. Daar noemt de Bijbel hen engelen. De twee mannen zeiden: "Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel"? De discipelen kwamen uit Galilea. Daarom noemden de mannen hen zo.

Toen zeiden ze er een belofte bij: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren". Dat betekent: Jezus komt terug. Ze hadden Hem zien weggaan. Op dezelfde manier zal Hij ook weer komen.

Toen aanbaden de discipelen de Heere Jezus. Aanbidden is: God eren en Hem grootmaken. Daarna gingen ze terug naar Jeruzalem. Waren ze verdrietig, nu Jezus weg was? Nee. De Bijbel zegt dat ze teruggingen met grote blijdschap. Ze waren steeds in de tempel. Daar loofden en dankten ze God.

Zo eindigt deze geschiedenis. De Heere Jezus is nu in de hemel, als Koning bij Zijn Vader. Van daaruit stuurt Hij Zijn Geest, en Hij komt terug, zoals de twee mannen zeiden.

Om te onthouden
“Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.” (Handelingen 1:11)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen vaak waar de hemel is en hoe Jezus omhoogging. Zeg eerlijk wat de Bijbel zegt: Hij werd opgenomen, terwijl de discipelen keken, en een wolk nam Hem weg. Hoe dat precies ging en waar de hemel is, beschrijft de Bijbel niet. Vertel dat de hemel de plaats is waar God woont, en vermijd vergelijkingen met een raket of een vliegtuig die de Bijbel niet maakt.
  • Een kind kan verdrietig worden: is Jezus nu weg? Wijs dan op het slot: de discipelen gingen terug met grote blijdschap. Waarom? Jezus had hen gezegend, en de twee mannen zeiden dat Hij terugkomt. Jezus had beloofd dat Hij de Heilige Geest zou sturen, en Hij zei: "Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld" (Mattheüs 28:20). Hij is nu in de hemel, en toch is Hij bij Zijn kinderen door Zijn Geest.
  • Op de vraag wanneer Jezus terugkomt, kunt u eerlijk antwoorden dat niemand dat weet. Jezus zei Zelf dat de Vader de tijd bepaalt. Maak van de wederkomst geen dreiging, maar vertel het als een belofte: dezelfde Jezus Die de discipelen zegende, komt terug.
  • Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u de vraag over het Koninkrijk van Israël weglaten en drie dingen laten staan: Jezus zegent, Jezus wordt opgenomen in de hemel, en Jezus komt terug. Leg de woorden opgenomen, getuige, zegenen en aanbidden kort uit. Lees na de vertelling Lukas 24:50-53 en Handelingen 1:9-11 zelf uit de Bijbel voor.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed Jezus met Zijn handen voordat Hij wegging?
  2. NavertellenWat zeiden de twee mannen in witte kleren over Jezus?
  3. VerwonderenWaarom waren de discipelen blij toen ze teruggingen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat beloofde Jezus Zijn discipelen voordat Hij werd opgenomen, en wat moesten ze tot die tijd doen?
  2. BetekenisJezus vertelde de discipelen niet wanneer het Koninkrijk zou komen. Waarom gaf Hij hun wel een opdracht?
  3. VerbindingOok Elia werd opgenomen in de hemel (2 Koningen 2:11). Wat is hetzelfde, en wat is er anders bij de Heere Jezus?
  4. ToepassingDe discipelen werden getuigen van Jezus. Aan wie zou jij kunnen vertellen wat de Heere Jezus gedaan heeft?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Johannes 16:5-7. Waarom zegt Jezus dat het goed is voor de discipelen dat Hij weggaat, en hoe zie je dat terug in Handelingen 1:8?
  2. Wie is God?Christus is aan de rechterhand van God en bidt voor de Zijnen (Romeinen 8:34; Hebreeën 7:25). Wat zegt dat over hoe God met Zijn kinderen omgaat?
  3. Moeilijke vraagMensen hebben vaak geprobeerd uit te rekenen wanneer Jezus terugkomt. Wat zegt Handelingen 1:7 daarover, en waarom is de belofte van Handelingen 1:11 dan toch belangrijk?
  4. PersoonlijkDe discipelen gingen met grote blijdschap terug, terwijl Jezus niet meer bij hen was. Wat betekent het voor jou dat Hij in de hemel is en terugkomt?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij in de hemel regeert en voor de Zijnen bidt. Bid om de Heilige Geest, zodat wij Hem kennen, van Hem getuigen en uitzien naar Zijn komst.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

hemelvaartverhoging van Christusbelofte van de Heilige Geestgetuigenwederkomst

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De hemelvaart van Jezus

Waar staat het verhaal van de hemelvaart van Jezus in de Bijbel?

Het verhaal van de hemelvaart van Jezus staat in Handelingen 1:1-11 en in Lukas 24:50-53. Lukas schreef beide gedeelten: het slot van zijn Evangelie en het begin van Handelingen. Markus noemt de hemelvaart in één zin aan het slot van zijn Evangelie (Markus 16:19). Johannes vertelt de hemelvaart zelf niet, maar Jezus spreekt er wel over: "Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader" (Johannes 20:17). Ook de brieven noemen haar, bijvoorbeeld 1 Timotheüs 3:16, waar staat dat Hij "is opgenomen in heerlijkheid".

Waarom ging Jezus naar de hemel?

De Bijbel geeft meer dan één reden. Jezus ging heen om de Heilige Geest te zenden: "Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen" (Johannes 16:7). Hij ging ook om plaats te bereiden voor de Zijnen (Johannes 14:2). In de hemel is Hij verhoogd aan de rechterhand van God (Handelingen 2:33) en bidt Hij voor wie door Hem tot God gaan (Hebreeën 7:25). Zijn werk op aarde was volbracht; Zijn werk vanuit de hemel ging verder.

Is Jezus sinds de hemelvaart ver weg?

Dat is een veelgehoorde gedachte, maar de Bijbel zegt het anders. Aan het slot van het Evangelie van Mattheüs belooft Jezus: "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld" (Mattheüs 28:20). Hij zond de Heilige Geest, de Trooster, Die bij de discipelen zou blijven (Johannes 14:16). De Heidelbergse Catechismus legt in Zondag 18 (vraag 47) uit dat Christus naar Zijn menselijke natuur niet meer op aarde is, maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest nooit van ons wijkt. Daarom keerden de discipelen met grote blijdschap terug (Lukas 24:52).

Gebeurde de hemelvaart op de paasdag of na veertig dagen?

Handelingen 1:3 zegt dat Jezus Zich na Zijn lijden veertig dagen lang levend vertoonde. Lukas 24 vertelt de verschijningen en de hemelvaart achter elkaar, zonder aan te geven dat er tijd tussen ligt, waardoor het kan lijken alsof alles op één dag gebeurde. Veel uitleggers lezen Lukas 24:44-53 daarom als een samenvatting. Dezelfde schrijver geeft in zijn tweede boek de tijdsduur. De hemelvaart was dus veertig dagen na de opstanding, en niet lang daarna volgde het Pinksterfeest (Handelingen 2:1).

Waar vond de hemelvaart van Jezus plaats?

Op de Olijfberg, bij Jeruzalem. Lukas 24:50 zegt dat Jezus de discipelen naar buiten leidde, tot aan Bethanië. Handelingen 1:12 zegt dat zij terugkeerden van de Olijfberg, die een sabbatsreis van Jeruzalem lag. Bethanië lag aan de oostkant van de Olijfberg, omtrent vijftien stadiën van de stad (Johannes 11:18). De twee aanduidingen passen dus bij elkaar. Op welke plek van de berg Jezus werd opgenomen, zegt de Bijbel niet; de plaatsen die nu worden aangewezen, berusten op latere traditie.

Wie waren de twee mannen in witte kleding bij de hemelvaart?

Lukas noemt hen alleen twee mannen in witte kleding (Handelingen 1:10). Dat het engelen waren, blijkt uit een vergelijkbare gebeurtenis bij het lege graf. Daar stonden ook twee mannen in blinkende kleding (Lukas 24:4), en verderop heten zij engelen (Lukas 24:23). Namen geeft de Bijbel niet. Hun boodschap is het belangrijkste: Jezus Die opgenomen is, zal op dezelfde wijze terugkomen (Handelingen 1:11).

Wat betekent de wolk bij de hemelvaart?

Handelingen 1:9 zegt alleen: "en een wolk nam Hem weg van hun ogen". Een verklaring geeft Lukas er niet bij. Veel uitleggers wijzen erop dat een wolk in de Bijbel vaak verbonden is met Gods aanwezigheid en heerlijkheid. Bij de tabernakel bedekte de wolk de tent, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde haar (Exodus 40:34). Bij de verheerlijking op de berg klonk Gods stem uit de wolk (Lukas 9:35). Ook bij Zijn wederkomst zal de Zoon des mensen komen "op de wolken des hemels" (Mattheüs 24:30).

Komt Jezus terug zoals Hij naar de hemel ging?

Ja. De twee mannen bij de hemelvaart zeiden dat deze Jezus "zal alzo komen" (Handelingen 1:11). Alzo betekent: op dezelfde wijze. Niet een ander komt, maar dezelfde Jezus, zichtbaar en lichamelijk, zoals de discipelen Hem met eigen ogen hadden zien gaan. Jezus Zelf sprak van de Zoon des mensen, Die komt op de wolken des hemels (Mattheüs 24:30). Wanneer dat zal zijn, liet Hij aan de Vader (Handelingen 1:7). De wederkomst is daarom geen reden om data te berekenen, maar een belofte om naar uit te zien.

Wat is de belofte van de Vader in Handelingen 1?

Met de belofte van de Vader bedoelt Jezus de Heilige Geest. Hij zegt het er direct bij: Johannes doopte met water, maar de discipelen zouden met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen (Handelingen 1:4-5). In Lukas 24:49 noemt Hij het bekleed worden met kracht uit de hoogte. Die belofte werd vervuld op het Pinksterfeest (Handelingen 2:1-4). Petrus zegt dan dat de verhoogde Jezus de belofte van de Heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgestort heeft (Handelingen 2:33).

Hoe vertelt u het verhaal van de hemelvaart aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus doet en belooft: Hij zegent Zijn discipelen, wordt opgenomen in de hemel en komt terug. Vertel het slot erbij: de discipelen gingen niet verdrietig, maar met grote blijdschap terug naar Jeruzalem. Beschrijf niet hoe de hemel eruitziet of hoe snel Jezus omhoogging, want dat zegt de Bijbel niet. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De hemelvaart van Jezus

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder