Het Lege Graf en de Opstanding (Lukas 24:1-12)
Lukas 24 begint op de eerste dag van de week, vroeg in de morgen. De vrouwen die Jezus gevolgd hadden, waaronder Maria Magdalena, gaan naar het graf met specerijen om Zijn lichaam te zalven. Dit was een joodse gewoonte om respect te tonen voor de overledene.
Wanneer zij aankomen, vinden ze het graf leeg. Twee engelen in stralende klederen verschijnen en vragen: "Waarom zoekt u de levende bij de doden?" Deze vraag gaat tot de kern van het christelijke geloof - Jezus is niet langer dood, maar leeft. De engelen herinneren de vrouwen aan Jezus' eigen woorden over Zijn dood en opstanding.
De vrouwen keren terug naar de elf apostelen om het nieuws te vertellen, maar hun verhaal wordt aanvankelijk niet geloofd. Petrus rent echter naar het graf en vindt alleen de lijnwaden, wat hem doet verwonderen.
De Weg naar Emmaüs (Lukas 24:13-35)
Een van de meest ontroerende verhalen in het Nieuwe Testament volgt. Twee discipelen wandelen van Jeruzalem naar Emmaüs, ongeveer 11 kilometer verderop. Zij zijn teleurgesteld en verward over de gebeurtenissen rondom Jezus' kruisiging.
Terwijl zij lopen, voegt een vreemdeling zich bij hen - het is Jezus zelf, maar zij herkennen Hem niet. Jezus vraagt naar hun gesprek, en zij vertellen over hun gebroken hoop. Zij hadden verwacht dat Jezus Israël zou verlossen.