De Emmaüsgangers
De opgestane Heere gaat mee, opent de Schriften en breekt het brood
Samenvatting
De Emmaüsgangers is de geschiedenis uit Lukas 24:13-35 van twee leerlingen die op de dag van de opstanding van Jeruzalem naar Emmaüs lopen. De opgestane Jezus gaat met hen mee, maar zij herkennen Hem niet. Hij legt hun uit wat Mozes en alle profeten over Hem geschreven hebben. Als Hij in Emmaüs het brood breekt, worden hun ogen geopend. Nog dezelfde avond keren zij terug naar Jeruzalem om te vertellen dat Hij leeft.
Bijbelgedeelte
“En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.”
“Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?”
“En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.”
“En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.”
“En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.”
“En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?”
Het verhaal
Lukas 24:13-35 vertelt wat er gebeurde op de dag van de opstanding, nadat vrouwen het graf van de Heere Jezus leeg hadden gevonden. Engelen hadden hun gezegd dat Hij leefde, maar de apostelen hielden hun woorden voor ijdel geklap (Lukas 24:11). Petrus liep naar het graf en ging weg, verwonderd over wat er geschied was (Lukas 24:12). Hoe die morgen verliep, staat bij de opstanding van Jezus. Daarna richt Lukas de aandacht op twee leerlingen buiten de kring van de elf.
Wie ging er met de Emmaüsgangers mee?
Twee van de leerlingen gingen diezelfde dag naar Emmaüs, een dorp op zestig stadiën van Jeruzalem (Lukas 24:13). Onderweg spraken zij samen over alles wat er gebeurd was. Toen kwam Jezus Zelf bij hen en ging met hen mee (Lukas 24:15). Lukas zegt erbij dat hun ogen gehouden werden, zodat zij Hem niet kenden (Lukas 24:16). Een andere oorzaak noemt hij niet: geen duisternis, geen tranen. Markus zegt in zijn korte samenvatting dat Jezus Zich openbaarde in een andere gedaante (Markus 16:12). Lukas legt de nadruk op hun ogen. Dezelfde lijdende vorm komt terug op het moment dat hun ogen geopend worden (Lukas 24:31).
Wat vertelden de Emmaüsgangers aan Jezus?
Jezus vroeg waarover zij onderweg spraken: "en waarom ziet gij droevig"? (Lukas 24:17). Een van de twee, Kleopas, vroeg Hem of Hij dan alleen een vreemdeling te Jeruzalem was, Die niet wist wat daar in deze dagen geschied was (Lukas 24:18). Op Zijn vraag welke dingen zij bedoelden, vertelden zij over Jezus de Nazarener. Hij was een Profeet, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk. De overpriesters en oversten hadden Hem overgeleverd tot het oordeel des doods en gekruisigd.
Dan volgt de zin waarin hun teleurstelling klinkt: "En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou" (Lukas 24:21). Het was nu al de derde dag. Sommige vrouwen hadden hen wel ontsteld. Zij waren vroeg bij het graf geweest, hadden Zijn lichaam niet gevonden en zeiden dat engelen hun verteld hadden dat Hij leefde. Enkelen van de leerlingen waren daarop naar het graf gegaan. Zij vonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen zij niet (Lukas 24:22-24).
Wat legde Jezus uit op de weg naar Emmaüs?
Jezus antwoordde met een berisping en een vraag: "O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan"? (Lukas 24:25-26). Hun probleem was niet dat zij gehoopt hadden, maar dat zij niet geloofd hadden wat er geschreven stond: dat de weg naar de heerlijkheid door het lijden liep.
Daarna begon Hij bij Mozes en bij al de profeten, en legde hun uit, in al de Schriften, wat van Hem geschreven was (Lukas 24:27). Welke teksten Jezus besprak, vertelt Lukas niet. Wel zegt hij dat het ging over Hem, en dat Hij het geheel van de Schriften erbij betrok. Later die avond zei Jezus het ook tegen de elven: alles moest vervuld worden wat over Hem geschreven was in de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen (Lukas 24:44).
Wanneer herkenden de Emmaüsgangers Jezus?
Zij naderden het dorp, en Jezus hield Zich alsof Hij verder zou gaan (Lukas 24:28). De twee drongen bij Hem aan: "Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald" (Lukas 24:29). Hij ging met hen naar binnen. Toen Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, zegende het, brak het en gaf het hun (Lukas 24:30). De Gast trad op als Gastheer. Op dat moment werden hun ogen geopend en kenden zij Hem, en Hij verdween uit hun gezicht (Lukas 24:31).
Terugkijkend zeiden zij tegen elkaar: "Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende"? (Lukas 24:32). Wat aan tafel zichtbaar werd, was onderweg al begonnen, toen Hij hun de Schriften uitlegde.
Wat deden de Emmaüsgangers daarna?
Zij stonden op in dezelfde ure en keerden terug naar Jeruzalem, hoewel de avond gevallen was. Daar vonden zij de elven bij elkaar, met anderen die bij hen waren. Eerst hoorden zij het nieuws van hen: "De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien" (Lukas 24:34). Simon is Petrus; ook Paulus noemt die verschijning aan Cefas (1 Korinthe 15:5). Daarna vertelden de twee wat er op de weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken van het brood (Lukas 24:35). Daarmee eindigt de geschiedenis. Terwijl zij nog spraken, stond Jezus Zelf in hun midden (Lukas 24:36).
Achtergrond
Lukas noemt Emmaüs een vlek, een dorp, op zestig stadiën van Jeruzalem (Lukas 24:13). Een stadie is ongeveer 185 meter; de afstand komt dus neer op ruim tien kilometer, een wandeling van enkele uren. Enkele oude handschriften lezen honderdzestig stadiën. Waar het dorp precies lag, is niet bekend. Er worden verschillende plaatsen ten westen van Jeruzalem genoemd, maar geen ervan is met zekerheid aan te wijzen.
Alles gebeurde op denzelfden dag (Lukas 24:13): de eerste dag der week, waarop de vrouwen het graf leeg hadden gevonden (Lukas 24:1). Toen de twee in Emmaüs aankwamen, liep de dag ten einde (Lukas 24:29). Toch gingen zij nog in dezelfde ure terug.
Kleopas is de enige van de twee die bij naam genoemd wordt (Lukas 24:18). Johannes noemt bij het kruis "Maria, de vrouw van Klopas" (Johannes 19:25). Of Klopas en Kleopas dezelfde man zijn, weten wij niet. Daarom is ook niet te zeggen of de tweede Emmaüsganger zijn vrouw was.
De elven (Lukas 24:33) is de naam voor de apostelen na het verraad van Judas. Volgens Johannes was Thomas er die avond niet bij (Johannes 20:24); zijn geschiedenis staat bij Thomas ziet de Heere.
Betekenis
In Lukas 24 is de opgestane Christus Degene Die handelt. Hij komt Zelf bij twee teleurgestelde leerlingen, Hij stelt de vragen, Hij opent de Schriften en Hij breekt het brood. Zij zochten Hem niet op de weg naar Emmaüs; Hij zocht hen. Ook het niet herkennen en het herkennen staan in de lijdende vorm: hun ogen werden gehouden, en hun ogen werden geopend (Lukas 24:16 en 24:31). Lukas laat daarmee zien dat het kennen van de Opgestane een gave is. Later die avond opende Jezus de elven het verstand, "opdat zij de Schriften verstonden" (Lukas 24:45).
Het woord moest draagt het gesprek onderweg. Het lijden van de Christus was geen ongeluk dat Gods plan doorkruiste, maar de weg die God in de Schriften had aangekondigd. Jezus had het Zelf voorzegd: "De Zoon des mensen moet veel lijden" (Lukas 9:22). Ook toen Hij het later opnieuw zei, verstonden de discipelen het niet; dat woord "was voor hen verborgen" (Lukas 9:45 en 18:34). De Emmaüsgangers hoopten op de verlossing van Israël, en die hoop was niet verkeerd. Maar voor een Verlosser Die lijdt, hadden zij geen plaats. Uitleggers denken bij Mozes en de profeten vaak aan woorden als Jesaja 53:5: "Hij is om onze overtredingen verwond". Het Nieuwe Testament legt dat verband zelf: Filippus begon bij die Schrift en verkondigde Jezus (Handelingen 8:35). Paulus vat het evangelie later samen met dezelfde nadruk: Christus is gestorven en opgewekt "naar de Schriften" (1 Korinthe 15:3-4).
Over het breken van het brood in Emmaüs denken christenen verschillend. Sommigen zien er een viering van het avondmaal in, omdat Lukas woorden gebruikt die doen denken aan de instelling (Lukas 22:19) en omdat de eerste gemeente volhardde "in de breking des broods" (Handelingen 2:42). Anderen lezen het als een gewone maaltijd waarbij Jezus als Gastheer het brood brak, zoals bij de spijziging van de schare (Lukas 9:16). De tekst legt de nadruk niet op het brood, maar op Hem: zij kenden Hem in het breken des broods (Lukas 24:35).
Zo wordt deze geschiedenis een getuigenis van Pasen. Twee mensen die zeiden: wij hoopten, gaan dezelfde avond terug om te vertellen dat Hij leeft. De Heere Zelf heeft hun hoop vernieuwd, door Zijn Woord en Zijn tegenwoordigheid.
Lessen voor vandaag
De opgestane Heere zoekt teleurgestelde mensen op. De Emmaüsgangers liepen weg van Jeruzalem met een hoop die zij in de verleden tijd uitspraken. Jezus liet hen niet alleen gaan, maar kwam bij hen en vroeg naar hun droefheid. Wie zich in dat wij hoopten herkent, mag weten dat de levende Christus Zich niet laat tegenhouden door teleurstelling of traagheid van hart. Zijn opstanding is geen gerucht: "De Heere is waarlijk opgestaan" (Lukas 24:34).
Christus leren kennen gaat door de Schriften. Jezus nam de twijfel van de twee niet weg met een verschijning zonder woorden. Hij opende eerst Mozes en de profeten, en hun hart brandde terwijl Hij sprak. Ook nu laat Hij Zich kennen door Zijn Woord: "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods" (Romeinen 10:17). Dat maakt ons afhankelijk bij het lezen van de Bijbel. Wij hebben nodig dat Hij onze ogen opent, en mogen bidden: "Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet" (Psalm 119:18).
Wie Hem kent, kan het niet voor zich houden. De Emmaüsgangers hadden Jezus gevraagd te blijven omdat de avond viel. Toch gingen zij in dezelfde ure terug naar Jeruzalem. Wat zij gezien en gehoord hadden, moest verteld worden aan de anderen. Zo eindigt ook de geschiedenis: zij vertelden wat er op de weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods (Lukas 24:35).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was de eerste dag van de week. Op die dag was de Heere Jezus uit het graf opgestaan. ’s Morgens vroeg waren er vrouwen bij het graf geweest. Het graf was leeg. Engelen hadden tegen hen gezegd dat Jezus leefde. Maar de discipelen geloofden het niet.
Op diezelfde dag liepen twee leerlingen van Jezus weg uit Jeruzalem. Ze gingen naar een dorp dat Emmaüs heette. Dat was een lange wandeling van een paar uur. De een heette Kleopas. De naam van de ander vertelt de Bijbel niet. Onderweg praatten ze met elkaar over alles wat er gebeurd was.
Terwijl ze zo samen praatten, kwam Jezus Zelf bij hen. Hij liep met hen mee. Maar ze herkenden Hem niet. De Bijbel zegt dat hun ogen gehouden werden. Ze wisten niet Wie er met hen meeliep.
Jezus vroeg waar ze onderweg over praatten. En Hij vroeg waarom ze zo verdrietig keken. Kleopas antwoordde met een vraag. Was deze Man dan de enige in Jeruzalem Die niet wist wat daar die dagen gebeurd was? Jezus vroeg welke dingen hij bedoelde.
Toen vertelden ze over Jezus van Nazareth. Hij was een Profeet. Hij deed machtige dingen en Hij sprak machtige woorden. Maar de belangrijkste priesters en de leiders van het volk hadden Hem laten veroordelen en kruisigen. Ze zeiden: "wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou". Verlossen betekent: bevrijden. Nu was het al de derde dag. Ze vertelden ook over de vrouwen. Die waren vroeg bij het graf geweest en hadden het lichaam van Jezus niet gevonden. Ze hadden engelen gezien, die zeiden dat Hij leefde. Een paar leerlingen waren ook naar het graf gegaan. Het was zoals de vrouwen gezegd hadden. Maar Jezus Zelf hadden ze niet gezien.
Toen sprak Jezus tot hen. Hij zei dat ze onverstandig waren, en traag om te geloven wat de profeten gezegd hadden. En Hij vroeg: "Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan"? De Christus, dat is de Verlosser Die God beloofd had. Hij moest eerst lijden en sterven. Daarna zou Hij in Zijn heerlijkheid ingaan: de eer en de macht die Hij bij God heeft. Zo stond het al in de Bijbel.
Jezus begon bij Mozes. Daarna ging Hij verder met alle profeten. Uit alle boeken van de Bijbel die er toen al waren, legde Hij hun uit wat daarin over Hem geschreven stond. Je kunt je voorstellen hoe ze luisterden, de hele weg lang.
Zo kwamen ze bij Emmaüs. Jezus liep door, alsof Hij nog verder zou gaan. Maar de twee leerlingen drongen erop aan dat Hij bleef. Ze zeiden: "Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald". Toen ging Jezus met hen mee naar binnen.
Ze gingen aan tafel. Toen nam Jezus het brood. Hij zegende het, Hij brak het en Hij gaf het hun. Op dat moment werden hun ogen geopend. Ze herkenden Hem. Het was de Heere Jezus! En meteen was Hij weg. Ze zagen Hem niet meer.
Toen zeiden ze tegen elkaar: "Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende"? Een brandend hart betekent: wat Jezus zei, had hen diep geraakt, al wisten ze toen nog niet Wie Hij was.
Ze stonden meteen op. Het was al avond, maar ze liepen de hele weg terug naar Jeruzalem. Daar vonden ze de elf discipelen bij elkaar, en anderen die bij hen waren. Die zeiden: "De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien". Simon, dat is Petrus. Waarlijk betekent: echt, het is werkelijk waar.
Toen vertelden de twee wat er onderweg gebeurd was. En hoe ze de Heere Jezus herkend hadden, toen Hij het brood brak. Zo eindigt deze geschiedenis. De Heere Jezus leeft. Hij Zelf zocht Zijn verdrietige leerlingen op, legde hun de Schriften uit en opende hun ogen. Door de Bijbel laat Hij Zich ook nu kennen.
“Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?” (Lukas 24:32)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak waarom de twee leerlingen Jezus niet herkenden. Zeg eerlijk wat de Bijbel zegt: hun ogen werden gehouden, en later werden ze geopend. Dat het donker was of dat ze door hun tranen niet goed konden zien, staat er niet. Waarom het zo ging, vertelt de Bijbel niet precies. Wel hoorden ze eerst wat de Schriften over Jezus zeggen, en daarna herkenden ze Hem.
- Een kind kan vragen of Jezus deed alsof, toen Hij verder leek te lopen. Zeg dat de Bijbel het zo vertelt: Hij hield Zich alsof Hij verder zou gaan, en ging pas naar binnen toen ze Hem vroegen te blijven. De Heere Jezus drong Zich niet op. Een reden geeft de tekst niet; zeg dat dan ook.
- Leg een paar woorden kort uit: Emmaüs heet in de Bijbel een vlek, dat is een dorp; droevig is verdrietig; verlossen is bevrijden; een brandend hart betekent dat de woorden van Jezus hen diep raakten. Lees na de vertelling Lukas 24:25-32 zelf uit de Bijbel voor; dat is het hart van de geschiedenis.
- Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het gesprek onderweg kort houden: Jezus legde uit dat Hij moest lijden en daarna in Zijn heerlijkheid zou ingaan, zoals in de Bijbel stond. Laat de nadruk liggen op wat Jezus deed: Hij ging mee, Hij legde de Bijbel uit en Hij brak het brood. Maak van het niet herkennen geen raadspelletje.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenNaar welk dorp liepen de twee leerlingen?
- NavertellenWat deed Jezus met het brood toen ze aan tafel zaten?
- VerwonderenWaarom waren de twee leerlingen onderweg zo verdrietig?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat vertelden de twee leerlingen aan de Onbekende over Jezus en over de vrouwen bij het graf?
- BetekenisJezus vroeg of de Christus niet moest lijden. Waarom moest dat, volgens wat Mozes en de profeten geschreven hadden?
- VerbindingBij de spijziging van de vijfduizend zegende en brak Jezus ook het brood (Lukas 9:16). Wat laat dat zien over Wie Hij is?
- ToepassingToen Jezus onderweg de Bijbel uitlegde, brandde hun hart. Hoe kun jij de Heere Jezus leren kennen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Lukas 24:44-47. Wat zegt Jezus daar over de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen, en hoe past dat bij wat Hij op de weg naar Emmaüs deed?
- Wie is God?Hun ogen werden gehouden en later geopend (Lukas 24:16 en 24:31). Wat zegt dat over Wie mensen de ogen opent voor Christus?
- Moeilijke vraagDe leerlingen hoopten dat Jezus Israël zou verlossen. Was hun hoop verkeerd, of te klein? Lees ook Handelingen 1:6 en denk na over wat verlossing volgens Jezus inhoudt.
- PersoonlijkDe Emmaüsgangers zeiden dat hun hart brandde toen Jezus de Schriften opende. Herken jij iets daarvan bij het lezen of horen van de Bijbel, of wat zou je ervoor nodig hebben?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij leeft en Zijn verdrietige leerlingen Zelf opzocht. Bid of Hij ook ons de Schriften wil openen, zodat wij Hem leren kennen.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De Emmaüsgangers
Waar staat het verhaal van de Emmaüsgangers in de Bijbel?
Het verhaal van de Emmaüsgangers staat in Lukas 24:13-35. Alleen Lukas vertelt het uitgebreid; Markus vat het samen in twee verzen (Markus 16:12-13). Het speelt op de dag van de opstanding, nadat de vrouwen het graf leeg hadden gevonden (Lukas 24:1-12). Direct erna verschijnt Jezus aan de elven en wie bij hen waren (Lukas 24:36-49), en het hoofdstuk eindigt met de hemelvaart bij Bethanië (Lukas 24:50-53).
Waarom herkenden de Emmaüsgangers Jezus niet?
Lukas zegt: "En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden" (Lukas 24:16). Verder geeft hij geen oorzaak. De lijdende vorm wijst erop dat het geen gewoon gebrek aan zicht was: hun herkenning werd tegengehouden tot het moment dat hun ogen geopend werden (Lukas 24:31). Veel uitleggers zien daarin Gods hand. Markus spreekt van "een andere gedaante" (Markus 16:12). Dat het donker was of dat zij door verdriet niet goed keken, staat niet in de tekst.
Waar lag Emmaüs?
Lukas noemt Emmaüs een vlek, een dorp, dat zestig stadiën van Jeruzalem lag (Lukas 24:13). Een stadie is ongeveer 185 meter, dus de afstand was ruim tien kilometer. Enkele oude handschriften lezen honderdzestig stadiën. Waar het dorp precies lag, is niet bekend. Er worden verschillende plaatsen ten westen van Jeruzalem genoemd, maar geen ervan is zeker. De twee liepen de afstand op één dag heen en terug (Lukas 24:13 en 24:33).
Was de tweede Emmaüsganger de vrouw van Kleopas?
Dat weten wij niet. Lukas noemt alleen Kleopas bij naam (Lukas 24:18); de tweede blijft naamloos. Sommigen denken aan zijn vrouw, omdat Johannes bij het kruis "Maria, de vrouw van Klopas" noemt (Johannes 19:25). Of Klopas en Kleopas dezelfde man zijn, is onzeker, en Lukas zegt nergens dat de twee man en vrouw waren. Het blijft een mogelijkheid, geen gegeven uit de tekst.
Welke teksten legde Jezus uit aan de Emmaüsgangers?
Lukas vertelt niet welke teksten Jezus besprak. Hij zegt alleen dat Jezus begon "van Mozes en van al de profeten" en hun in al de Schriften uitlegde wat van Hem geschreven was (Lukas 24:27). Uitleggers denken onder meer aan de belofte in Genesis 3:15, aan Psalm 22 en aan Jesaja 53. Dat is uitleg, geen opsomming uit de tekst. Wel past het Nieuwe Testament zulke gedeelten zelf op Christus toe: de kamerling las Jesaja 53, en Filippus verkondigde hem van daaruit Jezus (Handelingen 8:32-35). Later die avond noemde Jezus de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen samen (Lukas 24:44).
Wat betekent "Was ons hart niet brandende in ons"?
Met die woorden kijken de Emmaüsgangers terug op de weg: "Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende"? (Lukas 24:32). Terwijl Jezus de Schriften uitlegde, raakte Zijn woord hen diep, nog voordat zij wisten Wie Hij was. Het brandende hart is in de tekst verbonden met het openen van de Schriften. Daarom wordt het vaak gelezen als beschrijving van wat Gods Woord doet wanneer Christus het Zelf uitlegt.
Was de maaltijd in Emmaüs een avondmaal?
Daarover denken christenen verschillend. Lukas gebruikt woorden die doen denken aan het laatste avondmaal: Jezus nam het brood, zegende het, brak het en gaf het hun (Lukas 24:30; vergelijk Lukas 22:19). Sommigen lezen de maaltijd daarom als een avondmaalsviering. Anderen zien een gewone avondmaaltijd waarbij de Gast als Gastheer optrad, zoals bij de spijziging (Lukas 9:16). Er wordt geen wijn genoemd en er klinken geen instellingswoorden. Zeker is dat zij Hem herkenden "in het breken des broods" (Lukas 24:35).
Herkenden de Emmaüsgangers Jezus aan de wonden in Zijn handen?
Dat staat niet in de tekst. Soms wordt verteld dat zij bij het breken van het brood de tekenen van de nagels in Zijn handen zagen. Lukas zegt alleen dat Hij het brood nam, zegende, brak en gaf, en dat toen hun ogen geopend werden (Lukas 24:30-31). De wonden komen pas later die avond ter sprake, als Jezus aan de elven Zijn handen en voeten toont (Lukas 24:39-40). Waaraan zij Hem herkenden, laat Lukas open; hij legt de nadruk op het openen van hun ogen.
Waarom hield Jezus Zich alsof Hij verder zou gaan?
Lukas schrijft: "Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou" (Lukas 24:28). Een reden geeft de tekst niet. Het betekent in elk geval dat Jezus niet ongevraagd binnenging. Pas toen zij Hem dwongen met de woorden "Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald", ging Hij in om met hen te blijven (Lukas 24:29). Veel uitleggers zien hierin dat de Heere Zich niet opdringt, maar Zich laat nodigen door wie Hij onderweg het hart heeft geopend.
Waarom wordt het verhaal van de Emmaüsgangers op tweede paasdag gelezen?
Lukas 24:13-35 speelt op de dag van de opstanding zelf. Toch is het in veel kerken van oudsher de lezing voor tweede paasdag, ook paasmaandag genoemd. Dat is een gewoonte van de kerk, geen voorschrift uit de Bijbel. De geschiedenis past bij die dag omdat zij laat zien hoe het paasnieuws verdergaat: van het lege graf naar twee leerlingen die de Opgestane leren kennen in de Schriften en het breken van het brood, en die het daarna aan anderen vertellen.
Hoe vertelt u het verhaal van de Emmaüsgangers aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus doet: Hij komt bij de twee verdrietige leerlingen, legt hun uit wat de Bijbel over Hem zegt en breekt het brood. Maak van het niet herkennen geen raadspelletje, maar vertel eerlijk dat hun ogen gehouden werden. Het slot hoort erbij: de twee gaan dezelfde avond terug naar Jeruzalem en horen daar dat de Heere waarlijk is opgestaan. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De Emmaüsgangers
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.