Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Theofilus in de Bijbel

Theofilos (Θεόφιλος, Grieks) - “Vriend van God of door God geliefd”

Wie was Theofilus?

Theofilus is de man aan wie Lukas zijn evangelie en het boek Handelingen richtte. Lukas noemt hem "voortreffelijke Theofilus" en schrijft aan hem, opdat hij de zekerheid zou kennen van wat hem onderwezen was (Lukas 1:3-4). Of hij een werkelijk bestaande man van aanzien was of dat de naam zinnebeeldig staat voor iedere lezer die God liefheeft, zegt de Bijbel niet.

Theofilus staat in de Bijbel op twee plaatsen: in de aanhef van het evangelie naar Lukas (Lukas 1:3) en in de eerste zin van Handelingen (Handelingen 1:1). Meer teksten over hem zijn er niet. Hij spreekt geen woord en doet niets in een verhaal. Toch is hij de eerste lezer van twee bijbelboeken. Het evangelie begint met een korte voorrede. Lukas schrijft dat velen al hadden geprobeerd een verhaal op te stellen "van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben" (Lukas 1:1), zoals ooggetuigen en dienaars des Woords die hadden overgeleverd. Daarop volgt: "Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theofilus!" (Lukas 1:3). Het doel noemt hij in één zin: "Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt" (Lukas 1:4). In Handelingen pakt Lukas de draad weer op: "Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren" (Handelingen 1:1). Zo verbindt de naam Theofilus de twee boeken tot één werk. Wie Theofilus was, blijft onzeker. De aanspreking "voortreffelijke" wijst mogelijk op een man van aanzien. Andere uitleggers lezen de naam, die vriend van God betekent, als aanspreking van iedere gelovige lezer. De Bijbel beslist daar niet over.

Historische context

Lukas en Handelingen zijn geschreven in de tweede helft van de eerste eeuw. Omdat Handelingen eindigt met Paulus' twee gehele jaren in een gehuurde woning in Rome (Handelingen 28:30-31), dateren veel uitleggers het boek kort daarna, rond 62 n.Chr., en het evangelie iets eerder. Anderen denken aan 70 tot 80 n.Chr. Een precies jaar geeft de tekst niet. De boeken noemen hun schrijver niet bij naam; de kerkelijke overlevering schrijft ze toe aan Lukas, de reisgenoot van Paulus. Een voorrede met een opdracht aan een met name genoemde lezer was in de Grieks-Romeinse wereld gewoon. Ook de Joodse geschiedschrijver Josephus richtte zijn geschrift Tegen Apion aan een zekere Epafroditus, die hij met dezelfde Griekse titel aanspreekt. Vaak was zo'n lezer een beschermheer die het werk steunde en liet verspreiden. Of dat bij Theofilus ook zo was, zegt de tekst niet. Het woord dat de Statenvertaling met "voortreffelijke" weergeeft, is in het Grieks kratiste. Hetzelfde woord vertaalt de Statenvertaling elders met machtigste, als het gaat om de Romeinse stadhouders Felix (Handelingen 23:26 en Handelingen 24:3) en Festus (Handelingen 26:25). Het was een gangbare titel voor hoge ambtenaren, maar werd ook als beleefde aanspreking gebruikt. In Handelingen 1:1 ontbreekt de titel. De naam Theofilos kwam bij Grieken en Joden voor. Josephus noemt bijvoorbeeld een hogepriester Theofilus, een zoon van Ananus (de Annas uit Johannes 18:13). Niets in Lukas of Handelingen verbindt die man met de lezer van Lukas. Het werkwoord achter "onderwezen" (Lukas 1:4) is in het Grieks katecheo, waarvan ons woord catechisatie komt. Het kan geloofsonderwijs aanduiden, zoals bij Apollos, die "in den weg des Heeren onderwezen" was (Handelingen 18:25), maar ook dat iemand iets ter ore gekomen is, zoals in Handelingen 21:21.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Had al onderwijs ontvangen over de dingen van het evangelie (Lukas 1:4)
  • Was de eerste lezer tot wie Lukas zijn evangelie en Handelingen richtte (Lukas 1:3; Handelingen 1:1)

Theologische betekenis

De voorrede aan Theofilus laat zien hoe het evangelie overgeleverd is. Lukas was zelf geen ooggetuige van het leven van Jezus. Hij steunde op hen "die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn" (Lukas 1:2), onderzocht alles van voren aan en schreef het in volgorde op. Het geloof van Theofilus rust dus op getuigenis en niet op verzonnen verhalen. Het sleutelwoord is zekerheid. Lukas schrijft, "opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt" (Lukas 1:4). In Handelingen sluit hij daarop aan: de opgestane Heere vertoonde Zich levend "met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang" (Handelingen 1:3). Het christelijk geloof is geen gissing, maar vertrouwen op wat God werkelijk gedaan heeft in de geschiedenis. De aanhef van Handelingen geeft ook een sleutel voor het hele tweede boek. Het eerste boek ging over "al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren" (Handelingen 1:1). Het woord begonnen suggereert dat Hij daarna verder werkt, nu door de Heilige Geest en Zijn apostelen. Theofilus krijgt zo het verhaal van de Heere en van Zijn gemeente als één doorlopend geheel. Johannes geeft een verwant doel op voor zijn evangelie: "Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods" (Johannes 20:31). Lukas en Johannes schrijven niet om nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om het geloof van hun lezers te funderen. Wie Theofilus ook was, de evangeliën zijn ook voor latere lezers geschreven.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Theofilos (Θεόφιλος, Grieks)

Betekenis

Vriend van God of door God geliefd

Betekenis van de naam Theofilus: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Overlevering door ooggetuigen

Velen hadden al een verhaal opgesteld van wat ooggetuigen en dienaars des Woords hadden overgeleverd. Daarop bouwt Lukas voort.

Lukas 1:1-2

2

Een verslag voor Theofilus

Lukas onderzoekt alles van voren aan en besluit het in volgorde op te schrijven voor de voortreffelijke Theofilus.

Lukas 1:3

3

De zekerheid van het onderwijs

Lukas noemt het doel van zijn boek: Theofilus moet de zekerheid kennen van de dingen waarin hij onderwezen is.

Lukas 1:4

4

Het tweede boek

In Handelingen spreekt Lukas Theofilus opnieuw aan. Het eerste boek ging over wat Jezus begon te doen en te leren, tot de dag van Zijn hemelvaart.

Handelingen 1:1-2

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Theofilus beter te begrijpen.

Lukas 1:2

“Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn;”

De bron van het verslag dat Theofilus ontving: het getuigenis van ooggetuigen en dienaars des Woords.

Lukas 1:3

“Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theofilus!”

De eerste vermelding van Theofilus, met de titel voortreffelijke. Lukas legt hier zijn werkwijze uit.

Lukas 1:4

“Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.”

Het doel van het evangelie. Theofilus was al onderwezen; het boek moest hem zekerheid geven.

Handelingen 1:1

“Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;”

De tweede en laatste vermelding van Theofilus. Lukas verbindt Handelingen met zijn evangelie.

Handelingen 1:3

“Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.”

Nog in de aanhef aan Theofilus: Lukas wijst op de vele gewisse kentekenen van de opstanding, de grond van de zekerheid die hij Theofilus wil geven.

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Theofilus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Theofilus had al onderwijs ontvangen, en toch kreeg hij een uitvoerig verslag om zeker te worden. Geloof en kennis staan niet tegenover elkaar. Wie onderwezen is, mag blijven leren en vragen stellen. De Bijbel stuurt twijfel niet weg, maar wijst op een zorgvuldig onderzocht getuigenis. Lukas nam de tijd om alles van voren aan na te gaan. Dat vraagt ook iets van ons. Wie het evangelie doorgeeft, in de catechisatie, het gezin of een gesprek, mag zorgvuldig zijn en de feiten laten spreken. De Joden in Berea onderzochten "dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren" (Handelingen 17:11). Over Theofilus zelf weten wij bijna niets. Zijn naam is bewaard gebleven omdat iemand hem het evangelie toevertrouwde. Zo gaat het vaak: wat blijft, is niet de naam van de lezer, maar het Woord dat hij ontving. Wie de naam zinnebeeldig leest, ziet er een uitnodiging in. Iedere lezer die God liefheeft, mag zich aangesproken weten en de zekerheid zoeken van de dingen waarin hij onderwezen is.

Veelgestelde vragen over Theofilus

Wie was Theofilus in de Bijbel?
Theofilus is de man aan wie Lukas zijn evangelie en het boek Handelingen richtte. Lukas noemt hem "voortreffelijke Theofilus" (Lukas 1:3) en schrijft, opdat hij de zekerheid zou kennen van de dingen waarin hij onderwezen was (Lukas 1:4). In Handelingen 1:1 spreekt hij hem opnieuw aan. Verder zegt de Bijbel niets over hem: niet waar hij woonde, wat hij deed of hoe hij tot het geloof kwam.
Wat betekent de naam Theofilus?
Theofilus komt van het Griekse Theofilos, samengesteld uit theos (God) en filos (vriend, geliefde). De naam betekent vriend van God of door God geliefd. Het was in de eerste eeuw een gewone naam bij Grieken en ook bij Joden. Juist omdat de betekenis zo goed bij een gelovige lezer past, hebben sommige uitleggers de naam zinnebeeldig opgevat.
Waar staat Theofilus in de Bijbel?
Theofilus wordt maar twee keer genoemd. De eerste keer in Lukas 1:3, in de voorrede van het evangelie (Lukas 1:1-4). De tweede keer in Handelingen 1:1, waar Lukas terugverwijst naar "het eerste boek". Beide keren is hij de lezer tot wie het boek gericht is. In de rest van het Nieuwe Testament komt zijn naam niet voor.
Was Theofilus een echte persoon?
Dat is een open vraag. Veel uitleggers denken aan een werkelijk bestaande man, mogelijk van aanzien, omdat Lukas hem "voortreffelijke" noemt en een opdracht aan een met name genoemde lezer in die tijd gewoon was. Anderen lezen de naam, die vriend van God betekent, als aanspreking van iedere gelovige lezer; die uitleg is al bij Origenes en Ambrosius te vinden. De tekst zelf beslist er niet over.
Wat betekent "voortreffelijke Theofilus"?
Voortreffelijke is in het Grieks kratiste, een titel van eer. De Statenvertaling vertaalt hetzelfde woord elders met machtigste, als het gaat om de stadhouders Felix (Handelingen 24:3) en Festus (Handelingen 26:25). Daarom denken veel uitleggers dat Theofilus een man van aanzien was, misschien een Romeins ambtenaar. Het woord werd echter ook als beleefde aanspreking gebruikt, dus zeker is dat niet. In Handelingen 1:1 noemt Lukas hem zonder titel.
Was Theofilus een christen?
Dat zegt de Bijbel niet rechtstreeks. Lukas schrijft dat Theofilus al onderwezen was in de dingen van het evangelie (Lukas 1:4). Het Griekse werkwoord kan geloofsonderwijs betekenen, zoals bij Apollos, die "in den weg des Heeren onderwezen" was (Handelingen 18:25). Het kan ook betekenen dat hij erover gehoord had. Veel uitleggers zien in hem een gelovige of iemand die belangstelling had voor het geloof.
Waarom schreef Lukas aan Theofilus?
Lukas noemt zelf zijn doel: "Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt" (Lukas 1:4). Hij had alles van voren aan onderzocht, steunend op wat ooggetuigen en dienaars des Woords hadden overgeleverd (Lukas 1:2), en wilde Theofilus een geordend verslag geven. Mogelijk was Theofilus ook een beschermheer die het werk liet verspreiden, maar dat zegt de tekst niet.
Is Theofilus dezelfde als de hogepriester Theofilus?
Daar is geen bewijs voor. Josephus noemt een hogepriester Theofilus, een zoon van Ananus (de Annas uit Johannes 18:13), maar niets in Lukas of Handelingen verbindt hem met de lezer van Lukas. Theofilus van Antiochië was een kerkvader van het einde van de tweede eeuw en leefde dus later. De naam was gewoon, en de Bijbel geeft geen aanwijzing om de lezer van Lukas met een van hen gelijk te stellen.
Wat kunnen wij leren van Theofilus?
Van Theofilus leren wij dat het geloof rust op getuigenis en niet op verzonnen verhalen: Lukas onderzocht alles van voren aan en schreef het in volgorde op (Lukas 1:3). Wie onderwezen is, mag blijven leren en zekerheid zoeken (Lukas 1:4). De naam van de lezer is bijna vergeten, maar het Woord dat hij ontving, wordt tot op vandaag gelezen door ieder die God liefheeft.

Stel een vraag over Theofilus

Wilt u meer weten over Theofilus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Theofilus

Bijbelverhalen rond Theofilus

Verdiep u verder