Moab wordt geboren
Na de ondergang van Sodom woont Lot met zijn dochters in een spelonk. De oudste dochter baart een zoon, Moab, de vader van de Moabieten.
Moab (Hebreeuws מוֹאָב) is de naam van de zoon van Lot en van het volk dat van hem afstamt (Genesis 19:37). De naam klinkt in het Hebreeuws als een woordverbinding die van de vader kan betekenen, en veel uitleggers verbinden hem daarom met de geschiedenis in Genesis 19; de Septuaginta voegt die verklaring daar zelfs aan toe. De eigenlijke betekenis is onzeker.
Moab was het hoogland ten oosten van de Dode Zee, het land van de nakomelingen van Lot. Hier riep koning Balak Bileam om Israël te vervloeken, hier stierf Mozes, en hiervandaan kwam Ruth, de Moabitische, die de overgrootmoeder van David werd (Ruth 4:17).
Ook bekend als: land van Moab, velden Moabs, vlakke velden van Moab, Moabieten, Moabitische, Moabietische
Moab lag op de hoogvlakte ten oosten van de Dode Zee. Het kernland lag tussen de diepe kloof van de Arnon in het noorden en de beek Zered in het zuiden, waar Edom begon. Ten noorden van de Arnon lag de vlakte rond Medeba en Hesbon, waarover Moab, de Amorieten en Israël steeds streden (Numeri 21:26). De vlakke velden van Moab tegenover Jericho lagen in de Jordaanvallei. Over de hoogvlakte liep waarschijnlijk de weg die de Bijbel bij Edom en Sihon de koninklijke weg noemt (Numeri 20:17, 21:22); steden waren onder meer Kir-hareseth, Dibon en Ar.
Het oude Moab ligt in het westen van Jordanië, tussen Madaba in het noorden en de Wadi al-Hasa in het zuiden. De ligging is zeker. De Arnon is de Wadi Mujib. Dibon is het huidige Dhiban, waar in 1868 de Mesa-stele werd gevonden, en Kir-hareseth wordt meestal gelijkgesteld met de burchtstad Kerak. De vlakke velden van Moab liggen in het Jordaandal, ten noordoosten van de Dode Zee.
Na de ondergang van Sodom woont Lot met zijn dochters in een spelonk. De oudste dochter baart een zoon, Moab, de vader van de Moabieten.
Israël legert zich in de vlakke velden van Moab, en koning Balak raakt beangst. Hij laat de waarzegger Bileam uit Pethor komen om het volk te vervloeken, maar Bileam moet zegenen.
De HEERE toont Mozes het beloofde land; daarna sterft Mozes in het land van Moab. God begraaft hem in een dal tegenover Beth-Peor; niemand weet zijn graf.
Eglon, de koning der Moabieten, verdrukt Israël achttien jaren. De richter Ehud doodt hem, en Israël verslaat de Moabieten bij de Jordaan. Het land heeft daarna tachtig jaren rust.
Vanwege de honger trekt Elimelech met zijn gezin uit Bethlehem naar Moab. Elimelech sterft; zijn zonen trouwen met Orpa en Ruth, en na omtrent tien jaren sterven ook zij.
Op de weg terug weigert Ruth naar haar volk en haar goden terug te keren. Zij blijft bij Naomi en belijdt dat Naomi’s volk haar volk is en Naomi’s God haar God.
Op de vlucht voor Saul vraagt David de koning der Moabieten in Mizpa om onderdak voor zijn vader en moeder. Zij blijven daar zolang David in de vesting is.
Moab en Ammon trekken met de bewoners van Seïr op tegen Juda. Terwijl Juda zingt, keren de vijanden zich tegen elkaar en verdelgen elkaar.
Koning Mesa van Moab bracht de koning van Israël honderdduizend lammeren en honderdduizend rammen met de wol op. Na de dood van Achab weigert hij de schatting, en Israël, Juda en Edom trekken tegen hem op.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Moab in de Schrift beter te begrijpen.
Moab lag op de hoogvlakte ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Het kernland lag tussen de Arnon in het noorden en de beek Zered in het zuiden; ten zuiden daarvan lag Edom. Het gebied ten noorden van de Arnon, rond Medeba en Hesbon, wisselde vaak van eigenaar. De vlakke velden van Moab lagen in de Jordaanvallei tegenover Jericho, waar Israël zich legerde voor de intocht.
De betekenis van de naam Moab is onzeker. In het Hebreeuws klinkt de naam als een woordverbinding die van de vader kan betekenen, en daarom verbinden veel uitleggers hem met Genesis 19:37, waar de oudste dochter van Lot haar zoon Moab noemt. De Septuaginta, de oude Griekse vertaling, voegt die verklaring daar zelfs aan de tekst toe. Of de naam werkelijk zo gevormd is, weten we niet.
De Moabieten waren de nakomelingen van Moab, de zoon van Lot en dus verre verwanten van Israël (Genesis 19:37). Zij woonden ten oosten van de Dode Zee, naast hun broedervolk Ammon in het noordoosten en Edom in het zuiden. Hun god was Kamos (1 Koningen 11:7). Bekende Moabieten in de Bijbel zijn koning Balak, koning Eglon, koning Mesa en Ruth.
Moab komt voor in Genesis 19 (de afkomst), Numeri 21 tot 25 en Deuteronomium 2, 23 en 34 (de woestijnreis, Balak en Bileam, de dood van Mozes), Richteren 3 (Ehud), het boek Ruth, 1 Samuël 22 en 2 Samuël 8 (David), 2 Koningen 3 (Mesa) en 2 Kronieken 20. De profeten spreken erover in Jesaja 15 en 16, Jeremia 48, Ezechiël 25, Amos 2 en Sefanja 2.
De vlakke velden van Moab zijn de vlakte in het Jordaandal ten noordoosten van de Dode Zee, tegenover Jericho. Hier legerde Israël zich aan het einde van de woestijnreis, van Beth-Jesimoth tot Abel-Sittim (Numeri 33:49). Hier legde Mozes de wet uit en vernieuwde hij het verbond (Deuteronomium 29:1), en hier beweende Israël Mozes dertig dagen (Deuteronomium 34:8). Daarna trok het volk over de Jordaan.
Deuteronomium 23:3 zegt dat geen Moabiet in de vergadering des HEEREN mag komen, omdat Moab Israël geen brood en water bracht en Bileam huurde. Toch werd Ruth opgenomen. Zij koos voor Naomi en haar God (Ruth 1:16), en Boaz zegt dat zij onder de vleugelen van de HEERE toevlucht zocht (Ruth 2:12). Joodse uitleggers lazen het verbod later als geldend voor mannen; de Bijbel laat in Ruth vooral zien dat God aanneemt wie bij Hem schuilt.
De Mesa-stele is een gedenksteen van Mesa, de koning van Moab uit 2 Koningen 3:4. Hij werd in 1868 gevonden bij Dhiban, het bijbelse Dibon, en staat nu in het Louvre in Parijs. Mesa schrijft dat Omri, de koning van Israël, Moab lange tijd verdrukte en dat hij zelf het land bevrijdde met hulp van zijn god Kemosj. De steen noemt ook de Godsnaam van Israël. Het is een van de weinige inscripties buiten de Bijbel die een koning van Israël bij naam noemt.
Kamos was de hoofdgod van de Moabieten. Numeri 21:29 noemt Moab het volk van Kamos (in de Statenvertaling daar Kamoz), en Jefta spreekt tegen de Ammonieten over uw god Kamos (Richteren 11:24). Salomo bouwde voor Kamos een hoogte bij Jeruzalem, "het verfoeisel der Moabieten" (1 Koningen 11:7), die Josia later verontreinigde. Jeremia 48:7 voorzegt dat Kamos in gevangenschap zal gaan. Op de Mesa-stele heet de god Kemosj.
Jesaja 15 en 16 en Jeremia 48 zijn lange klaagliederen over de verwoesting van de steden van Moab. De profeten noemen vooral Moabs hoogmoed (Jesaja 16:6, Jeremia 48:29) en zijn spot met Israël (Sefanja 2:8). Amos 2:1 veroordeelt Moab omdat het de beenderen van de koning van Edom tot kalk verbrandde. Toch spreken de profeten met medeleven, en Jeremia 48:47 belooft dat de HEERE in het laatste der dagen Moabs gevangenis zal wenden.
Als volk niet. Na de Babylonische tijd verdwijnen de Moabieten geleidelijk als zelfstandig volk; hun land kwam later in handen van onder meer de Nabateeërs. Het gebied zelf ligt in het westen van Jordanië. Daar liggen nog de resten van Dibon bij het dorp Dhiban, en de stad Kerak, die meestal met Kir-hareseth wordt gelijkgesteld. Ook de kloof van de Arnon, nu de Wadi Mujib, is er nog te zien.
Berg Nebo
De bijbelse Nebo wordt meestal gelijkgesteld met de Djebel Neba in Jordanië, ten noordwesten van Madaba; die identificatie is waarschijnlijk, niet zeker
Arnon
De identificatie is zeker: de Arnon is de Wadi Mujib in Jordanië
Edom
Het oude Edom ligt in het zuiden van Jordanië, tussen de omgeving van Tafila en de kust bij Akaba
Ammon en Rabba
Rabba is met zekerheid het huidige Amman, de hoofdstad van Jordanië
Sittim
In het Jordaandal in het huidige Jordanië, tegenover Jericho; de precieze plek is onzeker
Dode Zee
De Dode Zee bestaat nog; de identificatie met de bijbelse Zoutzee is zeker
Richteren 3
Eglon, de koning der Moabieten, verdrukt Israël; Ehud verlost het volk.
Ruth 1
Elimelech en Naomi in de velden Moabs; Ruth kiest voor Naomi en haar God.
2 Koningen 3
Koning Mesa valt af; de veldtocht van Israël, Juda en Edom tegen Moab.
Jeremia 48
De profetie tegen Moab, zijn steden en zijn hoogmoed, met een belofte aan het slot.
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Moab? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Moab.
Plaats Moab in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Moab.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Moab.
Verken thema's die verbonden zijn met Moab.