Ga naar hoofdinhoud
NumeriNumeri 22-24

Bileam en zijn ezelin

Een sprekende ezelin en een vloek die zegen werd

Samenvatting

Bileam en zijn ezelin gaat over Numeri 22 tot 24: koning Balak van Moab laat de ziener Bileam halen om Israël te vervloeken. Onderweg ziet Bileams ezelin de Engel des HEEREN met een zwaard, en de HEERE laat haar spreken. Daarna kan Bileam alleen zeggen wat hij van God ontvangt. Drie keer zegent hij Israël, en hij spreekt over een ster uit Jakob.

Bijbelgedeelte

“De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?”
Numeri 22:28 (Statenvertaling)
“Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.”
Numeri 22:31 (Statenvertaling)
“Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?”
Numeri 23:8 (Statenvertaling)
“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?”
Numeri 23:19 (Statenvertaling)
“Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.”
Numeri 24:17 (Statenvertaling)

Het verhaal

Numeri 22 tot 24 vertelt hoe Bileam Israël moest vervloeken, aan het eind van de woestijnreis. Na de koperen slang had Israël Sihon en Og verslagen (Numeri 21:21-35) en lag het nu in de vlakke velden van Moab, tegenover Jericho.

Waarom liet Balak Bileam halen?

Balak, de zoon van Zippor, koning van Moab, zag wat Israël met de Amorieten had gedaan, en Moab werd zeer bang. Hij zond boden met het loon der waarzeggingen naar Bileam, de zoon van Beor, in Pethor aan de rivier. Balak was overtuigd dat wie Bileam zegende, gezegend was, en wie hij vervloekte, vervloekt (Numeri 22:6). Bileam liet de mannen overnachten. Gods antwoord was duidelijk: "Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend" (Numeri 22:12).

Waarom werd de HEERE toornig toen Bileam ging?

Balak zond meer en aanzienlijker vorsten en beloofde Bileam grote eer. Bileam antwoordde dat hij voor een huis vol zilver en goud het bevel van de HEERE niet kon overtreden. Toch liet hij ook deze mannen overnachten. Die nacht zei God: "Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen" (Numeri 22:20), maar hij mocht alleen doen wat God sprak. De volgende morgen zadelde Bileam zijn ezelin en trok mee. "Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog" (Numeri 22:22). Sommige uitleggers lezen vers 20 als een voorwaarde: alleen als de mannen hem kwamen roepen. Anderen zien een toelating: God liet hem gaan, maar kende zijn hart, dat het loon liefhad (2 Petrus 2:15). De Engel des HEEREN ging in de weg staan, Bileam tot een tegenpartij.

Wat zag de ezelin van Bileam?

Onderweg zag de ezelin de Engel staan met een uitgetrokken zwaard in Zijn hand en week uit, het veld in. Bileam sloeg haar. Daarna stond de Engel in een pad tussen de wijngaarden, tussen twee muren. De ezelin drukte zich tegen de wand en klemde Bileams voet ertegen, en hij sloeg haar opnieuw. Ten slotte stond de Engel op een enge plaats zonder uitweg naar rechts of links. Toen ging de ezelin liggen, en Bileam sloeg haar in zijn toorn met een stok.

Wat zei de sprekende ezel tegen Bileam?

De HEERE opende de mond van de ezelin, en zij vroeg Bileam: "Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt" (Numeri 22:28)? Bileam zei dat zij hem bespot had en dat hij haar zou doden als hij een zwaard had. Toen opende de HEERE Bileams ogen, en hij boog zich voor de Engel. De Engel zei dat de ezelin driemaal voor Hem was uitgeweken; anders had Hij Bileam gedood en haar in leven gelaten. Bileam erkende dat hij gezondigd had en bood aan terug te gaan, maar hij moest verder: "alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken" (Numeri 22:35).

Waarom zegende Bileam Israël in plaats van het te vervloeken?

Balak nam Bileam mee naar de hoogten van Baal. Bileam ging de HEERE tegemoet, Die het woord in zijn mond legde. Zijn eerste spreuk was een zegen: "Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt" (Numeri 23:8)? Balak nam hem mee naar het veld Zofim op de hoogte van Pisga, en later naar de hoogte van Peor. Telkens werden er zeven altaren gebouwd en offers gebracht, en telkens kwam er een zegen. De derde keer ging Bileam niet meer uit naar toverijen; de Geest van God kwam op hem, en hij prees de tenten van Jakob. Toen ontstak Balaks toorn, want Bileam had driemaal gezegend in plaats van gevloekt.

Wat zei Bileam over de ster uit Jakob?

Balak stuurde Bileam weg, maar hij sprak nog een vierde spreuk, over wat Israël in de laatste dagen aan Moab zou doen: "Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen" (Numeri 24:17). Een ster en een scepter zijn beelden van een koning (zie de uitleg bij Numeri 24). In die spreuk noemde hij ook Edom. Daarna volgden korte spreuken over Amalek, de Kenieten en Assur. Toen ging Bileam terug naar zijn plaats, en Balak ging zijn weg.

Achtergrond

De Moabieten stamden af van Lot (Genesis 19:37). Israël mocht hun land niet aanvallen, want de HEERE had het aan Lots kinderen gegeven (Deuteronomium 2:9). Toch was Balak bang voor het volk dat in zijn vlakte gelegerd was. Pethor lag "aan de rivier" (Numeri 22:5); Deuteronomium 23:4 plaatst het in Mesopotamië. Met de rivier is waarschijnlijk de Eufraat bedoeld. Balaks boden maakten die lange reis twee keer.

Bileam was geen Israëliet. Hij kende de Naam van de HEERE, maar Numeri 24:1 zegt dat hij eerder uitging naar toverijen, en Jozua 13:22 noemt hem "den voorzegger", een waarzegger. Een muurtekst uit Deir Alla in Jordanië, in 1967 gevonden, noemt Bileam, de zoon van Beor, een ziener van de goden; die tekst staat los van de Bijbel en bewijst de geschiedenis niet.

Betekenis

In deze geschiedenis is God het Die handelt. Balak huurt een ziener in, laat altaren bouwen en zoekt steeds een andere plek, maar de HEERE legt het woord in de mond van Bileam. Of Gods volk gezegend of vervloekt wordt, ligt niet in de hand van een waarzegger. God had aan Abraham beloofd: "Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt" (Genesis 12:3), en Bileams derde spreuk eindigt met dezelfde gedachte (Numeri 24:9). In de tweede spreuk zegt hij Wie God is: "God is geen man, dat Hij liegen zou" (Numeri 23:19). Wat God gezegd heeft, maakt Hij waar. Mozes vat het later samen: de HEERE heeft Israël "den vloek in een zegen veranderd" (Deuteronomium 23:5), omdat Hij Zijn volk liefhad. Die zegen kwam niet uit Israël zelf voort, want het volk had in de woestijn telkens gemurmureerd. Hij kwam uit Gods liefde en trouw.

De ezelin laat zien hoe blind een mens kan zijn die van God weet en toch zijn eigen weg gaat. Bileam was een ziener, maar het dier zag de Engel eerder dan hij. De HEERE opende eerst de mond van de ezelin en daarna de ogen van Bileam: beide zijn Zijn werk. Petrus schrijft dat "het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd" (2 Petrus 2:16). De Engel spreekt met het gezag van God Zelf: Bileams weg wijkt "van Mij" af (Numeri 22:32). Veel uitleggers in de gereformeerde traditie zien in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording; anderen zien een engel die in Gods Naam spreekt (zie de Engel des HEEREN).

De ster uit Jakob spreekt van een koning uit Israël. David sloeg later de Moabieten (2 Samuël 8:2), en daarin zien uitleggers een eerste vervulling. De christelijke kerk heeft deze woorden ook gelezen als een belofte die vooruitwijst naar de Messias, de Koning uit Davids huis. Het Nieuwe Testament haalt Numeri 24:17 niet letterlijk aan. Wel zochten de wijzen de Koning der Joden, want zij hadden "Zijn ster in het Oosten" gezien (Mattheüs 2:2).

Lessen voor vandaag

Gods zegen staat vast. Balak probeerde het drie keer, op drie plaatsen, met telkens zeven varren en zeven rammen, en het veranderde niets. Wie God toebehoort, hoeft niet te vrezen voor wat mensen over hem uitspreken. Paulus vraagt: "Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn" (Romeinen 8:31)? Dat belooft geen leven zonder strijd, wel dat geen vloek het laatste woord heeft over wie God gezegend heeft.

Gods woorden kennen is nog niet God gehoorzamen. Bileam sprak ware woorden over God en zei dat geen zilver of goud hem kon omkopen. Toch vroeg hij opnieuw toen God al nee had gezegd, en het Nieuwe Testament zegt dat hij "het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft" (2 Petrus 2:15). Later bleek wat er in zijn hart was: door zijn raad werd Israël verleid bij Peor (Numeri 31:16), en hij kwam om door het zwaard (Numeri 31:8). Wat God duidelijk gezegd heeft, hoeven wij Hem niet opnieuw voor te leggen in de hoop op een ander antwoord.

God houdt een mens tegen op een verkeerde weg. Bij Bileam deed Hij dat met een ezelin en met Zijn Engel. Ook nu kan Hij iemand stilzetten langs een weg die die persoon niet verwacht. Het is genade als Hij onze ogen opent, zodat wij zien wat wij eerst niet zagen, en ons laat erkennen wat Bileam zei: "Ik heb gezondigd" (Numeri 22:34).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Israël had lang door de woestijn gereisd. Nu waren ze bijna bij het land dat God had beloofd. Ze zetten hun tenten op in de vlakte van Moab, bij de rivier de Jordaan.

De koning van Moab heette Balak. Hij had gezien wat Israël met de Amorieten had gedaan, en hij werd heel bang. Daarom stuurde hij mannen naar Bileam, die ver weg woonde. Balak geloofde dat wie Bileam zegende, gezegend was, en wie hij vervloekte, vervloekt. Vervloeken is: vragen of er iets heel ergs over iemand komt. Balak wilde dat Bileam Israël zou vervloeken. De mannen namen een beloning mee.

In de nacht kwam God bij Bileam. God zei: "Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend". Daarom stuurde Bileam de mannen terug.

Maar Balak stuurde meer mannen, belangrijker dan de eerste. Hij beloofde Bileam veel eer. Bileam zei dat hij niets kon doen tegen het woord van de HEERE, ook niet voor een huis vol zilver en goud. Toch vroeg hij het God nog een keer. Die nacht zei God dat hij mocht gaan, maar alleen mocht doen wat God zou zeggen.

De volgende morgen zadelde Bileam zijn ezelin, een vrouwtjesezel, en reed mee. Maar de HEERE werd boos, omdat Bileam ging. De Engel van de HEERE ging op de weg staan, met een zwaard in Zijn hand. Bileam zag Hem niet. Maar de ezelin zag Hem wel.

De ezelin ging van de weg af, het veld in. Bileam sloeg haar. Toen stond de Engel op een smal pad tussen twee muren. De ezelin drukte zich tegen de muur, en Bileams voet werd ertegen geklemd. Weer sloeg Bileam haar. Daarna stond de Engel op een plek waar je niet naar links of rechts kon. Toen ging de ezelin liggen. Bileam werd woedend en sloeg haar met een stok.

Toen opende de HEERE de mond van de ezelin, en ze sprak tegen Bileam: "Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt"? Bileam antwoordde boos dat hij haar zou doden als hij een zwaard had. De ezelin vroeg of ze ooit eerder zoiets had gedaan. Bileam moest toegeven dat ze het nooit eerder had gedaan.

Toen opende de HEERE ook de ogen van Bileam. Nu zag hij de Engel met het zwaard. Bileam boog zich diep tot de grond. De Engel zei dat Hij gekomen was om Bileam tegen te houden, want zijn weg was verkeerd. Als de ezelin niet drie keer was uitgeweken, had de Engel Bileam gedood. Bileam zei dat hij gezondigd had. Toch mocht hij verder, maar alleen zeggen wat God zou zeggen.

Balak nam Bileam mee naar een hoge plek, vanwaar ze Israël konden zien. Ze bouwden zeven altaren en brachten daarop offers. Een altaar is een plaats om te offeren. Toen ontmoette God Bileam, en Hij legde het woord in zijn mond.

Bileam kwam terug bij Balak, maar hij zegende Israël. Hij zei: "Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt"?

Balak nam Bileam mee naar een andere hoogte. Weer zeven altaren, weer offers, en weer een zegen. Bileam zei dat God geen mens is die liegt. Wat God zegt, dat doet Hij. Ook de derde keer, op weer een andere plek, zegende hij Israël. De Geest van God kwam over hem, en hij zei hoe goed de tenten van Israël waren.

Balak werd heel kwaad. Hij zei dat de HEERE Bileam de eer had afgenomen. Bileam moest naar huis. Maar eerst zei Bileam nog wat later zou gebeuren. Hij zag een koning die zou komen, lang na zijn eigen tijd: "Er zal een ster voortkomen uit Jakob". Daarna ging Bileam terug naar zijn eigen plaats, en Balak ging zijn weg.

Balak wilde dat Israël vervloekt zou worden. Maar later zegt de Bijbel dat de HEERE de vloek in een zegen veranderde, omdat Hij Zijn volk liefhad. Wat God zegent, kan niemand vervloeken.

Om te onthouden
“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou” (Numeri 23:19)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen of een ezel echt kan praten. Zeg eerlijk dat een ezel dat niet kan, en dat de Bijbel het daarom een daad van God noemt: "De HEERE nu opende den mond der ezelin". Ook Petrus schrijft erover (2 Petrus 2:16). Laat de nadruk niet op de grappige kant liggen, maar op de HEERE Die Bileam tegenhield op een verkeerde weg.
  • Een oplettend kind vraagt waarom God boos werd terwijl Hij had gezegd dat Bileam mocht gaan. Een eerlijk antwoord: God had eerst al gezegd dat hij niet met hen mocht trekken, en Bileam bleef vragen omdat hij het loon liefhad (2 Petrus 2:15). U mag erbij zeggen dat uitleggers hier lang over hebben nagedacht; de vertelling volgt gewoon wat er staat.
  • Leg de woorden zegenen en ziener één keer uit. Bij de onthoudtekst: eens mensen kind betekent een mens, en berouwen betekent spijt krijgen en van gedachten veranderen. God hoeft nooit terug te nemen wat Hij gezegd heeft. Voor jonge kinderen kunt u de drie zegeningen samen kort vertellen; de reis met de ezelin en het woord van God dragen de geschiedenis.
  • Oudere kinderen vragen soms hoe het verder ging met Bileam. Numeri 31:16 zegt dat Israël later door zijn raad tot afgoderij werd verleid, en Numeri 31:8 dat hij omkwam. U kunt dat sober vertellen als ernstig slot: hij kende Gods woorden, maar zijn hart was niet bij de HEERE.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWie zag de Engel eerst, Bileam of de ezelin?
  2. NavertellenWat deed de HEERE met de mond van de ezelin?
  3. VerwonderenWaarom zegende Bileam Israël in plaats van het te vervloeken?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenHoe vaak sloeg Bileam zijn ezelin, en waarom week de ezelin steeds uit?
  2. BetekenisGod had al gezegd dat Bileam niet mocht gaan. Waarom vroeg Bileam het toch nog een keer? Lees 2 Petrus 2:15.
  3. VerbindingBileam sprak over een ster en een scepter, beelden van een koning. Lees Mattheüs 2:2. Welke Koning zochten de wijzen?
  4. ToepassingBalak wilde Israël vervloeken, maar God zegende het. Wat betekent het voor jou dat God sterker is dan wie tegen je is?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Deuteronomium 23:4-5. Welke reden geeft Mozes waarom de HEERE de vloek in een zegen veranderde, en wat zegt dat over waar Gods zegen vandaan komt?
  2. Wie is God?Bileam zegt: "God is geen man, dat Hij liegen zou". Waar laat deze geschiedenis zien dat God doet wat Hij zegt, en waarom is dat een troost?
  3. Moeilijke vraagIn Numeri 22:20 zegt God dat Bileam mag gaan, en in vers 22 wordt Hij toornig omdat hij gaat. Hoe kan dat allebei waar zijn?
  4. PersoonlijkBileam kende Gods woorden goed, maar zijn hart ging naar het loon. Hoe merk je of je God alleen met je hoofd kent, of ook met je hart?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn volk zegent en dat geen vloek sterker is dan Zijn woord. Bid om ogen die zien waar God ons waarschuwt, en om een hart dat niet aan geld of eer hangt.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Thema's in dit verhaal

Gods zegen over Zijn volkDe Engel des HEERENGod is geen man dat Hij liegen zouHet loon van de ongerechtigheidDe ster uit Jakob

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Bileam en zijn ezelin

Waar staat het verhaal van Bileam en zijn ezelin in de Bijbel?

Het verhaal staat in Numeri 22 tot 24. De ezelin komt voor in Numeri 22:21-35; daarna volgen de spreuken van Bileam in Numeri 23 en 24. Wat er later met Bileam gebeurde, staat in Numeri 31:8 en Numeri 31:16; die laatste tekst verbindt hem met de zonde bij Peor uit Numeri 25. Elders wordt de geschiedenis teruggeroepen in Deuteronomium 23:4-5, Jozua 24:9-10, Nehemia 13:2 en Micha 6:5, en in het Nieuwe Testament in 2 Petrus 2:15-16, Judas 1:11 en Openbaring 2:14.

Was het een ezel of een ezelin?

Een ezelin. De Statenvertaling spreekt steeds van "zijn ezelin" (Numeri 22:21), dus een vrouwelijk dier. In de volksmond heet het vaak Bileam en de ezel, of de ezel van Bileam, maar de tekst is precies. Een ezelin was in die tijd een gewoon rijdier. Zij zegt zelf dat Bileam al lang op haar reed: "op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag" (Numeri 22:30).

Sprak de ezelin echt, of is het een fabel?

De Bijbel vertelt het als een gebeurtenis, niet als een fabel: "De HEERE nu opende den mond der ezelin" (Numeri 22:28). Het spreken kwam niet uit het dier zelf, maar was een wonder van God. Ook het Nieuwe Testament spreekt erover als iets wat werkelijk gebeurde: "het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd" (2 Petrus 2:16). De ezelin zegt alleen wat zij heeft meegemaakt; Gods boodschap brengt de Engel des HEEREN.

Waarom zag de ezelin de Engel wel en Bileam niet?

De tekst zegt dat het zien een gave van God was: "Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam" (Numeri 22:31). Pas daarna zag hij de Engel met het zwaard. Veel uitleggers vinden het veelzeggend dat juist de ziener, die zichzelf later de man noemt "wien de ogen geopend zijn" (Numeri 24:3), blind was voor de Engel op zijn weg. Het Nieuwe Testament wijst op zijn hart: hij had het loon lief (2 Petrus 2:15).

Hoe vaak zegende Bileam Israël?

Balak nam Bileam mee naar drie plaatsen, en telkens werden er zeven altaren gebouwd en offers gebracht: op de hoogten van Baal, op het veld Zofim op de hoogte van Pisga en op de hoogte van Peor. Alle drie keer zegende Bileam Israël, en Balak zei: "gij hebt hen nu driemaal gedurig gezegend" (Numeri 24:10). Daarna sprak Bileam ongevraagd nog een vierde spreuk, over de ster uit Jakob, gevolgd door korte spreuken over Amalek, de Kenieten en Assur.

Wie is de Engel des HEEREN die Bileam tegenhield?

De Engel des HEEREN spreekt in Numeri 22 met het gezag van God Zelf. Hij zegt dat Bileams weg "van Mij afwijkt" (Numeri 22:32) en herhaalt wat God in de nacht had gezegd. De Statenvertaling schrijft Zijn en Mij daarom met een hoofdletter. Veel uitleggers in de gereformeerde traditie zien in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording; anderen spreken voorzichtiger van een bijzondere Gezant van God. De tekst noemt Hem de Engel des HEEREN.

Hoe ging het verder met Israël na de zegen van Bileam?

Kort daarna ging het mis, maar niet door een vloek. Numeri 25 vertelt dat Israël bij Sittim hoereerde met de dochters van Moab en zich boog voor hun goden; toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël. Numeri 31:16 zegt later dat de zonde in de zaak van Peor kwam "door den raad van Bileam". Wat Balak met een vloek niet kon bereiken, gebeurde zo door verleiding. Gods zegen bleef staan, maar de zonde van het volk bracht een plaag. Bileam zelf kwam om in de strijd tegen de Midianieten (Numeri 31:8).

Wat zegt het Nieuwe Testament over Bileam en zijn ezelin?

Petrus noemt de ezelin uitdrukkelijk. Hij schrijft dat Bileam "de bestraffing zijner ongerechtigheid gehad" heeft, want het stomme dier sprak met mensenstem en hield hem tegen (2 Petrus 2:16). Het vers ervoor zegt waar die ongerechtigheid zat: hij had "het loon der ongerechtigheid liefgehad" (2 Petrus 2:15). Petrus gebruikt de geschiedenis als waarschuwing voor wie Gods weg verlaat om voordeel. Ook Judas 1:11 en Openbaring 2:14 noemen Bileam als waarschuwing, om zijn liefde voor het loon en om zijn raad die Israël tot zonde bracht.

Hoe vertelt u Bileam en zijn ezelin aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Numeri 22 tot 24 volgt, met een tekst om te onthouden, tips voor de verteller en gespreksvragen. Laat de sprekende ezelin niet het hoogtepunt worden: de kern is dat de HEERE Bileam tegenhoudt en dat Hij de vloek van Balak in een zegen verandert. Voor jonge kinderen kunt u de spreuken kort houden; oudere kinderen kunnen Numeri 22:21-35 zelf lezen.

Stel een vraag over Bileam en zijn ezelin

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder