De zonde bij Baäl-Peor
In Sittim laat het volk zich door de Moabitische vrouwen meenemen naar hun offers en koppelt zich aan Baäl-Peor. De toorn des HEEREN ontsteekt.
Sittim (Hebreeuws שִׁטִּים) is het meervoud van de naam van de acaciaboom; dezelfde naam keert terug in het sittimhout van de tabernakel. Abel-Sittim (Numeri 33:49) betekent waarschijnlijk weide of beekdal van de acacia’s.
Sittim was de laatste legerplaats van Israël ten oosten van de Jordaan, in de vlakke velden van Moab tegenover Jericho. Daar viel het volk in de afgoderij van Baäl-Peor (Numeri 25:1-3), en van daar zond Jozua de twee verspieders naar Jericho (Jozua 2:1).
Ook bekend als: Abel-Sittim, Shittim
Sittim lag ten oosten van de Jordaan, in de vlakke velden van Moab, tegenover Jericho en ten noordoosten van de Dode Zee. De legerplaats van Israël strekte zich uit langs de Jordaan van Beth-Jesimoth tot Abel-Sittim (Numeri 33:49). Ten oosten ervan rijst het gebergte Abarim met de berg Nebo; ten westen ligt, aan de overkant van de rivier, de vlakte van Jericho.
In het Jordaandal in het huidige Jordanië, tegenover Jericho; de precieze plek is onzeker. Als kandidaten worden vooral Tell el-Hammam en Tell Kefrein genoemd, twee heuvels aan de oostrand van het dal; Tell el-Hammam wordt het vaakst met Abel-Sittim gelijkgesteld. Josephus spreekt van Abila op deze plek, een naam die met Abel-Sittim in verband wordt gebracht. Zekerheid geeft geen van deze gegevens.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
In Sittim laat het volk zich door de Moabitische vrouwen meenemen naar hun offers en koppelt zich aan Baäl-Peor. De toorn des HEEREN ontsteekt.
Pinehas, de zoon van Eleazar, treedt op tegen een openlijke zonde, en de plaag wordt opgehouden. Vierentwintigduizend mensen zijn gestorven.
Jozua zendt van Sittim heimelijk twee mannen uit om het land en Jericho te bezichtigen. Zij komen in het huis van Rachab.
Jozua staat vroeg op; het volk reist van Sittim tot aan de Jordaan en vernacht daar voordat het oversteekt.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Sittim in de Schrift beter te begrijpen.
Sittim lag ten oosten van de Jordaan in de vlakke velden van Moab, tegenover Jericho en ten noordoosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië. Het was de laatste legerplaats van Israël ten oosten van de Jordaan, vóór de doortocht. De precieze plek is onzeker; Tell el-Hammam en Tell Kefrein worden als kandidaten genoemd, waarbij Tell el-Hammam het vaakst met Abel-Sittim wordt gelijkgesteld.
Sittim is het Hebreeuwse meervoud van de naam van de acaciaboom, een taaie boom die in het droge Jordaandal en in de woestijn groeit. De plaats heette dus naar de acacia’s die er stonden. In Numeri 33:49 heet zij Abel-Sittim; abel betekent waarschijnlijk weide of beekdal.
In Sittim viel Israël in de afgoderij van Baäl-Peor: het volk hoereerde met de dochters van Moab, at van hun offers en boog zich voor hun goden (Numeri 25:1-3). Na het optreden van Pinehas werd de plaag opgehouden (Numeri 25:7-9). Later zond Jozua van Sittim twee verspieders naar Jericho (Jozua 2:1), en van daar trok het volk naar de Jordaan om over te steken (Jozua 3:1).
Ja, volgens de gangbare uitleg wel. In de lijst van de legerplaatsen staat dat Israël zich legerde aan de Jordaan van Beth-Jesimoth tot aan Abel-Sittim, in de vlakke velden der Moabieten (Numeri 33:49). Elders heet de plaats kortweg Sittim. Abel-Sittim is dan de volledige naam van de plaats aan de rand van de legerplaats, Sittim de korte vorm.
De uitdrukking staat in Micha 6:5. De HEERE roept Zijn volk op te gedenken wat Balak beraadslaagde en wat Bileam antwoordde, "en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe". Sittim was de laatste legerplaats ten oosten van de Jordaan, Gilgal de eerste in het land. Micha vat zo de weg samen waarop God Israël, ondanks de zonde bij Baäl-Peor, over de Jordaan het beloofde land in bracht.
Alleen de naam. Sittimhout is het hout van de acacia, waarvan Israël in de woestijn de ark, de tafel, het altaar en de planken van de tabernakel maakte (Exodus 25:10, 25:23, 26:15, 27:1). De plaats Sittim heette naar dezelfde boom, waarschijnlijk omdat er acacia’s groeiden. Het hout kwam niet van die plaats; de tabernakel werd al bij de Sinaï gebouwd, lang voordat Israël in Sittim kwam.
Joël belooft dat er een fontein uit het huis des HEEREN zal uitgaan, die het dal van Sittim zal bewateren (Joël 3:18). Of de profeet daarmee de plaats aan de Jordaan bedoelt, is onzeker. Veel uitleggers lezen het als beeldspraak voor een droog acaciadal dat door de zegen van God vruchtbaar wordt; anderen denken aan een dal in de buurt van Jeruzalem. De tekst zelf beslist dat niet.
Berg Nebo
De bijbelse Nebo wordt meestal gelijkgesteld met de Djebel Neba in Jordanië, ten noordwesten van Madaba; die identificatie is waarschijnlijk, niet zeker
Moab
Het oude Moab ligt in het westen van Jordanië, tussen Madaba in het noorden en de Wadi al-Hasa in het zuiden
Jordaan
De Jordaan stroomt nog en de identificatie is zeker
Jericho
Het oudtestamentische Jericho is de heuvel Tell es-Sultan, aan de noordrand van het huidige Jericho (Ariha) op de Westelijke Jordaanoever
Gilgal
Gilgal wordt gezocht in de vlakte ten oosten of noordoosten van het oude Jericho (Tell es-Sultan), op de Westelijke Jordaanoever; de precieze plaats is onzeker
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Sittim? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Sittim.
Plaats Sittim in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Sittim.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Sittim.
Verken thema's die verbonden zijn met Sittim.