Ga naar hoofdinhoud

Edom in de Bijbel

Edom (Hebreeuws אֱדוֹם) betekent rood. Genesis 25:30 verbindt de naam met het rode gerecht waarvoor Esau zijn eerstgeboorterecht verkocht. Het land heet ook Seïr; uitleggers zien daarin een woordspel met het Hebreeuwse woord voor behaard, omdat Esau bij zijn geboorte geheel als een haren kleed was (Genesis 25:25). In het Grieks werd het later Idumea.

Edom was het bergland ten zuiden van de Dode Zee waar de nakomelingen van Esau (in de Statenvertaling Ezau) woonden. "Ezau is Edom" (Genesis 36:8): het broedervolk van Israël weigerde Mozes de doortocht, werd door David onderworpen en juichte bij de val van Jeruzalem. Obadja en Maleachi profeteren erover.

Ook bekend als: Seïr, gebergte Seir, Ezau’s gebergte, land der Edomieten, Idumea

Ligging

Edom lag ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee, tussen de beek Zered in het noorden, de grens met Moab, en de Golf van Akaba in het zuiden, waar Elath en Ezeon-Geber lagen (Deuteronomium 2:8). Het kernland was het hoge, rotsachtige gebergte Seïr ten oosten van de Araba, de diepe slenk van de Dode Zee naar de Rode Zee. Over de hoogvlakte liep de koninklijke weg (Numeri 20:17). Bozra was een hoofdstad; Theman wordt als stad of als landstreek genoemd.

Vandaag

Het oude Edom ligt in het zuiden van Jordanië, tussen de omgeving van Tafila en de kust bij Akaba. De ligging van het land is zeker. Bozra wordt algemeen gelijkgesteld met Buseira. Waar Sela lag, is omstreden: sommigen denken aan Petra, anderen aan een rotsvesting bij Buseira. In de Araba zijn oude kopermijnen gevonden, onder meer bij Feinan.

Geschiedenis

De geschiedenis van Edom begint bij Esau. Toen hij moe uit het veld kwam en Jakob om "dat rode, dat rode daar" vroeg, kreeg hij de naam Edom (Genesis 25:30). Izak zegende hem met de woorden dat hij op zijn zwaard zou leven en zijn broeder zou dienen, tot hij diens juk van zijn hals zou afrukken (Genesis 27:40). Esau vestigde zich met zijn gezin en kudden op het gebergte Seïr, omdat het land voor hem en Jakob samen te klein was (Genesis 36:6-8). Daar woonden voordien de Horieten, die door de kinderen van Esau werden verdreven (Deuteronomium 2:12). Edom had al koningen voordat er in Israël een koning regeerde (Genesis 36:31). Tijdens de woestijnreis vroeg Mozes vanuit Kades de koning van Edom om langs de koninklijke weg door zijn land te mogen trekken. Hij beriep zich op de broederband: "Alzo zegt uw broeder Israel" (Numeri 20:14). Edom weigerde en trok met een sterk leger uit (Numeri 20:18-21). Aäron stierf op de berg Hor, aan de grens van Edom, en Israël moest om het land heen trekken (Numeri 20:23-28, 21:4). God verbood Israël met Edom te strijden, want Hij had Esau het gebergte Seïr ter erfenis gegeven (Deuteronomium 2:5). Een Edomiet mocht Israël niet voor een gruwel houden, "want hij is uw broeder" (Deuteronomium 23:7). Saul streed tegen Edom (1 Samuël 14:47); een van zijn herders was Doeg de Edomiet (1 Samuël 21:7). David legde bezettingen in heel Edom, en alle Edomieten werden zijn knechten (2 Samuël 8:14). Joab bleef er zes maanden en doodde alles wat mannelijk was; de koninklijke Hadad ontkwam naar Egypte en werd later een tegenstander van Salomo (1 Koningen 11:14-17). Salomo bouwde schepen te Ezeon-Geber, bij Eloth, in het land van Edom (1 Koningen 9:26). In de tijd van Josafat had Edom geen koning, maar een stadhouder (1 Koningen 22:48). Onder Joram van Juda vielen de Edomieten af en kozen zij een eigen koning (2 Koningen 8:20-22). Amazia sloeg tienduizend Edomieten in het Zoutdal en nam Sela in (2 Koningen 14:7), maar onder Achaz deden de Edomieten weer invallen in Juda (2 Kronieken 28:17). Bij de verwoesting van Jeruzalem door Babylon, volgens de gangbare datering in 587 of 586 voor Christus, stonden zij aan de kant van de vijand. Psalm 137:7, Klaagliederen 4:21-22, Ezechiël 25:12-14 en Obadja klagen hen daarover aan. Daarna trokken Edomieten het zuiden van Juda in, dat later Idumea heette, terwijl het oude Edom in handen kwam van de Nabateeërs. Volgens Josephus legde de Joodse vorst Johannes Hyrcanus de Idumeeërs in de tweede eeuw voor Christus de besnijdenis op. Herodes de Grote stamde volgens Josephus van Idumese kant af. Markus 3:8 noemt mensen uit Idumea die naar Jezus kwamen. Opgravingen in het zuiden van Jordanië, onder meer in Buseira, het oude Bozra, tonen een Edomitisch koninkrijk met een hoofdstad en versterkte plaatsen. De datering van de vroegste lagen is onder archeologen omstreden.

Betekenis in de Bijbel

Edom is in de Bijbel het broedervolk van Israël. Geen ander buurvolk wordt zo nadrukkelijk broeder genoemd: Mozes spreekt de koning van Edom aan namens "uw broeder Israel" (Numeri 20:14), en de wet verbiedt een Edomiet voor een gruwel te houden (Deuteronomium 23:7). Juist daardoor weegt de vijandschap zwaar. Wat begon in de schoot van Rebekka, waar twee volken met elkaar worstelden (Genesis 25:23), liep door in de geschiedenis van twee naties. De profeten richten zich vooral op Edoms gedrag bij de val van Jeruzalem. Obadja verwijt Edom dat het toekeek en zich verblijdde op de dag van zijn broeder Jakob, dat het meedeed met de plunderaars en ontkomenen uitleverde (Obadja 1:10-14). De meeste uitleggers verbinden dit met de val van Jeruzalem door Babel; enkelen denken aan een eerdere plundering, in de tijd van Joram (2 Kronieken 21:16-17). Daarbij noemt Obadja de wortel: "De trotsheid uws harten heeft u bedrogen" (Obadja 1:3). Edom vertrouwde op zijn rotsvestingen, maar de HEERE zou het neerstoten, "gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden" (Obadja 1:15). Obadja eindigt niet met Edom, maar met Sion: "en het koninkrijk zal des HEEREN zijn" (Obadja 1:21). Maleachi opent met Gods liefde voor Israël, aangetoond aan het verschil tussen Jakob en Esau (Maleachi 1:2-4). Paulus haalt die woorden aan in Romeinen 9:13 om te laten zien dat Gods verkiezing niet op werken rust, maar op Hem Die roept. Hebreeën 12:16 noemt Esau als waarschuwing tegen het verkwanselen van het eerstgeboorterecht. Tegelijk is er hoop. Amos 9:12 belooft dat de herstelde hut van David het overblijfsel van Edom en al de heidenen zal bezitten die naar Gods Naam genoemd worden. Jakobus haalt deze profetie in Handelingen 15:16-17 aan als bewijs dat heidenen in de gemeente komen; daar staat in plaats van Edom de overblijvende mensen.

Sleutelgebeurtenissen in Edom

1

Esau krijgt de naam Edom

Esau komt moe uit het veld en vraagt Jakob om het rode gerecht. Daarom krijgt hij de naam Edom; kort daarna verkoopt hij zijn eerstgeboorterecht.

Genesis 25:29-30

2

Esau vestigt zich op het gebergte Seïr

Omdat het land te klein is voor de kudden van beide broers, trekt Esau met zijn gezin weg van Jakob en woont op het gebergte Seïr. De Bijbel vat het samen: Esau is Edom.

Genesis 36:6-8

3

Edom weigert Israël de doortocht

Mozes vraagt vanuit Kades langs de koninklijke weg door Edom te mogen trekken. De koning weigert en trekt met een sterk leger uit, zodat Israël om het land heen moet.

Numeri 20:14-21

4

David legt bezettingen in Edom

Na de slag in het Zoutdal (1 Kronieken 18:12: Abisai sloeg er de Edomieten) legt David bezettingen in heel Edom. De Edomieten worden zijn knechten, en de HEERE behoedt David overal waar hij gaat.

2 Samuël 8:13-14

5

Edom valt af van Juda

In de dagen van Joram schudden de Edomieten het gezag van Juda af en kiezen zij een eigen koning. Uitleggers zien hierin de vervulling van Izaks woord dat Esau het juk van zijn hals zou afrukken (Genesis 27:40).

2 Koningen 8:20-22

6

Amazia neemt Sela in

Koning Amazia slaat tienduizend Edomieten in het Zoutdal, neemt de rotsstad Sela in en noemt haar Jokteel.

2 Koningen 14:7

7

Edom op de dag van Jeruzalem

Bij de verwoesting van Jeruzalem roepen de Edomieten dat de stad tot de grond toe moet worden afgebroken. De ballingen in Babel vragen de HEERE daaraan te gedenken.

Psalm 137:7

8

Obadja over de trots van Edom

Obadja kondigt het oordeel aan over Edom, dat in de kloven van de steenrotsen woont en meent onaantastbaar te zijn. De HEERE zal het van zijn hoogte neerstoten.

Obadja 1:1-4

9

Maleachi over Jakob en Esau

Aan het einde van het Oude Testament wijst de HEERE op het verwoeste Edom als teken van Zijn liefde voor Jakob. Wat Edom wil herbouwen, zal Hij afbreken.

Maleachi 1:2-4

Theologische betekenis

De geschiedenis van Edom gaat over broederschap en verkiezing. Esau en Jakob waren tweelingen uit dezelfde ouders, maar God had voor hun geboorte gezegd dat de meerdere de mindere zou dienen (Genesis 25:23). Gereformeerde uitleggers lezen in de lijn van Genesis via Maleachi naar Paulus geen volkerenhaat en geen willekeur, maar Gods soevereine genade, die niet rust op afkomst of verdienste: Jakob was niet beter dan zijn broer. Tegelijk blijft Esau zelf verantwoordelijk voor zijn minachting van wat hem gegeven was; de verkiezing maakt de mens niet tot een speelbal. Obadja laat zien dat God hoogmoed en leedvermaak over de val van een broeder oordeelt (Obadja 1:12). Hij oordeelt zo niet alleen een volk, maar ook een houding. Maar Obadja eindigt bij het koninkrijk van de HEERE op de berg Sion, niet bij wraak. Jesaja 63 gebruikt Edom en Bozra als beeld van Gods laatste overwinning: "Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra" (Jesaja 63:1). De Verlosser antwoordt: "Ik heb de pers alleen getreden" (Jesaja 63:3). Veel uitleggers zien hierin de Messias Die alleen de strijd tegen de vijanden van Zijn volk voert; Openbaring 19:13-15 neemt het beeld van het met bloed geverfde kleed en de wijnpersbak over. Tegenover de vijandschap van de volken staat in Genesis zelf nog een ander beeld: toen Jakob terugkeerde, liep Esau hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem (Genesis 33:4).

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Edom in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Edom

Waar lag Edom?

Edom lag ten zuiden en zuidoosten van de Dode Zee, tussen de beek Zered, de grens met Moab, en de Golf van Akaba. Het kernland was het gebergte Seïr ten oosten van de Araba, de lange slenk tussen de Dode Zee en de Rode Zee. Dat gebied ligt nu in het zuiden van Jordanië. Later woonden Edomieten ook ten westen van de Araba, in het zuiden van Juda.

Wat betekent de naam Edom?

Edom betekent rood. Genesis 25:30 verbindt de naam met het moment waarop Esau Jakob om "dat rode, dat rode daar" vroeg, het gerecht waarvoor hij zijn eerstgeboorterecht verkocht. Esau was ook bij zijn geboorte ros (Genesis 25:25). Het rode zandsteen van het gebergte past bij de naam, maar de Bijbel zelf legt de nadruk op Esau.

Wie waren de Edomieten en wat hebben zij met Esau te maken?

Esau, in de Statenvertaling Ezau, de tweelingbroer van Jakob, is de stamvader van de Edomieten. De Bijbel zegt het kort: "Ezau is Edom" (Genesis 36:8), en noemt hem de vader der Edomieten (Genesis 36:9). Esau vestigde zich op het gebergte Seïr, en zijn nakomelingen werden het volk Edom. Over Esau als persoon gaat een eigen pagina; deze pagina gaat over het land en het volk.

Waar staat Edom in de Bijbel?

Edom komt voor in Genesis 25, 27, 32 en 36 (Esau), Numeri 20 en Deuteronomium 2 (de woestijnreis), 2 Samuël 8 en 1 Koningen 11 (David en Salomo), 2 Koningen 3, 8 en 14, en Psalm 60, 108 en 137. De profeten spreken erover in Jesaja 34 en 63, Jeremia 49, Ezechiël 25 en 35, Amos 1, Obadja en Maleachi 1. Het Nieuwe Testament noemt Idumea in Markus 3:8.

Wat is het gebergte Seïr?

Seïr is de bijbelse naam voor het bergland van Edom ten oosten van de Araba. Eerst woonden daar de Horieten (Genesis 36:20), daarna Esau en zijn nakomelingen (Deuteronomium 2:12). De Statenvertaling spreekt vaak van het gebergte Seir of Ezau’s gebergte (Obadja 1:8). In de lofzang van Debora komt de HEERE van Seïr en het veld van Edom voort (Richteren 5:4).

Is Sela hetzelfde als Petra?

Dat is onzeker. Amazia nam Sela in en noemde de stad Jokteel (2 Koningen 14:7). Sela betekent rots, en daarom is de stad vaak met de rotsstad Petra in het zuiden van Jordanië gelijkgesteld. Petra werd echter vooral bekend als stad van de latere Nabateeërs. Andere onderzoekers wijzen een rotsvesting bij Buseira, het oude Bozra, aan. De Bijbel geeft geen aanwijzing die de vraag beslist.

Waarom profeteert Obadja tegen Edom?

Obadja klaagt Edom aan omdat het zich verblijdde toen Jeruzalem werd verwoest, meedeed met de plunderaars en vluchtelingen uitleverde (Obadja 1:10-14). De meeste uitleggers verbinden dit met de val van Jeruzalem door Babel; enkelen denken aan een eerdere plundering. Daarachter zag Obadja hoogmoed: Edom woonde in de kloven der steenrotsen en dacht dat niemand het kon neerhalen (Obadja 1:3). Het korte boek eindigt met de belofte dat het koninkrijk des HEEREN zal zijn (Obadja 1:21).

Wat betekent "Ezau heb Ik gehaat" in Maleachi 1?

In Maleachi 1:2-3 laat de HEERE Zijn liefde voor Israël zien door het verschil met Edom, waarvan de bergen verwoest liggen. Paulus haalt de woorden aan in Romeinen 9:13 als voorbeeld van Gods vrije verkiezing, die niet afhangt van werken. Gereformeerde uitleggers zien hierin geen willekeur of haat tegen een volk, maar Gods soevereine genade jegens Jakob en Zijn rechtvaardig oordeel over Edom.

Wat is Idumea?

Idumea is de Griekse vorm van de naam Edom. Vanaf de Babylonische tijd trokken Edomieten het zuiden van Juda in, rond Hebron, en dat gebied heette daarna Idumea. Volgens Josephus dwong Johannes Hyrcanus de Idumeeërs zich te laten besnijden, en stamde Herodes de Grote van Idumese kant af. Markus 3:8 noemt mensen uit Idumea in de menigte rond Jezus.

Bestaat Edom nog?

Als volk niet. Na de ballingschap ging het oude Edom over in handen van de Nabateeërs, en de Idumeeërs gingen later op in het Joodse volk. Na de eerste eeuw na Christus verdwijnt hun naam. Het land van Edom ligt nu in het zuiden van Jordanië, met de ruïnes van Bozra bij het dorp Buseira en oude kopermijnen in de Araba.

Bijbelverhalen in Edom

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Edom

Bijbelhoofdstukken die zich in Edom afspelen

Leer meer over Edom met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Edom? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder