Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1400 v.Chr.

Bileam in de Bijbel

Bil'am (בִּלְעָם, Hebreeuws) - “Verslinder van het volk / Niet van het volk

Wie was Bileam?

Bileam was een niet-Israelitische ziener uit Pethor aan de Eufraat, die door koning Balak van Moab werd ingehuurd om Israel te vervloeken. God liet hem viermaal zegenen in plaats van vervloeken. Het dier dat Bileams leven redde was zijn ezelin: zij zag de Engel van de HEERE met getrokken zwaard en week uit (Numeri 22:22-33).

Bileam, de zoon van Beor, is de vreemdste profeet van het Oude Testament: een buitenstaander die werkelijk Gods woorden sprak en toch als vijand van Gods volk stierf. Zijn verhaal staat in Numeri 22 tot 25 en wordt daarna nog vijf keer teruggeroepen -- in Numeri 31, Jozua 13, Nehemia 13, Micha 6 en driemaal in het Nieuwe Testament. In het Oude Testament heet hij Bileam; in de Statenvertaling van het Nieuwe Testament heet dezelfde man Balaam (2 Petrus 2:15, Judas 1:11, Openbaring 2:14). Ook de spellingen Bil'am, Biliam en Bilaam verwijzen naar hem. Hij woonde ver buiten Israel, in Pethor "hetwelk aan de rivier is" (Numeri 22:5), dus aan de Eufraat in Mesopotamie. Zijn reputatie reikte tot in Moab: Balak liet hem halen met de woorden "ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn" (Numeri 22:6). Israel had zojuist de Amorieten verslagen en kampeerde in de vlakte van Moab, klaar om de Jordaan over te steken. Balak durfde geen veldslag aan en koos voor een geestelijk wapen. Wat volgt is een geschiedenis in drie bewegingen. Eerst het gevecht om de opdracht: God zegt nee, Balak biedt meer, Bileam vraagt het nog een keer, en gaat. Dan de reis waarop zijn eigen ezelin ziet wat hij niet ziet en zijn leven redt. En ten slotte vier profetische spreuken op de hoogten van Moab, waarin elke poging tot vervloeking omslaat in zegen -- tot en met de belofte van een ster uit Jakob. Het slot is donker. Wat Bileam niet met een vloek voor elkaar kreeg, bereikte hij met een advies: verleid Israel tot afgoderij bij Baal-Peor (Numeri 31:16). Hij stierf door het zwaard bij de strafexpeditie tegen Midian, en Jozua 13:22 noemt hem daarbij niet profeet maar "voorzegger".

Historische context

Bileam wordt in de Bijbel geplaatst tegen het einde van de veertigjarige woestijnreis, omstreeks 1400 v.Chr. volgens de traditionele bijbelse chronologie. Israel had de oostelijke Jordaanoever bereikt en de koningen Sihon en Og verslagen. Het volk kampeerde in de vlakte van Moab, en die nabijheid maakte Balak, de koning van Moab, doodsbenauwd. Pethor, Bileams woonplaats, lag "aan de rivier" -- in het Oude Testament de gebruikelijke aanduiding voor de Eufraat. Dat betekent een reis van vele honderden kilometers voor Balaks gezanten, heen en terug, en dat tweemaal. Alleen al die afstand zegt iets over Bileams reputatie: men haalde hem niet uit de buurt, men haalde hem van ver. In het Oude Nabije Oosten was de beroepsziener een bekende figuur. Koningen raadpleegden waarzeggers voor veldslagen, en het uitspreken van zegen- en vloekformules gold als een handeling met werkelijke kracht. Balak gaat dan ook zorgvuldig te werk: hij laat op drie verschillende hoogten telkens zeven altaren bouwen en zeven stieren en rammen offeren, in de veronderstelling dat een andere plaats of meer offers een ander orakel kan opleveren. De Bijbel laat dat systeem stap voor stap stuklopen: viermaal komt er een zegen uit. Buiten de Bijbel is Bileam niet onbekend gebleven. In 1967 werd in Deir Alla, in het huidige Jordanie, een op pleisterwerk geschreven inscriptie gevonden die "Bileam, zoon van Beor" noemt als een ziener van de goden. De tekst dateert uit ongeveer de achtste eeuw v.Chr. en staat los van de Bijbel; hij bewijst niet wat er in Numeri gebeurde, maar laat wel zien dat de naam eeuwenlang in dat gebied als die van een beroemde ziener bekend stond. De nasleep speelt zich af bij Sittim, waar Israel zich koppelde aan Baal-Peor (Numeri 25:1-3). Baal-Peor was een plaatselijke Baalsverering, en de verbinding met Bileam wordt pas later gelegd, door Mozes zelf: "deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels ... te geven, in de zaak van Peor" (Numeri 31:16). Bij dezelfde veldtocht tegen Midian werd Bileam gedood (Numeri 31:8).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Hij hoorde werkelijk Gods stem en gaf Gods woorden onverkort door, ook als ze zijn opdrachtgever niet bevielen
  • Hij weigerde de eerste opdracht en stuurde de eerste gezanten weg
  • Hij erkende zijn schuld tegenover de Engel des HEEREN: "Ik heb gezondigd" (Numeri 22:34)
  • Zijn vierde spreuk reikt verder dan zijn eigen tijd en horizon

Zwakke kanten

  • Hebzucht: hij bleef onderhandelen over een opdracht waarop God al nee had gezegd
  • Zelfbedrog: vrome woorden ("al gaf Balak mij zijn huis vol zilver en goud") naast een hart dat het loon bleef zoeken
  • Hardheid: hij sloeg zijn ezelin driemaal en wilde haar doden
  • De raad bij Baal-Peor: toen de vloek niet lukte, koos hij voor verleiding van binnenuit

Theologische betekenis

De geschiedenis van Bileam gaat in de eerste plaats over Gods soevereiniteit. Balak koopt een vloek en krijgt vier zegeningen. Nehemia vat het eeuwen later samen: Moab en Ammon hadden "Bileam tegen hen gehuurd ... om hen te vloeken, hoewel onze God den vloek omkeerde in een zegen" (Nehemia 13:2). Daarin ligt de troost van dit hoofdstuk: geen enkele macht kan ongedaan maken wat God gezegend heeft. Micha 6:5 roept Israel later op juist deze geschiedenis te gedenken als bewijs van Gods gerechtigheid. Ten tweede is Bileam het bijbelse schoolvoorbeeld van het verschil tussen gave en genade. Hij ontving echte openbaring en sprak woorden die tot vandaag als Schrift gelezen worden -- en hij verging tegelijk aan zijn eigen begeerte. Binnen de gereformeerde traditie wordt hij daarom aangehaald bij de leer dat de werkzaamheid van Gods Woord niet afhangt van de waardigheid van de spreker. Dat is tegelijk troostend en ontnuchterend: een gebrekkige verkondiger maakt Gods werk niet onmogelijk, maar het uitspreken van waarheid is nog geen bewijs van behoud. Ten derde is er de messiaanse lijn. "Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen" (Numeri 24:17) is door de kerk vrijwel unaniem gelezen als een profetie die haar vervulling vindt in Christus, de Koning uit Jakobs geslacht. Dat uitgerekend een ingehuurde buitenlandse ziener die woorden moest uitspreken, onderstreept de pointe van het hele verhaal: God laat Zijn belofte desnoods door een tegenstander verkondigen. Ten vierde spreekt het Nieuwe Testament driemaal over hem, telkens als waarschuwing en telkens onder de naam Balaam. Petrus noemt valse leraars die "den weg van Balaam" zijn ingegaan, "die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft" (2 Petrus 2:15). Judas spreekt over wie zich "door de verleiding van het loon van Balaam" hebben laten meeslepen (Judas 1:11). En de verhoogde Christus verwijt de gemeente te Pergamus dat er mensen zijn "die de lering van Balaam houden" (Openbaring 2:14). Drie keer dezelfde kern: geestelijke gave vermengd met geldzucht, en aanval van binnenuit waar de aanval van buitenaf faalt.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Bil'am (בִּלְעָם, Hebreeuws)

Betekenis

Verslinder van het volk / Niet van het volk

Sleutelmomenten

1

Balak laat Bileam halen uit Pethor

Koning Balak van Moab is bang voor Israel dat in zijn vlakte kampeert, en stuurt gezanten met waarzeggersloon naar Bileam aan de Eufraat. Gods antwoord is die eerste nacht ondubbelzinnig: "gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend."

Numeri 22:1-12

2

De tweede delegatie en het vertrek

Balak stuurt aanzienlijker vorsten en meer beloning. Bileam antwoordt vroom dat geen huis vol zilver en goud hem Gods bevel kan laten overtreden, maar vraagt God toch opnieuw. Hij mag gaan, en juist over dat gaan ontsteekt de toorn van de HEERE.

Numeri 22:15-22

3

De ezelin die zijn leven redde

Driemaal ziet de ezelin de Engel des HEEREN met getrokken zwaard en wijkt uit; driemaal slaat Bileam haar. Dan opent God haar mond. De Engel zegt het onomwonden: had zij niet geweken, dan was Bileam gedood en zij gespaard (Numeri 22:33).

Numeri 22:22-35

4

Eerste spreuk: wat God niet vloekt

Op de hoogten van Baal spreekt Bileam de eerste van vier spreuken: "Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt?" Hij ziet een afgezonderd volk dat niet te tellen is, en eindigt met de wens dat zijn eigen ziel de dood der oprechten mag sterven.

Numeri 23:7-10

5

Tweede spreuk: God is geen man dat Hij liegen zou

Vanaf het veld Zofim, op de hoogte van Pisga, klinkt de tweede spreuk, met een van de bekendste uitspraken over Gods trouw: God is geen man dat Hij liegen zou. Wat Hij zegt, doet Hij. Balak krijgt opnieuw een zegen in plaats van een vloek.

Numeri 23:18-24

6

Derde spreuk: hoe goed zijn uw tenten, Jakob

Vanaf de hoogte van Peor kijkt Bileam uit over Israel dat naar stammen gelegerd is. Nu probeert hij niet eens meer naar waarzeggerijen te zien: de Geest van God komt over hem en hij zegent Israel voor de derde maal. Balaks toorn ontbrandt.

Numeri 24:1-9

7

Vierde spreuk: de ster uit Jakob

In zijn laatste en verstrekkendste spreuk kijkt Bileam vooruit: "Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen." De kerk heeft deze woorden door de eeuwen heen verstaan als een profetie die uitloopt op de komst van Christus.

Numeri 24:15-19

8

Baal-Peor: de raad van Bileam

Israel verblijft te Sittim en hoereert met de dochters van Moab en buigt zich voor Baal-Peor; een plaag treft het volk. Pas in Numeri 31:16 wordt onthuld wie daarachter zat: het gebeurde door de raad van Bileam. Wat de vloek niet kon, deed de verleiding.

Numeri 25:1-3; 31:16

9

De dood van Bileam

Bij de strafexpeditie tegen Midian wordt Bileam met het zwaard gedood, samen met vijf Midianitische koningen. Jozua 13:22 blikt erop terug en noemt hem daarbij "den voorzegger" -- niet profeet. Dat woord is zijn uiteindelijke beoordeling.

Numeri 31:8; Jozua 13:22

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Bileam beter te begrijpen.

Numeri 22:12

Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.

Gods eerste en volstrekt heldere antwoord. Alles wat daarna misgaat, begint bij het opnieuw vragen naar iets waarop God al nee had gezegd.

Numeri 22:28

De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?

Het bekendste vers uit het verhaal. Opvallend is dat Bileam haar antwoordt zonder enige verbazing over een sprekend dier.

Numeri 22:33

Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.

Hier staat het met zoveel woorden: het dier dat Bileams leven redde was zijn ezelin. Zonder haar uitwijken was hij gedood.

Numeri 23:8

Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?

De kern van de eerste spreuk, en het antwoord op de vraag waarom Bileam zegende in plaats van vervloekte: hij kon niet anders.

Numeri 23:19

God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?

Uit de tweede spreuk. Een van de meest geciteerde uitspraken over Gods betrouwbaarheid staat in de mond van een ingehuurde ziener.

Numeri 24:17

Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen.

De ster uit Jakob: de vierde spreuk, door de kerk gelezen als een messiaanse profetie die uitloopt op Christus.

Numeri 31:16

Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.

Mozes onthult achteraf wie achter de verleiding bij Baal-Peor zat. Dit vers verklaart waarom Bileam in de Bijbel als tegenstander eindigt.

Nehemia 13:2

Omdat zij den kinderen Israels niet waren tegengekomen met brood en met water, ja, Bileam tegen hen gehuurd hadden, om hen te vloeken, hoewel onze God den vloek omkeerde in een zegen.

Eeuwen later vat Nehemia de hele episode in een halve zin samen: God keerde de vloek om in een zegen.

2 Petrus 2:15

Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaam, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;

In het Nieuwe Testament heet hij Balaam. Petrus gebruikt hem als typering van leraars die hun bediening voor geld inzetten.

Tijdperiode

~1400 v.Chr.

Bileam leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Bileam

Lessen voor vandaag

Bileam is geen verhaal om op afstand te bekijken. De eerste les gaat over doorvragen tot God ja zegt. God had nee gezegd, helder en zonder voorbehoud. Bileam vroeg het opnieuw toen de beloning steeg. Wie een duidelijk antwoord blijft omzeilen tot er een gunstiger antwoord komt, is al onderweg -- ook als de reis formeel is toegestaan. De tweede les gaat over gave en hart. Bileam sprak werkelijk Gods woorden; zijn spreuken staan tot vandaag in de Bijbel. Dat maakte hem geen gelovige. Voor iedereen die in de kerk iets kan -- spreken, leiden, zingen, uitleggen -- is dat een ernstige vraag: kent u God, of kent u alleen de woorden over Hem? De derde les gaat over geld. Het Nieuwe Testament noemt hem drie keer, en drie keer draait het om loon. Wie een geestelijke taak afweegt tegen wat zij oplevert, loopt "den weg van Balaam" (2 Petrus 2:15). Dat is niet alleen iets van opzichtige geldpredikers; het begint bij kleine berekeningen. De vierde les gaat over de aanval die niet van voren komt. Israel was onvervloekbaar zolang het bij God bleef, dus zocht Bileam het bij Baal-Peor. Wanneer tegenstand een gemeente niet breekt, doet gewenning het vaak wel. Waakzaamheid geldt dus niet alleen de openlijke tegenstander maar juist het geleidelijke meebewegen. En ten slotte de ezelin. Een dier zag wat de ziener niet zag, en de correctie kwam van onderaf, van iemand zonder aanzien. God spreekt regelmatig zo: door een kind, door een buitenstaander, door de persoon van wie u het het minst wilt horen. Bileam sloeg drie keer voordat hij luisterde. Dat hoeft niet.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Bileam

Wie was Bileam in de Bijbel?
Bileam, de zoon van Beor, was een niet-Israelitische ziener uit Pethor aan de Eufraat. Koning Balak van Moab huurde hem in om Israel te vervloeken, maar God liet hem viermaal zegenen. Later gaf Bileam Balak de raad om Israel tot afgoderij te verleiden bij Baal-Peor, en hij stierf door het zwaard bij de veldtocht tegen Midian (Numeri 31:8).
Welk dier redde het leven van Bileam?
Zijn eigen ezelin, een vrouwtjesezel. Onderweg naar Moab zag zij driemaal de Engel des HEEREN met een getrokken zwaard in de weg staan en week uit, terwijl Bileam niets zag en haar sloeg. De Engel zegt het zelf: "indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood ... hebben" (Numeri 22:33). Daarna opende God de mond van de ezelin.
Waar staat het verhaal van Bileam in de Bijbel?
De hoofdgeschiedenis staat in Numeri 22 tot en met 24, met het vervolg bij Baal-Peor in Numeri 25 en de onthulling van zijn rol in Numeri 31:16. Zijn dood staat in Numeri 31:8 en Jozua 13:22. Daarnaast wordt hij genoemd in Deuteronomium 23, Nehemia 13:2, Micha 6:5, 2 Petrus 2:15-16, Judas 1:11 en Openbaring 2:14.
Waarom zegende Bileam Israel in plaats van het te vervloeken?
Omdat hij niet anders kon. God had al gezegd: "gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend" (Numeri 22:12). Bileam zelf verwoordt het zo: "Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt?" (Numeri 23:8). Balak liet op drie plaatsen altaren bouwen en offers brengen, maar telkens kwam er een zegen. Nehemia 13:2 vat het samen: God keerde de vloek om in een zegen.
Wat is het verhaal van Bileam en de sprekende ezelin?
Bileam reisde naar Moab terwijl Gods toorn over die reis ontstoken was. Zijn ezelin zag de Engel des HEEREN en week driemaal uit: het veld in, tegen een muur waarbij Bileams voet bekneld raakte, en ten slotte ging zij liggen. Bileam sloeg haar elke keer. Toen sprak zij, en pas daarna opende God ook zijn ogen (Numeri 22:22-35).
Hoe schrijf je Bileam? Is Balaam dezelfde persoon?
Ja, het is dezelfde man. De Statenvertaling schrijft in het Oude Testament Bileam en in het Nieuwe Testament Balaam (2 Petrus 2:15, Judas 1:11, Openbaring 2:14), naar de Griekse vorm. Het Hebreeuws luidt Bil’am. In Nederlandse teksten komen daarnaast de spellingen Biliam en Bilaam voor. In 2 Petrus 2:15 heet zijn vader bovendien Bosor in plaats van Beor.
Was Bileam een echte profeet?
Hij ontving werkelijke openbaring: God sprak tot hem en de Geest van God kwam over hem (Numeri 24:2). Toch noemt de Bijbel hem bij zijn dood geen profeet. Jozua 13:22 spreekt van "Bileam, den zoon van Beor, den voorzegger" -- het woord voor een beroepswaarzegger. Binnen de kerken wordt hij daarom meestal beschreven als iemand met een echte gave maar zonder een hart dat God toebehoorde.
Wat betekent de ster uit Jakob in Numeri 24:17?
In zijn vierde spreuk zegt Bileam: "Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen" (Numeri 24:17). Ster en scepter zijn beelden van koningschap. In de eerste plaats wees dit vooruit naar een koning uit Israel; de kerk heeft de woorden daarna gelezen als een profetie die haar vervulling vindt in Christus, de Koning uit Davids huis.
Wat is de leer van Bileam in Openbaring 2:14?
De verhoogde Christus verwijt de gemeente te Pergamus dat sommigen daar "de lering van Balaam houden, die Balak leerde den kinderen Israels een aanstoot voor te werpen" (Openbaring 2:14). Het gaat om de strategie bij Baal-Peor: wat met een vloek niet lukte, lukte met verleiding tot afgodenoffer en ontucht. De aanval kwam niet van buiten maar van binnenuit.
Hoe stierf Bileam?
Hij werd gedood met het zwaard tijdens de veldtocht van Israel tegen Midian, samen met vijf Midianitische koningen: "ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor" (Numeri 31:8). Jozua 13:22 herhaalt dat later bij de beschrijving van de landverdeling. Zo eindigde de man die de zegen over Israel had moeten uitspreken, als vijand van datzelfde volk.
Wie was Balak, de koning die Bileam inhuurde?
Balak, de zoon van Zippor, was koning van Moab. Hij zag wat Israel met de Amorieten had gedaan en durfde geen veldslag aan. Daarom liet hij Bileam van ver halen, met de woorden: "vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik" (Numeri 22:6). Na de derde zegen sloeg hij zijn handen ineen van woede en stuurde Bileam weg zonder beloning.
Is Bileam ook buiten de Bijbel bekend?
Ja. In 1967 werd in Deir Alla in Jordanie een op pleisterwerk geschreven inscriptie gevonden uit ongeveer de achtste eeuw v.Chr. waarin "Bileam, zoon van Beor" voorkomt als ziener van de goden. De tekst staat los van de Bijbel en beschrijft andere zaken, maar hij toont dat zijn naam in dat gebied eeuwenlang bekend stond als die van een beroemde ziener.

Stel een vraag over Bileam

Wilt u meer weten over Bileam? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Bileam

Verdiep u verder