Ga naar hoofdinhoud

Arnon in de Bijbel

Arnon (Hebreeuws אַרְנוֹן). De betekenis van de naam is onzeker. Een gangbare verklaring verbindt de naam met een werkwoord voor ruisen of luid klinken, wat bij een snelstromende beek zou passen, maar dat staat niet vast.

De Arnon is de beek die door een diepe kloof vanuit het oosten in de Dode Zee stroomt. Hij was de grens tussen Moab en het land van de Amorieten (Numeri 21:13). Israël trok er onder Mozes over en nam het land ten noorden ervan in, van de Arnon tot de Jabbok.

Ook bekend als: Beken Arnon, Wadi Mujib

Ligging

De Arnon ligt ten oosten van de Dode Zee, ongeveer halverwege de oostoever. Hij ontspringt op de hoogvlakte aan de rand van de woestijn en snijdt naar het westen een diepe, steile kloof in het hoogland. Ten zuiden lag het kernland van Moab, ten noorden de vlakte van Medeba en Hesbon. Aan de noordrand van de kloof lag Aroer (Deuteronomium 2:36).

Vandaag

De identificatie is zeker: de Arnon is de Wadi Mujib in Jordanië. De kloof is in het landschap nog steeds een scherpe scheiding tussen noord en zuid. Aroer wordt meestal gelijkgesteld met Khirbet Arair, een ruïneheuvel aan de noordrand van de Wadi Mujib.

Geschiedenis

De Arnon komt in de Bijbel voor aan het eind van de woestijnreis. Israël trok om Edom en Moab heen en legerde zich aan deze zijde van de Arnon, in de woestijn, aan de rand van het land van de Amorieten, "want de Arnon is de landpale van Moab, tussen Moab en tussen de Amorieten" (Numeri 21:13). Daarbij haalt Numeri een regel aan uit een boek dat verder onbekend is: "het boek van de oorlogen des HEEREN" (Numeri 21:14). De HEERE gebood: "Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon" (Deuteronomium 2:24). Sihon, de koning van de Amorieten, die eerder het noordelijke deel van Moab had veroverd (Numeri 21:26), weigerde Israël de doortocht en werd verslagen. Israël nam zijn land in "van de Arnon af tot de Jabbok toe" (Numeri 21:24). Samen met het rijk van Og werd dat het land van de Arnon tot de berg Hermon (Deuteronomium 3:8). Mozes gaf het gebied direct ten noorden van de beek aan Ruben (Jozua 13:16). Toen Bileam kwam, ging Balak hem tegemoet tot de stad der Moabieten aan de landpale van de Arnon (Numeri 22:36). In de tijd van de richters eiste de koning van Ammon dit land op. Jefta antwoordde dat Israël Moab nooit had aangeraakt en dat het land al driehonderd jaar in Israëls bezit was (Richteren 11:18-26). Later sloeg Hazaël van Syrië het land van Israël aan de overkant van de Jordaan, tot Aroer aan de Arnon (2 Koningen 10:33). De profeten noemen de Arnon in hun woorden over Moab (Jesaja 16:2, Jeremia 48:20). Buiten de Bijbel noemt de Mesa-stele, de inscriptie van de Moabitische koning Mesa, een weg bij de Arnon die hij liet aanleggen.

Betekenis in de Bijbel

De Arnon is in de Bijbel vooral een grens. De HEERE had Moab zijn land gegeven en verbood Israël het aan te tasten (Deuteronomium 2:9). Daarom hield Israël zich aan de beek: het trok om Moab heen en ging pas over de Arnon toen de HEERE dat gebood, het land van Sihon in. De grens markeerde zo het verschil tussen land dat God aan anderen had toegewezen en land dat Hij aan Israël gaf. De vaste uitdrukking van de Arnon tot de Hermon beschrijft het hele gebied ten oosten van de Jordaan dat Israël onder Mozes innam, het erfdeel van Ruben, Gad en de halve stam van Manasse. De Arnon was de zuidelijke grens daarvan. Bij Jefta wordt die geschiedenis een rechtsgrond. Hij betoogt tegen Ammon dat de HEERE het land gegeven heeft en dat Hij rechter is tussen de volken (Richteren 11:27). Bij Jesaja wordt de beek een beeld van de nood van Moab, waarvan de dochters aan de veren van Arnon zouden zwerven als vogels die uit het nest gedreven zijn.

Sleutelgebeurtenissen aan de Arnon

1

Israël legert zich aan de Arnon

Na de tocht om Edom en Moab heen legert Israël zich bij de Arnon, in de woestijn aan de grens van de Amorieten. De beek is de grens tussen Moab en de Amorieten.

Numeri 21:13

2

Het land van Sihon ingenomen

Sihon weigert de doortocht en wordt bij Jahza verslagen. Israël neemt zijn land in, van de Arnon tot de Jabbok.

Numeri 21:24

3

Jefta en de koning van Ammon

Jefta herinnert de koning van Ammon eraan dat Israël de Arnon als grens van Moab respecteerde en alleen het land van Sihon innam.

Richteren 11:18

4

Hazaël slaat tot de Arnon

In de dagen van Jehu slaat Hazaël, de koning van Syrië, het land van Gad, Ruben en Manasse, van Aroer aan de Arnon tot Basan.

2 Koningen 10:33

5

Moab aan de veren van Arnon

In zijn profetie over Moab vergelijkt Jesaja de dochters van Moab bij de overtochten van de Arnon met een zwervende vogel.

Jesaja 16:2

Theologische betekenis

Aan de Arnon blijkt dat de HEERE de grenzen van de volken bepaalt. Israël mocht Moab niet beroven, omdat God het land aan de kinderen van Lot had gegeven (Deuteronomium 2:9). Pas toen de HEERE zei dat Hij Sihon en zijn land in Israëls hand had gegeven, ging het volk over de beek. Israël nam het land niet uit eigen veroveringszucht, maar ontving wat God gaf (Deuteronomium 2:24, 2:36). Jefta brengt dat onder woorden in zijn boodschap aan de koning van Ammon: "de HEERE, Die Rechter is, richte heden tussen de kinderen Israels en tussen de kinderen Ammons" (Richteren 11:27). Daarin klinkt dezelfde belijdenis als in het lied van Mozes: de Allerhoogste deelde aan de volken de erfenis uit en stelde hun landpalen (Deuteronomium 32:8). Later bezong Israël dezelfde geschiedenis in de eredienst. Psalm 136 dankt de HEERE, Die "Sihon, de Amorietischen koning" en Og versloeg en hun land gaf "Ten erve aan Zijn knecht Israel" (Psalm 136:19-22). Het land ten noorden van de Arnon werd zo een reden tot lof: niet Israëls kracht, maar Gods goedertierenheid gaf het.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de Arnon in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over de Arnon

Waar lag de Arnon?

De Arnon is een beek ten oosten van de Dode Zee, ongeveer halverwege de oostoever. Hij stroomt door een diepe kloof van de hoogvlakte naar het westen en mondt uit in de Dode Zee. In de Bijbel scheidde de Arnon Moab in het zuiden van het land van de Amorieten in het noorden (Numeri 21:13). Nu heet de beek Wadi Mujib en ligt hij in Jordanië.

Waarom was de Arnon de grens van Moab?

De diepe kloof van de Arnon was een natuurlijke scheiding in het hoogland. Numeri 21:13 noemt de beek de grens tussen Moab en de Amorieten. Moab mocht Israël niet aantasten, want de HEERE had het land aan de kinderen van Lot gegeven (Deuteronomium 2:9). Sihon, de koning van de Amorieten, had Moab het land ten noorden van de beek afgenomen (Numeri 21:26). Toen Israël Sihon versloeg, werd de Arnon de zuidgrens van het Israëlitische gebied aan de overkant van de Jordaan.

Wat is het boek van de oorlogen des HEEREN?

Het boek van de oorlogen des HEEREN is een bron die alleen in Numeri 21:14 wordt genoemd. Numeri haalt er één korte regel uit aan, over Waheb en "de beken Arnon". Het boek zelf is niet bewaard gebleven en wordt nergens anders in de Bijbel of daarbuiten genoemd. Wat erin stond, weten wij niet. De titel doet vermoeden dat Israël deze tochten zag als oorlogen van de HEERE.

Wat betekent de naam Arnon?

De betekenis van de naam Arnon is onzeker. Een gangbare verklaring verbindt de naam met een Hebreeuws werkwoord voor ruisen of luid klinken. Dat zou passen bij een beek die door een diepe kloof naar de Dode Zee stroomt, maar het staat niet vast. De Statenvertaling schrijft steeds Arnon; in Numeri 21:14 is sprake van de beken Arnon, waarmee waarschijnlijk de zijbeken van de kloof bedoeld zijn.

Waar staat de Arnon in de Bijbel?

De Arnon staat in 23 verzen van de Statenvertaling. De meeste staan in Numeri 21 en 22, Deuteronomium 2 tot 4 en Jozua 12 en 13, bij de verovering van het land van Sihon en de verdeling ervan. Verder in Richteren 11, de boodschap die Jefta door boden aan de koning van Ammon zond, in 2 Koningen 10:33 en in de profetieën over Moab in Jesaja 16:2 en Jeremia 48:20.

Wat is er vandaag van de Arnon te zien?

De Arnon is de huidige Wadi Mujib in Jordanië, en de identificatie is zeker. De beek loopt nog steeds door een diepe kloof naar de Dode Zee en scheidt het hoogland in een noordelijk en een zuidelijk deel. Aan de noordrand ligt Khirbet Arair, dat meestal met het bijbelse Aroer wordt gelijkgesteld, de stad aan de oever van de beek Arnon.

Wat zei Jefta over de Arnon?

Toen de koning van Ammon het land van de Arnon tot de Jabbok terugeiste, stuurde Jefta hem een uitvoerig antwoord (Richteren 11:13-27). Israël was om Moab heen getrokken en had zich gelegerd aan de overkant van de Arnon, "want de Arnon is de landpale der Moabieten" (Richteren 11:18). Het had alleen het land van Sihon ingenomen, na een aanval van Sihon zelf. Bovendien woonde Israël er al driehonderd jaar (Richteren 11:26).

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan de Arnon

Bijbelhoofdstukken die zich aan de Arnon afspelen

Leer meer over de Arnon met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de Arnon? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder