Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1300 v.Chr.

Ehud in de Bijbel

Ehud (אֵהוּד, Hebreeuws) - “Betekenis onzeker”

Wie was Ehud?

Ehud was een richter uit de stam Benjamin, "een man, die links was" (Richteren 3:15). Na achttien jaar Moabitische overheersing doodde hij koning Eglon in diens opperzaal en riep hij Israël op tot de strijd. Moab werd verslagen, en daarna was het land tachtig jaar stil.

Ehud is de tweede richter die het boek Richteren bij name noemt, na Othniël, de zoon van Kenaz. Zijn hele geschiedenis staat in één doorlopend verhaal, Richteren 3:12-30, en na zijn dood wordt hij nog één keer genoemd, in de eerste zin van Richteren 4. De tekst stelt hem precies voor: "Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was" (Richteren 3:15). "Een zoon van Jemini" is een omschrijving voor een Benjamiet; een vergelijkbare omschrijving staat bij Simei, de zoon van Gera, "de zoon van Jemini" (1 Koningen 2:8). Dat Ehud links was, is het detail waar het verhaal om draait. Het Hebreeuws omschrijft hem letterlijk als iemand die gesloten of belemmerd was aan zijn rechterhand. Of dat een gebrek was of een aangeleerde vaardigheid, laat de tekst open; Richteren 20:16 noemt zevenhonderd uitgelezen Benjamieten "welke links waren" en die met hun slinger geen haar misten. De lijn van het verhaal is kort en strak. Israël valt terug in het kwaad, de HEERE sterkt Eglon van Moab, en het volk dient hem achttien jaar. Wanneer Israël roept, verwekt de HEERE Ehud. Die brengt de koning de verplichte schatting, maar draagt een zelfgemaakt tweesnijdend zwaard aan zijn rechterheup, waar men waarschijnlijk geen wapen zocht. Met de woorden "Ik heb een woord Gods aan u" (Richteren 3:20) krijgt hij de koning alleen te spreken, doodt hem en ontkomt. Daarna roept hij Israël op, bezet de doorwaadplaatsen van de Jordaan en verslaat Moab. Ehud is niet te verwarren met een naamgenoot uit Benjamin in de geslachtslijst van 1 Kronieken 7:10, een zoon van Bilhan. De "kinderen van Ehud" in 1 Kronieken 8:6 staan in dezelfde Benjaminitische lijst als een Gera; of daar de richter bedoeld is, is mogelijk maar niet zeker. Ook de koning van Eglon in Jozua 10:3 heeft niets met deze geschiedenis te maken: daar is Eglon een Kanaänitische koningsstad, die later aan Juda werd toegewezen (Jozua 15:39).

Historische context

Ehud leefde in de vroege richterentijd, de periode tussen de dood van Jozua en de opkomst van het koningschap. Een exact jaartal is niet te geven. Afhankelijk van de datering van de uittocht plaatsen uitleggers hem ergens tussen ongeveer 1350 en 1200 voor Christus; wij houden ruwweg 1300 voor Christus aan. Zeker is de volgorde: na Othniël en de veertig jaar rust van Richteren 3:11, en vóór Samgar en Debora. Het boek Richteren beschrijft een terugkerend patroon. Israël verlaat de HEERE, God geeft het over aan een vijand, het volk roept, en de HEERE verwekt een richter, "en verloste hen uit de hand hunner vijanden, al de dagen des richters" (Richteren 2:18). Ook Ehuds verhaal begint zo: "Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN" (Richteren 3:12). Moab lag ten oosten van de Dode Zee. De Moabieten stamden volgens Genesis 19:37 af van Lot, en de verhouding met Israël was sinds de woestijnreis gespannen; Deuteronomium 23:4 herinnert eraan dat Moab Bileam huurde om Israël te vervloeken. Eglon sloot een bondgenootschap met Ammon en Amalek en nam "de Palmstad" in (Richteren 3:13). Elders heet Jericho zo (Deuteronomium 34:3; 2 Kronieken 28:15). Vanuit die plek, vlak bij de doorwaadplaatsen, kon Moab het gebied van Benjamin beheersen. De onderworpen stammen betaalden schatting; dat is het "geschenk" dat Ehud namens Israël bracht (Richteren 3:15). De koning ontving bezoekers in "een koele opperzaal" (Richteren 3:20), een vertrek op het dak dat koelte gaf. Wat met "de gesneden beelden, die bij Gilgal waren" (Richteren 3:19) bedoeld is, staat niet vast: afgodsbeelden, of mogelijk opgerichte stenen zoals de twaalf die Jozua bij Gilgal plaatste (Jozua 4:20). De dienaars die dachten dat hun heer "zijn voeten" bedekte in de verkoelkamer (Richteren 3:24), gebruikten een gangbare omschrijving voor het doen van zijn behoefte; daarom wachtten zij zo lang. Een el is ongeveer een halve meter; het Hebreeuwse woord voor de maat van Ehuds zwaard komt maar één keer voor, dus de precieze lengte is onzeker. Sehirath, waarheen Ehud ontkwam, en "de veren van de Jordaan", de doorwaadplaatsen die Israël bezette, zijn niet met zekerheid aan te wijzen. Het gebergte van Efraïm lag ten noorden van Benjamin.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig: hij ging alleen terug naar de koning, midden in het machtsgebied van Moab (Richteren 3:19)
  • Bedachtzaam en vindingrijk: hij maakte zelf een wapen en droeg het waar men het waarschijnlijk niet zocht (Richteren 3:16)
  • Gaf God de eer: "de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven" (Richteren 3:28)
  • Leiderschap: hij ging zelf voor het volk uit naar de strijd (Richteren 3:27)

−Zwakke kanten

  • Zijn middelen, list en misleiding (Richteren 3:19-20), roepen vragen op die de tekst niet beantwoordt; uitleggers wegen dat verschillend

Theologische betekenis

De Schrift vertelt Ehuds geschiedenis in de eerste plaats als een daad van God. Het is de HEERE die Eglon sterkt "tegen Israel" (Richteren 3:12), en het is de HEERE die Ehud verwekt als verlosser (Richteren 3:15). Zowel het oordeel als de redding komen uit dezelfde hand. Dat past in het patroon van Richteren 2:16-19: de onderdrukking is tucht om de afval, en de richter is een gave van Gods ontferming, "want het berouwde den HEERE, huns zuchtens halve" (Richteren 2:18). Nehemia 9:27 vat die hele periode zo samen: als het volk riep, gaf God "verlossers". Opvallend is dat God juist een man gebruikt die "links was". De Benjamieten, wier stamvader een naam kreeg die doorgaans als zoon van de rechterhand wordt uitgelegd (Genesis 35:18), krijgen een verlosser die aan de rechterhand belemmerd was. Wat mogelijk een beperking leek, werd het middel: wie op een wapen lette, zocht het waarschijnlijk aan de andere kant. Het boek Richteren laat vaker zien dat God werkt via wat zwak of onaanzienlijk lijkt, zoals bij Samgar met zijn ossenstok (Richteren 3:31) en later bij Gideons driehonderd man. Het verhaal stelt ook een ethische vraag. Ehud misleidt en doodt. De tekst noemt hem een door God verwekte verlosser, maar beoordeelt niet afzonderlijk zijn middelen. Veel gereformeerde uitleggers zien zijn daad als een oorlogsdaad van een door God geroepen leider tegen een vreemde overheerser, en niet als voorbeeld voor persoonlijk handelen. Anderen wijzen erop dat Richteren de daden van de richters vaak zonder commentaar vertelt, ook als ze geen navolging verdienen. Beide lezingen komen erin overeen dat de tekst geen vrijbrief geeft voor eigenmachtig geweld. De woorden "Ik heb een woord Gods aan u" (Richteren 3:20) hebben een dubbele bodem. Voor Eglon klonk het als een orakel; in werkelijkheid kwam Gods oordeel over hem. Sommige uitleggers leggen een lijn naar Hebreeën 4:12, waar het Woord Gods "scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard" heet. Dat is een toepassing, geen uitleg van Richteren 3. Ten slotte wijst het slot verder dan Ehud. Het land was tachtig jaar stil, maar "als Ehud gestorven was" (Richteren 4:1) viel Israël terug. Geen enkele richter kon het hart van het volk veranderen. Zo roept het boek Richteren om een betere Verlosser, en wijst het vooruit naar de Koning die niet sterft en wiens rust blijft.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Ehud (אֵהוּד, Hebreeuws)

Betekenis

Betekenis onzeker

Betekenis van de naam Ehud: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Achttien jaar onder Eglon

Israël doet opnieuw kwaad, en de HEERE sterkt Eglon, de koning van Moab. Met Ammon en Amalek verslaat hij Israël en neemt de Palmstad in. Israël dient hem achttien jaar.

Richteren 3:12-14

2

Een verlosser die links was

Wanneer Israël tot de HEERE roept, verwekt Hij Ehud, de zoon van Gera, een Benjamiet die links was. Israël stuurt door zijn hand de schatting aan Eglon.

Richteren 3:15

3

Het zwaard en het geschenk

Ehud maakt zich een zwaard met twee scherpten, een el lang, en gordt het onder zijn kleren aan zijn rechterheup. Hij brengt Eglon het geschenk en begeleidt daarna de dragers terug.

Richteren 3:16-18

4

Een heimelijke zaak voor de koning

Bij de gesneden beelden van Gilgal keert Ehud alleen terug. Hij zegt een heimelijke zaak en een woord Gods voor de koning te hebben; de omstanders gaan weg en Eglon staat op van zijn stoel.

Richteren 3:19-20

5

De dood van Eglon

Ehud trekt met zijn linkerhand het zwaard van zijn rechterheup en doodt de koning. Het zwaard blijft in het lichaam achter.

Richteren 3:21-22

6

Gesloten deuren en een ontsnapping

Ehud sluit de deuren van de opperzaal af en gaat weg. De dienaars denken dat de koning zijn behoefte doet en wachten lang; als zij eindelijk openen, is Ehud allang voorbij de beelden en ontkomen naar Sehirath.

Richteren 3:23-26

7

De bazuin en de veren van de Jordaan

Op het gebergte van Efraïm blaast Ehud de bazuin. Hij zegt dat de HEERE Moab in hun hand gegeven heeft. Israël bezet de doorwaadplaatsen van de Jordaan en verslaat ongeveer tienduizend Moabieten.

Richteren 3:27-29

8

Tachtig jaar rust

Moab komt die dag onder Israëls hand, en het land is tachtig jaar stil: de langste rustperiode die het boek Richteren noemt.

Richteren 3:30

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Ehud beter te begrijpen.

Richteren 3:12

“Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; toen sterkte de HEERE Eglon, den koning der Moabieten, tegen Israel, omdat zij deden, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.”

Het begin van Ehuds geschiedenis. De onderdrukking door Moab is geen toeval maar tucht van de HEERE om de afval van het volk.

Richteren 3:15

“Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man, die links was. En de kinderen Israels zonden door zijn hand een geschenk aan Eglon, den koning der Moabieten.”

De voorstelling van Ehud: een Benjamiet die links was. Het "geschenk" is de schatting die Israël als onderworpen volk moest betalen.

Richteren 3:16

“En Ehud maakte zich een zwaard, dat twee scherpten had, welks lengte een el was; en hij gordde dat onder zijn klederen, aan zijn rechterheup.”

Een rechtshandige draagt zijn zwaard doorgaans links. Doordat Ehud het rechts droeg, verwachtte waarschijnlijk niemand daar een wapen.

Richteren 3:20

“En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel.”

Eglon staat op, waarschijnlijk omdat hij een godsspraak verwacht. Het woord dat hem werkelijk trof, was Gods oordeel over zijn heerschappij.

Richteren 3:21

“Ehud dan reikte zijn linkerhand uit, en nam het zwaard van zijn rechterheup, en stak het in zijn buik;”

Hier komt samen wat de tekst vooraf vertelde: de linkerhand, het verborgen zwaard en de rechterheup.

Richteren 3:28

“En hij zeide tot hen: Volgt mij na; want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven. En zij togen af, hem na, en namen de veren van de Jordaan in naar Moab, en lieten niemand overgaan.”

Ehud schrijft de overwinning niet aan zichzelf toe maar aan de HEERE. Door de doorwaadplaatsen te bezetten, sneed Israël Moab de terugweg af.

Richteren 3:30

“Alzo werd Moab te dien dage onder Israels hand ten ondergebracht; en het land was stil tachtig jaren.”

Tachtig jaar rust, tweemaal zo lang als na Othniël en Debora. Het is de langste rustperiode in het boek Richteren.

Richteren 4:1

“Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was.”

De laatste vermelding van Ehud. Zodra hij er niet meer was, viel het volk terug, en het verhaal van Debora begint.

Tijdperiode

~1300 v.Chr.

Ehud leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal begint niet met Ehud maar met Israël dat roept. Achttien jaar lang droeg het volk de gevolgen van eigen ontrouw, en toch hoorde de HEERE toen zij tot Hem riepen. Dat is een troost voor ons: ook nood die wij over onszelf hebben gebracht, mogen wij bij God brengen. Hij laat zich vinden door wie Hem zoekt. God gebruikte iemand met een eigenschap die mogelijk als beperking gold, of die in elk geval niemand als wapen verwachtte. Wij zijn snel geneigd mensen te beoordelen op wat zij niet kunnen. Het verhaal van Ehud leert ons voorzichtig te zijn met dat oordeel: wat wij een beperking noemen, kan in Gods hand een gave blijken. Ehud nam de eer niet voor zichzelf. Toen hij het volk opriep, sprak hij niet over zijn eigen daad maar zei: "de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven" (Richteren 3:28). Voor ons betekent dat: wat God door ons doet, wijzen wij terug naar Hem, in de gemeente, in het gezin en in het werk. Ten slotte is er het nuchtere slot. Na tachtig jaar rust viel Israël terug zodra Ehud gestorven was. Goede leiders zijn een zegen, maar zij kunnen het hart niet veranderen. Wij verwachten het daarom niet van mensen, hoe dapper of wijs ook, maar van de Here Jezus Christus, die leeft en wiens verlossing niet eindigt bij een sterfbed.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Ehud

Wie was Ehud in de Bijbel?
Ehud was een richter uit de stam Benjamin, de zoon van Gera. De Bijbel noemt hem "een man, die links was" (Richteren 3:15). Na achttien jaar overheersing door Eglon, de koning van Moab, verwekte de HEERE hem als verlosser. Ehud doodde Eglon in diens opperzaal, ontkwam en riep Israël op het gebergte van Efraïm op. Israël versloeg Moab bij de doorwaadplaatsen van de Jordaan, en daarna was het land tachtig jaar stil (Richteren 3:30).
Wat betekent de naam Ehud?
De betekenis van de naam Ehud is onzeker. Er zijn voorstellen gedaan, maar geen enkele verklaring is overtuigend vastgesteld, en de Bijbel zelf legt de naam niet uit. Wel speelt het verhaal met een andere naam: Ehud was een Benjamiet, en Benjamin wordt doorgaans uitgelegd als zoon van de rechterhand (Genesis 35:18). Dat juist een Benjamiet die aan zijn rechterhand belemmerd was Israël verloste, is een opvallend detail in Richteren 3.
Waar staat Ehud in de Bijbel?
Het verhaal van Ehud staat in Richteren 3:12-30. Daar lezen wij over de onderdrukking door Eglon, de dood van de koning, de ontsnapping en de overwinning bij de Jordaan. Daarna wordt Ehud nog één keer genoemd, in Richteren 4:1, waar staat dat Israël opnieuw kwaad deed "als Ehud gestorven was". Elders in de Bijbel komt de richter niet zeker bij name voor: bij "de kinderen van Ehud" in 1 Kronieken 8:6 is het mogelijk, maar niet zeker, dat hij bedoeld is. Een naamgenoot staat in 1 Kronieken 7:10.
Waarom was Ehud linkshandig?
De Bijbel zegt alleen dat Ehud "een man, die links was" (Richteren 3:15). Het Hebreeuws omschrijft hem letterlijk als belemmerd aan zijn rechterhand. Sommige uitleggers denken aan een lichamelijke beperking, anderen aan een geoefende linkshandigheid. Dat laatste past bij Richteren 20:16, waar zevenhonderd uitgelezen Benjamieten "links waren" en met de slinger geen haar misten. Voor het verhaal is het detail beslissend: Ehud droeg zijn zwaard aan de rechterheup, waar men het waarschijnlijk niet zocht.
Wie was koning Eglon?
Eglon was de koning van Moab die Israël achttien jaar overheerste (Richteren 3:14). De Bijbel zegt dat de HEERE hem sterkte tegen Israël vanwege hun zonde (Richteren 3:12). Met Ammon en Amalek nam hij de Palmstad in, een naam die elders voor Jericho wordt gebruikt. De tekst noemt hem "een zeer vet man" (Richteren 3:17). Ehud doodde hem toen hij hem de schatting bracht. De koning Eglon heeft niets te maken met de stad Eglon (Jozua 10:3), die later aan Juda werd toegewezen (Jozua 15:39).
Hoe doodde Ehud koning Eglon?
Ehud bracht Eglon de schatting en kwam daarna alleen terug met de mededeling dat hij een heimelijke zaak en "een woord Gods" voor de koning had (Richteren 3:19-20). De omstanders gingen weg. Toen Eglon opstond, nam Ehud met zijn linkerhand het zwaard van zijn rechterheup en stak het in zijn buik (Richteren 3:21). Het zwaard bleef in het lichaam achter. Ehud sloot de deuren van de opperzaal af en ontkwam voordat de dienaars ontdekten wat er gebeurd was.
Wat betekent "hij bedekt zijn voeten" in Richteren 3:24?
De dienaars van Eglon zagen dat de deuren van de opperzaal op slot waren en zeiden: "Zeker, hij bedekt zijn voeten in de verkoelkamer" (Richteren 3:24). Dat is een beleefde omschrijving voor het doen van zijn behoefte. Daarom bleven zij zo lang wachten, "tot schamens toe" (Richteren 3:25), voordat zij met de sleutel opendeden. Die vertraging gaf Ehud de tijd om te ontkomen.
Was het goed wat Ehud deed?
De Bijbel noemt Ehud een verlosser die de HEERE verwekte (Richteren 3:15), maar geeft geen afzonderlijk oordeel over zijn list en zijn geweld. Veel gereformeerde uitleggers zien zijn daad als een oorlogsdaad van een door God geroepen leider tegen een vreemde overheerser, niet als voorbeeld voor persoonlijk handelen. Anderen wijzen erop dat het boek Richteren de daden van richters vaak zonder commentaar vertelt. In beide lezingen geeft de tekst geen vrijbrief voor eigenmachtig geweld.
Hoe lang was er rust na Ehud?
Na de overwinning op Moab staat er: "het land was stil tachtig jaren" (Richteren 3:30). Dat is de langste rustperiode die het boek Richteren noemt; na Othniël, Debora en Gideon was het telkens veertig jaar. Hoe die getallen precies in een tijdrekening passen, is onder uitleggers niet zeker, omdat sommige periodes elkaar mogelijk overlapten. Na Ehuds dood viel Israël opnieuw in het kwaad (Richteren 4:1).
Was Ehud de tweede richter van Israël?
Ja, in de volgorde van het boek Richteren is Ehud de tweede richter die bij name genoemd wordt, na Othniël, de zoon van Kenaz (Richteren 3:9-11). Direct na hem noemt het boek Samgar, die met een ossenstok zeshonderd Filistijnen versloeg (Richteren 3:31). Daarna volgen Debora en Barak in Richteren 4. Opvallend is dat Ehud niet voorkomt in de rij van geloofsgetuigen in Hebreeën 11:32, waar wel Gideon, Barak, Simson en Jefta staan.
Is Ehud dezelfde als de Ehud in 1 Kronieken?
Niet in 1 Kronieken 7:10. Daar staat een Ehud die een zoon van Bilhan is, in een geslachtslijst van Benjamin; dat is een andere man. In 1 Kronieken 8:6 worden "de kinderen van Ehud" genoemd in een lijst die ook een Gera bevat. Omdat de richter "de zoon van Gera" heet (Richteren 3:15), denken sommige uitleggers dat daar dezelfde familie bedoeld is. De tekst maakt dat niet duidelijk, dus het blijft een mogelijkheid.
Wat kunnen wij leren van Ehud?
Het verhaal van Ehud leert ons dat de HEERE hoort wanneer zijn volk tot Hem roept, ook in nood die het zelf veroorzaakt heeft. God gebruikt mensen met eigenschappen die anderen over het hoofd zien of mogelijk als beperking beschouwen. Ehud gaf God de eer: "de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in ulieder hand gegeven" (Richteren 3:28). En het slot leert nuchterheid: na zijn dood viel Israël terug. Blijvende verlossing verwachten wij niet van mensen maar van Christus.

Stel een vraag over Ehud

Wilt u meer weten over Ehud? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Ehud

Verdiep u verder