Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Johannes de Doper in de Bijbel

Jochanan (Hebreeuws) of Ioannes (Grieks) - “De HEERE is genadig”

Wie was Johannes de Doper?

Johannes de Doper was de zoon van de priester Zacharias en Elisabeth. Hij predikte in de woestijn van Judea de doop der bekering, doopte Jezus in de Jordaan en wees Hem aan als "het Lam Gods" (Johannes 1:29). Herodes Antipas liet hem gevangennemen en onthoofden.

Johannes de Doper staat in alle vier de evangeliën. Lukas 1 vertelt over de aankondiging en geboorte, Mattheüs 3, Markus 1, Lukas 3 en Johannes 1 over zijn optreden in de woestijn en de doop van Jezus. Mattheüs 11 en Lukas 7 beschrijven zijn vraag uit de gevangenis, en Mattheüs 14 en Markus 6 zijn dood. Ook Handelingen noemt hem nog verschillende keren, onder meer in Handelingen 13:24-25 en 19:1-7. De Statenvertaling noemt hem "Johannes de Doper" (Mattheüs 3:1), en daarnaast eenvoudig Johannes of "Johannes, den zoon van Zacharias" (Lukas 3:2). Hij is niet te verwarren met de apostel Johannes, de zoon van Zebedeüs, die later tot de twaalf behoorde. Volgens veel uitleggers was die apostel wel eerst een leerling van Johannes de Doper, maar het blijven twee verschillende mannen. Het verhaal begint in de tempel. De oude priester Zacharias krijgt te horen dat zijn onvruchtbare vrouw een zoon zal baren, die vervuld zal worden met de Heilige Geest "ook van zijner moeders lijf aan" (Lukas 1:15). Jaren later verschijnt die zoon in de woestijn van Judea met een korte, scherpe boodschap: "Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Mattheüs 3:2). Uit Jeruzalem en heel Judea komen mensen naar de Jordaan om zich te laten dopen. Het hoogtepunt van zijn werk is niet zijn eigen prediking, maar het moment waarop hij naar een Ander wijst: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Johannes 1:29). Daarna treedt hij terug: zijn discipelen gaan naar Jezus, en niet lang na het begin van Jezus' optreden wordt hij gevangengezet (Mattheüs 4:12), omdat hij Herodes de viervorst openlijk tegenspreekt. Vanuit de kerker laat hij Jezus een vraag stellen, en ten slotte wordt hij onthoofd. Jezus zegt over hem dat onder hen die van vrouwen geboren zijn niemand is opgestaan "meerder dan Johannes de Doper" (Mattheüs 11:11).

Historische context

Lukas dateert het begin van Johannes' optreden nauwkeurig: "in het vijftiende jaar der regering van den keizer Tiberius", toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was en Herodes viervorst over Galilea (Lukas 3:1). Dat komt neer op ongeveer 28 of 29 n.Chr.; zijn werk valt dus rond 30 n.Chr. Hij was ongeveer een half jaar ouder dan Jezus: toen Gabriël bij Maria kwam, was Elisabeth in haar zesde maand (Lukas 1:26 en Lukas 1:36). Zijn vader Zacharias was priester "van de dagorde van Abia" (Lukas 1:5), een van de vierentwintig afdelingen waarin de priesters sinds David hun beurt in het heiligdom hadden (1 Kronieken 24:10). Ook zijn moeder stamde uit het geslacht van Aäron. Johannes had dus priesterlijke afkomst, maar trad niet op in de tempel. Lukas vermeldt dat hij opgroeide "in de woestijnen, tot den dag zijner vertoning aan Israel" (Lukas 1:80). Sommige geleerden hebben een verband gelegd met de gemeenschap van Qumran bij de Dode Zee; de Bijbel zegt daar niets over en het blijft een vermoeden. Zijn kleding van kemelshaar met een lederen gordel (Mattheüs 3:4) herinnerde aan Elia, die beschreven wordt als "een man met een harig kleed, en met een lederen gordel gegord om zijn lenden" (2 Koningen 1:8). Rituele wassingen kende het jodendom al. Nieuw was een eenmalige doop tot bekering voor Israëlieten zelf. Of de joodse proselietendoop voor heidenen toen al bestond, is onder historici niet zeker. Sommige uitleggers zien in de plaats aan de Jordaan ook een herinnering aan de intocht in het beloofde land. Herodes, die Johannes gevangenzette, was Herodes Antipas, een zoon van Herodes de Grote, die als viervorst over Galilea en Perea regeerde. Hij was getrouwd met Herodias, "de huisvrouw van zijn broeder Filippus" (Markus 6:17). Deze Filippus, een halfbroer van Antipas, is niet de viervorst Filippus van Lukas 3:1; Josephus noemt hem Herodes. Johannes zei hem dat dit niet geoorloofd was, wat aansluit bij Leviticus 18:16. Herodes vreesde Johannes en hoorde hem zelfs graag (Markus 6:20), maar liet hem uiteindelijk onthoofden. Ook de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus noemt Johannes in zijn Joodse oudheden (boek 18). Hij beschrijft hem als een goed man die tot een rechtvaardig leven en tot de doop opriep, en vermeldt dat Herodes hem liet doden in de vesting Machaerus, ten oosten van de Dode Zee. Josephus geeft als reden dat Herodes een opstand vreesde; de evangeliën noemen de berisping over Herodias. Beide verklaringen kunnen naast elkaar bestaan.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Nederig: hij achtte zich niet waardig de schoenriem van Jezus te ontbinden (Johannes 1:27)
  • Eerlijk over zichzelf: hij beleed zonder omwegen dat hij de Christus niet was (Johannes 1:20)
  • Moedig: hij zei een regerend vorst dat zijn huwelijk niet geoorloofd was (Markus 6:18)
  • Onbaatzuchtig: hij wees zijn eigen discipelen de weg naar Jezus (Johannes 1:35-37)
  • Sober en toegewijd: hij leefde in de woestijn van sprinkhanen en wilde honing (Mattheüs 3:4)

−Zwakke kanten

  • In de gevangenis liet hij Jezus vragen of Hij wel degene was die komen zou; veel uitleggers zien daarin aanvechting (Mattheüs 11:3)

Theologische betekenis

Het Oude Testament eindigt met een belofte. "Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal" (Maleachi 3:1), en: "Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal" (Maleachi 4:5). De evangeliën zien die belofte in Johannes vervuld. Gabriël zegt dat hij komt "in den geest en de kracht van Elias" (Lukas 1:17), en Jezus zegt: "hij is Elias, die komen zou" (Mattheüs 11:14). Dat Johannes zelf ontkende Elia te zijn (Johannes 1:21), hoeft daarmee niet in strijd te zijn: hij was niet de teruggekeerde Elia zoals velen verwachtten, maar vervulde wel de taak die aan Elia beloofd was. Daarmee staat Johannes op een kruispunt. "Al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd" (Mattheüs 11:13). Hij is de laatste profeet van het oude verbond en tegelijk de eerste die de Messias kan aanwijzen. Daarom zegt Jezus dat niemand groter is dan hij, en in één adem dat de minste in het Koninkrijk der hemelen groter is. Die grootheid zit niet in de persoon, maar in de plaats in de geschiedenis van Gods beloften: wie na Pinksteren leeft, ziet meer dan Johannes kon zien. Het getuigenis "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Johannes 1:29) vat de betekenis van Jezus samen in de taal van het offer. Het lam van Pascha en het lam dat ter slachting geleid wordt in Jesaja 53 klinken erin mee. Johannes verwachtte iemand die zou dopen "met den Heiligen Geest en met vuur" (Mattheüs 3:11), en hij wees aan wie dat zou zijn. De doop van Johannes was een doop der bekering tot vergeving der zonden (Markus 1:4). Die doop wees vooruit naar Hem Die met de Heilige Geest zou dopen. In Handelingen 19:1-7 ontmoet Paulus in Efeze discipelen die alleen de doop van Johannes kenden; zij worden gedoopt in de naam van de Heere Jezus en ontvangen de Heilige Geest. Hoe beide dopen zich verhouden, is verschillend uitgelegd: Calvijn en veel gereformeerde uitleggers zagen in de doop van Johannes in wezen dezelfde doop als de christelijke, anderen zien in Handelingen 19 een duidelijk onderscheid. Zo blijft Johannes in de eerste plaats wegbereider. Toen Hij gekomen was voor Wie hij de weg bereidde, was zijn eigen werk voltooid, en hij gunde Jezus de mensen die naar Hem toe gingen (Johannes 3:26-30).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jochanan (Hebreeuws) of Ioannes (Grieks)

Betekenis

De HEERE is genadig

Betekenis van de naam Johannes: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Aankondiging in de tempel

Terwijl Zacharias in de tempel reukoffert, verschijnt de engel Gabriël. Hij kondigt een zoon aan die Johannes moet heten, geen wijn zal drinken en voor de Heere zal heengaan in de geest en de kracht van Elia.

Lukas 1:13-17

2

Johannes is zijn naam

Bij de besnijdenis willen de familieleden het kind naar zijn vader noemen. Elisabeth zegt dat hij Johannes zal heten, Zacharias schrijft het op een tafeltje, en zijn mond wordt geopend.

Lukas 1:57-66

3

Prediking in de woestijn

Johannes roept in de woestijn van Judea op tot bekering. Velen laten zich in de Jordaan dopen, belijdend hun zonden. De Farizeeën en Sadduceeën noemt hij adderengebroedsels, en hij kondigt Een aan die sterker is dan hij.

Mattheüs 3:1-12

4

De doop van Jezus

Johannes weigert eerst en zegt dat hij zelf door Jezus gedoopt moet worden. Jezus antwoordt dat het zo past om alle gerechtigheid te vervullen. Na de doop daalt de Geest neer en spreekt de Vader uit de hemel.

Mattheüs 3:13-17

5

Ik ben de Christus niet

Priesters en Levieten uit Jeruzalem vragen wie hij is. Johannes ontkent dat hij de Christus, Elia of de profeet is, en noemt zichzelf "de stem des roependen in de woestijn".

Johannes 1:19-27

6

Zie het Lam Gods

De volgende dag wijst Johannes Jezus aan als het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Een dag later horen twee van zijn discipelen hem dat herhalen, en zij volgen Jezus; een van hen is Andreas.

Johannes 1:29-41

7

Een vraag uit de gevangenis

Herodes de viervorst heeft Johannes gevangengezet omdat Johannes hem berispte om Herodias (Lukas 3:19-20). Vanuit de gevangenis stuurt Johannes twee discipelen naar Jezus met de vraag of Hij degene is die komen zou. Jezus wijst op Zijn werken en zegt daarna tegen de schare dat Johannes meer is dan een profeet.

Mattheüs 11:2-11

8

De onthoofding

Op zijn verjaardagsfeest belooft Herodes de dochter van Herodias wat zij maar vraagt. Op aandringen van haar moeder vraagt zij het hoofd van Johannes, en Herodes laat hem in de gevangenis onthoofden. Zijn discipelen begraven hem.

Markus 6:17-29

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Johannes de Doper beter te begrijpen.

Maleachi 3:1

“Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.”

Een belofte uit het laatste boek van het Oude Testament. Mattheüs 11:10 en Markus 1:2 passen haar toe op Johannes.

Lukas 1:17

“En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.”

De opdracht die Gabriël vóór de geboorte aan Zacharias meedeelt. De woorden over de harten der vaderen komen uit Maleachi 4:6.

Mattheüs 3:1-2

“En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.”

De kern van zijn prediking in twee woorden: bekering, omdat het Koninkrijk nabij is.

Mattheüs 3:11

“Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.”

Johannes onderscheidt zijn eigen doop scherp van het werk van Hem Die na hem komt.

Mattheüs 3:14

“Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?”

Johannes beseft dat de rollen eigenlijk omgekeerd zouden moeten zijn. Jezus laat Zich toch dopen om alle gerechtigheid te vervullen.

Johannes 1:23

“Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft.”

Johannes beschrijft zichzelf met Jesaja 40:3: niet als de hoofdpersoon, maar als een stem.

Johannes 1:29

“Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!”

Het bekendste getuigenis van Johannes, in de taal van het offerlam.

Mattheüs 11:11

“Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.”

Het oordeel van Jezus over Johannes, uitgesproken direct nadat de discipelen van Johannes met zijn vraag bij Jezus waren geweest.

Markus 6:18

“Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.”

De woorden die hem de vrijheid en uiteindelijk het leven kostten.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Johannes de Doper leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De waarde van een getuige ligt in Degene naar Wie hij wijst. Hij had volgelingen, aanzien en een eigen doop, en toch stuurde hij zijn discipelen weg naar Jezus. "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Johannes 3:30) is geen zelfverachting, maar vreugde, zoals de vriend van de bruidegom die blij is om diens stem. Dat stelt ons de vraag of wij in ons werk, ook in de kerk, mensen aan onszelf binden of naar Christus wijzen. Bekering is bij Johannes concreet. Toen de scharen vroegen wat zij moesten doen, sprak hij niet in algemeenheden. Wie twee rokken had, moest delen; tollenaars moesten niet meer eisen dan was vastgesteld; soldaten moesten niemand afpersen (Lukas 3:10-14). Bekering raakt de manier waarop wij met geld, macht en onze naaste omgaan. Zijn leven vraagt ook moed. Hij noemde de zonde van een vorst bij de naam, ook toen dat gevaarlijk was. Niet iedereen hoeft koningen tegen te spreken, maar wij kennen allemaal momenten waarop zwijgen gemakkelijker is dan de waarheid zeggen. Ook zijn vraag uit de gevangenis kan ons troosten. De man die het Lam Gods had aangewezen, liet in de gevangenis vragen of Jezus wel degene was die komen zou. Of hij zelf aangevochten was of vooral zijn discipelen naar Jezus wilde sturen, zegt de tekst niet. Jezus wees hem niet af, maar stuurde een antwoord uit de Schrift en Zijn werken terug, en prees hem daarna in het openbaar. Wie in donkere tijden vragen heeft, mag die vragen naar Jezus zelf brengen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Johannes de Doper

Wie was Johannes de Doper in de Bijbel?
Johannes de Doper was een profeet uit de tijd van Jezus en de zoon van de priester Zacharias en Elisabeth. Hij predikte in de woestijn van Judea de doop der bekering en doopte de mensen in de Jordaan. Hij doopte ook Jezus en wees Hem aan als "het Lam Gods" (Johannes 1:29). Omdat hij Herodes Antipas berispte over diens huwelijk met Herodias, werd hij gevangengezet en ten slotte onthoofd.
Wat betekent de naam Johannes de Doper?
Johannes is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Jochanan, die gewoonlijk wordt verklaard als "de HEERE is genadig". De naam werd hem niet door de familie gegeven, maar door de engel Gabriël opgedragen (Lukas 1:13). Bij de besnijdenis wilde de familie hem naar zijn vader Zacharias noemen, maar Zacharias schreef op een tafeltje: "Johannes is zijn naam" (Lukas 1:63). De bijnaam de Doper kreeg hij om zijn doop in de Jordaan; zo heet hij al in Mattheüs 3:1.
Waar staat Johannes de Doper in de Bijbel?
In alle vier de evangeliën. Lukas 1 vertelt over de aankondiging en geboorte, Mattheüs 3, Markus 1, Lukas 3 en Johannes 1 over zijn prediking en de doop van Jezus. Johannes 3:22-30 bevat zijn woord "Hij moet wassen, maar ik minder worden". Zijn vraag uit de gevangenis staat in Mattheüs 11 en Lukas 7, zijn dood in Mattheüs 14 en Markus 6. Handelingen noemt hem onder meer in hoofdstuk 13 en 19.
Is Johannes de Doper dezelfde als de apostel Johannes?
Nee. Johannes de Doper was de zoon van Zacharias en Elisabeth; hij doopte Jezus en werd door Herodes onthoofd voordat Jezus stierf. De apostel Johannes was een zoon van Zebedeüs, een visser uit Galilea, die een van de twaalf discipelen werd. Aan hem worden het Evangelie naar Johannes, drie brieven en Openbaring toegeschreven. Wel was de apostel volgens veel uitleggers eerst een leerling van Johannes de Doper (Johannes 1:35-41).
Waarom werd Johannes de Doper onthoofd?
Johannes had Herodes Antipas gezegd: "Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben" (Markus 6:18). Herodias, met wie Herodes getrouwd was, nam het Johannes kwalijk en wilde hem doden, maar kon niet, want Herodes vreesde Johannes (Markus 6:19-20). Toen haar dochter op het verjaardagsfeest van Herodes danste, beloofde hij haar met een eed wat zij maar vroeg. Op aanraden van haar moeder vroeg zij het hoofd van Johannes in een schotel. Herodes was bedroefd, maar liet hem om de eden in de gevangenis onthoofden.
Wie waren de ouders van Johannes de Doper?
Zijn vader was Zacharias, een priester "van de dagorde van Abia", en zijn moeder was Elisabeth, in de Statenvertaling Elizabet, uit de dochters van Aäron (Lukas 1:5). Zij waren rechtvaardig voor God, maar bleven lang kinderloos. Elisabeth was familie van Maria; de engel noemt haar Maria's "nicht" (Lukas 1:36). Johannes en Jezus waren dus verwant, maar de Bijbel zegt niet precies hoe.
Wat was de doop van Johannes?
Johannes predikte "den doop der bekering tot vergeving der zonden" (Markus 1:4). Wie zich liet dopen, beleed zijn zonden en toonde dat hij zich wilde bekeren met het oog op de Messias die zou komen. Johannes zei zelf dat zijn doop met water een voorbereiding was op Iemand die met de Heilige Geest zou dopen. In Handelingen 19:1-7 laat Paulus mensen die alleen de doop van Johannes kenden, dopen in de naam van de Heere Jezus. Hoe de doop van Johannes zich verhoudt tot de christelijke doop, wordt verschillend uitgelegd.
Waarom liet Jezus Zich door Johannes dopen?
Johannes vroeg het zelf ook: "Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" (Mattheüs 3:14). Jezus antwoordde dat het zo betaamde "alle gerechtigheid te vervullen". Hij had geen zonde om te belijden, maar ging de weg van gehoorzaamheid en stelde Zich naast het volk dat zich bekeerde. Bij de doop daalde de Geest op Hem neer en sprak de Vader: "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde".
Was Johannes de Doper Elia?
Toen men het hem vroeg, zei Johannes: "Ik ben die niet" (Johannes 1:21). Toch zei Jezus over hem: "hij is Elias, die komen zou" (Mattheüs 11:14). De gangbare uitleg is dat Johannes niet de teruggekeerde Elia zelf was, maar wel de belofte van Maleachi 4:5 vervulde. De engel zei al dat hij zou komen "in den geest en de kracht van Elias" (Lukas 1:17). Ook zijn kleding van kemelshaar met een lederen gordel herinnerde aan Elia.
Wat at Johannes de Doper?
Mattheüs schrijft dat "zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig" (Mattheüs 3:4). Sprinkhanen waren volgens Leviticus 11:22 toegestaan voedsel, en wilde honing vond men in de woestijn. Daarnaast dronk hij geen wijn of sterke drank (Lukas 1:15). Jezus zei over hem dat hij kwam "noch brood etende, noch wijn drinkende" (Lukas 7:33). Zijn eenvoudige voedsel en kleding pasten bij zijn leven in de woestijn en zijn oproep tot bekering.
Waarom twijfelde Johannes de Doper in de gevangenis?
Vanuit de gevangenis liet Johannes Jezus vragen: "Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?" (Mattheüs 11:3). De Bijbel zegt niet waarom. Sommige uitleggers, onder wie Calvijn, menen dat Johannes de vraag vooral stelde om zijn discipelen bij Jezus te brengen; anderen zien er echte aanvechting in. Zij wijzen erop dat hij een Messias had aangekondigd die het kaf zou verbranden, terwijl hij zelf gevangen zat. Jezus antwoordde met Zijn werken: blinden zien, doden worden opgewekt, armen horen het Evangelie. Daarna prees Hij Johannes in het openbaar.
Wat kunnen wij leren van Johannes de Doper?
Dat een getuige naar Christus wijst en niet naar zichzelf: "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Johannes 3:30). Dat bekering concreet wordt in hoe wij met geld, macht en onze naaste omgaan, zoals hij tollenaars en soldaten voorhield. Dat de waarheid spreken soms moed vraagt, ook tegenover machthebbers. En dat wie vragen heeft, daarmee naar Jezus zelf mag gaan, zoals Johannes vanuit de gevangenis deed.

Stel een vraag over Johannes de Doper

Wilt u meer weten over Johannes de Doper? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Johannes de Doper

Bijbelverhalen rond Johannes de Doper

Verdiep u verder