Ga naar hoofdinhoud
Mattheüs, Markus, JohannesMattheüs 21:12-17; Markus 11:15-18; Johannes 2:13-22

Jezus reinigt de tempel

Jezus drijft de kopers en verkopers uit het huis van Zijn Vader

Samenvatting

Jezus reinigt de tempel is de geschiedenis uit Mattheüs 21:12-17, Markus 11:15-18 en Johannes 2:13-22 waarin Jezus de kopers en verkopers uit de tempel drijft en de tafels van de wisselaars omkeert. Hij zegt dat Gods huis een huis des gebeds moet zijn. Daarna geneest Hij blinden en kreupelen, en kinderen roepen Hosanna. Zijn ijver voor het huis van Zijn Vader is de sleutel.

Bijbelgedeelte

“En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.”
Mattheüs 21:13 (Statenvertaling)
“En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?”
Mattheüs 21:16 (Statenvertaling)
“En Hij zeide tot degenen, die de duiven verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel.”
Johannes 2:16 (Statenvertaling)
“En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden.”
Johannes 2:17 (Statenvertaling)
“Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.”
Johannes 2:19 (Statenvertaling)

Het verhaal

Mattheüs 21:12-17 vertelt hoe Jezus na Zijn intocht in Jeruzalem de tempel binnenging en de kopers en verkopers eruit dreef. Markus 11:15-18 en Lukas 19:45-48 vertellen het ook in de laatste week voor Zijn lijden. Johannes 2:13-22 vertelt over een reiniging die hij aan het begin van Jezus’ openbare optreden plaatst, toen het Pascha nabij was. Deze pagina volgt vooral Mattheüs en neemt uit Johannes de woorden over de ijver en over de tempel van Zijn lichaam mee.

Waarom reinigde Jezus de tempel?

Na de intocht in Jeruzalem ging Jezus de tempel van God binnen. Daar werd gehandeld: men verkocht en kocht, er zaten wisselaars aan tafels, en er werden duiven verkocht. Jezus dreef allen uit die verkochten en kochten, en keerde de tafels van de wisselaars en de zitstoelen van de duivenverkopers om (Mattheüs 21:12). Markus vertelt dat Hij ook niemand toeliet enig vat door de tempel te dragen (Markus 11:16).

Jezus zei erbij waarom: "Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt" (Mattheüs 21:13). Hij haalt twee profeten aan. Door Jesaja had God gezegd: "Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken" (Jesaja 56:7), en bij Markus klinkt dat mee in de woorden van Jezus (Markus 11:17). Jeremia sprak over mensen die stalen, doodsloegen en valselijk zwoeren, en dan in Gods huis kwamen staan en zeiden dat zij verlost waren. God vroeg of Zijn huis voor hen een spelonk van moordenaars was geworden (Jeremia 7:9-11).

Wat gebeurde er na de tempelreiniging?

Toen kwamen er blinden en kreupelen tot Hem in de tempel, en Hij genas hen (Mattheüs 21:14). De overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderen en hoorden kinderen in de tempel roepen: "Hosanna den Zone Davids" (Mattheüs 21:15). Zij namen dat zeer kwalijk en vroegen Jezus of Hij wel hoorde wat die kinderen zeiden. Jezus antwoordde met een woord uit Psalm 8: "Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid" (Mattheüs 21:16)? Daarna verliet Hij hen en ging de stad uit, naar Bethanië, waar Hij overnachtte (Mattheüs 21:17). Markus zegt dat de Schriftgeleerden en de overpriesters zochten hoe zij Hem konden doden. Zij vreesden Hem, omdat de hele schare ontzet was over Zijn leer (Markus 11:18).

Wat vertelt Johannes over de tempelreiniging?

Johannes vertelt over een reiniging van de tempel kort na de bruiloft te Kana, toen het Pascha nabij was (Johannes 2:13). Jezus maakte een gesel van touwtjes en dreef hen allen uit de tempel, ook de schapen en de ossen; Hij stortte het geld van de wisselaars uit en keerde de tafels om (Johannes 2:15). Tegen de duivenverkopers zei Hij dat zij het huis van Zijn Vader niet tot een huis van koophandel moesten maken (Johannes 2:16). De discipelen dachten toen aan wat geschreven staat: "De ijver van Uw huis heeft mij verslonden" (Johannes 2:17).

De Joden vroegen welk teken Hij liet zien, dat Hij dit mocht doen. Jezus antwoordde: "Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten" (Johannes 2:19). Zij dachten aan het gebouw, waaraan zesenveertig jaar gebouwd was (Johannes 2:20). Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam (Johannes 2:21). Pas toen Hij was opgestaan uit de doden, dachten de discipelen eraan terug en geloofden zij de Schrift en het woord van Jezus (Johannes 2:22). Bij Zijn verhoor zouden valse getuigen deze woorden tegen Hem gebruiken (Mattheüs 26:61).

Achtergrond

De tempel in Jeruzalem was in de tijd van Jezus de tweede tempel, gebouwd na de terugkeer uit Babel. Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus liet koning Herodes hem ingrijpend verbouwen en uitbreiden; Johannes 2:20 spreekt van zesenveertig jaar bouwen. Rond het tempelgebouw lagen voorhoven. De handel vond waarschijnlijk plaats in het buitenste voorhof, waar ook niet-Joden mochten komen.

De handel had een functie. Wie van ver kwam, kon in Jeruzalem offerdieren kopen. Duiven waren het offer van wie geen lam kon betalen (Leviticus 12:8); Jozef en Maria brachten zo’n offer toen Jezus in de tempel werd voorgesteld (Lukas 2:24). Wie bij de telling meegeteld werd, twintig jaar en ouder, moest een halve sikkel geven voor het heiligdom (Exodus 30:13-14), en de wisselaars wisselden waarschijnlijk ander geld om in munten die daarvoor gebruikt werden. Mattheüs vertelt de reiniging direct na de intocht. Markus zegt dat Jezus op de avond van de intocht alleen rondkeek en naar Bethanië ging, en de tempel de dag daarna reinigde (Markus 11:11-15).

Betekenis

In Mattheüs 21 komt de Heere Zelf in Zijn tempel. Door Maleachi had God beloofd: "snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt" (Maleachi 3:1), en dat Hij zou louteren als het vuur van een goudsmid (Maleachi 3:2-3). Het Nieuwe Testament past het begin van dat vers toe op Johannes de Doper als de bode die de weg bereidt (Mattheüs 11:10). Veel uitleggers zien de komst van de Heere tot Zijn tempel daarom vervuld in Christus. Jezus haalt Gods woord "Mijn huis" aan en handelt ernaar; bij Johannes noemt Hij de tempel het huis van Zijn Vader. Hij spreekt als de Zoon, met het gezag van de Vader.

De sleutel is de ijver voor Gods huis. De discipelen dachten aan Psalm 69, een psalm van David, waar staat dat de ijver van Gods huis hem verteerd heeft (Psalm 69:10). Het gaat niet om een opvliegend karakter, maar om de eer van God. Hetzelfde vers zegt dat de smaadheden van hen die God smaden, op hem gevallen zijn, en Paulus past dat woord toe op Christus: "De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen" (Romeinen 15:3). Die ijver bracht Hem in conflict met de leiders, die zochten hoe zij Hem konden doden (Markus 11:18).

Johannes laat zien dat de tempel verder wijst dan het gebouw. Jezus noemde Zijn eigen lichaam de tempel die afgebroken en in drie dagen opgericht zou worden (Johannes 2:19-21). In Hem woont God bij de mensen. In het nieuwe Jeruzalem is er geen tempel meer, "want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam" (Openbaring 21:22).

Opvallend is ook wie er in de tempel wel welkom zijn: blinden en kreupelen die genezen worden, en kinderen die Hosanna roepen. De leiders ergeren zich, maar Jezus zegt dat God Zich uit de mond van kinderen lof heeft toebereid (Mattheüs 21:16). Hij haalt Psalm 8:3 aan, waar de Statenvertaling spreekt van sterkte; Mattheüs geeft het vers weer met lof, zoals ook de oude Griekse vertaling van de psalmen doet.

Lessen voor vandaag

God is heilig, en Zijn huis is een huis des gebeds. De ijver van Jezus laat zien hoe ernstig God het neemt wanneer de dienst aan Hem een middel wordt voor eigen voordeel. Dat vraagt dat wij nagaan waarvoor wij in de kerk komen: om God te zoeken in gebed en in Zijn Woord, of om iets anders.

Christus reinigt, en Hij geneest ook. In dezelfde tempel waaruit Hij de handelaars dreef, genas Hij blinden en kreupelen. Wie zich onrein en gebrekkig weet, wordt door Hem niet weggestuurd. Zijn oordeel over de misbruikte tempel en Zijn genade voor de zieken horen bij elkaar.

De lof van kinderen is God niet te gering. De leiders vonden het geroep van de kinderen ongepast; Jezus noemde het lof die God Zichzelf heeft toebereid. Het geloof en de lof van kinderen hebben daarom hun eigen plaats in de gemeente.

De ware tempel is Christus Zelf. Wie God wil ontmoeten, vindt Hem niet in de eerste plaats in een gebouw, maar in Hem Die gestorven en opgestaan is. Jezus zei tegen de Samaritaanse vrouw dat de ware aanbidders de Vader aanbidden zullen "in geest en waarheid" (Johannes 4:23).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus was op een jonge ezel Jeruzalem binnengereden. De mensen hadden Hosanna geroepen. Nu ging Hij naar de tempel. De tempel was het huis van God. Daar kwamen de mensen om te bidden en om offers te brengen.

Maar wat zag Jezus daar? Overal werd gehandeld. Mensen verkochten en kochten. Er werden duiven verkocht. Arme mensen brachten duiven als offer, als ze geen lammetje konden betalen. Er zaten ook wisselaars aan tafels. Een wisselaar ruilt geld om voor ander geld.

Toen dreef Jezus iedereen die verkocht en kocht de tempel uit. Hij gooide de tafels van de wisselaars om, en de stoelen van de mensen die duiven verkochten ook. Hij liet niemand meer met spullen door de tempel lopen.

Jezus zei: "Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt". Een huis des gebeds is een huis om te bidden. Een moordenaarskuil is een schuilplaats van rovers: mensen deden kwaad en kwamen dan in Gods huis alsof er niets aan de hand was. De tempel was bedoeld om God te ontmoeten en tot Hem te bidden. En ze hadden er een plaats van handel van gemaakt.

Toen werd het anders in de tempel. Er kwamen blinden en kreupelen naar Jezus toe. Blinden konden niet zien. Kreupelen konden niet goed lopen. Jezus maakte hen beter.

Er waren ook kinderen in de tempel. Zij riepen: "Hosanna den Zone Davids"! Hosanna betekent: Heere, geef toch redding. De Zoon van David is de Koning Die God beloofd had.

De overpriesters en de Schriftgeleerden zagen de wonderen die Jezus deed. Ze hoorden de kinderen roepen. Dat vonden ze helemaal niet goed. Ze vroegen Jezus of Hij wel hoorde wat die kinderen zeiden. Jezus antwoordde: "Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid"? Zuigelingen zijn baby’s. Jezus bedoelde: God Zelf zorgt ervoor dat zelfs kleine kinderen Hem prijzen.

Toen liet Jezus hen staan. Hij ging de stad uit, naar Bethanië, en bleef daar die nacht. De leiders zochten hoe ze Jezus konden doden. Ze waren bang voor Hem, want alle mensen waren verbaasd over wat Hij leerde.

Ook Johannes vertelt over het reinigen van de tempel. Hij vertelt het al vooraan in zijn boek. Jezus maakte toen een zweep van touwtjes. Hij dreef iedereen de tempel uit, ook de schapen en de ossen. Tegen de mensen die duiven verkochten, zei Hij dat ze van het huis van Zijn Vader geen huis van handel mochten maken.

Toen dachten de discipelen aan woorden uit de Bijbel: "De ijver van Uw huis heeft mij verslonden". Ijver betekent: vurige liefde. Jezus kwam op voor de eer van Zijn Vader.

Er waren mensen die vroegen welk teken Jezus gaf dat Hij dit mocht doen. Jezus zei dat als zij deze tempel afbraken, Hij hem in drie dagen weer zou opbouwen. Ze begrepen het niet. Ze dachten aan het grote gebouw. Maar Jezus bedoelde Zijn eigen lichaam. Hij zou sterven en weer opstaan. Toen Jezus was opgestaan, dachten de discipelen hieraan terug, en ze geloofden.

Zo kwam de Heere Jezus in het huis van Zijn Vader. Hij is de Zoon van God. Hij wil dat Gods huis een huis van gebed is, en Hij maakt zieken beter. Hij gaf Zijn eigen lichaam in de dood, en Hij is opgestaan.

Om te onthouden
“Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden” (Mattheüs 21:13)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen vaak of Jezus boos was. De Bijbel noemt hier geen boosheid, maar ijver: vurige liefde voor Gods huis (Johannes 2:17). Zeg dat Jezus opkwam voor de eer van Zijn Vader. Vertel de zweep sober; de Bijbel zegt dat Hij de mensen en de dieren uit de tempel dreef, niet dat Hij iemand sloeg.
  • Johannes vertelt over een reiniging aan het begin van het optreden van Jezus, de andere evangelisten over een reiniging in de laatste week. Uitleggers verschillen over de vraag of het twee keer of één keer gebeurde. De vertelling zegt alleen wat Johannes vertelt en kiest niet. Voor 4-7 jaar kunt u dat deel weglaten.
  • Leg wisselaars, duivenverkopers, moordenaarskuil, Hosanna en zuigelingen kort uit. Mattheüs 21:12-16 kunt u na de vertelling uit de Bijbel zelf voorlezen. Wijs op de kinderen in de tempel: Jezus nam hun lof in bescherming tegen de leiders.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed Jezus met de tafels in de tempel?
  2. NavertellenWat riepen de kinderen in de tempel?
  3. VerwonderenWat zei Jezus dat Gods huis moest zijn?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWie kwamen er naar Jezus toe nadat Hij de verkopers had weggestuurd, en wat deed Hij met hen?
  2. BetekenisJezus noemt de tempel een huis des gebeds. Waarvoor was Gods huis bedoeld, en wat was er misgegaan?
  3. VerbindingToen Jezus twaalf was, zei Hij dat Hij moest zijn in de dingen van Zijn Vader (Lukas 2:49). Hoe zie je dat hier terug?
  4. ToepassingDe kinderen in de tempel prezen Jezus, en Hij nam het voor hen op. Hoe en waar kun jij God loven?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Jeremia 7:8-11. Waarom noemde God de tempel daar een spelonk der moordenaren, en wat zegt dat over de woorden van Jezus in Mattheüs 21:13?
  2. Wie is God?Johannes 2:17 spreekt over de ijver van Jezus voor Gods huis. Wat leert die ijver je over hoe God denkt over Zijn eer en over de eredienst?
  3. Moeilijke vraagJezus maakte een gesel van touwtjes en keerde tafels om (Johannes 2:15). Hoe past dat bij de zachtmoedige Koning van de intocht? Mogen christenen ook zo optreden?
  4. PersoonlijkJezus noemde Zijn lichaam de tempel. Waar zoek jij God, en wat verandert het als je weet dat Hij in Christus te vinden is?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij met ijver opkwam voor de eer van Zijn Vader en Zelf de ware tempel is. Bid dat de kerk een huis van gebed mag zijn, waar ook kinderen God loven.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

ijver voor Gods huiseen huis des gebedshet gezag van Jezuslof uit de mond van kinderende tempel van Zijn lichaam

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jezus reinigt de tempel

Waar staat het verhaal van de tempelreiniging in de Bijbel?

De tempelreiniging staat in alle vier de evangeliën. Mattheüs 21:12-17, Markus 11:15-18 en Lukas 19:45-48 vertellen haar in de laatste week voor het lijden van Jezus, na de intocht in Jeruzalem. Johannes 2:13-22 vertelt over een reiniging die hij aan het begin van Zijn optreden plaatst, toen het Pascha nabij was. Deze pagina volgt vooral Mattheüs en neemt uit Johannes de woorden over de ijver voor Gods huis en over de tempel van Zijn lichaam mee.

Heeft Jezus de tempel één of twee keer gereinigd?

Daarover verschillen uitleggers. Johannes plaatst een reiniging aan het begin van het optreden van Jezus (Johannes 2:13), Mattheüs, Markus en Lukas in de laatste week. Veel uitleggers denken dat Jezus de tempel twee keer reinigde, omdat de omstandigheden en de woorden verschillen: alleen Johannes noemt de gesel, de ossen en schapen en het woord over de tempel van Zijn lichaam. Anderen denken dat het om één gebeurtenis gaat die Johannes om een andere reden vooraan zet. De tekst beslist het niet.

Was Jezus boos toen Hij de tempel reinigde?

De evangeliën gebruiken in deze geschiedenis het woord boos niet. Johannes noemt de ijver voor Gods huis: "De ijver van Uw huis heeft mij verslonden" (Johannes 2:17). Het gaat om de eer van God en niet om een opvliegend karakter. Elders zegt Markus wel dat Jezus mensen "met toorn rondom aangezien" had, bedroefd over de verharding van hun hart (Markus 3:5). Toorn over zonde is bij Jezus dus geen zonde, maar heilige ernst.

Sloeg Jezus mensen met een zweep in de tempel?

Dat zegt de Bijbel niet. Alleen Johannes noemt dat Jezus een gesel van touwtjes maakte en hen allen uit de tempel dreef, "ook de schapen en de ossen" (Johannes 2:15). De tekst vertelt dat Hij mensen en dieren wegjoeg, het geld uitstortte en de tafels omkeerde, maar beschrijft niet dat Hij iemand raakte. Mattheüs, Markus en Lukas noemen geen gesel. Het is daarom beter niet meer te vertellen dan er staat.

Wat betekent moordenaarskuil in Mattheüs 21:13?

Een moordenaarskuil is een schuilplaats van rovers. Jezus haalt Jeremia 7:11 aan, waar God vraagt: "Is dan dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, in uw ogen een spelonk der moordenaren"? Jeremia sprak over mensen die stalen, doodsloegen en andere goden dienden, en dan in de tempel kwamen alsof zij daar veilig waren (Jeremia 7:9-10). De tempel was voor hen een schuilplaats geworden in plaats van een huis des gebeds.

Wat deden de wisselaars en duivenverkopers in de tempel?

De duivenverkopers verkochten offerdieren. Duiven waren het offer van wie geen lam kon betalen (Leviticus 12:8). Wie bij de telling meegeteld werd, twintig jaar en ouder, moest een halve sikkel voor het heiligdom geven (Exodus 30:13-14); de wisselaars wisselden waarschijnlijk ander geld om in munten die daarvoor gebruikt werden. Die handel had dus een functie voor het offeren. Jezus keurt het offeren niet af, maar wel dat het huis van Zijn Vader een huis van koophandel was geworden (Johannes 2:16).

Wat bedoelde Jezus met: Breekt dezen tempel?

Jezus zei: "Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten" (Johannes 2:19). De Joden dachten aan het tempelgebouw, waaraan zesenveertig jaar gebouwd was. Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam (Johannes 2:21). Hij zou sterven en opstaan. De discipelen begrepen het pas toen Hij was opgestaan uit de doden (Johannes 2:22). Bij Zijn verhoor verdraaiden valse getuigen deze woorden tot een dreigement tegen de tempel (Mattheüs 26:61).

Waarom nam Jezus de kinderen in de tempel in bescherming?

De kinderen riepen in de tempel: "Hosanna den Zone Davids" (Mattheüs 21:15). De overpriesters en Schriftgeleerden namen dat zeer kwalijk. Jezus antwoordde met Psalm 8: "Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid" (Mattheüs 21:16). Wat de leiders ongepast vonden, noemde Hij lof die God Zichzelf had bereid. Zo erkende Hij ook dat de kinderen Hem terecht als Zoon van David begroetten.

Hoe vertelt u de tempelreiniging aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Mattheüs 21:12-17 volgt en daarna kort vertelt wat Johannes erbij geeft. Leg woorden als wisselaar, moordenaarskuil en Hosanna kort uit. Kinderen vragen vaak of Jezus boos was; de verteltips helpen om eerlijk te antwoorden dat het om ijver voor Gods huis ging. Daarna volgen gespreksvragen voor drie leeftijdsgroepen.

Stel een vraag over Jezus reinigt de tempel

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder