Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

Zacharias in de Bijbel

Zekarja (זְכַרְיָה, Hebreeuws) of Zacharias (Ζαχαρίας, Grieks) - “De HEERE gedenkt”

Wie was Zacharias?

Zacharias was een priester uit de dagorde van Abia, getrouwd met Elisabeth (in de Statenvertaling Elizabet). Op hoge leeftijd kondigde de engel Gabriël hem in de tempel een zoon aan: Johannes de Doper. Omdat hij niet geloofde, werd hij stom tot de naamgeving. Daarna profeteerde hij in zijn lofzang (Lukas 1:5-80).

Zacharias komt bijna alleen voor in het eerste hoofdstuk van het Evangelie naar Lukas; daarna noemt Lukas hem nog één keer, als vader van Johannes (Lukas 3:2). Lukas opent er zijn evangelie mee: nog voordat Maria en Jozef in beeld komen, staat een oude priester in de tempel van Jeruzalem met een gebed dat lang onbeantwoord leek. De Statenvertaling stelt hem zo voor: "een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia" (Lukas 1:5). Zijn vrouw heet in de Statenvertaling Elizabet; op deze site schrijven wij Elisabeth. Van beiden zegt Lukas dat zij "rechtvaardig voor God" waren (Lukas 1:6), en ook dat zij geen kind hadden en oud waren. Het verhaal bestaat uit twee delen. In het eerste deel (Lukas 1:5-25) valt het lot op Zacharias om het reukoffer te brengen. Bij het reukaltaar verschijnt de engel Gabriël, die een zoon aankondigt met de naam Johannes. Zacharias vraagt om zekerheid en krijgt een teken dat tegelijk een tuchtiging is: hij zal zwijgen tot alles vervuld is. In het tweede deel (Lukas 1:57-80) wordt het kind geboren. Bij de besnijdenis schrijft Zacharias op een schrijftafeltje: "Johannes is zijn naam" (Lukas 1:63). Op dat moment kan hij weer spreken, en vervuld met de Heilige Geest zingt hij de lofzang die in de kerk het Benedictus heet, naar het eerste woord van de Latijnse tekst. Tussen die twee delen ligt het bezoek van Maria. Zij verblijft ongeveer drie maanden bij Elisabeth, in het huis van Zacharias in het gebergte van Juda (Lukas 1:39-56). Zacharias is niet te verwarren met twee naamgenoten. De profeet Zacharia, de zoon van Berechja, leefde ruim vijf eeuwen eerder en schreef het bijbelboek Zacharia (Zacharia 1:1). En de man die Jezus noemt in Mattheüs 23:35, in de Statenvertaling "Zacharia, den zoon van Barachia" (in andere vertalingen gespeld als Zacharias, zoon van Barachias), is ook een ander. Hij werd gedood "tussen den tempel en het altaar" (vergelijk Lukas 11:51). Meestal denkt men aan Zacharia, de zoon van Jojada (2 Kronieken 24:20-22), of aan de profeet; beiden leefden lang voor de gebeurtenissen van Lukas 1.

Historische context

Lukas dateert het verhaal "in de dagen van Herodes, den koning van Judea" (Lukas 1:5). Dat is Herodes de Grote, die onder Rome als koning over Judea regeerde. Zijn dood wordt gewoonlijk rond 4 v.Chr. gedateerd, zodat de aankondiging aan Zacharias meestal rond 5 v.Chr. wordt geplaatst. De Bijbel geeft zelf geen jaartal; het blijft een benadering. Zacharias was priester en dus een nakomeling van Aäron. Ook Elisabeth was "uit de dochteren van Aaron" (Lukas 1:5), zodat beiden uit een priesterlijk geslacht kwamen. Sinds de tijd van David waren de priesters verdeeld in vierentwintig afdelingen, die bij toerbeurt dienst deden. De achtste afdeling was die van Abia (1 Kronieken 24:10). Volgens Josephus diende elke afdeling een week, van sabbat tot sabbat. Dat kwam neer op ongeveer twee keer per jaar; volgens de joodse traditie dienden op de grote feesten bovendien alle afdelingen samen. De meeste priesters woonden buiten Jeruzalem en reisden voor hun diensttijd naar de stad. Zacharias woonde in het gebergte van Juda: Maria reisde naar hem toe "naar het gebergte, in een stad van Juda" (Lukas 1:39). Lukas noemt de naam van die stad niet; een latere overlevering wijst Ain Karem, ten westen van Jeruzalem, aan. De tempel waar Zacharias diende, was de tweede tempel, die Herodes vanaf ongeveer 20 v.Chr. ingrijpend liet verbouwen. In het heilige, voor het voorhangsel, stond het gouden reukaltaar. Elke morgen en elke avond werd daar reukwerk aangestoken (Exodus 30:7-8). Wie dat deed, werd door het lot bepaald: "hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen" (Lukas 1:9). Volgens de Misjna (Tamid 5:2) werd voor het reukwerk alleen geloot onder priesters die het nog nooit hadden gebracht; de Talmoed zegt dat niemand het twee keer deed. Voor de meesten kwam het dus hoogstens één keer in hun leven voor. Lukas zegt dat niet, maar het verklaart het gewicht van het moment. Buiten stond het volk te bidden "ten ure des reukoffers" (Lukas 1:10); het reukwerk gold als beeld van het gebed dat opstijgt (Psalm 141:2). Kinderloosheid woog in Israël zwaar. Elisabeth spreekt van haar "versmaadheid onder de mensen" (Lukas 1:25). Lukas plaatst het echtpaar daarmee in de lijn van Abraham en Sara, van wie ook staat dat zij oud waren (Genesis 18:11). Bij de besnijdenis op de achtste dag kreeg een jongen zijn naam, meestal naar een familielid. Vandaar de verbazing van de omstanders: "Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt" (Lukas 1:61). Dat zij de vader iets moesten wenken (Lukas 1:62), lezen veel uitleggers als aanwijzing dat Zacharias ook niet kon horen; het Griekse woord voor stom in Lukas 1:22 kan ook doof betekenen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Rechtvaardig en onberispelijk in zijn wandel voor God (Lukas 1:6)
  • Bleef bidden, ook toen het antwoord lang uitbleef (Lukas 1:13)
  • Trouw in zijn priesterlijke dienst op de plaats die het lot hem gaf (Lukas 1:8-9)
  • Gehoorzaam aan de naam die God gaf, tegen de familiegewoonte in (Lukas 1:63)
  • Vervuld met de Heilige Geest en vol lof voor God (Lukas 1:64-67)

−Zwakke kanten

  • Vroeg om een teken in plaats van op het woord van de engel te vertrouwen (Lukas 1:18)
  • Geloofde de boodschap niet en werd daarom stom (Lukas 1:20)

Theologische betekenis

Zacharias staat op de drempel tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Het laatste profetische boek eindigt met de belofte: "Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal" (Maleachi 4:5). Gabriël neemt die woorden op: Johannes zal heengaan "in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen" (Lukas 1:17). Na een lange tijd zonder nieuw profetisch woord spreekt God opnieuw, en wel in de tempel, tijdens het reukoffer, tot een priester die zijn dienst trouw verrichtte. De namen in dit gezin zijn veelzeggend. Zacharias betekent: de HEERE gedenkt. Johannes betekent: de HEERE is genadig. In zijn lofzang zingt Zacharias dat God "gedachtig ware aan Zijn heilig verbond" en aan "den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft" (Lukas 1:72-73). Veel uitleggers zien daarin een spel met de namen: God gedenkt (Zacharias) Zijn eed (Elisabeth, wat waarschijnlijk betekent: mijn God is een eed) en bewijst genade (Johannes). Of Lukas dat bewust zo bedoelde, zegt de tekst niet, maar de gedachte zelf staat er: wat hier gebeurt, is de trouw van God aan Zijn belofte. Het zwijgen van Zacharias is tuchtiging en teken tegelijk. Gabriël zegt het rechtstreeks: "om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt" (Lukas 1:20). Toch is het ook genade, want het teken eindigt op de dag dat de belofte vervuld is. Pas toen Zacharias de naam opschreef die God had gegeven, ging zijn mond open, en het eerste wat hij deed was God loven (Lukas 1:64). De lofzang zelf (Lukas 1:68-79) heeft twee delen. Het eerste deel gaat niet over Johannes maar over de Messias: God heeft "een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht" (Lukas 1:69). Johannes stamt uit Levi; de hoorn uit het huis van David is het Kind dat Maria verwacht. Pas daarna richt Zacharias zich tot zijn zoon: "En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden" (Lukas 1:76), de wegbereider van Jesaja 40:3 en Maleachi 3:1. De slotregels over "de Opgang uit de hoogte" en over hen die "gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods" (Lukas 1:78-79) sluiten aan bij Jesaja 9:1. Met de lofzang van Maria (Lukas 1:46-55) en die van Simeon (Lukas 2:29-32) vormt het Benedictus een drieklank rond de geboorte van Christus. In de kerk wordt het tot op vandaag gezongen. In veel psalmboeken staat het als een van de Enige Gezangen, achter de psalmen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Zekarja (זְכַרְיָה, Hebreeuws) of Zacharias (Ζαχαρίας, Grieks)

Betekenis

De HEERE gedenkt

Betekenis van de naam Zacharia (Zacharias): grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Een rechtvaardig en kinderloos echtpaar

Zacharias en Elisabeth wandelen "in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk", maar zij hebben geen kind en zijn beiden op hoge leeftijd.

Lukas 1:5-7

2

Het lot voor het reukoffer

Tijdens de diensttijd van zijn afdeling valt het lot op Zacharias om in de tempel het reukwerk aan te steken. Buiten bidt de menigte op het uur van het reukoffer.

Lukas 1:8-10

3

Gabriël bij het reukaltaar

Een engel staat rechts van het reukaltaar en zegt: "Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord". Zijn zoon zal Johannes heten en gaan "in den geest en de kracht van Elias".

Lukas 1:11-17

4

Twijfel en zwijgen

Zacharias vraagt: "Waarbij zal ik dat weten?" De engel maakt zich bekend als Gabriël en kondigt aan dat Zacharias zal zwijgen tot de vervulling. Bij zijn uitkomen kan hij het wachtende volk alleen toewenken.

Lukas 1:18-22

5

Terug naar huis

Als zijn diensttijd voorbij is, gaat hij naar huis. Elisabeth wordt zwanger en zegt dat de Heere haar versmaadheid heeft weggenomen.

Lukas 1:23-25

6

Maria in het huis van Zacharias

Kort na de aankondiging aan haar, in de zesde maand van de zwangerschap van Elisabeth, reist Maria met haast naar het gebergte van Juda en komt "in het huis van Zacharias". Zij blijft er ongeveer drie maanden (Lukas 1:56).

Lukas 1:39-40

7

De naam Johannes

Bij de besnijdenis willen de omstanders het kind naar zijn vader noemen. Zacharias schrijft: "Johannes is zijn naam." Terstond gaat zijn mond open en hij looft God.

Lukas 1:59-64

8

De lofzang van Zacharias

Vervuld met de Heilige Geest profeteert Zacharias over de verlossing in het huis van David en over zijn zoon, die "een profeet des Allerhoogsten" zal heten.

Lukas 1:67-79

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zacharias beter te begrijpen.

Lukas 1:6

“En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.”

Lukas begint met het getuigenis over het echtpaar. Hun kinderloosheid is geen straf voor een verborgen zonde.

Lukas 1:13

“Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.”

Veel uitleggers denken aan het gebed om een kind, dat dan al lang oud was; anderen aan het gebed om de verlossing van Israël bij het reukoffer. Het antwoord omvat beide.

Lukas 1:18

“En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.”

Zacharias kijkt naar wat menselijk mogelijk is. Zijn vraag om zekerheid laat zien dat ook een rechtvaardige priester kon twijfelen.

Lukas 1:20

“En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.”

Het zwijgen is tuchtiging en teken tegelijk. Het eindigt op de dag dat de belofte vervuld is.

Lukas 1:63

“En als hij een schrijftafeltje geeist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.”

Zacharias kiest niet zijn eigen naam voor het kind maar de naam die God gaf. Direct daarna kan hij weer spreken (Lukas 1:64).

Lukas 1:68

“Geloofd zij de Heere, de God Israels, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke;”

De eerste regel van het Benedictus. Zacharias spreekt over Gods verlossing alsof die al geschied is.

Lukas 1:76

“En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;”

Pas in het tweede deel van de lofzang richt Zacharias zich tot zijn zoon. Johannes is de wegbereider, niet de Verlosser zelf.

Lukas 1:78-79

“Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.”

De lofzang eindigt bij Christus als het opgaande licht. De woorden sluiten aan bij Jesaja 9:1.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

Zacharias leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Zacharias en Elisabeth bleven wandelen in de geboden van God, terwijl hun gebed om een kind onbeantwoord leek. Zacharias deed zijn gewone dienst, en juist daar sprak God hem aan. Dat bemoedigt ons om trouw te blijven in het gewone werk en in het gebed, ook als wij geen antwoord zien. De engel zei niet dat het gebed vergeten was, maar dat het verhoord was (Lukas 1:13). Tegelijk laat Zacharias zien dat twijfel ook bij gelovigen voorkomt. Een rechtvaardige priester, staande in het heiligdom, vond de belofte te groot voor zijn leeftijd. God nam het ongeloof ernstig en legde hem het zwijgen op, maar trok de belofte niet in. Voor wie worstelt met twijfel is dat een troost: de woorden van God zijn woorden "welke vervuld zullen worden op hun tijd" (Lukas 1:20), ook als ons geloof tekortschiet. Bij de naamgeving koos Zacharias voor gehoorzaamheid, tegen de verwachting van familie en buren in. Pas toen hij de naam opschreef die God had gegeven, ging zijn mond open. Gehoorzaamheid aan Gods woord gaat vaak voorop, en lof volgt. Ten slotte valt op waar zijn lofzang over gaat. Zacharias had alle reden om te zingen over zijn eigen zoon, maar hij begint bij de Messias uit het huis van David. Ook ons persoonlijke geluk krijgt de juiste plaats wanneer wij het zien in het licht van Christus, die het licht brengt aan wie in duisternis zitten.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Zacharias

Wie was Zacharias in de Bijbel?
Zacharias was een priester uit de dagorde van Abia en de vader van Johannes de Doper. Hij leefde in de tijd van Herodes de Grote en was getrouwd met Elisabeth (in de Statenvertaling Elizabet). Toen hij in de tempel het reukoffer bracht, kondigde de engel Gabriël hem een zoon aan. Omdat hij twijfelde, kon hij niet spreken tot de naamgeving van het kind. Daarna zong hij, vervuld met de Heilige Geest, de lofzang die als het Benedictus bekendstaat (Lukas 1:5-80).
Wat betekent de naam Zacharias?
Zacharias is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Zekarja, die betekent: de HEERE gedenkt. De naam was in Israël algemeen; de Bijbel kent een groot aantal mannen die zo heten. Veel uitleggers wijzen erop dat de naam past bij zijn lofzang, waarin hij zingt dat God "gedachtig ware aan Zijn heilig verbond" (Lukas 1:72). Zijn zoon kreeg de naam Johannes, wat betekent: de HEERE is genadig.
Waar staat Zacharias in de Bijbel?
Zacharias staat alleen in het Evangelie naar Lukas. Het grootste deel van zijn verhaal staat in Lukas 1: de aankondiging in de tempel (Lukas 1:5-25), het bezoek van Maria aan zijn huis (Lukas 1:39-56) en de geboorte en naamgeving van Johannes met de lofzang (Lukas 1:57-80). Daarna wordt hij nog één keer genoemd, als Johannes optreedt: "het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de woestijn" (Lukas 3:2).
Is Zacharias dezelfde als de profeet Zacharia?
Nee. De profeet Zacharia was de zoon van Berechja en profeteerde na de Babylonische ballingschap, rond 520 v.Chr., bij de herbouw van de tempel (Zacharia 1:1). Van hem is het bijbelboek Zacharia. Zacharias de priester, de vader van Johannes de Doper, leefde ruim vijfhonderd jaar later, kort voor de geboorte van Jezus. De namen zijn in oorsprong dezelfde; op deze site heet de profeet Zacharia en de priester Zacharias.
Wie was Zacharias, de zoon van Barachias, in Mattheüs 23:35?
Dat is niet de vader van Johannes de Doper. Jezus spreekt daar over het bloed van de rechtvaardigen, "van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar" (Mattheüs 23:35). De Statenvertaling spelt hier Zacharia. Lukas noemt dezelfde man in Lukas 11:51. Veel uitleggers denken aan Zacharia, de zoon van Jojada, die in het voorhof van de tempel werd gestenigd (2 Kronieken 24:20-22); anderen aan de profeet Zacharia, de zoon van Berechja. Een verband met de priester uit Lukas 1 komt alleen uit latere overlevering.
Wie was de vader van Johannes de Doper?
De vader van Johannes de Doper was Zacharias, een priester uit de dagorde van Abia. Zijn moeder was Elisabeth (in de Statenvertaling Elizabet), die ook uit het geslacht van Aäron kwam (Lukas 1:5). Beiden waren oud toen Johannes werd aangekondigd. Lukas noemt Johannes later uitdrukkelijk "den zoon van Zacharias" (Lukas 3:2). Johannes was daarmee van priesterlijke afkomst, al trad hij niet op in de tempel maar in de woestijn.
Waarom werd Zacharias stom?
Zacharias werd stom omdat hij de boodschap van de engel niet geloofde. Hij vroeg: "Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud" (Lukas 1:18). Gabriël antwoordde dat hij zou zwijgen "tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt" (Lukas 1:20). Het zwijgen was een tuchtiging, maar ook een teken dat de belofte zeker uitkwam. Toen hij bij de naamgeving "Johannes is zijn naam" schreef, kon hij weer spreken (Lukas 1:63-64).
Wat is de lofzang van Zacharias?
De lofzang van Zacharias is het lied dat hij uitsprak na de geboorte en naamgeving van Johannes, vervuld met de Heilige Geest (Lukas 1:68-79). Hij begint met "Geloofd zij de Heere, de God Israels" (Lukas 1:68) en heet daarom in de kerk het Benedictus, naar het eerste Latijnse woord. Het eerste deel looft God voor de verlossing in het huis van David; het tweede deel spreekt het kind toe als "een profeet des Allerhoogsten" (Lukas 1:76). Het slot noemt Christus "de Opgang uit de hoogte" (Lukas 1:78).
Wat is de dagorde van Abia?
De dagorde van Abia was een van de vierentwintig afdelingen waarin de priesters sinds David waren verdeeld. Elke afdeling deed bij toerbeurt dienst in het heiligdom. In 1 Kronieken 24:10 staat het lot "het achtste voor Abia". Zacharias behoorde tot deze afdeling (Lukas 1:5). Toen zijn afdeling aan de beurt was, viel binnen die groep het lot op hem om het reukoffer te brengen (Lukas 1:8-9).
Waarom heette het kind Johannes en niet Zacharias?
Omdat de engel die naam had opgedragen: "gij zult zijn naam heten Johannes" (Lukas 1:13). Bij de besnijdenis wilden de omstanders het kind naar zijn vader noemen, zoals gebruikelijk was. Elisabeth zei: "Niet alzo, maar hij zal Johannes heten" (Lukas 1:60). Toen men Zacharias om zijn mening vroeg, schreef hij op een schrijftafeltje: "Johannes is zijn naam" (Lukas 1:63). Met die gehoorzaamheid kwam ook het einde van zijn zwijgen.
Hoe is Zacharias gestorven?
De Bijbel zegt niets over de dood van Zacharias. Na Lukas 1 wordt hij alleen nog als vader van Johannes genoemd (Lukas 3:2). Een apocrief geschrift uit de tweede eeuw, het zogenoemde Protevangelie van Jakobus, vertelt dat soldaten van Herodes hem in de tempel doodden. Dat is een latere legende, die mogelijk is ontstaan uit verwarring met de Zacharia uit Mattheüs 23:35. Als historisch gegeven heeft zij geen grond in de Schrift.
Wat kunnen wij leren van Zacharias?
Zacharias leert ons trouw te blijven in gebed en dienst, ook als het antwoord lang uitblijft: zijn gebed bleek verhoord (Lukas 1:13). Hij laat zien dat ook gelovigen kunnen twijfelen, en dat God Zijn belofte dan niet intrekt maar op Zijn tijd vervult. Zijn gehoorzaamheid bij de naamgeving opende zijn mond tot lof. En zijn lofzang leert ons dat de vreugde om Gods gaven haar plaats vindt in de vreugde om Christus, de Verlosser uit het huis van David.

Stel een vraag over Zacharias

Wilt u meer weten over Zacharias? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Zacharias

Bijbelverhalen rond Zacharias

Verdiep u verder