Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~860 v.Chr.

Achab in de Bijbel

Achab (אַחְאָב, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk broeder van de vader”

Wie was Achab?

Achab was koning van het noordrijk Israël en regeerde tweeëntwintig jaar in Samaria. Hij trouwde met Izebel, diende Baal en kwam telkens tegenover de profeet Elia te staan. Na de moord op Naboth kondigde Elia het oordeel aan, en Achab sneuvelde bij Ramoth in Gilead (1 Koningen 22:34-37).

Achab staat in de Bijbel vooral in 1 Koningen 16 tot en met 22. Hij was de zoon van Omri en volgde zijn vader op als koning over het noordrijk Israël, "te Samaria, twee en twintig jaren" (1 Koningen 16:29). Het oordeel van de schrijver is kort en hard: hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen die voor hem geweest waren (1 Koningen 16:30). Hij "wandelde in de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat", en alsof dat een lichte zaak was, kwam daar de dienst van Baal nog bij (1 Koningen 16:31). Zijn verhaal is grotendeels het verhaal van een botsing. Achab trouwde met Izebel, een prinses uit Sidon, en bouwde in Samaria een huis voor Baal. Daartegenover zond God de profeet Elia, die een droogte aankondigde en op de Karmel het volk voor de keus stelde. Achab noemde Elia de beroerder van Israël; Elia antwoordde dat de koning zelf Israël beroerd had. Daarna volgen drie lijnen. Er zijn de oorlogen tegen Benhadad van Syrië, waarin God Achab tweemaal de overwinning gaf, terwijl Achab de verslagen koning toch liet gaan. Er is de geschiedenis van Naboth uit Jizreël, die zijn erfdeel niet wilde verkopen en op aanstichten van Izebel werd gestenigd. En er is de laatste veldtocht naar Ramoth in Gilead, waarin vierhonderd hofprofeten de overwinning beloofden en alleen Micha, de zoon van Jimla, de waarheid sprak. Opvallend is dat de Bijbel ook Achabs vernedering noemt. Toen hij Elia's oordeel hoorde, scheurde hij zijn klederen en vastte, en God stelde het kwaad uit tot de dagen van zijn zoon (1 Koningen 21:27-29). Niet te verwarren met Achab, de zoon van Kolaja, een valse profeet onder de ballingen in Babel (Jeremia 29:21-22). Ook Micha, de zoon van Jimla, is een ander dan de profeet Micha van het gelijknamige bijbelboek.

Historische context

Achab regeerde rond het midden van de negende eeuw voor Christus; veel handboeken dateren zijn koningschap ongeveer van 874 tot 853 voor Christus, met enkele jaren speling. Het rijk van Salomo was toen al twee generaties gesplitst. Het noordrijk Israël kende een reeks korte en bloedige regeringen, totdat Omri een dynastie stichtte en Samaria als hoofdstad bouwde (1 Koningen 16:24). Achab was zijn zoon en opvolger. Het huwelijk met Izebel, "de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers" (1 Koningen 16:31), was vermoedelijk ook een politiek verbond met de Fenicische handelssteden aan de kust. Met Izebel kwam de dienst van Baal aan het hof: een tempel en altaar in Samaria, en profeten van Baal en van het bos die van haar tafel aten (1 Koningen 18:19). Uit buitenbijbelse teksten, onder meer uit Ugarit, weten wij dat Baal in Kanaän gold als de god van onweer en regen. Daarom is het veelzeggend dat de droogte uit 1 Koningen 17 juist het terrein van die god trof; veel uitleggers zien er een oordeel in dat Baal ontmaskerde. Ook op andere fronten was het een woelige tijd. Syrië, met Damaskus als hoofdstad, was de grote tegenstander in het noorden. Benhadad belegerde Samaria en werd later bij Afek verslagen (1 Koningen 20). In het zuiden sloot Achab vrede met Juda: koning Josafat verzwagerde zich met hem (2 Kronieken 18:1), en Achabs dochter trouwde met Josafats zoon Joram (2 Koningen 8:18). Moab betaalde Israël schatting en viel pas na Achabs dood af (2 Koningen 3:4-5). De Bijbel noemt Achab ook als bouwer: "het elpenbenen huis, dat hij gebouwd heeft, en al de steden, die hij gebouwd heeft" (1 Koningen 22:39). In zijn dagen werd Jericho herbouwd, ten koste van de zonen van Hiel, zoals Jozua had aangezegd (1 Koningen 16:34). Buiten de Bijbel komt Achab waarschijnlijk voor op een inscriptie van de Assyrische koning Salmanassar III, de zogenoemde monoliet van Kurkh. Daarop staat volgens de gangbare lezing een Achab uit Israël die met een groot aantal strijdwagens meevocht in de slag bij Qarqar (853 voor Christus). Bij de opgravingen in Samaria zijn bovendien ivoren versieringen gevonden, die sommige onderzoekers met het elpenbenen huis in verband brengen; zeker is dat niet. Achab werd opgevolgd door zijn zonen Ahazia en Joram. Jehu doodde Joram en maakte daarna een einde aan het huis van Achab (2 Koningen 9 en 10).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Bekwaam als bouwer van steden en van het elpenbenen huis (1 Koningen 22:39)
  • Nuchter in de oorlog: "Die zich aangordt, beroeme zich niet, als die zich los maakt" (1 Koningen 20:11)
  • Luisterde bij de belegering van Samaria naar het woord van de profeet (1 Koningen 20:13-14)
  • Vernederde zich toen hij het oordeel hoorde (1 Koningen 21:27)

−Zwakke kanten

  • Diende Baal en voerde Israël van de HEERE af (1 Koningen 16:31-33)
  • Gemelijk en toornig als hij zijn zin niet kreeg (1 Koningen 20:43; 1 Koningen 21:4), en liet Izebel begaan (1 Koningen 21:7-16)
  • Haatte de profeet die hem de waarheid zei (1 Koningen 22:8)

Theologische betekenis

De Schrift beschrijft Achab niet als een monster maar als een koning die zichzelf verkocht. Dat woord valt twee keer. Elia zegt het in de wijngaard: "Ik heb u gevonden, overmits gij uzelven verkocht hebt, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN" (1 Koningen 21:20). En de schrijver herhaalt het met een toevoeging: niemand was gelijk Achab, "dewijl Izebel, zijn huisvrouw, hem ophitste" (1 Koningen 21:25). Achab was geen slachtoffer; hij liet het gebeuren en nam de wijngaard in bezit. De kern van zijn geschiedenis is de vraag wie God is in Israël. Op de Karmel gaf de HEERE het antwoord met vuur, en bij Afek gaf Hij de overwinning, telkens met dezelfde bedoeling: "opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben" (1 Koningen 20:28). Achab zag die tekenen, maar zijn hart veranderde niet blijvend. Daarin is hij een spiegel van Israël dat op twee gedachten hinkte (1 Koningen 18:21). Het verhaal van Naboth laat zien dat Gods wet ook de koning bindt. Naboth weigerde zijn land te verkopen omdat het de erve van zijn vaderen was. De wet zei: "Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne" (Leviticus 25:23; vergelijk Numeri 36:7). De koning kon dat recht niet ongestraft opzijzetten. Ook Gods geduld komt naar voren. Toen Achab zich vernederde, zei de HEERE tot Elia: "Hebt gij gezien, dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht?" (1 Koningen 21:29). Het oordeel werd uitgesteld, niet opgeheven. Veel uitleggers zien hierin dat God een uiterlijke verootmoediging niet voorbijziet, ook als het hart niet volledig omkeert. Moeilijk is het gezicht van Micha in 1 Koningen 22:19-23. Daarin zag hij de HEERE op Zijn troon en zei: "de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven" (1 Koningen 22:23). Gereformeerde uitleggers zien hierin Gods rechtvaardig oordeel: de koning die de waarheid al lang verwierp, wordt overgegeven aan de leugen die hij zelf zocht, zonder dat God de auteur van de zonde is. Micha vertelde het hem bovendien openlijk; Achab werd dus niet misleid zonder gewaarschuwd te zijn. Achabs naam bleef een maatstaf. Van Manasse staat dat hij een bos maakte gelijk als Achab gemaakt had (2 Koningen 21:3), en Micha verwijt het volk dat "het ganse werk van het huis van Achab" wordt onderhouden (Micha 6:16). In het Nieuwe Testament komt Achab niet bij naam voor, maar Openbaring 2:20 gebruikt de naam van zijn vrouw Jezabel als beeld van verleiding binnen de gemeente.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Achab (אַחְאָב, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk broeder van de vader

Betekenis van de naam Achab: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Koning, Izebel en Baal

Achab volgt zijn vader Omri op als koning in Samaria. Hij trouwt met Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, richt een altaar op in het huis van Baal en maakt een bos (een gewijde paal of boom voor de godin Asjera).

1 Koningen 16:29-33

2

Elia kondigt droogte aan

Zonder aankondiging staat Elia voor Achab: er zal geen dauw of regen zijn, tenzij naar zijn woord.

1 Koningen 17:1

3

De beroerder van Israël

Als Achab Elia ziet, noemt hij hem de beroerder van Israël. Elia keert het verwijt om en laat het volk en de profeten van Baal op de Karmel verzamelen.

1 Koningen 18:17-20

4

Benhadad verslagen en vrijgelaten

Tweemaal geeft de HEERE de Syriërs in Achabs hand, opdat hij weet dat Hij de HEERE is. Bij Afek spaart Achab Benhadad en sluit een verbond met hem; een profeet zegt dat zijn leven daarom in de plaats van dat van Benhadad zal komen.

1 Koningen 20:13-43

5

De wijngaard van Naboth

Naboth weigert zijn wijngaard bij het paleis te verkopen, omdat het de erve van zijn vaderen is. Izebel schrijft brieven in Achabs naam, laat valse getuigen optreden en Naboth stenigen.

1 Koningen 21:1-16

6

Oordeel en vernedering

Elia treft Achab in de wijngaard en kondigt aan dat de honden zijn bloed zullen lekken en dat zijn huis wordt uitgeroeid. Achab scheurt zijn klederen en vast, en God stelt het kwaad uit tot de dagen van zijn zoon.

1 Koningen 21:17-29

7

Micha, de zoon van Jimla

Vierhonderd profeten beloven de overwinning bij Ramoth in Gilead. Micha ziet Israël verstrooid als schapen zonder herder en spreekt over een leugengeest in de mond van de profeten. Achab laat hem gevangenzetten.

1 Koningen 22:1-28

8

Dood bij Ramoth in Gilead

Achab gaat vermomd de strijd in, maar een man schiet in zijn eenvoudigheid een pijl af die hem tussen de gespen raakt. Hij sterft des avonds; in Samaria lekken de honden zijn bloed.

1 Koningen 22:29-40

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Achab beter te begrijpen.

1 Koningen 16:30

“En Achab, den zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren.”

Het korte oordeel bij het begin van zijn regering, dat de rest van zijn geschiedenis kleurt.

1 Koningen 18:17-18

“En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel? Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.”

Achab ziet de profeet als de oorzaak van de nood; Elia wijst naar de afgoderij van het koningshuis.

1 Koningen 21:3

“Maar Naboth zeide tot Achab: Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik u de erve mijner vaderen geven zou!”

Naboth weigert niet uit koppigheid maar uit trouw aan het erfdeel dat God aan zijn familie gaf.

1 Koningen 21:19

“En gij zult tot hem spreken, zeggende: Alzo zegt de HEERE: Hebt gij doodgeslagen, en ook een erfelijke bezitting ingenomen? Daartoe zult gij tot hem spreken, zeggende: Alzo zegt de HEERE: In plaats dat de honden het bloed van Naboth gelekt hebben, zullen de honden uw bloed lekken, ja het uwe!”

God rekent de moord op Naboth Achab zelf toe, hoewel Izebel de brieven schreef.

1 Koningen 21:20

“En Achab zeide tot Elia: Hebt gij mij gevonden, o, mijn vijand? En hij zeide: Ik heb u gevonden, overmits gij uzelven verkocht hebt, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN.”

Achab ziet in Elia een vijand; Elia noemt de werkelijke oorzaak: de koning heeft zichzelf verkocht.

1 Koningen 21:25

“Doch er was niemand geweest gelijk Achab, die zichzelven verkocht had, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN, dewijl Izebel, zijn huisvrouw, hem ophitste.”

De schrijver noemt de invloed van Izebel, maar laat de verantwoordelijkheid bij Achab.

1 Koningen 21:29

“Hebt gij gezien, dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht? Daarom dewijl hij zich vernedert voor Mijn aangezicht, zo zal Ik dat kwaad in zijn dagen niet brengen; in de dagen zijns zoons zal Ik dat kwaad over zijn huis brengen.”

Gods geduld: het oordeel wordt uitgesteld omdat Achab zich vernedert.

1 Koningen 22:8

“Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!”

Achab weet waar het ware woord te vinden is, maar wil het niet horen.

1 Koningen 22:34

“Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.”

Ondanks zijn vermomming treft een willekeurig afgeschoten pijl de koning, zoals Micha had voorzegd.

Tijdperiode

~860 v.Chr.

Achab leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Achab leert ons hoe gevaarlijk het is om alleen te willen horen wat ons bevalt. Hij had vierhonderd profeten die hem naar de mond praatten, en één die hij haatte omdat die de waarheid zei. Wie zich omringt met stemmen die altijd ja zeggen, verliest het vermogen om Gods woord te verstaan. Het is goed om ons af te vragen naar wie wij werkelijk luisteren. Een tweede les gaat over begeerte. Achab had een paleis, een elpenbenen huis en steden, en toch lag hij mokkend op zijn bed omdat hij één wijngaard niet kon krijgen. Begeerte kent geen verzadiging. Het tiende gebod is niet voor niets het laatste: wat in het hart begint, kan eindigen bij onrecht tegen de naaste. Verder laat Achab zien dat wij ons niet achter een ander kunnen verschuilen. Izebel schreef de brieven, maar God sprak Achab aan. Wie het onrecht laat gebeuren en er de vruchten van plukt, draagt er zelf verantwoordelijkheid voor. Zwijgen terwijl een ander het vuile werk doet, is ook een keuze, en God ziet die. Tot slot is er troost in het verhaal, juist bij deze koning. Toen Achab zich vernederde, zag God het en stelde Hij het oordeel uit. Als God zelfs naar Achabs vernedering omzag, mogen wij weten dat oprechte verootmoediging bij Hem nooit vergeefs is. Wat Achab maar half deed, mogen wij met heel ons hart doen: terugkeren naar de HEERE.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Achab

Wie was Achab in de Bijbel?
Achab was een koning van het noordrijk Israël in de negende eeuw voor Christus, de zoon en opvolger van Omri. Hij regeerde tweeëntwintig jaar in Samaria, trouwde met Izebel en diende Baal. De Bijbel noemt hem slechter dan alle koningen voor hem (1 Koningen 16:30). Hij stond tegenover de profeet Elia, was medeplichtig aan de moord op Naboth en sneuvelde bij Ramoth in Gilead.
Wat betekent de naam Achab?
De Hebreeuwse naam Achab is opgebouwd uit ach (broeder) en ab (vader). Hij wordt daarom meestal uitgelegd als broeder van de vader, of als: de vader is een broeder. Zeker is die verklaring niet; de Bijbel legt de naam zelf nergens uit. Het was geen unieke naam: ook een valse profeet onder de ballingen in Babel heette Achab (Jeremia 29:21).
Waar staat Achab in de Bijbel?
Zijn geschiedenis staat in 1 Koningen 16:29 tot en met 22:40, met een parallel verslag van zijn laatste veldtocht in 2 Kronieken 18. Daarna wordt hij nog vaak genoemd, vooral bij het einde van zijn huis in 2 Koningen 9 en 10, en in Micha 6:16. Een andere Achab, de zoon van Kolaja, was een valse profeet in Babel (Jeremia 29:21-22); hij is niet dezelfde als de koning.
Wie was de vrouw van Achab?
De vrouw van Achab was Izebel, "de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers" (1 Koningen 16:31). Zij bracht de Baalsdienst naar het hof in Samaria, liet profeten van de HEERE uitroeien (1 Koningen 18:4) en zette de moord op Naboth in gang. Openbaring 2:20 gebruikt haar naam, in de Statenvertaling gespeld als Jezabel, voor een valse profetes in Thyatira.
Wat gebeurde er met de wijngaard van Naboth?
Naboth uit Jizreël had een wijngaard naast Achabs paleis. Achab wilde die kopen of ruilen, maar Naboth weigerde omdat het de erve van zijn vaderen was (1 Koningen 21:3). Izebel schreef daarop brieven in Achabs naam, liet twee valse getuigen beweren dat Naboth God en de koning had gelasterd, en liet hem stenigen. Toen Achab de wijngaard in bezit nam, kwam Elia hem het oordeel aanzeggen.
Wie was Micha, de zoon van Jimla?
Micha, de zoon van Jimla, was een profeet van de HEERE in de dagen van Achab. De koning haatte hem, "omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad" (1 Koningen 22:8). Toen vierhonderd profeten de overwinning bij Ramoth in Gilead beloofden, voorzegde hij de nederlaag. Hij werd geslagen en gevangengezet. Hij is niet dezelfde als de profeet Micha van het gelijknamige bijbelboek, die ruim een eeuw later in Juda optrad. In de uitleg heet de zoon van Jimla ook Michaja.
Waarom noemde Achab Elia de beroerder van Israël?
In het derde jaar van de droogte (1 Koningen 18:1) gaf Achab de profeet de schuld van de nood: "Zijt gij die beroerden van Israel?" (1 Koningen 18:17). Elia keerde het verwijt om. Niet hij, maar Achab en het huis van zijn vader hadden Israël in moeite gebracht, omdat zij de geboden van de HEERE verlaten hadden en de Baals waren nagevolgd (1 Koningen 18:18).
Hoe stierf koning Achab?
Achab trok samen met Josafat, de koning van Juda, op tegen Ramoth in Gilead. Hij vermomde zich, maar een man spande "den boog in zijn eenvoudigheid" en trof hem tussen de gespen en het pantser (1 Koningen 22:34). Hij werd tegenover de Syriërs rechtop in zijn wagen gehouden en stierf des avonds (1 Koningen 22:35). Toen men de wagen in de vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, naar het woord des HEEREN (1 Koningen 22:38).
Waarom stelde God het oordeel over Achab uit?
Omdat Achab zich vernederde. Na Elia's aankondiging scheurde hij zijn klederen, legde een zak om zijn lichaam en vastte. God zei daarop tot Elia dat Hij het kwaad niet in Achabs dagen zou brengen, maar in de dagen van zijn zoon (1 Koningen 21:27-29). Het oordeel werd uitgesteld, niet ingetrokken: Achabs bloed werd gelekt en zijn huis viel later onder Jehu.
Wat gebeurde er met het huis van Achab?
Na Achab regeerden zijn zonen Ahazia en Joram. Jehu, die in opdracht van Elisa door een van de zonen der profeten was gezalfd (2 Koningen 9:1-6), doodde Joram en liet hem werpen op het stuk land van Naboth (2 Koningen 9:24-26). Daarna kwam Izebel om en sloeg Jehu de overgeblevenen van het huis van Achab te Jizreël (2 Koningen 10:11). Achabs dochter Athalia, getrouwd in het koningshuis van Juda (2 Koningen 8:18), greep later daar de macht (2 Koningen 11:1). Dat 2 Koningen 8:26 haar "de dochter van Omri" noemt, betekent daar: kleindochter.
Komt Achab ook buiten de Bijbel voor?
Waarschijnlijk wel. Op de monoliet van Kurkh van de Assyrische koning Salmanassar III wordt volgens de gangbare lezing een Achab uit Israël genoemd die met veel strijdwagens meevocht in de slag bij Qarqar (853 voor Christus). De Bijbel zelf vermeldt die slag niet. In Samaria zijn ivoren versieringen gevonden die sommigen met zijn elpenbenen huis verbinden (1 Koningen 22:39), maar dat verband is onzeker.
Wat kunnen wij leren van Achab?
Achab leert ons dat het gevaarlijk is om alleen te willen horen wat ons bevalt: hij haatte de profeet die de waarheid zei. Zijn begeerte naar één wijngaard eindigde in onrecht, en hij kon zich niet verschuilen achter Izebel. Tegelijk laat zijn vernedering zien dat God zelfs zo'n verootmoediging niet voorbijziet (1 Koningen 21:29); hoeveel te meer een oprechte bekering.

Stel een vraag over Achab

Wilt u meer weten over Achab? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Achab

Bijbelverhalen rond Achab

Verdiep u verder