Ga naar hoofdinhoud

Samaria in de Bijbel

Shomron (Hebreeuws) — afgeleid van Semer, de eigenaar van de heuvel waarop de stad werd gebouwd (1 Koningen 16:24). De naam wordt vaak in verband gebracht met de werkwoordsstam shamar, "bewaken, behoeden". In het Grieks Samareia, in het Latijn Samaria.

Samaria was de hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israel, door Omri gesticht op een heuvel die hij kocht van Semer. De stad werd het centrum van de baaldienst en gaf haar naam aan het hele gebied en aan de Samaritanen die Jezus in Johannes 4 ontmoette.

Ook bekend als: Shomron, Sebaste, Samarie, Samaria-stad

Ligging

Samaria lag op een geisoleerde heuvel van ongeveer 100 meter hoog in het centrale bergland van Efraim, ongeveer 50 kilometer ten noorden van Jeruzalem en halverwege tussen Jeruzalem en Galilea. De heuvel werd omringd door vruchtbare dalen en was strategisch gelegen aan de oost-west handelsroute van de Middellandse Zee naar de Jordaanvallei. De hoogte van de heuvel maakte Samaria een vrijwel onneembare vesting.

Vandaag

De ruines van Samaria liggen bij het Palestijnse dorp Sebastiya, op de Westelijke Jordaanoever, ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van Nablus. De naam Sebastiya herinnert aan de verbouwing door Herodes de Grote, die de stad Sebaste noemde ter ere van keizer Augustus (Grieks: Sebastos). De archeologische resten omvatten overblijfselen uit de tijd van Omri, Achab, de hellenistische periode en de Romeinse tijd.

Geschiedenis

Samaria werd rond 880 voor Christus gesticht door koning Omri van Israel. Volgens 1 Koningen 16:24 kocht hij de heuvel Semer voor twee talenten zilver en bouwde er een stad op die hij Shomron noemde, naar de naam van Semer. Daarvoor hadden de koningen van het Noordrijk achtereenvolgens in Sichem, Tirza en Penuel geregeerd. Met Samaria kreeg Israel voor het eerst een permanente, strategisch gelegen hoofdstad. Onder Omri en zijn zoon Achab werd Samaria een machtige en welvarende stad. Archeologische opgravingen hebben indrukwekkende muren, paleizen en ivoren inlegwerk aan het licht gebracht, wat herinnert aan de "ivoren paleizen" waarover Amos 3:15 en 1 Koningen 22:39 spreken. Tegelijk werd Samaria het centrum van de baaldienst. Achab trouwde met Izebel, de dochter van Ethbaal, koning van de Sidoniers, en bouwde in Samaria een tempel voor Baal (1 Koningen 16:31-33). De strijd tussen de profeet Elia en de profeten van Baal, die uitliep op het oordeel van de HEERE op de berg Karmel (1 Koningen 18), moet tegen deze achtergrond gelezen worden. Samaria werd meermaals belegerd door de koningen van Aram-Damascus. Benhadad trok er twee keer tegen op. De eerste keer werd hij verslagen door een verrassingsaanval (1 Koningen 20). De tweede keer bracht zijn beleg een zo zware hongersnood over de stad dat moeders hun kinderen aten (2 Koningen 6:24-30). Elisa voorzegde echter dat God de stad op een enkele dag zou redden, en inderdaad vluchtten de Arameers in de nacht en werd er voedsel in overvloed gevonden (2 Koningen 7). Het einde kwam in 722 voor Christus. Na een beleg van drie jaar werd Samaria ingenomen door Salmanasser V van Assyrie en zijn opvolger Sargon II. De bewoners van het Noordrijk werden in ballingschap gevoerd en de Assyriers vestigden vreemde volken in Samaria (2 Koningen 17:24). Uit de vermenging van de achtergebleven Israelieten en deze nieuwe bewoners ontstond geleidelijk de gemeenschap van de Samaritanen. Zij vereerden de God van Israel, maar tegelijk hun eigen goden, en bouwden later hun eigen tempel op de berg Gerizim. In de tijd van de terugkeer uit de ballingschap wezen de teruggekeerde Joden het aanbod van de Samaritanen om mee te bouwen aan de tempel in Jeruzalem af (Ezra 4). Dit verdiepte de scheuring. In de hellenistische periode werd Samaria heroverd en deels verwoest door Johannes Hyrcanus (ca. 108 v.Chr.), en Herodes de Grote verbouwde haar later tot een luxueuze Grieks-Romeinse stad onder de naam Sebaste. In het Nieuwe Testament reist Jezus doelbewust door Samaria (Johannes 4) en ontmoet Hij de Samaritaanse vrouw bij de put van Jakob in Sichar. Later geneest Hij tien melaatsen, van wie alleen een Samaritaan terugkeert om God te danken (Lukas 17:11-19). In Handelingen 1:8 geeft Jezus de opdracht om Zijn getuigen te zijn in "Jeruzalem, in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde". Filippus de evangelist brengt het evangelie in Handelingen 8 naar een stad van Samaria en velen komen tot geloof.

Betekenis in de Bijbel

Samaria heeft in de Bijbel een dubbele betekenis: zij is het toonbeeld van afval en tegelijk een toneel van Gods genade voor buitenstaanders. Als hoofdstad van het Noordrijk staat zij symbool voor de afscheiding van het huis van David en de tempel in Jeruzalem. De profeten noemen Samaria haast nooit zonder verwijt. Hosea (7:1) zegt: "Als Ik Israel genees, wordt de ongerechtigheid van Efraim ontbloot en de slechtheid van Samaria." Amos (6:1) spreekt een wee uit over "de zorgelozen in Samaria". Micha voorzegt dat God Samaria tot een steenhoop in het veld zal maken (Micha 1:6). De val van Samaria in 722 voor Christus werd voor de Bijbel een grote keerpunt. Tien stammen verdwenen in de Assyrische ballingschap, en het land werd bevolkt met andere volken. Uit deze vermenging ontstond de Samaritaanse bevolking, die door de Joden in later eeuwen als half-heiden werd beschouwd. De scheuring tussen Joden en Samaritanen werd zo diep dat een Jood die door Samaria reisde dat soms liever vermeed. Maar juist daar zoekt Jezus de Samaritanen op. In Johannes 4 leest men: "Hij moest echter door Samaria gaan." Dat "moeten" is niet geografisch maar theologisch: Hij moest er doorheen om de Samaritaanse vrouw bij de put van Jakob te ontmoeten. Aan haar spreekt Hij over het water dat in de mens wordt tot een fontein van water dat opspringt tot in het eeuwige leven, en aan haar onthult Hij uitdrukkelijk dat Hij de Messias is. Heel haar dorp komt tot geloof en belijdt Hem als "de Zaligmaker van de wereld". In Lukas 10 kiest Jezus zelfs een Samaritaan uit als voorbeeld van naastenliefde in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Van de tien melaatsen die genezen worden, is het juist de Samaritaan die terugkeert om God te loven (Lukas 17:16). En in Handelingen 8 wordt Samaria de eerste grensoverschrijdende stap van het evangelie na Jeruzalem en Judea, en ontvangt zij de Heilige Geest nadat de apostelen Petrus en Johannes hun handen op de gelovigen leggen. So wordt Samaria in de Schrift een geografisch en theologisch scharnierpunt: van plaats van afval naar plaats van eerste zending buiten Juda, van vermenging die scheuring bracht naar plaats waar scheuring door Christus wordt geheeld.

Sleutelgebeurtenissen in Samaria

1

Omri sticht de stad Samaria

Koning Omri koopt de heuvel Semer voor twee talenten zilver, bouwt er een stad op en noemt haar Shomron naar Semer. Samaria wordt de permanente hoofdstad van het Noordrijk Israel.

1 Koningen 16:24

2

Achab bouwt een Baaltempel in Samaria

Achab neemt Izebel tot vrouw, dient Baal en bouwt in Samaria een huis voor Baal met een altaar en een Asjerapaal. Dit maakt Samaria tot centrum van de baaldienst.

1 Koningen 16:29-33

3

Benhadad belegert Samaria en wordt verslagen

De koning van Aram belegert Samaria met tweeendertig koningen en veel paarden. God geeft Achab overwinning door een aanval met jongens van de gewestelijke oversten, zodat de Arameers vluchten.

1 Koningen 20:1-21

4

Hongersnood in Samaria tijdens beleg

Een tweede beleg door Benhadad veroorzaakt zo'n zware hongersnood dat moeders hun eigen kinderen eten. Elisa voorzegt dat God op een dag redding zal geven, en inderdaad vluchten de Arameers die nacht en is er voedsel in overvloed.

2 Koningen 6:24-7:20

5

Salmanasser verovert Samaria

Na een beleg van drie jaar neemt de koning van Assyrie Samaria in en voert de Israelieten in ballingschap naar Halah, Habor, de rivier Gozan en de steden van de Meden. Dit is het einde van het Noordrijk in 722 v.Chr.

2 Koningen 17:5-6

6

Assyrie vestigt vreemde volken in Samaria

De koning van Assyrie brengt mensen uit Babel, Kutha, Avva, Hamath en Sefarvaim naar Samaria. Uit de vermenging met de achtergebleven Israelieten ontstaat de gemeenschap die later Samaritanen wordt genoemd.

2 Koningen 17:24

7

Jezus ontmoet de Samaritaanse vrouw bij de put

Jezus reist door Samaria, rust bij de put van Jakob bij Sichar en spreekt met een Samaritaanse vrouw over levend water. Hij onthult aan haar dat Hij de Messias is, en haar hele dorp komt tot geloof.

Johannes 4:4-42

8

Een Samaritaan keert terug om te danken

Van tien melaatsen die Jezus geneest, is alleen een Samaritaan die terugkeert om God te loven en zich aan Jezus' voeten te werpen. Jezus zegt: "Uw geloof heeft u behouden".

Lukas 17:11-19

9

Filippus predikt in een stad in Samaria

Na de vervolging rondom Stefanus trekt Filippus naar een stad in Samaria en verkondigt Christus. Velen komen tot geloof en de apostelen Petrus en Johannes komen over om hen de handen op te leggen, zodat zij de Heilige Geest ontvangen.

Handelingen 8:5-25

Theologische betekenis

Samaria laat zien hoe een afgescheiden, afgodisch hart zich door handel, huwelijken en compromissen steeds verder verwijdert van God. Tegelijk laat zij zien dat geen enkele scheuring te diep is voor Gods herstellende genade. De tien stammen gingen verloren in de Assyrische ballingschap, maar het verhaal eindigt daar niet. Acht eeuwen later zit de Messias aan de put van Jakob en spreekt met een vrouw die zelf het beeld van gebroken relaties draagt. "De ure is gekomen dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid" (Johannes 4:23). In Jezus vervalt de oude scheidslijn tussen Garizim en Sion. Niet de berg telt, maar de Middelaar. Dat is waarom Jezus de Samaritaan kiest als held van Zijn gelijkenis, en waarom Hij in Handelingen 1:8 Samaria uitdrukkelijk noemt als een volgende stap in de wereldwijde zending. De Heilige Geest wordt niet alleen in Jeruzalem uitgestort, maar ook in Samaria; de kerk is echt voor "Jood en Griek". Voor de kerk van vandaag staat Samaria voor alle buitenstaanders die door religieuze of etnische scheidslijnen buiten beeld lijken te vallen. Wie het evangelie in de geest van de Meester draagt, loopt niet om Samaria heen, maar gaat er doorheen. En wie beseft dat hij zelf ooit een "Samaritaan" was — verloren, gemengd, buitengesloten — weet dat dit juist de mensen zijn bij wie de put van Jakob wordt tot een fontein van eeuwig leven.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Samaria in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Samaria

Wat is het verschil tussen Samaria als stad en Samaria als gebied?

Samaria is in de Bijbel zowel de naam van een concrete stad (gesticht door Omri in 1 Koningen 16:24) als van het gebied waarvan zij de hoofdstad was. Na de val in 722 v.Chr. bleef de naam voortbestaan voor het gebied tussen Judea en Galilea, dat in de Nieuwtestamentische tijd "Samaria" heette en waar de Samaritanen woonden.

Wie stichtte de stad Samaria?

De stad Samaria werd rond 880 v.Chr. gesticht door koning Omri, die de heuvel Semer kocht van een man die Semer heette, voor twee talenten zilver. Hij bouwde op de heuvel een stad en noemde haar Shomron naar Semer (1 Koningen 16:24).

Wanneer werd Samaria verwoest?

Samaria werd in 722 voor Christus ingenomen door de Assyriers onder Salmanasser V en Sargon II, na een beleg van drie jaar. De inwoners van het Noordrijk werden in ballingschap gevoerd (2 Koningen 17:5-6) en de stad verloor haar betekenis als hoofdstad.

Wie waren de Samaritanen?

De Samaritanen ontstonden uit de vermenging van de achtergebleven Israelieten na de ballingschap met de volken die de Assyriers in het land hadden gevestigd (2 Koningen 17:24). Zij vereerden de God van Israel, maar hadden hun eigen tempel op de berg Gerizim en eigen tradities. Joden in later eeuwen zagen hen als half-heidens.

Waarom spraken Joden en Samaritanen niet met elkaar?

In de tijd van de terugkeer uit ballingschap wezen de Joden het aanbod van de Samaritanen om mee te bouwen aan de tempel af (Ezra 4). Dat verdiepte de vijandschap. Johannes 4:9 merkt op: "Joden hebben geen omgang met Samaritanen." Het ging om theologische, historische en culturele scheidslijnen.

Wat gebeurde er bij de put van Jakob?

In Johannes 4 spreekt Jezus bij de put van Jakob bij Sichar met een Samaritaanse vrouw. Hij belooft haar "levend water" dat tot eeuwig leven wordt, onthult dat Hij weet van haar leven, en zegt haar uitdrukkelijk dat Hij de Messias is. Haar dorp komt tot geloof en noemt Hem "de Zaligmaker van de wereld".

Waarom koos Jezus een Samaritaan in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan?

In Lukas 10 vertelt Jezus dat een priester en een Leviet een gewonde man voorbijliepen, maar een Samaritaan — volgens de Joodse tijdgenoten een verachte buitenstaander — hem hielp. Door juist een Samaritaan als voorbeeld te kiezen, doorbreekt Jezus de etnische vooroordelen en laat zien dat liefde tot de naaste zich niet laat begrenzen.

Wat leert Handelingen 8 over Samaria?

Handelingen 8 verhaalt dat Filippus de evangelist na de vervolging in Jeruzalem naar Samaria trekt en Christus verkondigt. Velen komen tot geloof en worden gedoopt. De apostelen sturen Petrus en Johannes, die de gelovigen de handen opleggen, waarna zij de Heilige Geest ontvangen. Samaria wordt daarmee een belangrijke stap in de vervulling van Handelingen 1:8.

Hoe heet Samaria tegenwoordig?

De ruines van de oude stad Samaria liggen bij het Palestijnse dorp Sebastiya op de Westelijke Jordaanoever, ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van Nablus (het bijbelse Sichem). De naam Sebastiya gaat terug op de herbouw door Herodes de Grote, die de stad Sebaste noemde ter ere van keizer Augustus.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Samaria

Leer meer over Samaria met AI BijbelAssistent

Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Samaria? Onze AI-assistent helpt je verder.

Verdiep u verder