Midian legert zich in het dal
De Midianieten, de Amalekieten en de kinderen van het oosten slaan hun kamp op in het dal van Jizreël. Gideon zal hen daar verslaan.
Jizreël (Hebreeuws יִזְרְעֶאל) betekent God zaait of God zal zaaien: het woord voor zaaien met de Godsnaam El. Hosea speelt op die betekenis: "Ik zal ze Mij op de aarde zaaien" (Hosea 2:22).
Jizreël was een koninklijke stad aan de voet van de Gilboa, boven de vlakte die naar haar genoemd is. Koning Achab had er een paleis, naast de wijngaard van Naboth (1 Koningen 21:1). Hier kwam Izebel om en sloeg Jehu het huis van Achab, en Hosea gaf zijn zoon de naam Jizreël.
Ook bekend als: Jizreel, Jizreela, Jezreël, Tel Jizreël, Zer’in
Jizreël lag in het stamgebied van Issaschar (Jozua 19:18), op een uitloper aan de noordwestkant van het Gilboagebergte. Vanaf de heuvel overzag men de brede vlakte van Jizreël, de doorgang van de kust naar de Jordaan. Megiddo lag een kleine 15 km naar het westen, Sunem ongeveer 5 km naar het noorden aan de overkant van het dal, en de hoofdstad Samaria ruim 30 km naar het zuiden.
Jizreël is met zekerheid gelijkgesteld met Tel Jizreël (Arabisch Zer’in) in het noorden van Israël, bij de kibboets Jizreël. Bij opgravingen in de jaren negentig vond men een groot omwald terrein met hoektorens en een uitgehakte gracht, dat gangbaar in de negende eeuw voor Christus wordt gedateerd, de tijd van Omri en Achab. Later onderzoek in de omgeving vond in de rots uitgehouwen persinstallaties. Wie daar de wijngaard van Naboth in ziet, gaat verder dan de vondsten toelaten.
De Midianieten, de Amalekieten en de kinderen van het oosten slaan hun kamp op in het dal van Jizreël. Gideon zal hen daar verslaan.
Voor de laatste slag van Saul legert Israël zich bij de bron van Jizreël, terwijl de Filistijnen zich verzamelen. Op de Gilboa sneuvelen Saul en zijn zonen.
Na het godsoordeel op de Karmel rijdt Achab door de regen naar Jizreël. De hand des HEEREN is over Elia en hij loopt voor de wagen uit tot aan de stad.
Naboth weigert zijn erfdeel aan Achab te verkopen. Izebel laat hem door valse getuigen veroordelen en stenigen, en Achab neemt de wijngaard in bezit.
Elia zoekt Achab op in de wijngaard en zegt dat de honden Izebel zullen eten bij de voorwal van Jizreël.
Jehu rijdt naar Jizreël, schiet koning Joram neer op het stuk land van Naboth en laat Izebel uit het venster werpen. Het woord van Elia wordt vervuld.
De oversten in Samaria sturen de hoofden van de zeventig zonen van Achab naar Jizreël. Jehu slaat daar ook al de overgeblevenen van het huis van Achab.
De HEERE zegt Hosea zijn zoon Jizreël te noemen: de bloedschulden van Jizreël zullen aan het huis van Jehu worden bezocht.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Jizreël in de Schrift beter te begrijpen.
Jizreël lag in het noorden van Israël, in het stamgebied van Issaschar, op een uitloper van het Gilboagebergte. De stad keek uit over de vlakte van Jizreël, de verbinding tussen de kust en de Jordaanvallei. Megiddo lag een kleine 15 km naar het westen en Sunem ongeveer 5 km naar het noorden. De plaats is opgegraven als Tel Jizreël, bij de kibboets met dezelfde naam.
Jizreël is Hebreeuws en betekent God zaait of God zal zaaien. De naam is gevormd uit het werkwoord zaaien en El, God. De vlakte rond de stad was vruchtbaar landbouwgebied, wat bij de naam past. Hosea gebruikt de betekenis als belofte, wanneer de HEERE zegt: "Ik zal ze Mij op de aarde zaaien" (Hosea 2:22).
Jizreël staat vooral in 1 Koningen 18 en 21 (Elia, Achab en de wijngaard van Naboth), 2 Koningen 8 tot 10 (Joram, Jehu en de dood van Izebel) en Hosea 1 en 2. Het dal van Jizreël komt voor in Jozua 17, Richteren 6 en Hosea 1:5. Verder noemen Jozua 19:18 en 1 Samuël 29 de stad of de bron van Jizreël.
In het dal van Jizreël legerde Midian zich tegen Gideon (Richteren 6:33), en bij de bron van Jizreël legerde Israël zich voor de laatste slag van Saul (1 Samuël 29:1). Na het godsoordeel op de Karmel liep Elia voor de wagen van Achab uit naar de stad (1 Koningen 18:46). Onder Achab werd Naboth om zijn wijngaard gedood (1 Koningen 21). Jehu doodde er koning Joram en roeide het huis van Achab uit (2 Koningen 9 en 10), en Hosea gaf zijn zoon de naam Jizreël (Hosea 1:4).
Izebel, de vrouw van Achab, liet Naboth in Jizreël ombrengen door brieven aan de oudsten en edelen van de stad, die haar daarna bericht terugzonden (1 Koningen 21:8-14). Elia profeteerde dat de honden haar zouden eten aan de voorwal van Jizreël (1 Koningen 21:23). Jaren later was zij in Jizreël toen Jehu de stad binnenkwam (2 Koningen 9:30). Hij liet haar uit het venster werpen, en zo werd het woord van Elia vervuld (2 Koningen 9:33-37).
De HEERE zei tot Hosea: "Noem zijn naam Jizreel" (Hosea 1:4). De naam, God zaait, werkt bij Hosea in twee richtingen. Eerst is hij oordeel: het bloed dat in Jizreël vergoten was, zou bezocht worden, en Israëls boog zou in het dal van Jizreël verbroken worden (Hosea 1:4-5). Het huis van Jehu eindigde met de moord op Zacharia (2 Koningen 15:10-12). Daarna wordt dezelfde naam belofte: God zal Zijn volk opnieuw in het land zaaien (Hosea 2:21-22).
De stad gaf haar naam aan het dal of de vlakte eronder. Het dal van Jizreël (Jozua 17:16, Richteren 6:33, Hosea 1:5) is de brede vlakte tussen de Karmel, Galilea en de Gilboa, waar ook Megiddo ligt. In de Griekse tijd heette de vlakte ook Esdrelon, een Griekse vorm van de naam. De stad zelf lag aan de oostkant van die vlakte.
Waarschijnlijk niet. David trouwde met Ahinoam van Jizreël (1 Samuël 25:43), maar Jozua 15:56 noemt ook een Jizreël in het bergland van Juda, in dezelfde streek als Karmel en Maon, waar Abigail vandaan kwam. Veel uitleggers denken daarom dat Ahinoam uit dat Judese Jizreël kwam. Van die plaats is de ligging onbekend.
De bijbelse stad bestaat niet meer. Op de plek, Tel Jizreël in het noorden van Israël, zijn resten opgegraven van een groot omwald terrein met torens en een gracht uit de negende eeuw voor Christus, de tijd van Achab. In de omgeving zijn in de rots uitgehouwen persinstallaties gevonden. Of daar de wijngaard van Naboth lag, kan men niet vaststellen.
Megiddo
Megiddo is met zekerheid gelijkgesteld met Tel Megiddo (Arabisch Tell el-Mutesellim) in het noorden van Israël, ongeveer dertig kilometer ten zuidoosten van Haifa
Sunem
De identificatie is algemeen aanvaard: Sunem is het huidige dorp Sulam, ook Solem gespeld, in het noorden van Israël, aan de voet van de heuvel die nu Givat HaMore heet
Berg Gilboa
De bergrug heet nog altijd Gilboa en ligt in het noorden van Israël; de identificatie is zeker
Samaria
De resten van de stad Samaria liggen bij het dorp Sebastiya op de Westelijke Jordaanoever, ten noordwesten van Nablus; de identificatie is zeker
Berg Karmel
De Karmel ligt in het noorden van Israël; de identificatie is zeker
Ramoth in Gilead
De ligging is onzeker
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Jizreël? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Jizreël.
Plaats Jizreël in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Jizreël.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Jizreël.
Verken thema's die verbonden zijn met Jizreël.