Ga naar hoofdinhoud
2 Kronieken2 Kronieken 20:1-30

Josafat en de zangers

Hoe de HEERE voor Juda streed toen het volk bad en zong

Samenvatting

Josafat en de zangers is de geschiedenis uit 2 Kronieken 20:1-30 waarin een groot leger van Moab, Ammon en het gebergte Seir op Juda afkomt. Koning Josafat roept een vasten uit en bidt in de tempel. God antwoordt: "de strijd is niet uwe, maar Gods". Met zangers voorop trekt het volk uit, en de HEERE geeft de overwinning.

Bijbelgedeelte

“O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.”
2 Kronieken 20:12 (Statenvertaling)
“En hij zeide: Merkt op, geheel Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem, en gij, koning Josafat! Alzo zegt de HEERE tot ulieden: Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods.”
2 Kronieken 20:15 (Statenvertaling)
“Hij nu beraadslaagde zich met het volk, en hij stelde den HEERE zangers, die de heilige Majesteit prijzen zouden, voor de toegerusten uitgaande en zeggende: Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid!”
2 Kronieken 20:21 (Statenvertaling)
“Ter tijd nu, als zij aanhieven met een vreugdegeroep en lofzang, stelde de HEERE achterlagen tegen de kinderen Ammons, Moab, en die van het gebergte Seir, die tegen Juda gekomen waren; en zij werden geslagen.”
2 Kronieken 20:22 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van Josafat en de zangers staat in 2 Kronieken 20:1-30. Josafat was koning van Juda; hij zocht de HEERE en wandelde in Zijn geboden (2 Kronieken 17:4). Boden meldden hem dat een grote menigte van Moabieten, Ammonieten en anderen eraan kwam, en al bij Engedi stond. Josafat vreesde en zocht de HEERE. Hij riep een vasten uit in heel Juda, en uit alle steden kwamen mensen naar Jeruzalem om de HEERE om hulp te vragen.

Wat bad Josafat toen het leger eraan kwam?

Josafat stond in het huis van de HEERE, de tempel. Hij begon bij Wie God is: de God in de hemel, de Heerser over alle koninkrijken, in Wiens hand kracht en sterkte is. God had het land aan het zaad van Abraham gegeven, en het volk had Hem daar een heiligdom gebouwd. Nu kwamen juist de volken die Israël eens op Gods bevel gespaard had, om Juda uit Gods erfdeel te verdrijven. Josafat eindigde: "wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U" (2 Kronieken 20:12). Heel Juda stond voor het aangezicht van de HEERE, ook de kinderkens, de vrouwen en de zonen.

Wat zei de HEERE door Jahaziël?

Toen kwam de Geest des HEEREN op Jahaziël, een Leviet uit de zonen van Asaf. Hij zei: "Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods" (2 Kronieken 20:15). Ze moesten de volgende dag uittrekken, maar zouden niet hoeven te strijden: "stelt uzelven, staat en ziet het heil des HEEREN met u" (2 Kronieken 20:17). Josafat boog zich met het gezicht ter aarde, het volk viel neer en aanbad, en Levieten van de Kahathieten en Korahieten prezen de HEERE met luider stem.

Waarom gingen de zangers voor het leger uit?

Vroeg in de morgen trokken ze naar de woestijn van Thekoa. Josafat riep: "Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden" (2 Kronieken 20:20). In overleg met het volk stelde hij zangers voor de gewapende mannen uit. Een aparte reden noemt de tekst niet; het volgt op Gods woord dat zij niet hoefden te strijden (2 Kronieken 20:17). Zij zongen: "Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 20:21). Op het moment dat zij begonnen te zingen, stelde de HEERE achterlagen tegen de vijanden. Ammon en Moab keerden zich tegen de mannen van Seir, en daarna tegen elkaar. Toen Juda bij de wachttoren in de woestijn kwam, was niemand van het vijandelijke leger ontkomen.

Hoe eindigde de geschiedenis van Josafat en de zangers?

Drie dagen lang verzamelden ze de buit. Op de vierde dag kwamen ze samen in een dal en loofden daar de HEERE; die plaats heette sindsdien het dal van Beracha. Met blijdschap keerden ze terug naar Jeruzalem, met luiten, harpen en trompetten, naar het huis van de HEERE. Een verschrikking Gods kwam over de koninkrijken rondom, en God gaf Josafat rust.

Achtergrond

Toen Israël uit Egypte trok, had de HEERE verboden het land van Edom (het gebergte Seir), Moab en Ammon aan te vallen (Deuteronomium 2:4-9 en 2:19). Daar verwijst Josafat naar in zijn gebed. Eerder had hij zich met koning Achab van Israël verzwagerd en was met hem ten strijde getrokken (2 Kronieken 18:1-3); de ziener Jehu berispte hem daarover (2 Kronieken 19:2). De Statenvertaling heeft in 2 Kronieken 20:2 "uit Syrië"; veel uitleggers denken dat Edom bedoeld is, omdat beide namen in het Hebreeuws bijna gelijk geschreven worden. Engedi ligt aan de Dode Zee.

Betekenis

In 2 Kronieken 20 is de HEERE Degene Die strijdt. Juda bracht geen overwinning tot stand, maar zag haar. Jahaziël herhaalt bijna woordelijk wat Mozes bij de Rode Zee zei: "Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN" (Exodus 14:13). Zoals God toen Israël redde uit Egypte, zo redt Hij nu Zijn volk van de omringende volken. Ook David zei tegen Goliath: "de krijg is des HEEREN" (1 Samuël 17:47).

Josafat bouwde zijn gebed op Gods beloften. God had het land gegeven. Salomo had bij de inwijding van de tempel om verhoring in nood gebeden, en de HEERE had beloofd het gebed in Zijn huis te horen (2 Kronieken 6:28-30 en 2 Kronieken 7:12-15). Josafat hield God aan Zijn eigen woord. De HEERE antwoordde nog voordat er iets veranderd was.

Het lied van de zangers was geen nieuw lied, maar een bekende lofspreuk over Gods eeuwige goedheid. Dezelfde lofspreuk klinkt bij de inwijding van de tempel, in de Statenvertaling met het woord weldadigheid: "dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 5:13). In Psalm 136 keert ze steeds terug: "want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid" (Psalm 136:1). Ze zongen over Wie God is, niet over wat zij konden. Het Nieuwe Testament spreekt dezelfde zekerheid uit: "Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn" (Romeinen 8:31)?

Lessen voor vandaag

Wij mogen onze machteloosheid voor God belijden. Josafat zei het eerlijk: geen kracht, geen plan. Dat was geen ongeloof, want hij zei erbij: "onze ogen zijn op U". Het gebed begint niet bij onze oplossing, maar bij Wie God is en wat Hij beloofd heeft. Petrus schrijft: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u" (1 Petrus 5:7).

Lof mag voorafgaan aan het zien. De zangers loofden de HEERE toen de vijand er nog stond. Hun lied was geen middel om God te dwingen, maar een antwoord op Zijn belofte. Ook Paulus en Silas "zongen Gode lofzangen" in de gevangenis, voordat zij wisten hoe het zou aflopen (Handelingen 16:25). Zo is aanbidding ook voor ons een daad van geloof, ook als de uitkomst nog verborgen is.

De hele gemeente stond voor God, ook de kinderen. Kinderen horen erbij als Gods volk bidt en Zijn trouw bezingt. Daarom vertellen wij hun deze geschiedenis: de HEERE streed voor Zijn volk dat op Hem zag, en Hij is dezelfde gebleven.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Josafat was koning van Juda. Hij woonde in Jeruzalem. Josafat diende de HEERE en leefde naar Zijn geboden.

Toen kwamen er boden bij Josafat. Ze hadden slecht nieuws. Een groot leger kwam eraan: de Moabieten, de Ammonieten en mannen uit het gebergte Seir. Ze waren al bij Engedi.

Josafat werd bang. Maar hij ging de HEERE zoeken. Hij riep een vasten uit in heel Juda. Vasten is een tijd niet eten, om de HEERE met ernst om hulp te vragen. Uit alle steden kwamen de mensen naar Jeruzalem.

Josafat ging staan in het huis van de HEERE, de tempel. Hij bad hardop. Hij zei dat de HEERE God is in de hemel. Hij regeert over alle koninkrijken. Niemand kan tegen Hem op. De HEERE had dit land aan Zijn volk gegeven. Nu kwamen de vijanden om het af te pakken. Josafat bad: "wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U". Josafat bedoelde dat zij het niet meer wisten, maar dat zij naar de HEERE keken.

Heel Juda stond daar voor de HEERE. De vaders en de moeders. En ook de kinderen, zelfs de kleine kinderen.

Toen kwam de Geest van de HEERE op een Leviet. Hij heette Jahaziël. Levieten waren mannen die in de tempel dienden. Jahaziël zei: "Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods". Hij zei ook dat ze morgen naar de vijanden moesten gaan. Maar vechten hoefden ze niet. Ze mochten blijven staan en zien hoe de HEERE hen zou redden.

Josafat boog zich met zijn gezicht naar de grond. Het hele volk viel neer en aanbad de HEERE. Levieten stonden op en prezen de HEERE met een luide stem.

De volgende morgen gingen ze vroeg op weg. Josafat zei tegen het volk: "Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden". Bevestigd worden is: stevig blijven staan. Toen zette Josafat zangers vooraan, nog voor de soldaten. De zangers zongen: "Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid". Goedertierenheid is Gods trouwe liefde en goedheid.

Precies toen ze begonnen te zingen, greep de HEERE in. De vijanden gingen met elkaar vechten. Toen Juda bij de uitkijktoren in de woestijn kwam, keken ze naar het leger. Alle soldaten lagen dood op de grond. Niemand was ontkomen. Juda had niet hoeven vechten.

Drie dagen lang verzamelden ze wat de vijanden hadden achtergelaten. Ze namen mee tot ze niets meer konden dragen, want er was heel veel. Op de vierde dag loofden ze de HEERE in een dal. Daarom heette dat dal voortaan het dal van Beracha. Toen gingen ze blij terug naar Jeruzalem, met harpen en trompetten, naar het huis van de HEERE.

Zo streed de HEERE voor Zijn volk. Hij hoorde het gebed van Josafat en gaf Juda rust. De strijd was niet van Juda, maar van God.

Om te onthouden
“Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods.” (2 Kronieken 20:15)

Tips voor de verteller

  • Laat het gebed van Josafat en het antwoord van God de meeste ruimte krijgen. Lees 2 Kronieken 20:12 en 20:15 zelf uit de Bijbel voor. Een paar woorden vragen uitleg: vasten, Leviet, bevestigd worden en goedertierenheid. Wijs de kinderen erop dat ook de kleine kinderen voor de HEERE stonden (2 Kronieken 20:13).
  • Kinderen vragen soms of de zangers de strijd wonnen met hun lied. Zeg eerlijk dat de HEERE het deed: Hij stelde achterlagen en de vijanden brachten elkaar om. Het lied was geen toverkracht, maar lof op Gods belofte. Beloof daarom niet dat elk gevaar verdwijnt als een kind bidt of zingt; "De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen" (Psalm 145:18), maar Hij helpt op Zijn eigen tijd en wijze.
  • Vraagt een kind waarom er zoveel soldaten stierven, zeg dan wat de tekst zegt: zij kwamen om Juda te verdrijven uit het land dat God had gegeven, en God beschermde Zijn volk. Vertel het slagveld in één of twee zinnen, zonder details.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed Josafat toen hij bang werd?
  2. NavertellenWie liepen er voorop toen het leger op weg ging?
  3. VerwonderenWat vind jij bijzonder aan hoe de HEERE Juda hielp?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWie stonden er allemaal voor de HEERE toen Josafat bad?
  2. BetekenisWaarom zongen de zangers al over Gods goedertierenheid, nog voordat de HEERE de vijanden had verslagen?
  3. ToepassingJosafat wist niet wat hij moest doen en vroeg de HEERE om hulp. Wanneer zou jij dat ook kunnen doen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Exodus 14:13-14. Welke woorden van Mozes hoor je terug in 2 Kronieken 20:17, en wat zegt dat over hoe God Zijn volk redt?
  2. Wie is God?Josafat begint zijn gebed niet bij de vijand, maar bij Wie God is (2 Kronieken 20:6-7). Wat noemt hij van God, en waarom doet dat ertoe?
  3. Moeilijke vraagJuda hoefde niet te vechten en won toch. Betekent dat dat God altijd zo ingrijpt als wij bidden en zingen? Waarom wel of niet?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Zijn goedertierenheid tot in eeuwigheid is en dat Hij voor Zijn volk strijdt. Bid om een geloof dat in moeilijke tijden zegt: "onze ogen zijn op U".

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

gebedlofprijzingvertrouwen op GodGod strijdt voor Zijn volkGods goedertierenheid

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Josafat en de zangers

Waar staat het verhaal van Josafat en de zangers in de Bijbel?

De geschiedenis staat in 2 Kronieken 20:1-30. In 20:1-13 komt het leger op Juda af en bidt Josafat in de tempel. In 20:14-19 antwoordt God door de Leviet Jahaziël. In 20:20-30 trekken ze uit met zangers voorop, verslaat de HEERE de vijanden en keert het volk met blijdschap terug naar Jeruzalem. De boeken Koningen vertellen deze geschiedenis niet.

Wat betekent "de strijd is niet uwe, maar Gods"?

Met deze woorden zei de HEERE door Jahaziël dat Juda de overwinning niet zelf hoefde te bevechten: "Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods" (2 Kronieken 20:15). God nam de strijd op Zich. Het volk moest wel uittrekken, maar alleen om te staan en te zien. Dezelfde gedachte staat in Exodus 14:13-14 en in 1 Samuël 17:47.

Wonnen de zangers de strijd met hun lied?

Nee. De tekst zegt dat de HEERE achterlagen stelde op het moment dat de zangers begonnen te loven (2 Kronieken 20:22). Het lied was een daad van geloof in Gods belofte, geen middel dat de overwinning afdwong. Soms wordt lofprijzing een wapen genoemd dat in de geestelijke wereld werkt, maar zo spreekt deze geschiedenis niet. De eer gaat naar God; zelfs de koninkrijken rondom hoorden "dat de HEERE tegen de vijanden van Israël gestreden had" (2 Kronieken 20:29).

Wat zongen de zangers van Josafat?

Ze zongen: "Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 20:21). Dat is een bekende lofspreuk in het Oude Testament. Dezelfde lofspreuk klinkt bij de inwijding van de tempel, daar met het woord weldadigheid (2 Kronieken 5:13), en keert in Psalm 136 in elk vers terug, daar met de woorden "in der eeuwigheid". De Bijbel geeft geen melodie of verdere tekst. Goedertierenheid is Gods trouwe liefde voor Zijn volk.

Wat waren de achterlagen die de HEERE stelde?

Een achterlaag is een hinderlaag: een groep die verborgen ligt om de vijand te overvallen. De tekst zegt niet wie die achterlagen vormden. Uitleggers denken aan engelen, aan een verwarring die God zond, of aan delen van het vijandelijke leger zelf. Vers 23 zegt wel wat er gebeurde: Ammon en Moab keerden zich tegen de inwoners van Seir, en daarna "hielpen zij de een den ander ten verderve".

Welke volken trokken op tegen Josafat?

De Moabieten en de Ammonieten (2 Kronieken 20:1), samen met de inwoners van het gebergte Seir, het land van Edom (2 Kronieken 20:10). Dat waren volken die Israël op zijn tocht uit Egypte niet had mogen aanvallen (Deuteronomium 2:4-9 en 2:19). Josafat noemt dat in zijn gebed: Israël had hen gespaard, en nu kwamen zij om Juda uit Gods erfdeel te verdrijven.

Hoe vertelt u het verhaal van Josafat en de zangers aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij 2 Kronieken 20 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat het gebed van Josafat en het antwoord van God de meeste ruimte krijgen, en vertel de dood van de vijanden sober. Kinderen herkennen zich erin dat ook de kleine kinderen voor de HEERE stonden.

Stel een vraag over Josafat en de zangers

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder