Elia en de raven
Hoe God Zijn profeet voedde in een tijd van droogte
Samenvatting
Elia en de raven is de geschiedenis uit 1 Koningen 17 waarin God de profeet Elia bij de beek Krith door raven laat voeden, in een tijd van droogte. Elia kondigt koning Achab aan dat er geen dauw of regen zal komen. Bij de beek brengen raven hem ’s morgens en ’s avonds brood en vlees. Daarna zendt God de profeet naar een weduwe in Zarfath. Haar meel en olie raken niet op, en haar gestorven zoon wordt weer levend.
Bijbelgedeelte
“En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!”
“En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.”
“En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.”
“Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.”
“Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.”
“Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.”
Het verhaal
De geschiedenis van Elia en de raven staat in 1 Koningen 17. Daar noemt de Bijbel de profeet Elia voor het eerst. Hij treedt op in de dagen van koning Achab, die in Samaria een altaar voor Baäl had gebouwd (1 Koningen 16:32). In één hoofdstuk laat God drie keer zien dat Zijn woord waar is: bij een beek aan de Jordaan, in het huis van een arme weduwe en aan het bed van haar zoon.
Waarom kwam er geen regen in de tijd van Elia?
Zonder inleiding zegt Elia tegen de koning: "Zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord" (1 Koningen 17:1). In een land dat leefde van de regen in de winter en de dauw in de droge tijd, betekende dit woord honger. Dit hoofdstuk zegt niet waarom de regen uitbleef, maar de wet had gewaarschuwd dat de HEERE de hemel zou toesluiten als Israël andere goden ging dienen (Deuteronomium 11:16-17). Later noemt Elia de oorzaak: Achab en zijn vaders huis waren "de Baals nagevolgd" (1 Koningen 18:18). Jakobus voegt eraan toe dat Elia had gebeden dat het niet zou regenen (Jakobus 5:17).
Waarom moest Elia zich verbergen bij de beek Krith?
Daarna kwam het woord van de HEERE tot Elia. Hij moest weggaan, naar het oosten, en zich verbergen bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan lag (1 Koningen 17:3). Waarom hij zich moest verbergen, zegt de tekst hier niet. Later blijkt dat Achab hem in alle volken en koninkrijken liet zoeken (1 Koningen 18:10). God gaf Zijn knecht niet alleen een schuilplaats, maar ook een belofte: "Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen" (1 Koningen 17:4).
Wat brachten de raven aan Elia?
Elia deed naar het woord van de HEERE (1 Koningen 17:5), en het gebeurde zoals God had gezegd: "En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek" (1 Koningen 17:6). Twee maaltijden per dag, met vlees erbij, terwijl het land honger kreeg. De tekst zegt niet waar de raven het eten vandaan haalden. Wel zegt de tekst Wie het geregeld had. Raven horen bij de vogels die Israël als onrein moest verfoeien (Leviticus 11:15). Juist zulke vogels moesten de profeet van de HEERE voeden.
Waarom droogde de beek Krith op?
Na vele dagen droogde de beek uit, omdat er geen regen in het land was geweest (1 Koningen 17:7). Het woord dat Elia tegen Achab had gesproken, trof nu ook de beek waaruit hij zelf dronk. Opnieuw kwam het woord van de HEERE: Elia moest naar Zarfath gaan, een stad bij Sidon, want daar had God een weduwe geboden om hem te onderhouden (1 Koningen 17:9).
Hoe zorgde God in Zarfath verder voor Elia?
Bij de poort van de stad vond Elia een weduwe die hout verzamelde. Hij vroeg haar om wat water, en daarna om een stuk brood. Zij zwoer bij de HEERE, Elia’s God, dat zij nog maar een hand vol meel in de kruik had en een weinig olie in de fles. Met het hout wilde zij een laatste maaltijd klaarmaken voor zichzelf en haar zoon, en dan sterven (1 Koningen 17:12). Elia zei dat zij niet moest vrezen, maar eerst voor hem een kleine koek moest maken. Daarbij gaf hij haar het woord van God: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal" (1 Koningen 17:14). Zij deed het, en vele dagen raakte het meel niet op en ontbrak de olie niet, naar het woord van de HEERE (1 Koningen 17:15-16). Meer over deze vrouw leest u bij de weduwe van Sarfath.
Hoe werd de zoon van de weduwe weer levend?
Na deze dingen werd de zoon van de vrouw ziek. Zijn ziekte werd zo zwaar dat er geen adem meer in hem overbleef (1 Koningen 17:17). De moeder vroeg Elia, de man Gods, of hij gekomen was om haar ongerechtigheid in gedachtenis te brengen en haar zoon te doden (1 Koningen 17:18). Elia droeg het kind naar de opperzaal waar hij woonde en legde het op zijn bed. Daar riep hij de HEERE aan. Hij vroeg God of Hij ook deze weduwe, bij wie hij als gast woonde, zo kwaad had gedaan dat Hij haar zoon had gedood (1 Koningen 17:20). Driemaal strekte hij zich over het kind uit en bad dat de ziel van het kind in hem zou terugkeren. De HEERE verhoorde de stem van Elia, en het kind werd weer levend (1 Koningen 17:21-22). Elia bracht het naar beneden en gaf het aan zijn moeder.
Hoe eindigt de geschiedenis van Elia en de raven?
De geschiedenis eindigt met de belijdenis van de vrouw: "Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is" (1 Koningen 17:24). Zo eindigt het hoofdstuk bij het woord van God, dat steeds was uitgekomen. In 1 Koningen 18 zendt de HEERE Elia terug naar Achab, en daar volgt Elia op de Karmel.
Achtergrond
Elia trad op in de tijd van koning Achab, die twee en twintig jaar over Israël regeerde, in Samaria (1 Koningen 16:29). Een precies jaartal geeft de Bijbel niet; volgens de gangbare berekening was het in de negende eeuw voor Christus. Achab trouwde met Izebel, de dochter van Eth-Baäl, de koning van de Sidoniërs, en diende Baäl (1 Koningen 16:31). Teksten uit Ugarit, een stad in het noorden van het huidige Syrië die eeuwen vóór Achab bloeide, noemen Baäl een god van onweer en regen. Veel uitleggers zien de droogte daarom als een rechtstreeks antwoord op de Baälsdienst: niet Baäl, maar de HEERE geeft regen.
Waar de beek Krith precies lag, is onbekend. De tekst zegt alleen dat Elia naar het oosten moest gaan en dat de beek voor aan de Jordaan lag (1 Koningen 17:3). Zoals veel beken in dat land had zij alleen water zolang er regen viel. Zarfath lag aan de kust bij Sidon, buiten Israël, in het land waar Izebels vader koning was. In het Nieuwe Testament heet de plaats Sarepta (Lukas 4:26).
Over de duur van de droogte spreekt de Bijbel op twee manieren. Volgens 1 Koningen 18:1 kwam het woord van de HEERE tot Elia "in het derde jaar". De Heere Jezus en Jakobus noemen drie jaar en zes maanden (Lukas 4:25; Jakobus 5:17). Uitleggers verklaren dat op verschillende manieren, bijvoorbeeld doordat het derde jaar geteld wordt vanaf het verblijf in Zarfath.
Betekenis
In 1 Koningen 17 is God de Handelende. Elia spreekt, maar wat hij spreekt is het woord van de HEERE. Telkens staat er dat dit woord tot hem kwam, en dat hij deed "naar het woord des HEEREN" (1 Koningen 17:5). Het meel raakt niet op, weer "naar het woord des HEEREN" (1 Koningen 17:16). En het slot is de belijdenis dat dit woord in de mond van Elia waarheid is (1 Koningen 17:24).
De HEERE is de Heere van regen en droogte. In een land waar Baäl werd vereerd als de gever van regen, laat God zien dat Hij alleen de hemel opent en sluit. Psalm 147 zegt het van Hem: "Die de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt" (Psalm 147:8). Op de Karmel komt dat in 1 Koningen 18 voor heel Israël aan het licht.
God zorgt voor Zijn knecht op Zijn eigen manier. Elia kreeg geen voorraad, maar brood en vlees in de morgen en in de avond. De weduwe kreeg geen volle kruik, maar een kruik die niet leeg raakte. Zo had God Israël in de woestijn ook geleid, met manna dat elke dag opnieuw kwam (Exodus 16:4), opdat het volk zou weten dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE uitgaat (Deuteronomium 8:3). De Heere Jezus wijst zelf op de raven: "Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve" (Lukas 12:24).
God is ook genadig buiten de grenzen van Israël. Hij gebruikte onreine vogels en een weduwe uit het land van Izebel. In Nazareth noemt de Heere Jezus juist deze vrouw: "tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Lukas 4:26). Dat Gods genade ook naar de heidenen gaat, maakte de mensen in de synagoge woedend (Lukas 4:28).
De HEERE is de Heere over leven en dood. Hebreeën 11:35 zegt: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen". Deze opwekking wijst vooruit naar Christus. Bij Naïn gaf de Heere Jezus een gestorven zoon aan zijn moeder terug (Lukas 7:15), zoals Elia hier deed. Maar Elia moest bidden; Christus sprak met eigen gezag, en Hij zegt van Zichzelf: "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25).
Lessen voor vandaag
God geeft het dagelijks brood. Elia leefde van wat God elke morgen en elke avond zond, en niet van een voorraad. De Heere Jezus leert ons zo te bidden: "Geef ons heden ons dagelijks brood" (Mattheüs 6:11). Dat is geen reden tot zorg, want onze hemelse Vader weet wat wij nodig hebben (Mattheüs 6:32). Wie weinig heeft, en wie veel heeft, mag leren leven van Gods voorzienigheid en niet van eigen zekerheid.
Gods belofte maakt gehoorzaamheid mogelijk. Elia ging naar een beek bij de Jordaan en naar een stad buiten Israël, omdat God het zei. De weduwe gaf haar laatste meel weg, omdat zij een woord van de HEERE kreeg. Zij deed niet eerst een proef, maar vertrouwde op wat God beloofde. Zo mogen ook wij geven en dienen op grond van Gods belofte: "Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden" (Mattheüs 6:33).
Met onze vragen mogen wij naar God gaan. Toen het kind stierf, bracht Elia zijn verwarring en zijn vraag bij de HEERE Zelf, en God verhoorde zijn gebed. Ook wie geen antwoord ziet op lijden, mag zijn hart uitstorten voor Zijn aangezicht, want "God is ons een Toevlucht" (Psalm 62:9). Het laatste woord van dit hoofdstuk is niet de dood, maar dat het woord van de HEERE waarheid is.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
In het land Israël regeerde koning Achab. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE. Hij diende de afgod Baäl en bouwde een altaar voor hem. Maar de HEERE, de God van Israël, leeft. En de HEERE had een profeet. Zijn naam was Elia. Een profeet geeft de woorden van God door aan de mensen.
Elia ging naar koning Achab. Hij zei tegen de koning dat er geen dauw en geen regen meer zou komen, zo zeker als de HEERE leeft. Pas als de HEERE het Elia liet zeggen, zou het weer regenen. Dauw zijn de kleine druppeltjes water die ’s morgens op het gras liggen. Zonder dauw en zonder regen groeit er niets op het land. Elia zei dit niet zomaar. Later vertelt de Bijbel dat hij erom gebeden had.
Toen sprak de HEERE tot Elia. Hij moest weggaan en zich verbergen bij de beek Krith, vlak bij de rivier de Jordaan. Daar kon hij water drinken uit de beek. En voor zijn eten had God al gezorgd. De HEERE zei: "Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen". Raven zijn grote zwarte vogels. Onderhouden betekent: zorgen dat iemand te eten heeft.
Elia deed wat de HEERE zei. Hij ging naar de beek Krith en bleef daar wonen. ’s Morgens kwamen de raven. Ze brachten Elia brood en vlees. ’s Avonds kwamen ze weer, met brood en vlees. En Elia dronk water uit de beek. Dat had God Zelf de raven bevolen.
Maar er viel geen regen, en na vele dagen droogde de beek op. Toen sprak de HEERE opnieuw tot Elia. Hij moest naar de stad Zarfath gaan, bij Sidon. Die stad lag buiten Israël. Daar had God een weduwe geboden om voor Elia te zorgen. Een weduwe is een vrouw van wie de man gestorven is.
Bij de poort van de stad zag Elia een vrouw die hout bij elkaar zocht. Het was een weduwe. Elia vroeg haar om een beetje water. Toen ze het ging halen, riep hij haar na. Wilde ze ook een stuk brood voor hem meebrengen?
Toen vertelde de vrouw hoe het met haar ging. Ze had geen brood meer. Alleen nog een handvol meel in de kruik, en een beetje olie in de fles. Een kruik is een pot van aardewerk. Van het hout wilde ze nog één keer iets bakken, voor zichzelf en voor haar zoon. Als dat op was, zouden ze sterven.
Elia zei dat ze niet bang hoefde te zijn. Ze moest eerst voor hem een kleine koek bakken. Daarna kon ze iets maken voor zichzelf en haar zoon. Want de HEERE had gezegd: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken". Dat betekent: het meel en de olie zouden niet opraken. Niet tot de dag dat de HEERE weer regen zou geven.
De vrouw deed wat Elia zei. En het ging precies zoals God beloofd had. Het meel raakte niet op, en de olie ook niet. Vele dagen aten de vrouw, haar zoon en Elia ervan.
Na een tijd werd de zoon van de vrouw ziek. Hij werd heel erg ziek, tot hij niet meer ademde. De jongen was gestorven. Zijn moeder sprak Elia aan. Ze vroeg of hij gekomen was om haar aan haar zonden te herinneren en haar zoon te doden.
Elia zei: "Geef mij uw zoon". Hij nam de jongen van haar schoot. Hij droeg hem naar boven, naar de kamer waar hij zelf woonde. Daar legde hij hem op zijn bed. Toen riep Elia de HEERE aan. Hij vroeg de HEERE of Hij deze weduwe zo’n kwaad had gedaan, dat haar zoon gestorven was. Drie keer strekte Elia zich uit over de jongen. En hij bad de HEERE om het leven van het kind terug te geven.
De HEERE hoorde naar Elia. Het leven kwam terug in de jongen. Hij leefde weer! Elia nam het kind mee naar beneden. Hij gaf hem aan zijn moeder en zei: "Zie, uw zoon leeft".
Toen zei de vrouw: "Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is".
Wat de HEERE zegt, gebeurt. Hij gaf brood door de raven. Hij gaf meel en olie in een arm huis. En Hij gaf een gestorven jongen het leven terug. Veel later zei de Heere Jezus dat God de raven te eten geeft. En voor Zijn kinderen zorgt Hij nog veel meer.
“Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.” (1 Koningen 17:4)
Tips voor de verteller
- In deze geschiedenis sterft een kind. Dat kunt u ook aan jonge kinderen vertellen, in één of twee zinnen, zoals de Bijbel het sober zegt. Kinderen vragen vaak waarom God de jongen liet sterven. Zeg eerlijk dat de Bijbel dat niet vertelt. Ook Elia begreep het niet, en hij bracht zijn vraag bij God. De Bijbel zegt niet dat het een straf was. God gaf de jongen het leven terug.
- Een paar woorden vragen uitleg: altaar (een plaats waar offers gebracht worden), onderhouden (van eten voorzien), weduwe, kruik, dauw en profeet. De opperzaal waar Elia woonde, was een kamer boven op het huis. Lees 1 Koningen 17:6 rechtstreeks uit de Bijbel voor, en ook de belijdenis van de weduwe in vers 24.
- Kinderen vragen vaak waar de raven het brood en vlees vandaan haalden. De Bijbel zegt het niet; zeg dat ook. Wel zegt de tekst Wie het de raven geboden had. Voor kinderen vanaf 8 jaar kunt u vertellen dat raven volgens de wet van God onrein waren (Leviticus 11:15), en dat God juist zulke vogels gebruikte om Zijn profeet te voeden.
- Voor de jongste kinderen kunt u de vertelling na het meel en de olie laten eindigen, bij 1 Koningen 17:16, en het vervolg een andere keer vertellen. Laat het slot dan niet weg, maar vertel het apart. Met oudere kinderen kunt u Lukas 12:24 lezen, waar de Heere Jezus Zelf over de raven spreekt.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat brachten de raven ’s morgens en ’s avonds aan Elia?
- NavertellenWat raakte bij de weduwe niet op?
- VerwonderenWie had de raven gezegd dat ze eten moesten brengen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWaarom moest Elia weg bij de beek Krith, en waar stuurde de HEERE Elia toen naartoe?
- BetekenisDe weduwe had bijna niets, maar bakte eerst een koek voor Elia. Waarom durfde zij dat te doen?
- VerbindingDe Heere Jezus zegt: "Aanmerkt de raven" (Lukas 12:24). Wat wil Hij ons daarmee leren over God?
- ToepassingIn het Onze Vader bid je om je dagelijks brood. Waar zie jij dat God elke dag voor je zorgt?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Lukas 4:24-29. Waarom noemt de Heere Jezus in Nazareth juist deze weduwe uit Sarepta, en waarom werden de mensen daar zo boos?
- Wie is God?God hield de regen tegen in een land waar Baäl werd vereerd als god van de regen. Wat laat dat zien over Wie de HEERE is?
- Moeilijke vraagElia vroeg God of Hij de weduwe zo kwaad had gedaan (1 Koningen 17:20). Mag je zo tegen God spreken? Wat doe jij met vragen over lijden?
- PersoonlijkGod gaf Elia geen voorraad, maar elke dag opnieuw wat hij nodig had. Wat vind jij moeilijk aan zo van God afhankelijk zijn?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij voor Zijn kinderen zorgt, zoals Hij Elia voedde door de raven en de weduwe door het meel en de olie. Bid om vertrouwen op Hem voor het dagelijks brood, ook als er weinig is.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Elia en de raven
Waar staat het verhaal van Elia en de raven in de Bijbel?
Elia en de raven staat in 1 Koningen 17:1-7. Elia kondigt aan koning Achab een droogte aan, en God stuurt hem naar de beek Krith, waar raven hem voeden. In hetzelfde hoofdstuk volgen de weduwe in Zarfath bij wie het meel en de olie niet opraken (1 Koningen 17:8-16) en de opwekking van haar zoon (1 Koningen 17:17-24). Daarna gaat de geschiedenis van Elia verder met de Karmel in 1 Koningen 18.
Hoe lang bleef Elia bij de beek Krith?
Dat zegt de Bijbel niet precies. Er staat dat de beek uitdroogde "ten einde van vele dagen", omdat er geen regen in het land was geweest (1 Koningen 17:7). Al die tijd brachten de raven Elia elke morgen en elke avond brood en vlees (1 Koningen 17:6). Toen de beek droog was, zond de HEERE Elia naar Zarfath, waar hij ook vele dagen bleef (1 Koningen 17:15). Beide verblijven vallen in de droogte, die volgens de Heere Jezus drie jaar en zes maanden duurde (Lukas 4:25).
Waarom gebruikte God juist raven?
De Bijbel geeft geen reden. Wel valt op dat raven in de wet van Mozes bij de onreine vogels horen die Israël niet mocht eten (Leviticus 11:15). God gebruikte dus juist dieren waarvan niemand hulp verwachtte. Elders in de Bijbel is de raaf een vogel die zelf van God afhankelijk is: God geeft "aan de jonge raven, als zij roepen" (Psalm 147:9), en de Heere Jezus zegt dat God de raven voedt (Lukas 12:24). Hier voedt God door de raven Zijn profeet.
Waar lag de beek Krith?
Dat is niet zeker. De HEERE zei tegen Elia dat hij naar het oosten moest gaan en zich moest verbergen "aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is" (1 Koningen 17:3). Sommige uitleggers zoeken de beek ten oosten van de Jordaan, in Gilead, waar Elia vandaan kwam (1 Koningen 17:1); anderen ten westen ervan. De naam komt verder niet in de Bijbel voor. Het was een beek die opdroogde als het niet regende (1 Koningen 17:7).
Hoe lang duurde de droogte in de tijd van Elia?
Volgens het Nieuwe Testament drie jaar en zes maanden. De Heere Jezus zegt dat "de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was" (Lukas 4:25), en Jakobus noemt dezelfde tijd (Jakobus 5:17). In 1 Koningen 18:1 kwam het woord van de HEERE tot Elia "in het derde jaar", met de belofte van regen. Uitleggers verklaren dat verschil op verschillende manieren, bijvoorbeeld doordat het derde jaar geteld wordt vanaf het verblijf van Elia in Zarfath.
Werd de kruik met meel steeds voller?
Nee, dat zegt de Bijbel niet. Het meel en de olie werden niet meer, maar ze raakten ook niet op. De belofte luidde: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken" (1 Koningen 17:14). Er was dus elke dag genoeg, maar geen overvloed en geen voorraad. Dat past bij het hele hoofdstuk: ook Elia kreeg bij de beek elke morgen en elke avond opnieuw wat hij nodig had. Zo leefden zij van dag tot dag van Gods woord.
Waren het echt raven die Elia voedden?
Ja, zo staat het in de tekst. Er is weleens voorgesteld het Hebreeuwse woord anders te lezen, bijvoorbeeld als de naam van mensen die Elia eten brachten. Maar het gewone woord betekent raven, en zo vertaalt ook de Statenvertaling. Het gaat de tekst niet om de vraag hoe het mogelijk was, maar om Wie het gebood: "Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen" (1 Koningen 17:4). De Heere Jezus noemt raven elders als voorbeeld van Gods zorg (Lukas 12:24).
Werd de zoon van de weduwe echt weer levend?
Ja. De tekst zegt dat zijn ziekte zo zwaar werd "totdat geen adem in hem overgebleven was" (1 Koningen 17:17). In zijn gebed spreekt Elia erover dat God haar zoon gedood heeft (1 Koningen 17:20). Daarna staat er dat de HEERE de stem van Elia verhoorde, "dat het weder levend werd" (1 Koningen 17:22). Het is de eerste opwekking uit de dood die de Bijbel vertelt. Hebreeën 11:35 verwijst ernaar: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen".
Wat heeft Elia en de raven met de Heere Jezus te maken?
De Heere Jezus verwijst zelf naar dit hoofdstuk. In Nazareth zegt Hij dat er veel weduwen in Israël waren, maar dat Elia alleen gezonden werd naar een weduwe in Sarepta bij Sidon (Lukas 4:25-26). Zo laat Hij zien dat Gods genade ook buiten Israël komt. Over de raven zegt Hij: "God voedt dezelve" (Lukas 12:24). En bij Naïn gaf Hij, net als Elia, een gestorven zoon aan zijn moeder terug (Lukas 7:15). Hij is Zelf "de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25).
Wat leert de geschiedenis van Elia en de raven?
Eerst leert zij wie God is. De HEERE geeft en onthoudt regen, niet Baäl. Hij zorgt voor Zijn knecht door raven, door een beek en door een arme weduwe. En Hij is machtig over leven en dood. Wat Hij zegt, gebeurt: dat belijdt de weduwe aan het slot (1 Koningen 17:24). Voor ons betekent het dat wij ons dagelijks brood van God mogen verwachten (Mattheüs 6:11), ook als er weinig is, en dat wij met onze vragen bij Hem terecht mogen.
Hoe vertelt u Elia en de raven aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Zij volgt heel 1 Koningen 17: de raven bij de beek, het meel en de olie van de weduwe en de jongen die weer levend wordt. Het sterven van het kind vertelt u in één of twee zinnen. Laat de meeste ruimte voor wat God zegt en doet. Voor de jongste kinderen kunt u na het meel en de olie stoppen en het slot een andere keer vertellen. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over Elia en de raven
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.