Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~860 v.Chr.

Izebel in de Bijbel

Izebel (אִיזֶבֶל, Hebreeuws) of Jezabel (Grieks) - “Mogelijk: waar is de prins?”

Wie was Izebel?

Izebel was de koningin van Israël, de vrouw van koning Achab en de dochter van Eth-Baal, de koning der Sidoniërs. Zij bracht de dienst van Baal naar Samaria, liet profeten van de HEERE doden, bedreigde Elia en liet Naboth stenigen. Zij kwam om in Jizreël, zoals Elia had voorzegd (2 Koningen 9:30-37).

Izebel staat in de Bijbel in 1 Koningen 16 tot en met 21 en in 2 Koningen 9. De Statenvertaling schrijft haar naam in het Oude Testament als Izebel; in Openbaring 2:20 luidt dezelfde naam Jezabel. In het Engels en in veel populaire teksten heet zij Jezebel. Het gaat in alle gevallen om dezelfde naam. Zij komt het verhaal binnen als vrouw van Achab, de zoon van Omri. De schrijver van Koningen stelt het huwelijk voor als een stap verder dan de zonden van Jerobeam: Achab nam "Izebel, de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers, en heenging, en diende Baal, en boog zich voor hem" (1 Koningen 16:31). Met haar kwam de Baalsdienst naar het hof in Samaria. De Bijbel laat haar zien als een vrouw met eigen macht en een eigen wil. Zij liet de profeten van de HEERE uitroeien, terwijl de hofmeester Obadja er honderd verborg (1 Koningen 18:4). Naast de vierhonderdvijftig profeten van Baal noemt de tekst vierhonderd profeten van het bos, die van haar tafel aten (1 Koningen 18:19). Na het vuur op de Karmel zond zij Elia een boodschap met een eed: morgen omstreeks deze tijd zou hij dood zijn (1 Koningen 19:2). Toen Achab mokte om de wijngaard van Naboth, nam zij het heft in handen: zij schreef brieven in zijn naam en liet Naboth op valse getuigenis stenigen (1 Koningen 21:7-14). Elia kondigde daarop aan: "De honden zullen Izebel eten, aan den voorwal van Jizreel" (1 Koningen 21:23). Dat woord ging pas jaren later in vervulling, onder haar zoon Joram, toen Jehu tegen het huis van Achab opstond. Izebel maakte zich op, keek uit het venster en sprak Jehu spottend aan. Op zijn bevel wierpen kamerlingen haar naar beneden (2 Koningen 9:30-37). Haar naam leeft voort in Openbaring 2:20, waar de verhoogde Christus de gemeente te Thyatira verwijt dat zij "de vrouw Jezabel" laat leren. Haar waarschijnlijke dochter Athalia, die later in Juda de macht greep, is een andere vrouw, al worden de twee vaak in één adem genoemd.

Historische context

Izebel leefde in de negende eeuw voor Christus. Achab regeerde ongeveer van 874 tot 853 voor Christus, met enkele jaren speling, en haar dood valt in veel handboeken rond 841 voor Christus, het jaar waarin men de opstand van Jehu doorgaans plaatst. Zij was zo enkele decennia aan het hof, eerst als koningin naast Achab en na zijn dood als koningin-moeder. Zij kwam uit Sidon, een van de Fenicische havensteden aan de kust ten noorden van Israël. De Bijbel noemt haar vader "Eth-Baal, den koning der Sidoniers" (1 Koningen 16:31); Sidoniërs was ook een gewone naam voor de Feniciërs in het algemeen. Josephus vermeldt, met een beroep op de Fenicische geschiedschrijver Menander, een koning Ithobaal van Tyrus die eerder priester van Astarte was. Veel uitleggers vereenzelvigen hem met Eth-Baal; zeker is dat niet. Het huwelijk was vermoedelijk een politiek verbond. Omri had Samaria als nieuwe hoofdstad gebouwd (1 Koningen 16:24), en een band met de rijke Fenicische handelssteden versterkte het noordrijk. De wet had zulke huwelijken met de volken rondom verboden, juist omdat zij het hart naar andere goden zouden neigen (Deuteronomium 7:3-4). Bij Salomo was dat al gebeurd: hij wandelde "Astoreth, den god der Sidoniers" na (1 Koningen 11:5). Baal gold in Kanaän en Fenicië als de god van onweer, regen en vruchtbaarheid. Naast hem werd Asjera vereerd, de godin die in de Statenvertaling achter het woord "bos" schuilgaat: een gewijde paal of boom. Achab bouwde in Samaria een huis voor Baal en maakte een bos (1 Koningen 16:32-33). Veel uitleggers zien erin dat Elia's aankondiging van droogte juist de god raakte die de regen zou geven. Na Achabs dood regeerden haar zonen Ahazia en Joram. Van Ahazia staat dat hij wandelde "in den weg van zijn moeder" (1 Koningen 22:53), van Joram dat hij kwaad deed, "doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder" (2 Koningen 3:2). Een dochter van Achab, Athalia, trouwde met Joram van Juda (2 Koningen 8:18); of Izebel haar moeder was, zegt de tekst niet uitdrukkelijk. Jehu was een legeroverste van Joram die bij Ramoth in Gilead tot koning werd gezalfd. Izebel noemde hem bij zijn komst Zimri, naar de bevelhebber die ruim veertig jaar eerder zijn koning had gedood en zelf maar zeven dagen regeerde (1 Koningen 16:10-15). Een zegel met de letters yzbl, in 1964 gepubliceerd, wordt door sommige onderzoekers aan deze koningin toegeschreven; anderen houden dat voor onbewezen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Wilskrachtig en doortastend, al zette zij die kracht in voor onrecht (1 Koningen 21:7)
  • Scherp van geest: met één vraag hield zij Jehu het voorbeeld van Zimri voor, die zijn heer had gedood (2 Koningen 9:31)
  • Trad Jehu tot het laatst als koningin tegemoet, opgemaakt en met versierd hoofd (2 Koningen 9:30)

−Zwakke kanten

  • Vervolgde en doodde de profeten van de HEERE (1 Koningen 18:4)
  • Gebruikte valse getuigen en de vormen van het recht om Naboth te laten doden (1 Koningen 21:8-10)
  • Hitste Achab op tot kwaad (1 Koningen 21:25)

Theologische betekenis

In de geschiedenis van Izebel gaat het niet in de eerste plaats om een sterke vrouw aan het hof, maar om de vraag wie God is in Israël. Haar huwelijk met Achab bracht Baal in het hart van het rijk. Elia stelde het volk daarom voor de keuze: "Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na!" (1 Koningen 18:21). Izebels antwoord op het vuur van de Karmel was geen bekering maar een eed bij haar goden om de profeet te doden. De Schrift legt de verantwoordelijkheid bij beiden. Van Achab staat dat hij zichzelf verkocht had om kwaad te doen, "dewijl Izebel, zijn huisvrouw, hem ophitste" (1 Koningen 21:25). Izebel was de drijvende kracht, maar Achab liet het gebeuren en nam de wijngaard in bezit. God spreekt beiden afzonderlijk aan. Opvallend is hoe Izebel de wet gebruikte tegen de wet. Zij liet een vasten uitroepen en zette precies twee getuigen tegenover Naboth, zoals de wet voor een doodvonnis twee of drie getuigen eiste (Deuteronomium 17:6). De beschuldiging, God en de koning gezegend te hebben (de Statenvertaling gebruikt hier een verbloemende uitdrukking voor lasteren), knoopte aan bij Exodus 22:28. Zo werd een onschuldige veroordeeld met de schijn van recht. Het land dat Naboth niet wilde afstaan, was een erfdeel: volgens de wet behoorde het land aan de HEERE en mocht het niet voor altoos verkocht worden (Leviticus 25:23). De dood van Izebel staat in het teken van het profetische woord. Jehu zegt het zelf: "Dit is het woord des HEEREN, dat Hij gesproken heeft door den dienst van Zijn knecht Elia" (2 Koningen 9:36). En later: "niets van het woord des HEEREN, hetwelk de HEERE tegen het huis van Achab gesproken heeft, zal op de aarde vallen" (2 Koningen 10:10). Het oordeel kwam laat, maar het kwam. Daarmee is niet gezegd dat Jehu's eigen geweld in alles goed was; Hosea 1:4 spreekt later van de bloedschulden van Jizreël. In het Nieuwe Testament keert haar naam terug. De gemeente te Thyatira duldde "de vrouw Jezabel, die zichzelve zegt een profetes te zijn" (Openbaring 2:20). Of dat de werkelijke naam van die vrouw was of een beeldnaam, is onder uitleggers verschillend beantwoord; de meesten lezen het als beeldnaam. De lijn is duidelijk: zoals Izebel Israël tot afgoderij verleidde, zo verleidde zij de dienstknechten van Christus tot hoererij en afgodenoffer. Opmerkelijk is ook de genade in die brief: "Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren" (Openbaring 2:21).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Izebel (אִיזֶבֶל, Hebreeuws) of Jezabel (Grieks)

Betekenis

Mogelijk: waar is de prins?

Sleutelmomenten

1

Koningin naast Achab

Achab, de zoon van Omri, neemt Izebel, de dochter van Eth-Baal, tot vrouw. Hij gaat Baal dienen, richt een altaar op in het huis van Baal te Samaria en maakt een bos.

1 Koningen 16:31-33

2

De profeten vervolgd

Izebel roeit de profeten van de HEERE uit. De hofmeester Obadja, die de HEERE vreest, verbergt honderd profeten bij vijftig man in een spelonk en onderhoudt hen met brood en water.

1 Koningen 18:4

3

Doodsbedreiging aan Elia

Achab vertelt Izebel wat Elia op de Karmel heeft gedaan met de profeten van Baal. Zij zendt een bode met een eed dat Elia morgen dood zal zijn, en de profeet vlucht naar Ber-seba.

1 Koningen 19:1-3

4

De wijngaard van Naboth

Achab ligt gemelijk op bed omdat Naboth zijn erfdeel niet wil verkopen. Izebel schrijft brieven in zijn naam, laat twee valse getuigen optreden en Naboth stenigen, en zegt Achab de wijngaard in bezit te nemen.

1 Koningen 21:5-16

5

Het oordeel aangekondigd

Elia treft Achab in de wijngaard en kondigt het oordeel over zijn huis aan. Over Izebel spreekt de HEERE afzonderlijk: de honden zullen haar eten aan de voorwal van Jizreël.

1 Koningen 21:23

6

Jehu gezalfd

Een van de zonen der profeten zalft Jehu in opdracht van Elisa tot koning. Hij moet het huis van Achab slaan en het bloed van de profeten wreken van de hand van Izebel; niemand zal haar begraven.

2 Koningen 9:1-10

7

Dood in Jizreël

Izebel blanket haar aangezicht, versiert haar hoofd en spreekt Jehu vanuit het venster aan als Zimri. Op zijn bevel werpen kamerlingen haar naar beneden. Als men haar wil begraven, zijn alleen de schedel, de voeten en de handpalmen over.

2 Koningen 9:30-37

8

Jezabel in Thyatira

In de brief aan Thyatira verwijt de Zoon van God de gemeente dat zij een vrouw laat leren die zich profetes noemt en die Hij Jezabel noemt. Zij verleidt Zijn dienstknechten tot hoererij en het eten van afgodenoffer.

Openbaring 2:20

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Izebel beter te begrijpen.

1 Koningen 16:31

“En het geschiedde (was het een lichte zaak, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat?), dat hij nog ter vrouwe nam Izebel, de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers, en heenging, en diende Baal, en boog zich voor hem.”

Het huwelijk met Izebel geldt als een stap verder dan de zonden van Jerobeam: met haar komt de dienst van Baal aan het hof.

1 Koningen 18:4

“Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.”

Terloops vermeldt de schrijver de vervolging door Izebel, en de moed van Obadja die profeten verborg.

1 Koningen 19:2

“Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.”

Na het oordeel op de Karmel zweert Izebel bij haar goden dat Elia hetzelfde lot zal treffen als de profeten van Baal.

1 Koningen 21:7

“Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, geven.”

Izebel ziet koningschap als macht om te nemen wat men begeert, en neemt het heft in handen.

1 Koningen 21:10

“En zet tegenover hem twee mannen, zonen Belials, die tegen hem getuigen, zeggende: Gij hebt God en den koning gezegend; en voert hem uit, en stenigt hem, dat hij sterve.”

Uit Izebels brieven: twee valse getuigen en een beschuldiging van lastering geven de moord de schijn van recht.

1 Koningen 21:23

“Verder ook over Izebel sprak de HEERE, zeggende: De honden zullen Izebel eten, aan den voorwal van Jizreel.”

God spreekt een afzonderlijk oordeel over Izebel uit, naast het oordeel over Achab.

1 Koningen 21:25

“Doch er was niemand geweest gelijk Achab, die zichzelven verkocht had, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN, dewijl Izebel, zijn huisvrouw, hem ophitste.”

De schrijver noemt Izebels invloed, maar laat de verantwoordelijkheid ook bij Achab.

2 Koningen 9:30

“En Jehu kwam te Jizreel. Als Izebel dat hoorde, zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit.”

Izebel wacht Jehu op als koningin, opgemaakt en met versierd hoofd, en spreekt hem vanuit het venster aan.

Openbaring 2:20

“Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zichzelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.”

In de brief aan Thyatira wordt haar naam, hier gespeld als Jezabel, het beeld van verleiding tot afgoderij in de gemeente.

Tijdperiode

~860 v.Chr.

Izebel leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Izebel leert ons dat afgoderij zelden alleen een privézaak blijft. Wat met een huwelijk aan het hof begon, werd een dienst die het hele land raakte en de profeten van de HEERE het leven kostte. Wat wij liefhebben en vereren, vormt ook wat wij doen en wie wij om ons heen beïnvloeden. Haar geschiedenis waarschuwt ook tegen misbruik van macht. Izebel zag koningschap als het recht om te nemen wat men wil. Zij gebruikte de vormen van het recht, een vasten, twee getuigen, een beschuldiging van lastering, om een onschuldige te laten doden. Ook vandaag kan onrecht zich achter nette procedures verschuilen. Wij hebben de roeping om daar niet aan mee te werken, zoals de oudsten van Jizreël wel deden. Verder laat dit verhaal zien dat God het lijden van Zijn knechten niet vergeet. Elia vluchtte voor Izebel, Naboth stierf, en jarenlang leek het of haar macht onaantastbaar was. Toch viel geen woord van de HEERE op de aarde. Wie onrecht ziet zegevieren, mag weten dat God de tijd in Zijn hand houdt. Tot slot leert de brief aan Thyatira dat dezelfde verleiding tot afgoderij ook binnen de gemeente kan opduiken, in een leer die de zonde goedpraat. Christus prees die gemeente om haar liefde en geloof, maar verweet haar dat zij de verleiding duldde. Tegelijk gaf Hij Jezabel tijd om zich te bekeren. Waakzaamheid en de roep tot bekering horen bij elkaar.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Izebel

Wie was Izebel in de Bijbel?
Izebel was de vrouw van koning Achab van Israël, in de negende eeuw voor Christus. Zij was een prinses uit Sidon, de dochter van Eth-Baal, en bracht de dienst van Baal naar het hof in Samaria (1 Koningen 16:31). Zij liet profeten van de HEERE doden, bedreigde Elia en liet Naboth stenigen om zijn wijngaard. Zij kwam om toen Jehu haar uit een venster liet werpen in Jizreël (2 Koningen 9:33).
Wat betekent de naam Izebel?
De betekenis van de naam Izebel is onzeker. Een veelgenoemde verklaring is: waar is de prins? Dat zou aansluiten bij een roep uit Fenicische en Kanaänitische teksten waarin Baal prins wordt genoemd. Anderen verklaren de naam anders. De Bijbel legt de naam zelf nergens uit, dus geen enkele verklaring is zeker.
Waar staat Izebel in de Bijbel?
Izebel komt voor in 1 Koningen 16:31, 18:4, 18:13, 18:19, 19:1-2 en 21:5-25, en in 2 Koningen 9, waar haar dood wordt beschreven. Haar invloed wordt ook genoemd bij haar zonen in 1 Koningen 22:53 en 2 Koningen 3:2, en Jehu spreekt tegen Joram van "de hoererijen van uw moeder Izebel, en haar toverijen" (2 Koningen 9:22). In het Nieuwe Testament staat haar naam, in de vorm Jezabel, in Openbaring 2:20, in de brief aan de gemeente te Thyatira.
Is Izebel dezelfde als Jezebel?
Ja. Izebel, Jezabel en Jezebel zijn spellingen van dezelfde naam. De Statenvertaling schrijft in het Oude Testament Izebel en in Openbaring 2:20 Jezabel, naar de Griekse vorm. Jezebel is de Engelse spelling, die ook in Nederlandse zoekvragen en populaire teksten veel voorkomt. In Openbaring 2:20 draagt een valse profetes in de gemeente te Thyatira die naam; de meeste uitleggers lezen hem als beeldnaam die terugwijst naar de koningin uit Koningen.
Waar kwam Izebel vandaan?
Izebel kwam uit Sidon, een Fenicische havenstad ten noorden van Israël. Zij was "de dochter van Eth-Baal, den koning der Sidoniers" (1 Koningen 16:31). Sidoniërs was ook een gewone naam voor de Feniciërs in het algemeen. Haar huwelijk met Achab was vermoedelijk een politiek verbond tussen het noordrijk en de Fenicische handelssteden. Met haar kwam de verering van Baal en Asjera naar Samaria.
Waarom wilde Izebel Elia doden?
Op de Karmel had de HEERE met vuur geantwoord, en Elia had daarna de profeten van Baal laten doden (1 Koningen 18:40). Toen Achab dat aan Izebel vertelde, zond zij Elia een bode met een eed bij haar goden: "ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner" (1 Koningen 19:2). Elia vluchtte daarop naar Ber-seba en verder de woestijn in (1 Koningen 19:3-4).
Wat deed Izebel met Naboth?
Naboth uit Jizreël weigerde zijn wijngaard aan Achab te verkopen, omdat het de erve van zijn vaderen was. Izebel schreef daarop brieven in Achabs naam en verzegelde ze met zijn zegel. De oudsten van de stad moesten een vasten uitroepen en twee valse getuigen laten verklaren dat Naboth God en de koning had gelasterd. Naboth werd gestenigd, en Izebel zei Achab de wijngaard in bezit te nemen (1 Koningen 21:8-15).
Hoe stierf Izebel?
Toen Jehu in Jizreël kwam, maakte Izebel zich op en keek uit het venster. Zij sprak hem aan als "Zimri, doodslager van zijn heer" (2 Koningen 9:31). Jehu riep wie aan zijn kant stond, en twee of drie kamerlingen wierpen haar naar beneden. Toen men haar wilde begraven, waren alleen de schedel, de voeten en de handpalmen over. Zo werd het woord van Elia vervuld (2 Koningen 9:36).
Waarom maakte Izebel zich op toen Jehu kwam?
De tekst zegt alleen: "zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit" (2 Koningen 9:30). Blanketten is opmaken; de grondtekst spreekt van het aanzetten van de ogen. Uitleggers lezen dit meestal als het optreden van een koningin die zich in vol ornaat vertoont en haar waardigheid wil bewaren, mogelijk met minachting voor Jehu. De gedachte dat zij hem wilde verleiden, staat niet in de tekst.
Was Athalia de dochter van Izebel?
Dat is waarschijnlijk, maar de Bijbel zegt het niet uitdrukkelijk. Athalia heet "de dochter van Achab" (2 Koningen 8:18) en ook "de dochter van Omri", wat hier kleindochter betekent (2 Koningen 8:26). Zij trouwde met Joram van Juda en greep na de dood van haar zoon Ahazia de macht in Jeruzalem (2 Koningen 11:1-3). Veel uitleggers zien in haar de invloed van Izebel voortgezet.
Wie is Jezabel in Openbaring 2:20?
In de brief aan Thyatira verwijt Christus de gemeente dat zij "de vrouw Jezabel, die zichzelve zegt een profetes te zijn, laat leren" (Openbaring 2:20). Zij verleidde gelovigen tot hoererij en het eten van afgodenoffer. De meeste uitleggers zien Jezabel als een beeldnaam voor een vrouw die, net als de koningin uit Koningen, Gods volk tot afgoderij verleidde. Christus gaf haar tijd om zich te bekeren.
Wat kunnen wij leren van Izebel?
Izebel leert ons dat afgoderij het leven van een heel volk kan doordringen, en dat macht zonder vreze Gods het recht verdraait: zij liet een onschuldige doden met de schijn van een rechtszaak. Haar geschiedenis laat ook zien dat God het bloed van Zijn knechten niet vergeet; Zijn woord door Elia werd vervuld. En Openbaring 2 waarschuwt de gemeente om verleiding tot zonde niet te dulden.

Stel een vraag over Izebel

Wilt u meer weten over Izebel? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Izebel

Bijbelverhalen rond Izebel

Verdiep u verder