Jehu in de Bijbel
Jehu (יֵהוּא, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: de HEERE is Hij”
Wie was Jehu?
Jehu was een legeroverste die rond 840 voor Christus koning van Israël werd. In opdracht van Elisa werd hij te Ramoth in Gilead gezalfd. Hij roeide het huis van Achab uit, liet Izebel doden en verdelgde de Baalsdienst, maar liet de gouden kalveren van Jerobeam staan (2 Koningen 10:28-31).
Jehu komt in de Bijbel binnen als een naam in een opdracht. Op de Horeb, na zijn vlucht voor Izebel, kreeg Elia te horen: "Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel" (1 Koningen 19:16). Die opdracht werd pas jaren later uitgevoerd, door Elisa, die een van de zonen der profeten met een oliekruik naar Ramoth in Gilead stuurde (2 Koningen 9:1-3). Zijn geschiedenis staat in 2 Koningen 9 en 10. In 2 Koningen 9:2 heet hij "Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi"; elders, zoals in 1 Koningen 19:16, wordt hij kortweg naar zijn grootvader genoemd. Deze Josafat is niet koning Josafat van Juda. De lijn van het verhaal is kort en heftig. Jehu wordt in een binnenkamer gezalfd, zijn medeofficieren roepen hem uit tot koning, en hij rijdt onmiddellijk naar Jizreël. Daar doodt hij koning Joram en verwondt hij Ahazia van Juda dodelijk; Izebel wordt uit een venster geworpen. Daarna laat hij de zonen van Achab in Samaria ombrengen en verzamelt hij met een list alle dienaren van Baal in hun tempel, waar zij omkomen. "Alzo verdelgde Jehu Baal uit Israel" (2 Koningen 10:28). Het slot is dubbel. God prijst hem dat hij gedaan heeft wat recht was in Zijn ogen, maar de schrijver voegt eraan toe dat Jehu niet waarnam "te wandelen in de wet des HEEREN, des Gods van Israel, met zijn ganse hart" (2 Koningen 10:31). Zijn naam leeft voort in een Nederlandse uitdrukking: wie wild en snel rijdt, rijdt als Jehu. Die gaat terug op de woorden van de wachter van Jizreël, die zei: "het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk" (2 Koningen 9:20). Niet te verwarren met de profeet Jehu, de zoon van Hanani, die tegen koning Baësa profeteerde (1 Koningen 16:1) en later koning Josafat van Juda bestrafte (2 Kronieken 19:2).
Historische context
Jehu leefde in de negende eeuw voor Christus. Zijn opstand wordt in de meeste handboeken rond 840 voor Christus geplaatst (vaak noemt men 841), en de Bijbel geeft hem achtentwintig jaar regering te Samaria (2 Koningen 10:36). Hij was dus koning tot in het laatste kwart van die eeuw. Het noordrijk Israël werd toen geregeerd door het huis van Omri. Omri had Samaria gesticht; zijn zoon Achab trouwde met Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en onder hen kreeg de dienst van Baal een plaats aan het hof. Na Achab regeerden zijn zonen Ahazia en Joram. Ook met Juda was het huis van Achab verbonden: Athalia, die de Bijbel een dochter van Omri noemt (2 Koningen 8:26), was koningin-moeder in Jeruzalem, en haar zoon Ahazia "was een schoonzoon van het huis van Achab" (2 Koningen 8:27). De buitenlandse dreiging kwam uit het noorden. Hazaël, die Elia eveneens moest zalven (1 Koningen 19:15), was koning van Syrië geworden en vocht om Ramoth in Gilead, een vestingstad ten oosten van de Jordaan. Joram raakte daar gewond en trok zich terug naar Jizreël om te herstellen (2 Koningen 8:28-29). Jehu bleef met de andere hoofdmannen achter in het legerkamp. Zo werd een militaire legerplaats de plek van de zalving. De gebeurtenissen spelen zich af in een klein gebied. Jizreël lag in de vlakte van die naam, met het koninklijk paleis en het stuk land van Naboth, dat Achab zich had toegeëigend (1 Koningen 21). Ahazia werd op de vlucht bij Jibleam getroffen en stierf in Megiddo (2 Koningen 9:27). Kronieken vult aan dat hij zich in Samaria verborgen had en tot Jehu gebracht werd (2 Kronieken 22:9); beide verslagen zijn met elkaar te verenigen. Samaria was de hoofdstad, waar de zonen van Achab werden opgevoed en waar de tempel van Baal stond. Na Jehu verloor Israël terrein: "In die dagen begon de HEERE Israel af te korten" (2 Koningen 10:32), want Hazaël veroverde het hele Overjordaanse gebied. Jehu werd opgevolgd door zijn zoon Joahaz (2 Koningen 13:1). Zijn huis regeerde tot het vierde geslacht, tot koning Zacharia na zes maanden door Sallum werd gedood (2 Koningen 15:8-12). Buiten de Bijbel komt Jehu waarschijnlijk voor op de Zwarte Obelisk van de Assyrische koning Salmanassar III, die nu in het British Museum staat. Daarop staat een knielende figuur die schatting brengt, met een bijschrift dat de meeste onderzoekers lezen als Jehu, zoon (dat wil zeggen: opvolger) van Omri. Of de figuur Jehu zelf of een gezant is, blijft onzeker. Een Aramese inscriptie uit Tel Dan, waarin een koning, vermoedelijk Hazaël, zegt Joram en Ahazia gedood te hebben, wordt verschillend verklaard. De Bijbel schrijft beide doden duidelijk aan Jehu toe. Uitleggers zien in de inscriptie vaak koninklijke grootspraak, of een claim van Hazaël op een omwenteling die hem als tegenstander van Joram goed uitkwam.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Vastberaden en snel: hij handelde direct na zijn zalving (2 Koningen 9:16)
- Gehoorzaam aan de profetische opdracht tegen het huis van Achab (2 Koningen 10:30)
- Verbond de gebeurtenissen uitdrukkelijk met het woord van de HEERE door Elia (2 Koningen 9:36)
- Maakte een einde aan de georganiseerde Baalsdienst in Israël (2 Koningen 10:28)
−Zwakke kanten
- Week niet af van de zonden van Jerobeam, de gouden kalveren te Bethel en Dan (2 Koningen 10:29)
- Wandelde niet met zijn hele hart in de wet van de HEERE (2 Koningen 10:31)
- Vergoot in Jizreël bloed waarover God later door Hosea oordeelt (Hosea 1:4)
Theologische betekenis
De geschiedenis van Jehu staat in het teken van het profetische woord. De schrijver laat telkens zien dat wat Elia had aangekondigd, letterlijk uitkwam: Joram werd geworpen op het stuk land van Naboth (2 Koningen 9:25-26), de honden aten Izebel bij Jizreël (2 Koningen 9:36), en van het huis van Achab bleef niemand over. Jehu zegt het zelf: "Weet nu, dat niets van het woord des HEEREN, hetwelk de HEERE tegen het huis van Achab gesproken heeft, zal op de aarde vallen" (2 Koningen 10:10). God laat Zijn oordeel soms lang wachten (Achab kreeg zelfs uitstel omdat hij zich vernederde, 1 Koningen 21:29), maar Zijn woord vervalt niet. Tegelijk is Jehu geen held zonder schaduw. Hij nam Jonadab mee met de woorden: "Ga met mij, en zie mijn ijver aan voor den HEERE" (2 Koningen 10:16). Die ijver was echt, maar hij liep tot een grens. De gouden kalveren van Bethel en Dan, het staatsheiligdom dat het noordrijk van Jeruzalem loshield (1 Koningen 12:26-28), liet Jehu staan. Zijn hervorming raakte de vreemde godsdienst van het vorige huis, niet de zonde die zijn eigen troon diende. Het oordeel van de Schrift is daarom gemengd. God zegt dat Jehu "welgedaan" heeft en belooft hem zonen tot het vierde geslacht (2 Koningen 10:30), wat ook zo gebeurde (2 Koningen 15:12). Maar meteen daarna staat dat hij de wet niet "met zijn ganse hart" hield (2 Koningen 10:31). Ongeveer een eeuw later laat God door Hosea zeggen: "zo zal Ik de bloedschulden van Jizreel bezoeken over het huis van Jehu" (Hosea 1:4). Hoe verhoudt dat zich tot de lof in 2 Koningen 10:30? Uitleggers geven verschillende antwoorden, die elkaar niet uitsluiten. Sommigen wijzen erop dat Jehu verder ging dan zijn opdracht, bijvoorbeeld met het doden van de broeders van Ahazia uit Juda. Anderen zien het verschil in het motief: dezelfde daad die God als oordeel bedoelde, werd voor Jehu een middel tot eigen macht. De gereformeerde uitleg legt er vaak de nadruk op dat God een mens als werktuig kan gebruiken zonder diens hart goed te keuren. Zo wordt Jehu een les over het onderscheid tussen uiterlijke ijver en een hart dat God zoekt. "De mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan" (1 Samuël 16:7). Het Nieuwe Testament noemt Jehu niet bij naam.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Jehu (יֵהוּא, Hebreeuws)
Betekenis
Waarschijnlijk: de HEERE is Hij
Betekenis van de naam Jehu: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Zijn naam genoemd aan Elia
Op de Horeb geeft de HEERE Elia drie opdrachten: Hazaël zalven tot koning van Syrië, Jehu tot koning over Israël en Elisa tot profeet. Wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, zal Jehu doden.
1 Koningen 19:15-17
Gezalfd te Ramoth in Gilead
Een jongeling uit de zonen der profeten roept Jehu uit de kring van hoofdmannen, giet in een binnenkamer olie op zijn hoofd en geeft hem de opdracht het huis van Achab te slaan. Daarna vlucht hij. De hoofdmannen leggen hun klederen onder Jehu en roepen: Jehu is koning geworden!
2 Koningen 9:1-13
De rit naar Jizreël
Jehu laat niemand de stad uit om Joram te waarschuwen en rijdt zelf naar Jizreël. Twee ruiters die vragen of het vrede is, moeten achter hem aansluiten. De wachter herkent hem aan de manier waarop hij zijn wagen drijft.
2 Koningen 9:15-20
Joram en Ahazia gedood
Op het stuk land van Naboth schiet Jehu een pijl door het hart van Joram en laat zijn lichaam daar werpen, naar het woord van de HEERE. Ahazia van Juda wordt op de vlucht getroffen en sterft in Megiddo.
2 Koningen 9:21-29
Het einde van Izebel
Izebel spreekt Jehu vanuit het venster aan als Zimri. Op zijn bevel werpen kamerlingen haar naar beneden. Als men haar wil begraven, is er bijna niets van haar over, zoals Elia had aangekondigd.
2 Koningen 9:30-37
Het huis van Achab uitgeroeid
Jehu dwingt de oudsten van Samaria per brief tot een keuze. Zij sturen hem de hoofden van de zeventig zonen van Achab. Onderweg laat hij ook tweeënveertig broeders van Ahazia doden en neemt hij Jonadab, de zoon van Rechab, op zijn wagen mee.
2 Koningen 10:1-17
De Baalsdienaren in de tempel van Baal
Jehu kondigt een groot offerfeest voor Baal aan en roept alle profeten, dienaren en priesters van Baal bijeen. Tachtig mannen staan buiten klaar. Na het offer worden de Baalsdienaren gedood en de tempel van Baal afgebroken.
2 Koningen 10:18-28
De gouden kalveren bleven
De HEERE belooft Jehu zonen tot het vierde geslacht op de troon. Toch wijkt Jehu niet van de zonden van Jerobeam, de gouden kalveren te Bethel en Dan. Hij sterft na achtentwintig jaar regering en wordt in Samaria begraven.
2 Koningen 10:29-36
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jehu beter te begrijpen.
1 Koningen 19:16
“Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.”
Op de Horeb hoort Elia voor het eerst de naam van Jehu. De zalving zelf gebeurt jaren later, via Elisa.
2 Koningen 9:6
“Toen stond hij op, en ging in huis; hij dan goot de olie op zijn hoofd, en hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u gezalfd tot koning over het volk des HEEREN, over Israel.”
De zalving in de binnenkamer te Ramoth in Gilead. Israël heet hier uitdrukkelijk het volk van de HEERE.
2 Koningen 9:20
“En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.”
De bron van de uitdrukking rijden als Jehu. Drijven is hier het mennen van paarden en wagen; onzinniglijk betekent als een razende.
2 Koningen 9:22
“Het geschiedde nu, als Joram Jehu zag, dat hij zeide: Is het ook vrede, Jehu? Maar hij zeide: Wat vrede, zo lang als de hoererijen van uw moeder Izebel, en haar toverijen zo vele zijn?”
Jehu noemt de afgoderij van Izebel als de reden waarom er geen vrede kan zijn met het huis van Achab.
2 Koningen 10:16
“En hij zeide: Ga met mij, en zie mijn ijver aan voor den HEERE. Zo deden zij hem rijden op zijn wagen.”
Jehu laat zijn ijver zien aan Jonadab, de zoon van Rechab. Het woord ijver kenmerkt zijn hele optreden.
2 Koningen 10:30
“De HEERE dan zeide tot Jehu: Daarom dat gij welgedaan hebt, doende wat recht is in Mijn ogen, en hebt aan het huis van Achab gedaan, naar alles, wat in Mijn hart was, zullen u zonen tot het vierde gelid op den troon van Israel zitten.”
Gods erkenning van wat Jehu tegen het huis van Achab deed, met de belofte van vier geslachten op de troon.
2 Koningen 10:31
“Maar Jehu nam niet waar te wandelen in de wet des HEEREN, des Gods van Israel, met zijn ganse hart; hij week niet van de zonden van Jerobeam, die Israel zondigen deed.”
Het vers dat direct op de lof volgt: de hervorming bleef halverwege steken.
Hosea 1:4
“En de HEERE zeide tot hem: Noem zijn naam Jizreel, want nog een weinig tijds, zo zal Ik de bloedschulden van Jizreel bezoeken over het huis van Jehu, en zal het koninkrijk van het huis van Israel doen ophouden.”
Ongeveer een eeuw later kondigt Hosea het einde van het huis van Jehu aan, met een verwijzing naar het bloed dat in Jizreël vloeide.
Tijdperiode
~840 v.Chr.
Jehu leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Jehu leert ons dat God Zijn woord houdt, ook als het lang duurt. Tussen de aankondiging aan Elia en de vervulling lagen jaren, en in die tijd leek het huis van Achab onaantastbaar. Toch viel er niets van wat God gezegd had op de aarde. Dat geeft rust aan wie onrecht ziet dat ongestraft lijkt te blijven: het oordeel ligt in Gods hand, niet in de onze. Een tweede les gaat over ijver. Jehu wilde dat anderen zijn ijver voor de HEERE zouden zien. Er is niets mis met vurigheid, maar ijver die gezien wil worden, raakt gemakkelijk vermengd met eigenbelang. Jehu brak af wat zijn tegenstanders dierbaar was, maar liet de kalveren staan die Jerobeam juist had opgericht om zijn troon te beveiligen (1 Koningen 12:26-28). Wij doen er goed aan ons af te vragen of onze inzet voor de goede zaak ook onze eigen afgoden raakt. Daarnaast laat zijn leven zien dat het God om het hart gaat. Jehu deed veel wat recht was in Gods ogen, en toch wordt van hem gezegd dat hij niet met zijn ganse hart in de wet wandelde. Uiterlijke resultaten en innerlijke gehoorzaamheid zijn niet hetzelfde. God vraagt geen halve hervorming, maar een leven dat aan Hem toebehoort. Ten slotte waarschuwt Hosea 1:4 ons dat God ook ziet hoe wij iets doen. Een opdracht van God geeft geen vrijbrief voor hardheid of eigen wraak. Wie Gods zaak dient, blijft zelf aan Gods wet gebonden.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Jehu
Wie was Jehu in de Bijbel?
Wat betekent de naam Jehu?
Waar staat Jehu in de Bijbel?
Wat betekent rijden als Jehu?
Wie zalfde Jehu tot koning?
Waarom liet Jehu Izebel uit het venster werpen?
Hoe roeide Jehu de Baalsdienst uit?
Was Jehu een goede of een slechte koning?
Wat bedoelt Hosea met de bloedschulden van Jizreël?
Is Jehu dezelfde als de profeet Jehu, de zoon van Hanani?
Wordt Jehu buiten de Bijbel genoemd?
Wat kunnen wij leren van Jehu?
Stel een vraag over Jehu
Wilt u meer weten over Jehu? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over JehuBijbelverhalen rond Jehu
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Jehu in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Jehu.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Jehu in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Jehu.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Jehu aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.