Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~870 v.Chr.

Josafat in de Bijbel

Jehosjafat (יְהוֹשָׁפָט, Hebreeuws) - “De HEERE heeft gericht”

Wie was Josafat?

Josafat was koning van Juda, de zoon van Asa, en regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem. Hij zocht de HEERE, liet de wet onderwijzen en stelde richters aan, maar verbond zich met Achab. Toen Moab en Ammon kwamen, hoorde hij: "de strijd is niet uwe, maar Gods" (2 Kronieken 20:15).

Koning Josafat staat in 1 Koningen 22, 2 Koningen 3 en vooral in 2 Kronieken 17 tot en met 20. Hij was de zoon van Asa en zijn moeder heette Azuba (1 Koningen 22:42). De Statenvertaling schrijft zijn naam als Josafat; één naamgenoot in 1 Koningen 4:17 heet daar Josafath. Kronieken schetst hem als een koning die de HEERE zocht: "En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet" (2 Kronieken 17:3). Hij liet het volk onderwijzen in de wet en stelde richters aan. Tegelijk sloot hij een bondgenootschap met Achab, de koning van Israël, en zijn zoon Joram trouwde met Athalia, Achabs dochter. Die keuze kwam hem op bestraffing te staan en drukte later een zware stempel op zijn huis. Het bekendste hoofdstuk is 2 Kronieken 20. Een grote menigte uit Moab, Ammon en het gebergte Seir trok op naar Juda. Josafat vreesde, riep een vasten uit en bad in de tempel. Door de Leviet Jahaziël kwam het antwoord: "Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods" (2 Kronieken 20:15). Josafat is niet te verwarren met Josafat, de zoon van Achilud, de kanselier van David (2 Samuël 8:16), en ook niet met Josafat, de zoon van Nimsi, de vader van koning Jehu (2 Koningen 9:2). Die koning Jehu is weer een ander dan de ziener Jehu, de zoon van Hanani, die koning Josafat bestrafte. Koning Jehu roeide later het huis van Achab uit en doodde daarbij Josafats kleinzoon Ahazia, de koning van Juda (2 Koningen 9:27).

Historische context

Josafat regeerde vijfentwintig jaar, ruwweg in het midden van de negende eeuw v.Chr. Zijn regering wordt vaak rond 872 tot 848 v.Chr. gedateerd, maar de jaartallen verschillen per uitlegger. Veel uitleggers nemen aan dat hij een tijd samen met zijn vader regeerde, en later met zijn zoon Joram (vergelijk 2 Koningen 8:16). Hij werd koning "in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel" (1 Koningen 22:41). Het rijk was toen al enkele generaties verdeeld: in het zuiden het huis van David in Jeruzalem, in het noorden het huis van Omri in Samaria. Na jaren van oorlog tussen de twee rijken koos Josafat voor vrede: "En Josafat maakte vrede met den koning van Israel" (1 Koningen 22:45). "Josafat nu had rijkdom en eer in overvloed; en hij verzwagerde zich aan Achab" (2 Kronieken 18:1). Het huwelijk van zijn zoon Joram met Athalia bezegelde dat verbond (2 Kronieken 21:6). Met Achab trok hij op naar Ramoth in Gilead, met Achabs zoon Ahazia bouwde hij schepen te Ezeon-Geber (2 Kronieken 20:35-36), en met Achabs zoon Joram trok hij tegen Moab op (2 Koningen 3:7). De schepen werden verbroken, zoals de profeet Eliëzer had aangekondigd (2 Kronieken 20:37). Volgens 1 Koningen 22:50 weigerde Josafat daarna een nieuw voorstel van Ahazia om samen te varen; veel uitleggers lezen dat als een les uit de bestraffing door Eliëzer. Binnen Juda werkte Josafat aan onderwijs en recht. In zijn derde regeringsjaar trokken vorsten, Levieten en priesters rond, "en het wetboek des HEEREN was bij hen" (2 Kronieken 17:9). Hij stelde richters aan in de vaste steden en een hof in Jeruzalem, met de hoofdpriester Amarja voor de zaken des HEEREN en Zebadja voor de zaken van de koning (2 Kronieken 19:11). Kronieken zegt dat hij de hoogten wegnam (2 Kronieken 17:6), maar ook dat de hoogten niet werden weggenomen (2 Kronieken 20:33). Veel uitleggers lezen dat zo dat de koning de afgodische plaatsen bestreed, terwijl het volk bleef offeren op de hoogten; de tekst geeft zelf als reden dat het volk zijn hart nog niet had geschikt tot de God zijner vaderen. Josafat stierf en werd begraven in de stad Davids (2 Kronieken 21:1).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Zocht de HEERE en wandelde in Zijn geboden (2 Kronieken 17:4)
  • Wilde het woord van een profeet des HEEREN horen (1 Koningen 22:7)
  • Zorgde voor onderwijs in de wet en eerlijke rechtspraak (2 Kronieken 19:6)
  • Bracht zijn nood in gebed bij God (2 Kronieken 20:12)

−Zwakke kanten

  • Verbond zich met het goddeloze huis van Achab (2 Kronieken 19:2)
  • Verbond zich opnieuw met Ahazia van Israël om schepen te bouwen (2 Kronieken 20:35)

Theologische betekenis

Het gebed van Josafat in 2 Kronieken 20 bouwt op Gods eerdere daden en beloften. Hij noemt God de Heerser over alle koninkrijken, wijst op het land dat aan "het zaad van Abraham, Uw liefhebber" gegeven is (2 Kronieken 20:7), en grijpt terug op het gebed van Salomo bij de inwijding van de tempel: in benauwdheid zal het volk roepen en God zal verhoren (2 Kronieken 20:9). Het eindigt met een belijdenis van onmacht: "in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U" (2 Kronieken 20:12). Gods antwoord klinkt als een echo van eerdere verlossingen. De woorden "staat en ziet het heil des HEEREN" (2 Kronieken 20:17) herinneren aan de woorden van Mozes bij de Rode Zee (Exodus 14:13), en "de strijd is niet uwe, maar Gods" aan de woorden van David tegenover Goliath: "de krijg is des HEEREN" (1 Samuël 17:47). Josafat roept het volk op: "Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden" (2 Kronieken 20:20; vergelijk Jesaja 7:9). Zangers gaan voor het leger uit met "Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid!" (2 Kronieken 20:21). Tegelijk is Josafat geen held zonder schaduw. De ziener Jehu vraagt hem: "Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben?" (2 Kronieken 19:2). Door het huwelijk van Joram met Athalia wandelde Juda in de weg van het huis van Achab (2 Kronieken 21:6), kwam de dienst van de Baals tot in het huis des HEEREN (2 Kronieken 24:7) en ging het huis van David later bijna ten onder (2 Kronieken 22:10). Kronieken laat zo zien dat trouw aan God en verbintenissen met wie Hem haten slecht samengaan. Josafat staat ook in het geslachtsregister van Jezus: "En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram" (Mattheüs 1:8). De lijn van David liep door hem heen naar de Messias.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jehosjafat (יְהוֹשָׁפָט, Hebreeuws)

Betekenis

De HEERE heeft gericht

Betekenis van de naam Josafat: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Een koning die de HEERE zocht

Josafat volgt zijn vader Asa op. Hij zoekt de God van zijn vader, wandelt in Zijn geboden en neemt de hoogten en de bossen uit Juda weg.

2 Kronieken 17:3-6

2

Het wetboek door Juda

In zijn derde regeringsjaar stuurt hij vorsten, Levieten en priesters door de steden van Juda om het volk te onderwijzen uit het wetboek des HEEREN.

2 Kronieken 17:7-9

3

Met Achab naar Ramoth in Gilead

Josafat trekt met Achab ten strijde. In de strijd ziet men hem voor de koning van Israël aan; hij roept, en de HEERE helpt hem.

2 Kronieken 18:28-32

4

Bestraffing en rechtspraak

De ziener Jehu, de zoon van Hanani, bestraft hem omdat hij de goddeloze hielp. Josafat brengt het volk terug tot de HEERE en stelt richters aan in alle vaste steden.

2 Kronieken 19:2-7

5

De strijd is niet uwe, maar Gods

Moab, Ammon en Seir trekken op. Josafat bidt in de tempel, Jahaziël brengt Gods antwoord, zangers gaan voor het leger uit en de vijanden verslaan elkaar.

2 Kronieken 20:5-23

6

Met Joram tegen Moab

Op de tocht door de woestijn van Edom raakt het water op. Josafat vraagt naar een profeet; Elisa spreekt het woord des HEEREN omdat hij Josafat aanziet.

2 Koningen 3:7-18

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Josafat beter te begrijpen.

2 Kronieken 17:3

“En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.”

Het begin van zijn regering: Kronieken meet hem aan David en stelt hem tegenover de Baälsdienst in het noorden.

2 Kronieken 19:2

“En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.”

Na de veldtocht met Achab bestraft de ziener Jehu de koning om zijn verbond met het huis van Achab.

2 Kronieken 20:12

“O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.”

Het slot van Josafats gebed in de tempel, toen Moab en Ammon tegen Juda optrokken.

2 Kronieken 20:15

“En hij zeide: Merkt op, geheel Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem, en gij, koning Josafat! Alzo zegt de HEERE tot ulieden: Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods.”

Gods antwoord door de Leviet Jahaziël, uit de zonen van Asaf. Dit is de bron van de bekende woorden over de strijd.

2 Kronieken 20:20

“En zij maakten zich des morgens vroeg op, en togen uit naar de woestijn van Thekoa; en als zij uittogen, stond Josafat en zeide: Hoort mij, o Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem! Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft aan Zijn profeten, en gij zult voorspoedig zijn.”

Voordat er iets gebeurd is, roept Josafat het volk op om op Gods woord te vertrouwen.

Tijdperiode

~870 v.Chr.

Josafat leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Josafat leert ons dat erkende onmacht geen schande is, maar een begin. Hij zei tegen God dat hij niet wist wat hij doen moest, en richtte zijn ogen op Hem (2 Kronieken 20:12). Ook wij staan soms voor een overmacht die wij niet kunnen keren. Het eerste wat wij dan kunnen doen, is met heel ons huis voor Gods aangezicht gaan staan, zoals heel Juda deed, met de vrouwen en kinderen erbij (2 Kronieken 20:13). Zijn leven laat ook zien hoe zwaar verbintenissen kunnen wegen. Josafat bedoelde het goed met de vrede met Israël, maar hij bond zich aan een huis dat de HEERE haatte, en zijn kleinkinderen betaalden de prijs. De vraag van Jehu blijft ook voor ons scherp: met wie verbinden wij ons, in huwelijk, werk en vriendschap, en wat doet dat met onze trouw aan God? Josafat zorgde ervoor dat het volk de wet kende en dat rechters eerlijk oordeelden, omdat zij het gericht niet hielden voor de mens, maar voor de HEERE (2 Kronieken 19:6). Wie verantwoordelijkheid draagt, in een gezin, een gemeente of een bedrijf, mag weten dat hij voor God handelt. Ten slotte gingen de zangers voor het leger uit. Lof en dank hoeven niet te wachten tot de nood voorbij is; zij kunnen een daad van geloof zijn midden in de strijd.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Josafat

Wie was Josafat in de Bijbel?
Josafat was koning van Juda, de zoon van Asa. Hij regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem, in de tijd van Achab en de profeten Elia en Elisa. Hij zocht de HEERE, liet het volk onderwijzen in de wet en stelde richters aan. Hij verbond zich echter met het huis van Achab. Bekend is zijn gebed toen Moab en Ammon tegen Juda optrokken (2 Kronieken 20).
Wat betekent de naam Josafat?
Josafat is de Nederlandse vorm van het Hebreeuwse Jehosjafat. De naam betekent: de HEERE heeft gericht, of de HEERE oordeelt. Dat past bij zijn regering, want Josafat stelde richters aan en zei tegen hen dat zij het gericht niet voor de mens hielden, maar voor de HEERE (2 Kronieken 19:6).
Waar staat Josafat in de Bijbel?
Het verhaal van koning Josafat staat in 1 Koningen 22, 2 Koningen 3 en uitgebreider in 2 Kronieken 17 tot en met 20. Zijn dood en opvolging staan in 1 Koningen 22:51 en 2 Kronieken 21:1. In het Nieuwe Testament wordt hij genoemd in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:8).
Waar staat "de strijd is niet uwe, maar Gods"?
Deze woorden staan in 2 Kronieken 20:15. Moab, Ammon en mensen uit het gebergte Seir trokken met een grote menigte tegen Juda op. Josafat riep een vasten uit en bad in de tempel. Toen sprak de Leviet Jahaziël: "Vreest gijlieden niet, en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Gods." Juda hoefde niet te strijden: de vijanden keerden zich tegen elkaar.
Waarom werd Josafat bestraft?
Josafat werd bestraft omdat hij Achab, de goddeloze koning van Israël, hielp in de oorlog bij Ramoth in Gilead. De ziener Jehu, de zoon van Hanani, vroeg hem: "Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben?" (2 Kronieken 19:2). Hij voegde er wel aan toe dat er goede dingen bij Josafat gevonden waren, omdat hij God zocht (2 Kronieken 19:3).
Wat gebeurde er in het dal van Beracha?
Nadat Moab en Ammon elkaar hadden verslagen, verzamelde Josafat het volk op de vierde dag in een dal om de HEERE te loven. Daarom noemden zij die plaats het dal van Beracha (2 Kronieken 20:26). Beracha betekent zegen of lofprijzing. Daarna keerde Juda met blijdschap en muziek terug naar het huis des HEEREN in Jeruzalem.
Is het dal van Josafat genoemd naar koning Josafat?
Dat zegt de Bijbel niet. Het dal van Josafat komt voor in Joël 3:2 en Joël 3:12 als de plaats waar God de heidenen zal richten. Veel uitleggers lezen de naam vooral als betekenis: de HEERE richt. Sommigen denken ook aan de overwinning van koning Josafat in 2 Kronieken 20, maar de tekst legt dat verband niet uitdrukkelijk.
Welke andere mannen heten Josafat in de Bijbel?
Behalve de koning van Juda noemt de Bijbel onder anderen Josafat, de zoon van Achilud, kanselier onder David (2 Samuël 8:16), en Josafat, de zoon van Nimsi, de vader van koning Jehu van Israël (2 Koningen 9:2). Onder Salomo was er ook een Josafath, de zoon van Paruah, die als stadhouder in Issaschar diende (1 Koningen 4:17).
Hoe lang regeerde Josafat en wie volgde hem op?
Josafat was vijfendertig jaar oud toen hij koning werd en regeerde vijfentwintig jaar in Jeruzalem (2 Kronieken 20:31). Na zijn dood werd hij begraven in de stad Davids, en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats (2 Kronieken 21:1). Joram was getrouwd met Athalia, de dochter van Achab, en deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
Wat kunnen wij leren van Josafat?
Wij leren van Josafat dat wij in nood eerst God mogen zoeken, ook als wij niet weten wat te doen: "maar onze ogen zijn op U" (2 Kronieken 20:12). Zijn leven laat ook zien dat verbintenissen met wie God haten schade doen, zelfs bij een koning die het goed bedoelde. En hij herinnert ons eraan dat wie oordeelt of leiding geeft, dat doet voor de HEERE.

Stel een vraag over Josafat

Wilt u meer weten over Josafat? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Josafat

Bijbelverhalen rond Josafat

Verdiep u verder