De intocht in Jeruzalem
Jezus rijdt als zachtmoedige Koning de stad binnen
Samenvatting
De intocht in Jeruzalem is de geschiedenis uit Mattheüs 21:1-11 en Johannes 12:12-19 van de Heere Jezus Die kort voor het Pascha op een ezelsveulen de stad binnenrijdt. Zo vervult Hij de profetie van Zacharia over de zachtmoedige Koning. De scharen spreiden kleren en takken op de weg en roepen Hosanna. De stad vraagt wie Hij is, en de discipelen begrijpen het pas later. Enkele dagen daarna wordt Hij gekruisigd.
Bijbelgedeelte
“Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.”
“Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.”
“En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!”
“En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?”
“Namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israels!”
“Doch dit verstonden Zijn discipelen in het eerst niet; maar als Jezus verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven was, en dat zij Hem dit gedaan hadden.”
Het verhaal
Mattheüs 21:1-11 en Johannes 12:12-19 vertellen hoe de Heere Jezus kort voor het Pascha Jeruzalem binnenreed, gezeten op een ezelsveulen. Ook Markus 11:1-11 en Lukas 19:28-40 beschrijven deze gebeurtenis. Zij opent de laatste week voor Zijn lijden en sterven. Onderweg had Jezus de twaalf discipelen gezegd: "Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden" (Mattheüs 20:18). Johannes vertelt dat Hij zes dagen voor het Pascha in Bethanië kwam, waar Hij kort daarvoor Lazarus uit de doden had opgewekt (Johannes 12:1). Daar bereidde men Hem een maaltijd (Johannes 12:2). De dag daarna trok Hij naar de stad (Johannes 12:12).
Waarom reed Jezus op een ezel Jeruzalem binnen?
Bij Beth-fage, aan de Olijfberg, zond Jezus twee discipelen vooruit. In het dorp tegenover hen zouden zij een ezelin vinden die gebonden stond, met een veulen bij haar. Zij moesten de dieren losmaken en bij Hem brengen. Als iemand er iets van zei, moesten zij antwoorden "dat de Heere deze van node heeft" (Mattheüs 21:3). Jezus spreekt hier als Iemand Die weet wat er gebeuren zal en Die Zelf de weg bepaalt. Hij wordt niet naar Jeruzalem gedreven; Hij gaat.
Mattheüs zegt waarom het zo gebeurde: "Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet" (Mattheüs 21:4). Hij haalt de profeet Zacharia aan: "Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin" (Mattheüs 21:5). Johannes citeert dezelfde profetie met de woorden "Vrees niet, gij dochter Sions" (Johannes 12:15). De Koning komt niet op een strijdros, maar zachtmoedig, op een jong lastdier. De discipelen deden wat Jezus hun bevolen had. Zij brachten de ezelin en het veulen, legden hun klederen erop en zetten Hem daarop (Mattheüs 21:6-7). Johannes zegt het kort: Jezus vond een jongen ezel en zat daarop (Johannes 12:14).
Wat riepen de mensen bij de intocht van Jezus?
Het grootste deel van de schare spreidde de klederen op de weg; anderen hieuwen takken van de bomen en legden die op de weg (Mattheüs 21:8). Johannes vertelt dat er ook een grote schare uit de stad kwam: mensen die voor het feest naar Jeruzalem gekomen waren. Zij hoorden dat Jezus kwam, namen takken van palmbomen en gingen Hem tegemoet (Johannes 12:12-13). Zo waren er scharen die voorgingen en scharen die volgden, en zij riepen: "Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen" (Mattheüs 21:9).
Hosanna is een Hebreeuws woord. Het is dezelfde bede als in Psalm 118:25: "Och HEERE! geef nu heil". De zegenspreuk die volgt, komt uit het volgende vers van die psalm. Met de titel Zoon van David noemen de scharen Jezus de beloofde Koning uit het huis van David. Bij Johannes zeggen zij het nog duidelijker: "Hij, Die is de Koning Israels" (Johannes 12:13). Lukas vertelt dat enkele Farizeeën Jezus vroegen Zijn discipelen te bestraffen. Hij antwoordde dat, "zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen" (Lukas 19:40).
Hoe reageerde Jeruzalem op de intocht van Jezus?
Toen Jezus de stad binnenkwam, werd de gehele stad beroerd. Overal klonk de vraag: "Wie is Deze"? (Mattheüs 21:10). De scharen antwoordden: "Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea" (Mattheüs 21:11). Dat antwoord noemt Zijn naam en Zijn herkomst. Wie Hij werkelijk is, zou in de dagen daarna blijken. Lukas vertelt dat Jezus, toen Hij de stad zag, over haar weende en zei: "Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient" (Lukas 19:42).
Waarom begrepen de discipelen de intocht pas later?
Johannes voegt iets toe wat de andere evangelisten niet vermelden: "Doch dit verstonden Zijn discipelen in het eerst niet; maar als Jezus verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven was" (Johannes 12:16). Zij liepen mee en deden wat Jezus vroeg, maar de betekenis zagen zij pas later. In hetzelfde hoofdstuk zegt Jezus dat het uur gekomen is waarop de Zoon des mensen verheerlijkt zal worden, en Hij spreekt over het tarwegraan dat in de aarde valt en sterft (Johannes 12:23-24). De verheerlijking gaat dus door Zijn dood en opstanding heen.
Johannes noemt ook waarom de schare Hem tegemoet ging. De mensen die erbij waren toen Hij Lazarus uit het graf riep, getuigden ervan, en anderen hadden gehoord dat Hij dat teken gedaan had (Johannes 12:17-18). De Farizeeën zeiden tegen elkaar: "Ziet gij wel, dat gij gans niet vordert? Ziet, de gehele wereld gaat Hem na" (Johannes 12:19). Kort daarvoor hadden de overpriesters en de Farizeeën besloten Hem te doden (Johannes 11:53). Mattheüs vertelt verder dat Jezus de tempel reinigde, blinden en kreupelen genas, en daarna in Bethanië overnachtte (Mattheüs 21:12-17). Enkele dagen later werd Hij gekruisigd.
Achtergrond
Het Pascha was een van de drie feesten waarop de Israëlieten voor het aangezicht van de HEERE moesten verschijnen (Deuteronomium 16:16). Johannes vertelt dat velen al vóór het feest naar Jeruzalem opgingen om zich te reinigen (Johannes 11:55). De stad was dus vol pelgrims. Beth-fage en Bethanië lagen aan de oostkant van Jeruzalem, bij de Olijfberg. Vandaar ging de weg omlaag naar de stad; Lukas spreekt van "den afgang des Olijfbergs" (Lukas 19:37).
Wat de mensen deden, past bij het ontvangen van een koning. Toen Jehu koning werd, nam ieder zijn kleed en legde het onder hem (2 Koningen 9:13). Ook koningen reden op ezels en muilezels: David liet Salomo rijden op de muilezelin die voor hem was, toen hij hem tot koning liet zalven (1 Koningen 1:33). Toch is een ezel een dier voor vrede en dagelijks werk, geen paard voor de oorlog. Zacharia zet de Koning op het veulen tegenover de wagens en de paarden die de HEERE zal uitroeien (Zacharia 9:10).
Palmtakken noemt de wet bij het Loofhuttenfeest (Leviticus 23:40). In Openbaring staat een grote schare voor de troon, en "palm takken waren in hun handen" (Openbaring 7:9). Alleen Johannes noemt de palmbomen bij de intocht. De naam Palmzondag komt uit de kerk. Jezus kwam zes dagen voor het Pascha in Bethanië, waar men Hem een maaltijd bereidde (Johannes 12:1-2). De dag daarna volgde de intocht (Johannes 12:12). De dag van de week noemt de Bijbel niet.
Betekenis
In Mattheüs 21 staat God Zelf achter wat er gebeurt. Mattheüs zegt het met zijn vaste woorden: dit is geschied "opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet" (Mattheüs 21:4). Eeuwen eerder had de HEERE door Zacharia 9 beloofd: "Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel" (Zacharia 9:9). Wat God zegt, doet Hij. De intocht is geen toevallige volksoploop, maar de vervulling van Zijn woord. Ook Jezus Zelf handelt bewust: Hij zendt de discipelen, Hij weet waar het veulen staat, en Hij gaat naar de stad waarvan Hij gezegd had dat Hij daar zou worden overgeleverd.
Wat voor Koning komt er? Zacharia noemt Hem rechtvaardig, een Heiland en arm. Mattheüs legt de nadruk op zachtmoedig. Jezus zei dat ook van Zichzelf: "leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart" (Mattheüs 11:29). Het vers dat bij Zacharia volgt, zegt dat de wagens en de paarden worden uitgeroeid en dat de Koning "den heidenen vrede spreken" zal (Zacharia 9:10). Hij komt niet om met geweld te heersen. Kort daarvoor zei Jezus dat de Zoon des mensen gekomen is "om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Mattheüs 20:28).
De scharen riepen met woorden uit Psalm 118. Later in dezelfde week haalt Jezus uit die psalm het vers aan over de steen die de bouwlieden verworpen hebben en die tot een hoofd des hoeks geworden is (Mattheüs 21:42). De Zoon van David Die zo wordt toegejuicht, is de Steen Die verworpen zal worden. Daarom verstonden de discipelen de intocht pas toen Hij verheerlijkt was. Johannes zegt elders iets vergelijkbaars: na de opstanding werden de discipelen gedachtig wat Hij gezegd had, en "zij geloofden de Schrift, en het woord, dat Jezus gesproken had" (Johannes 2:22). Zijn koningschap gaat langs het kruis.
Lukas laat ook de ernst zien. Jezus weende over de stad, omdat zij niet bekend had "den tijd uwer bezoeking" (Lukas 19:44). God komt Jeruzalem in Zijn Zoon vriendelijk tegemoet, maar die komst is niet vrijblijvend. Zo eindigt de intocht bij Mattheüs met een vraag die iedere lezer raakt: "Wie is Deze"? (Mattheüs 21:10).
Lessen voor vandaag
God doet wat Hij belooft. Eeuwen na Zacharia reed de Koning de stad binnen zoals de HEERE het had laten zeggen. Dat geeft vastigheid aan Zijn woord. Wie twijfelt of God Zijn beloften houdt, mag zien hoe nauwkeurig Hij deze profetie vervulde, tot het veulen van een ezelin toe.
Christus komt zachtmoedig. Wie zich klein of schuldig weet, hoeft niet bang te zijn voor deze Koning: "Vrees niet, gij dochter Sions, zie, uw Koning komt" (Johannes 12:15). Zijn nederigheid is geen zwakte, maar de weg die Hij koos om zondaars te redden. Dat vraagt dat wij Hem ontvangen zoals Hij komt, en niet zoals wij een koning zouden willen hebben.
Roepen is nog niet kennen. De scharen riepen Hosanna, terwijl de stad vroeg wie Hij was, en zelfs de discipelen begrepen het pas later. De vraag wie Jezus is, blijft voor ieder mens staan. Het antwoord geeft God in de Schrift, en Jezus beloofde dat de Heilige Geest Zijn discipelen "indachtig maken" zou "alles, wat Ik u gezegd heb" (Johannes 14:26).
Jezus ging vrijwillig. Hij reed Jeruzalem binnen terwijl Hij wist dat Hij daar zou worden overgeleverd en gekruisigd (Mattheüs 20:18-19). Wie Hosanna roept, vraagt om heil. Dat heil gaf Hij niet door de macht te grijpen, maar door Zijn leven te geven.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was bijna Pascha, het grote feest van het volk Israël. Uit het hele land reisden mensen naar Jeruzalem. Ook de Heere Jezus ging met Zijn discipelen naar de stad. Ze kwamen bij Beth-fage, aan de Olijfberg. Die berg ligt vlak bij Jeruzalem.
Jezus stuurde twee van Zijn discipelen vooruit. Hij zei dat ze naar het dorp tegenover hen moesten gaan. Daar zouden ze meteen een ezelin vinden die vastgebonden stond. Bij haar zou een veulen zijn. Een veulen is een jong ezeltje. De discipelen moesten de dieren losmaken en bij Hem brengen. En als iemand er iets van zei? Dan moesten ze zeggen "dat de Heere deze van node heeft". Dat betekent: de Heere heeft ze nodig.
Jezus wist dus al precies waar de dieren stonden. De discipelen gingen en deden wat Hij gezegd had.
Waarom moest het een ezel zijn? Lang tevoren had God door een profeet laten zeggen hoe de Koning naar Jeruzalem zou komen. Die woorden kwamen nu uit. De profeet had gezegd: "Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig". Zachtmoedig betekent: vriendelijk en nederig, niet trots en niet hard. Koningen die oorlog voeren, rijden op paarden. Deze Koning kwam op een jonge ezel. De profeet zei ook dat deze Koning vrede zou brengen.
De discipelen brachten de ezelin en het veulen bij Jezus. Ze legden hun kleren op de dieren, en ze zetten Jezus erop. Johannes schrijft dat Jezus op het jonge ezeltje zat. Zo reed Hij naar Jeruzalem.
Er liepen heel veel mensen mee. Velen legden hun kleren op de weg. Anderen hakten takken van de bomen en legden die ook op de weg. Zo eerden ze Jezus als Koning. Er kwam ook een grote menigte uit de stad. Dat waren mensen die voor het feest naar Jeruzalem gekomen waren. Ze hadden gehoord dat Jezus eraan kwam. Ze namen takken van palmbomen en gingen Hem tegemoet.
Waarom kwamen al die mensen? Kort daarvoor had Jezus Lazarus uit het graf geroepen. Lazarus was dood geweest, en Jezus had hem levend gemaakt. Wie dat gezien had, vertelde het verder. Daarom gingen zoveel mensen Hem tegemoet.
De mensen die voorop liepen en de mensen die achteraan liepen, riepen allemaal: "Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen". Hosanna betekent: Heere, geef toch redding! De Zoon van David is de grote Koning Die God aan Zijn volk beloofd had. De mensen riepen ook dat Jezus de Koning van Israël was.
Toen Jezus Jeruzalem binnenkwam, raakte de hele stad in beroering. Iedereen was opgeschrikt. Overal vroegen mensen wie Hij was. De menigte antwoordde: "Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea".
De discipelen begrepen toen nog niet wat er gebeurde. Pas later, na Zijn sterven en opstanding, toen Jezus verheerlijkt was, dachten ze eraan terug. Toen zagen ze dat dit allemaal over Hem geschreven stond, en dat zij het voor Hem gedaan hadden.
De Farizeeën wilden niet dat de mensen Jezus volgden. Maar ze zeiden tegen elkaar dat ze er niets tegen konden doen: "Ziet, de gehele wereld gaat Hem na".
Zo kwam de Heere Jezus als Koning in Jeruzalem. Een paar dagen later zou Hij daar aan het kruis sterven. Hij is een andere Koning dan alle koningen: Hij kwam niet om te heersen met geweld, maar om Zijn leven te geven en te redden.
“Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!” (Mattheüs 21:9)
Tips voor de verteller
- Kinderen vinden een koning op een ezel vaak vreemd of grappig. Lees na de vertelling Zacharia 9:9 voor en leg uit dat de ezel hier geen grap is: God had het zo beloofd. Een koning op een strijdpaard komt om te vechten; deze Koning komt zachtmoedig, om vrede te brengen.
- Leg de woorden veulen (een jong ezeltje), Hosanna (Heere, geef toch redding), Zoon van David (de beloofde Koning) en Pascha kort uit. Ook beroering, verheerlijkt en Farizeeën (een groep leiders die streng naar de wet wilden leven) vragen bij jonge kinderen uitleg. Alleen Johannes noemt de palmtakken; Mattheüs spreekt van takken van de bomen. Voor 4-7 jaar kunt u het bij één ezeltje houden, zoals Johannes doet.
- Een kind kan vragen of dezelfde mensen een paar dagen later riepen dat Jezus gekruisigd moest worden. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet zegt dat het dezelfde mensen waren. Wel vertelt de Bijbel dat de overpriesters en ouderlingen de scharen overhaalden (Mattheüs 27:20) en dat bijna niemand begreep wat voor Koning Jezus was, zelfs de discipelen niet.
- Mattheüs 21:1-11 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen. Vertel de tempelreiniging die erop volgt (Mattheüs 21:12-17) liever een andere keer, zodat de aandacht in deze geschiedenis bij de Koning blijft en bij de vraag wie Hij is.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenOp welk dier reed Jezus Jeruzalem binnen?
- NavertellenWat legden de mensen op de weg?
- VerwonderenWie had lang tevoren gezegd hoe de Koning zou komen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat riepen de mensen toen Jezus voorbijkwam, en wat vroeg de stad toen Hij binnenkwam?
- BetekenisWaarom reed Jezus op een jonge ezel en niet op een paard? Lees ook Zacharia 9:9.
- VerbindingWaarom gingen zoveel mensen Jezus tegemoet? Denk aan wat er met Lazarus gebeurd was.
- ToepassingDe mensen in de stad vroegen: "Wie is Deze"? Wat zou jij antwoorden als iemand dat over Jezus vroeg?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Zacharia 9:9-10. Welke woorden over de Koning neemt Mattheüs over, en wat zegt vers 10 over het koninkrijk dat Hij brengt?
- Wie is God?Jezus stuurt de discipelen, weet waar het veulen staat en gaat naar de stad waar Hij overgeleverd zal worden (Mattheüs 20:18-19). Wat zegt dat over Zijn weg naar het kruis?
- Moeilijke vraagEen paar dagen later roepen scharen: "Laat Hem gekruisigd worden" (Mattheüs 27:22). Waren dat dezelfde mensen? Wat zegt de tekst wel en wat niet?
- PersoonlijkDe discipelen begrepen de intocht pas later (Johannes 12:16). Wat begrijp jij nog niet van Jezus, en waar kun je met die vragen terecht?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij als zachtmoedige Koning naar Jeruzalem ging om Zijn leven te geven. Bid dat Hij door Zijn Woord en Geest laat zien wie Hij is.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De intocht in Jeruzalem
Waar staat het verhaal van de intocht in Jeruzalem in de Bijbel?
De intocht in Jeruzalem staat in alle vier de evangeliën: Mattheüs 21:1-11, Markus 11:1-11, Lukas 19:28-40 en Johannes 12:12-19. Deze pagina volgt vooral Mattheüs en Johannes. Mattheüs vertelt over de ezelin en het veulen en de vervulde profetie. Johannes noemt de palmtakken, de opwekking van Lazarus als reden waarom de schare kwam, en dat de discipelen het pas later begrepen. De intocht opent de laatste week voor het lijden en sterven van Jezus.
Wat betekent Hosanna bij de intocht in Jeruzalem?
Hosanna is een Hebreeuws woord dat een bede is: Heere, geef toch heil. Het klinkt in Psalm 118:25: "Och HEERE! geef nu heil". Het volgende vers van die psalm geeft ook de zegenspreuk die de scharen riepen: "Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN" (Psalm 118:26). Bij de intocht richtten de mensen die woorden op Jezus: "Hosanna den Zone Davids" (Mattheüs 21:9). Zo werd een gebed om redding een begroeting van de Koning Die redding brengt.
Welke profetie vervulde Jezus bij de intocht in Jeruzalem?
Jezus vervulde de profetie van Zacharia 9:9: "Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen". Mattheüs zegt het uitdrukkelijk: "Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet" (Mattheüs 21:4). Ook Johannes haalt de profetie aan (Johannes 12:15). Het vers erna belooft dat deze Koning vrede zal spreken tot de heidenen (Zacharia 9:10).
Reed Jezus op twee ezels?
Nee, dat zegt de Bijbel niet. Mattheüs vertelt dat de discipelen een ezelin en haar veulen brachten, hun klederen op beide legden en Jezus daarop zetten (Mattheüs 21:7). Markus, Lukas en Johannes noemen alleen het veulen, waarop volgens Markus en Lukas nog nooit een mens gezeten had (Markus 11:2). Uitleggers lezen Mattheüs meestal zo dat het veulen met zijn moeder meeging en dat Jezus op het veulen reed. Mattheüs noemt beide dieren omdat de profetie van Zacharia ze allebei noemt.
Op welke dag was de intocht in Jeruzalem?
De Bijbel noemt de dag van de week niet. Johannes vertelt dat Jezus zes dagen voor het Pascha in Bethanië kwam, waar men Hem een maaltijd bereidde (Johannes 12:1-2). "Des anderen daags" hoorde een grote schare dat Jezus naar Jeruzalem kwam, en zij ging Hem tegemoet met "de takken van palmbomen" (Johannes 12:12-13). Alleen Johannes noemt de palmtakken. Dat de kerk deze dag als de zondag voor Pasen viert en Palmzondag noemt, komt uit de kerk en niet uit de tekst.
Riepen dezelfde mensen later "Laat Hem gekruisigd worden"?
De Bijbel zegt dat niet. Er wordt vaak gepreekt dat dezelfde schare die Hosanna riep, een paar dagen later om de kruisiging riep. Mattheüs vertelt wel dat de overpriesters en ouderlingen "den scharen aangeraden" hadden om Bar-abbas te vragen (Mattheüs 27:20), en dat zij allen riepen: "Laat Hem gekruisigd worden" (Mattheüs 27:22). Of dat dezelfde mensen waren als bij de intocht, vertelt de tekst niet. Duidelijk is wel dat bijna niemand begreep wat voor Koning Jezus was, ook de discipelen niet (Johannes 12:16).
Waarom legden de mensen kleren en takken op de weg?
Zo eerden zij Jezus als Koning. In het Oude Testament legde ieder zijn kleed onder Jehu toen hij tot koning werd uitgeroepen (2 Koningen 9:13). Mattheüs vertelt dat het grootste deel van de schare de klederen op de weg spreidde, terwijl anderen takken van de bomen hieuwen (Mattheüs 21:8). Johannes noemt takken van palmbomen (Johannes 12:13). Palmtakken horen in de wet bij het Loofhuttenfeest (Leviticus 23:40), en in Openbaring 7:9 dragen de verlosten palmtakken voor de troon.
Waarom weende Jezus over Jeruzalem bij de intocht?
Lukas vertelt dat Jezus bij de intocht de stad zag en over haar weende (Lukas 19:41). Hij zei: "Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen" (Lukas 19:42). Daarna sprak Hij over de verwoesting van de stad, omdat zij "den tijd uwer bezoeking niet bekend" had (Lukas 19:44). Te midden van het gejuich zag Jezus dat de stad haar Koning niet herkende.
Wat gebeurde er na de intocht in Jeruzalem?
Volgens Mattheüs ging Jezus de tempel binnen en dreef Hij de kopers en verkopers eruit. Daarna genas Hij blinden en kreupelen, en kinderen riepen in de tempel: "Hosanna den Zone Davids" (Mattheüs 21:15). De overpriesters en Schriftgeleerden namen dat zeer kwalijk. Jezus overnachtte in Bethanië (Mattheüs 21:17). In de dagen daarna leerde Hij in de tempel, vierde Hij het Pascha met Zijn discipelen, en werd Hij gevangengenomen en gekruisigd.
Wat voor Koning is Jezus volgens de intocht?
Een zachtmoedige Koning. Mattheüs citeert: "Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig" (Mattheüs 21:5). Zacharia noemt Hem rechtvaardig, een Heiland en arm (Zacharia 9:9), en zegt dat Hij den heidenen vrede zal spreken. Jezus kwam niet om met geweld de macht te grijpen. Tegen Pilatus zei Hij: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:36). Hij kwam "om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Mattheüs 20:28).
Hoe vertelt u de intocht in Jeruzalem aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus doet en wat God beloofd had: Jezus weet waar het ezeltje staat, en Hij komt zoals de profeet gezegd had. Leg uit wat Hosanna en Zoon van David betekenen. Vertel niet als feit dat dezelfde mensen later om de kruisiging riepen; dat zegt de Bijbel niet. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De intocht in Jeruzalem
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.