Ga naar hoofdinhoud
Johannes, Mattheüs, MarkusJohannes 12:1-8; Mattheüs 26:6-13; Markus 14:3-9

De zalving in Bethanië

Maria zalft Jezus met kostbare nardus vlak voor Zijn lijden

Samenvatting

De zalving in Bethanië is de geschiedenis uit Johannes 12:1-8, Mattheüs 26:6-13 en Markus 14:3-9 waarin Maria, de zuster van Lazarus, Jezus zalft met een pond kostbare nardus. Judas en andere discipelen noemen het verspilling. Jezus neemt haar in bescherming: zij heeft Hem gezalfd voor Zijn begrafenis. Overal waar het Evangelie gepredikt wordt, zal verteld worden wat zij deed.

Bijbelgedeelte

“Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.”
Johannes 12:3 (Statenvertaling)
“Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis.”
Johannes 12:7 (Statenvertaling)
“Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.”
Markus 14:8 (Statenvertaling)
“Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.”
Markus 14:9 (Statenvertaling)

Het verhaal

Johannes 12:1-8 vertelt hoe Maria in Bethanië, kort voor het lijden van Jezus, Zijn voeten zalfde met kostbare nardus. Mattheüs 26:6-13 en Markus 14:3-9 vertellen over dezelfde zalving; dat het om één en dezelfde maaltijd gaat, is de gangbare uitleg. De geschiedenis staat aan het begin van de laatste week. De overpriesters en de Farizeeën hadden al besloten Jezus te doden (Johannes 11:53), en de dag daarna zou Hij Jeruzalem binnenrijden.

Wat gebeurde er bij de zalving in Bethanië?

Jezus kwam zes dagen voor het Pascha in Bethanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt (Johannes 12:1). Men bereidde Hem daar een avondmaal. Martha diende, en Lazarus zat met Hem aan (Johannes 12:2). Mattheüs en Markus zeggen dat het gebeurde in het huis van Simon de melaatse (Mattheüs 26:6). Wie deze Simon was, vertelt de Bijbel verder niet.

Toen nam Maria een pond zalf. Johannes beschrijft het zo: "Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf" (Johannes 12:3). Mattheüs en Markus noemen geen naam en spreken van een vrouw met een albasten fles. Zij goot de zalf uit op Zijn hoofd, en Markus vertelt dat zij de fles brak (Markus 14:3). Johannes noemt de voeten, de andere twee het hoofd. Veel uitleggers nemen aan dat zij beide zalfde.

Waarom vond Judas de zalving verspilling?

Er kwam meteen kritiek. Judas Iskariot, de discipel die Jezus zou verraden, vroeg waarom deze zalf niet verkocht was "voor driehonderd penningen, en den armen gegeven" (Johannes 12:5). Johannes zegt er eerlijk bij dat het Judas niet om de armen ging, "maar omdat hij een dief was, en de beurs had, en droeg hetgeen gegeven werd" (Johannes 12:6). Ook andere discipelen namen het zeer kwalijk en spraken van verlies (Mattheüs 26:8). Markus zegt dat zij tegen haar vergrimden (Markus 14:5).

Wat zei Jezus over Maria en de zalf?

Jezus nam haar in bescherming: "Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis" (Johannes 12:7). Bij Mattheüs noemt Hij wat zij deed een goed werk aan Hem (Mattheüs 26:10). Over de armen zei Hij dat de discipelen hen altijd bij zich zouden hebben, maar Hem niet altijd (Johannes 12:8). Markus voegt eraan toe dat zij de armen kunnen weldoen wanneer zij willen (Markus 14:7). Daarna sprak Jezus een plechtige belofte uit: "Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft" (Markus 14:9).

Wat gebeurde er na de zalving in Bethanië?

Johannes vertelt dat een grote schare naar Bethanië kwam, om Jezus en ook om Lazarus te zien. De overpriesters beraadslaagden toen dat zij ook Lazarus zouden doden, omdat velen om zijnentwil in Jezus geloofden (Johannes 12:9-11). De volgende dag volgde de intocht in Jeruzalem (Johannes 12:12). Mattheüs en Markus laten direct op de zalving volgen dat Judas naar de overpriesters ging om Jezus over te leveren (Mattheüs 26:14-16; Markus 14:10-11). Bij Mattheüs boden zij hem dertig zilveren penningen.

Achtergrond

Bethanië lag dicht bij Jeruzalem; Johannes noemt de afstand omtrent vijftien stadiën (Johannes 11:18), een wandeling van hooguit een uur. Nardus was een welriekende en kostbare zalf, gemaakt uit een plant; ook het Hooglied noemt de reuk van nardus (Hooglied 1:12). Een pond was naar de gangbare berekening ruim driehonderd gram. Een penning kon het loon van een dag werk zijn (Mattheüs 20:2). Driehonderd penningen, of volgens Markus nog meer, stonden dus ongeveer voor het loon van een jaar werk.

Johannes plaatst de maaltijd zes dagen voor het Pascha. Mattheüs en Markus vertellen de zalving na de mededeling dat het over twee dagen Pascha was (Mattheüs 26:2), maar geven voor de maaltijd zelf geen dag op. Veel uitleggers denken daarom dat zij de zalving daar vertellen vanwege het verband met het verraad van Judas. Lukas vertelt over een andere zalving, eerder in het optreden van Jezus, door een zondares in het huis van een Farizeeër (zie de zondares in het huis van Simon).

Betekenis

In Johannes 12 geeft Jezus Zelf de uitleg van wat Maria deed. Zij zalfde Hem met het oog op Zijn begrafenis. Bij Markus zegt Hij: "zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis" (Markus 14:8). Jezus wist dat Hij zou sterven. Hij had Zijn discipelen gezegd dat de Zoon des mensen overgeleverd zou worden om gekruisigd te worden (Mattheüs 26:2). Of Maria begreep hoe dichtbij Zijn dood was, zegt de tekst niet. Jezus geeft haar daad een betekenis die verder reikt dan zij misschien zelf zag.

Na Zijn dood werd Zijn lichaam met specerijen in linnen doeken gebonden (Johannes 19:39-40). Op de eerste dag van de week kwamen vrouwen met specerijen "opdat zij kwamen en Hem zalfden" (Markus 16:1), maar Hij was opgestaan (Markus 16:6). Met Jezus’ eigen woord kunnen wij zeggen dat Maria hen was voorgekomen (Markus 14:8). Haar zalving wijst vooruit naar Zijn dood, en de lezer weet dat die dood niet het einde was.

De geschiedenis zet ook twee houdingen naast elkaar. Judas dacht in geld en had de beurs; kort daarna leverde hij zijn Meester over voor dertig zilveren penningen. Maria gaf iets kostbaars aan Jezus zonder het uit te rekenen. Jezus noemt dat een goed werk aan Hem. Dat is geen minachting voor de armen. De wet zegt zelf: "Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands" en gebiedt juist milddadigheid (Deuteronomium 15:11). Maar in deze dagen ging het om Hem, omdat Hij ging sterven.

Ten slotte de belofte dat overal waar het Evangelie gepredikt wordt, verteld zal worden wat zij deed (Markus 14:9). Het Evangelie is de boodschap van Zijn dood en opstanding, en haar daad hoort daarbij omdat zij naar die dood wees. Dat deze geschiedenis in drie evangeliën staat en nog altijd verteld wordt, laat zien dat Jezus’ woord uitkomt.

Lessen voor vandaag

Christus is het waard. Maria rekende niet uit wat de zalf kostte. Dat begint niet bij haar gave, maar bij wie Jezus is en wat Hij ging doen: Hij ging de weg naar het kruis en gaf Zichzelf. Wie dat leert zien, vindt niets te kostbaar voor Hem, en geeft niet om gezien te worden maar omdat Hij het waard is.

Liefde voor Christus en zorg voor de armen staan niet tegenover elkaar. Jezus wees de zorg voor de armen niet af; Hij zei dat Zijn discipelen hen kunnen weldoen wanneer zij willen (Markus 14:7). Het gevaar zit in een hart als dat van Judas, dat vrome woorden gebruikt terwijl het om iets anders gaat. Dat vraagt dat wij onze eigen redenen eerlijk voor God brengen.

De Heere ziet wat er uit liefde voor Hem gedaan wordt. Maria zegt in deze geschiedenis geen woord; Jezus spreekt voor haar en neemt haar in bescherming. Wie om zijn liefde voor Christus niet begrepen of bekritiseerd wordt, mag weten dat Hij het ziet. Hij noemt het goed, ook als anderen het verspilling noemen: "Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon" (Markus 14:8).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

In het dorp Bethanië woonden Martha, Maria en hun broer Lazarus. De Heere Jezus had hen lief. Niet lang daarvoor was Lazarus gestorven. Hij had al vier dagen in het graf gelegen. Maar Jezus had hem uit het graf geroepen, en Lazarus leefde weer.

Nu was het bijna Pascha, het grote feest van Israël. Nog zes dagen, dan was het feest. Jezus kwam weer naar Bethanië. Daar maakten ze een maaltijd voor Hem klaar. Martha diende: zij zorgde voor het eten. Lazarus zat met Jezus aan tafel. Ook de discipelen waren erbij.

Toen deed Maria iets bijzonders. Ze had een fles met zalf. Zalf is hier een dure, heerlijk geurende olie. Deze zalf heette nardus. Het was echte nardus, niet vermengd met iets anders, en heel kostbaar. Maria nam een pond van die zalf, een flinke hoeveelheid. Ze zalfde de voeten van Jezus. Daarna droogde ze Zijn voeten af met haar haren.

De geur kwam overal. De Bijbel zegt: "het huis werd vervuld van den reuk der zalf". Iedereen in het huis kon het ruiken.

Maar niet iedereen was blij. Judas Iskariot, een van de discipelen, zei: "Waarom is deze zalf niet verkocht voor driehonderd penningen, en den armen gegeven"? Penningen waren geldstukken. Driehonderd penningen was ongeveer wat een arbeider in een heel jaar verdiende.

Klonk dat niet goed? Maar Judas zei het niet omdat hij om de arme mensen gaf. Hij beheerde de geldbuidel van Jezus en de discipelen. En hij was een dief. Hij nam geld weg dat niet van hem was.

Ook andere discipelen vonden het verspilling. Ze werden boos op Maria. Je kunt je voorstellen hoe dat voor Maria was.

Maar de Heere Jezus nam het voor haar op. Hij zei: "Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis". Laat af van haar betekent: laat haar met rust. Jezus wist dat Hij binnenkort zou sterven en begraven worden. In die tijd werd een dode met geurige zalf en kruiden begraven. Maria had Zijn lichaam alvast gezalfd, nog voordat Hij gestorven was.

Jezus zei dat Maria een goed werk had gedaan. Arme mensen zouden er altijd zijn. De discipelen konden hen helpen wanneer ze wilden. Maar Jezus zou niet altijd bij hen zijn.

Toen zei Jezus nog iets heel bijzonders: "Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft". Dat betekent: overal in de wereld waar mensen het goede nieuws over Jezus horen, zullen ze ook horen wat Maria deed.

Dat is uitgekomen. Ook jij hebt nu gehoord wat Maria deed. De volgende dag ging Jezus naar Jeruzalem. Hij wist dat Hij daar zou sterven, en toch ging Hij. Hij gaf geen fles zalf, maar Zichzelf, om zondaren te redden.

Om te onthouden
“Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.” (Markus 14:8)

Tips voor de verteller

  • Leg de woorden zalf, nardus, pond, penningen en begrafenis kort uit. Noem voor de waarde geen bedrag in euro’s, maar vergelijk met wat iemand in een jaar verdiende: een penning kon het loon van een dag werk zijn (Mattheüs 20:2). Johannes 12:1-8 is kort genoeg om na de vertelling uit de Bijbel zelf voor te lezen.
  • Kinderen vragen soms of het niet beter was geweest de zalf te verkopen voor de armen. Antwoord eerlijk dat Jezus de armen niet onbelangrijk vond: Hij zei dat de discipelen hen altijd konden helpen. Maar Hij ging sterven, en Maria eerde Hem daarvoor. Judas zelf ging het niet om de armen; de Bijbel zegt dat hij een dief was.
  • Mattheüs en Markus noemen de naam van de vrouw niet; Johannes zegt dat het Maria was. Mattheüs en Markus vertellen dat de zalf over Zijn hoofd werd gegoten; veel uitleggers denken dat zij beide deed. Verwar deze geschiedenis niet met de zondares uit Lukas 7, die eerder, in het huis van een Farizeeër, de voeten van Jezus zalfde. Voor 4-7 jaar kunt u het houden bij Maria, de geur in het huis en wat Jezus over haar zei.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed Maria met de kostbare zalf?
  2. NavertellenWie zei dat de zalf beter verkocht kon worden?
  3. VerwonderenWaarom vond de Heere Jezus het goed wat Maria deed?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat zei Judas over de zalf, en waarom zei hij dat volgens Johannes?
  2. BetekenisJezus zegt dat Maria Hem zalfde voor Zijn begrafenis. Wat wist Jezus al over wat er ging gebeuren?
  3. VerbindingEen tijd eerder zat Maria aan de voeten van Jezus om te luisteren (Lukas 10:39). Wat doet ze nu bij Zijn voeten?
  4. ToepassingMaria gaf iets kostbaars aan de Heere Jezus. Waarom is Hij zo veel waard?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Markus 16:1-6. De vrouwen kwamen met specerijen om Jezus te zalven. Wat vonden zij, en wat betekent het dan dat Maria voorgekomen was (Markus 14:8)?
  2. Wie is God?Jezus neemt Maria in bescherming tegen de kritiek van Zijn discipelen. Wat zegt dat over hoe Hij kijkt naar wat mensen uit liefde voor Hem doen?
  3. Moeilijke vraagJezus zegt dat de armen er altijd zullen zijn, maar Hij niet altijd. Betekent dat dat zorg voor armen minder belangrijk is? Lees ook Deuteronomium 15:11.
  4. PersoonlijkJudas gebruikte een goed klinkende reden om zijn eigen hart te verbergen. Waar merk jij dat je eigen redenen niet altijd zo zuiver zijn als ze klinken?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij bewust de weg naar Zijn dood en begrafenis ging om zondaren te redden. Bid om een hart dat Hem liefheeft boven alles.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

liefde voor Christusvoorbereiding op Zijn begrafenishet verraad van Judaszorg voor de armende stille week

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De zalving in Bethanië

Waar staat het verhaal van de zalving in Bethanië in de Bijbel?

De zalving in Bethanië staat in drie evangeliën: Johannes 12:1-8, Mattheüs 26:6-13 en Markus 14:3-9. Johannes noemt Maria, de zuster van Martha en Lazarus, bij naam en vertelt dat zij de voeten van Jezus zalfde. Mattheüs en Markus spreken van een vrouw die de zalf op Zijn hoofd goot, in het huis van Simon de melaatse. Dat het om dezelfde gebeurtenis gaat, is de gangbare uitleg. Lukas 7:36-50 vertelt over een andere zalving.

Wie zalfde Jezus in Bethanië?

Volgens Johannes was het Maria, de zuster van Martha en Lazarus (Johannes 12:3). Johannes noemt haar al eerder zo: "Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren" (Johannes 11:2). Mattheüs en Markus noemen geen naam en spreken alleen van een vrouw (Mattheüs 26:7). Het is dezelfde Maria die eerder aan de voeten van Jezus zat om naar Zijn woord te luisteren (Lukas 10:39).

Is de zalving in Bethanië dezelfde als de zalving in Lukas 7?

Nee, de evangeliën vertellen over twee verschillende zalvingen. De zalving in Bethanië gebeurt zes dagen voor het Pascha, kort voor het lijden van Jezus (Johannes 12:1). Lukas 7:36-50 speelt eerder in Zijn optreden, in het huis van een Farizeeër die Simon heette, en daar wordt de vrouw een zondares genoemd. In Bethanië spreekt Jezus over Zijn begrafenis; in Lukas 7 over de vergeving van haar zonden. In een deel van de westerse traditie zijn de vrouwen wel samengevoegd, maar de tekst geeft daar geen grond voor.

Waarom zalfde Maria Jezus?

Wat Maria zelf bedoelde, zegt de tekst niet; Jezus gaf er Zelf de betekenis aan. Hij wist dat Hij spoedig zou sterven en zei: "Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis" (Johannes 12:7), en bij Markus: "zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis" (Markus 14:8). Een dode werd met specerijen begraven (Johannes 19:40). De vrouwen die na de sabbat kwamen om Hem te zalven, vonden Hem niet meer in het graf (Markus 16:1-6).

Waarom zei Jezus: de armen hebt gij altijd met u?

Jezus zei dat niet om de armen te kleineren. Hij zei: "Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd" (Markus 14:7). Zijn woorden doen denken aan de wet: "de arme zal niet ophouden uit het midden des lands", en juist daarom gebiedt God milddadigheid (Deuteronomium 15:11). Zorg voor de armen blijft dus een opdracht. Maar Jezus ging sterven, en daarom was dit het moment om Hem te eren.

Wat is nardus, en hoeveel was de zalf waard?

Nardus was een kostbare, welriekende zalf, gemaakt uit een plant. Johannes noemt het "onvervalsten, zeer kostelijken nardus" (Johannes 12:3): echte nardus, niet aangelengd. Maria gebruikte een pond, naar de gangbare berekening ruim driehonderd gram. Judas schatte de waarde op driehonderd penningen (Johannes 12:5); Markus zegt "boven de driehonderd penningen" (Markus 14:5). Een penning kon het loon van een dag werk zijn (Mattheüs 20:2), dus de zalf was ongeveer het loon van een jaar werk waard. Een bedrag in euro’s is niet zinvol te geven.

Zalfde Maria het hoofd of de voeten van Jezus?

Johannes vertelt dat Maria de voeten van Jezus zalfde en ze afdroogde met haar haren (Johannes 12:3). Mattheüs en Markus vertellen dat de vrouw de zalf op Zijn hoofd goot (Mattheüs 26:7; Markus 14:3). Veel uitleggers nemen aan dat zij beide zalfde en dat de evangelisten elk een deel noemen. Ook de volgorde verschilt: Johannes plaatst de maaltijd zes dagen voor het Pascha, Mattheüs en Markus vertellen haar bij het verraad van Judas, zonder eigen dag.

Wat bedoelde Jezus met tot haar gedachtenis?

Jezus beloofde: "Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft" (Markus 14:9; ook Mattheüs 26:13). Overal waar het Evangelie verkondigd wordt, wordt ook verteld wat deze vrouw deed. Haar daad hoort bij het Evangelie, omdat zij Jezus zalfde voor Zijn begrafenis. Dat deze geschiedenis in drie evangeliën staat en nog steeds verteld wordt, laat zien dat Zijn woord uitkomt.

Hoe vertelt u de zalving in Bethanië aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Johannes 12:1-8 volgt, met wat Mattheüs en Markus toevoegen, en met de woorden van Jezus over Zijn begrafenis als kern. Leg zalf, nardus en penningen kort uit en geef de waarde niet in euro’s. Kinderen vragen vaak waarom de zalf niet voor de armen verkocht werd; de verteltips helpen bij een eerlijk antwoord. Daarna volgen gespreksvragen voor drie leeftijden.

Stel een vraag over De zalving in Bethanië

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder