Ga naar hoofdinhoud
JohannesJohannes 11:1-44

Wie was Lazarus in de Bijbel?

Door Jezus uit de dood opgewekt na vier dagen — Johannes 11:1-44

Samenvatting

Lazarus was de broer van Maria en Martha uit Bethanië en een goede vriend van Jezus. Hij is de man die door Jezus uit de dood werd opgewekt: vier dagen na zijn overlijden weende Jezus bij het graf en riep met luide stem: "Lazarus, kom uit!" De dode kwam het graf uit, gewikkeld in linnen doeken (Johannes 11:1-44). Dit wonder onthult Jezus als de opstanding en het leven zelf.

Bijbelreferenties

De volgende bijbelgedeelten vormen de basis van dit verhaal.

Johannes 11:4Johannes 11:25-26Johannes 11:35Johannes 11:43-44Johannes 11:27Johannes 5:28-29

Het verhaal van Lazarus in de Bijbel in het kort

Het verhaal van Lazarus staat in Johannes 11:1-44 en is het bekendste voorbeeld van iemand die door Jezus uit de dood werd opgewekt. Lazarus woonde met zijn zussen Martha en Maria in Bethanië, vlak bij Jeruzalem. Toen hij ernstig ziek werd, lieten de zusters Jezus waarschuwen — maar Jezus kwam pas toen Lazarus al vier dagen dood en begraven was. Bij het graf weende Jezus, liet Hij de steen wegnemen en riep Hij Lazarus bij name terug tot leven. De opwekking (of opstanding) van Lazarus is het laatste en grootste van de zeven tekenen in het Johannesevangelie.

De naam Lazarus is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Eleazar en betekent "God helpt" of "God is mijn hulp" — een betekenis die in dit verhaal letterlijk werkelijkheid wordt.

De context: Jezus, Maria, Martha en Lazarus

Het gezin in Bethanië — Martha, Maria en hun broer Lazarus — behoorde tot de naaste vriendenkring van Jezus. Bethanië lag slechts drie kilometer van Jeruzalem, aan de oostelijke helling van de Olijfberg. Johannes benadrukt expliciet: "Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief" (Johannes 11:5). Dit is geen afstandelijke relatie tussen een rabbi en zijn volgelingen — het is diepe, persoonlijke vriendschap.

Toen Lazarus ernstig ziek werd, stuurden de zusters een boodschapper naar Jezus met de eenvoudige mededeling: "Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank" (Johannes 11:3). Zij noemden niet eens Lazarus bij naam — de aanduiding "dien Gij liefhebt" was voldoende. Het was een beroep op Jezus' liefde, niet op hun eigen verdienste.

Jezus' verrassende reactie: bewust wachten

De reactie van Jezus was volstrekt onverwacht. In plaats van onmiddellijk te vertrekken, sprak Hij: "Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde" (Johannes 11:4). En vervolgens het meest verbijsterende detail: "Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was" (Johannes 11:6).

Voor Maria en Martha moeten die dagen van stilte ondraaglijk zijn geweest. Zij hadden een boodschap gestuurd in de verwachting dat Jezus onmiddellijk zou komen, maar Lazarus verslechterde en stierf. Pas na twee dagen zei Jezus tegen Zijn discipelen: "Lazarus is gestorven. En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt" (Johannes 11:14-15). Jezus' wachten was geen onverschilligheid — het was een bewuste strategie om een groter wonder mogelijk te maken.

De aankomst in Bethanië: vier dagen te laat

Toen Jezus in Bethanië aankwam, was Lazarus al vier dagen dood en begraven. Dit detail is theologisch van groot belang. Volgens de joodse opvatting van die tijd zweefde de ziel drie dagen rond het lichaam. Na drie dagen werd terugkeer onmogelijk geacht. Door vier dagen te wachten maakte Jezus elke twijfel onmogelijk: Lazarus was definitief, onherroepelijk dood.

Het huis was vol rouwenden. Familieleden, buren en vrienden uit Jeruzalem waren gekomen om de zusters te troosten gedurende de traditionele rouwperiode van zeven dagen (sjiv'a). De hoop was voorbij, het graf gesloten, het lichaam in staat van ontbinding.

Martha en Maria: geloof te midden van verdriet

Martha ging Jezus tegemoet: "Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven; maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal" (Johannes 11:21-22). In die ene zin klinkt pijn en tegelijk een vonk van hoop die weigert te doven.

Jezus antwoordde: "Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; en een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?" (Johannes 11:25-26). Dit is de vijfde van de zeven "Ik ben"-uitspraken in het Johannesevangelie. Jezus identificeerde Zichzelf als de bron van opstanding en leven zelf.

Martha beleed: "Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou" (Johannes 11:27). Te midden van haar diepste verdriet, met haar broer vier dagen dood, beleed zij haar geloof in Jezus.

Maria kwam vervolgens bij Jezus en viel aan Zijn voeten met bijna dezelfde woorden: "Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven" (Johannes 11:32). Toen Jezus haar zag huilen, werd Hij "zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven" (Johannes 11:33). Het Griekse woord embrimaomai drukt een heftige emotie uit — Jezus was bewogen tot in het diepst van Zijn wezen door de verwoestende realiteit van de dood.

En dan het kortste maar meest veelzeggende vers van de Bijbel: "Jezus weende" (Johannes 11:35). De Zoon van God, die wist dat Hij Lazarus over enkele ogenblikken zou opwekken, weende desondanks. Gods nabijheid in ons lijden gaat vooraf aan Gods ingrijpen in ons lijden.

Bij het graf: de stem die de dood overwint

Jezus kwam bij het graf — een spelonk met een steen ervoor. Hij gaf de opdracht: "Neemt den steen weg." Martha protesteerde: "Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen" (Johannes 11:39). Jezus antwoordde: "Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?" (Johannes 11:40).

De steen werd weggenomen. Jezus bad een dankgebed dat de omstanders zou laten zien dat Hij door de Vader gezonden was. Toen riep Hij met luide stem: "Lazarus, kom uit!" (Johannes 11:43). Kerkvader Augustinus merkte op dat Jezus Lazarus bij naam riep, want als Hij slechts "Kom uit!" had geroepen, zouden alle doden zijn opgestaan.

En de dode kwam naar buiten, "gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek" (Johannes 11:44). Het beeld is tegelijk huiveringwekkend en glorieus: een man die vier dagen dood was geweest, schuifelde het daglicht tegemoet. Jezus zei: "Ontbindt hem, en laat hem heengaan." De banden van de dood werden letterlijk en figuurlijk losgemaakt.

De gevolgen: geloof en verzet

De reactie was verdeeld. Velen "geloofden in Hem" (Johannes 11:45). Maar het Sanhedrin kwam bijeen en Kajafas sprak profetisch: "En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat één mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga" (Johannes 11:50). Vanaf die dag besloten zij Jezus te doden. De opwekking van een dode leidde tot het doodsvonnis over de Levenvorst.

Theologische betekenis

De opwekking van Lazarus is het zevende en laatste teken in het Johannesevangelie — het hoogtepunt van een reeks wonderen die onthullen wie Jezus is. Het eerste teken was water in wijn veranderen, het laatste is een dode opwekken. Samen vormen zij een opklimmende openbaring van Jezus' goddelijke macht.

De uitspraak "Ik ben de Opstanding en het Leven" is een persoonsclaim. Jezus zei niet: "Ik geef opstanding." Hij zei: "Ik BEN de opstanding en het leven." In Zijn persoon zijn dood en leven, verlies en herstel samengebracht. Wie met Hem verbonden is, deelt in Zijn leven — een leven dat de dood overstijgt.

Het wonder wijst ook vooruit naar Jezus' eigen opstanding. Lazarus werd opgewekt, maar zou later opnieuw sterven. Jezus zou opstaan om nooit meer te sterven. Lazarus kwam uit het graf gebonden in grafdoeken; in Jezus' lege graf lagen de doeken netjes achter. Lazarus' opwekking was een voorproef, Jezus' opstanding de definitieve overwinning.

Welke man werd door Jezus uit de dood opgewekt?

Dat was Lazarus van Bethanië, de broer van Martha en Maria. Hij is de bekendste, maar niet de enige die in de evangeliën uit de dood wordt opgewekt. Jezus deed het volgens de evangeliën drie keer, telkens in een andere situatie.

Het dochtertje van Jaïrus lag pas gestorven thuis toen Jezus haar hand vatte: "Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op" (Markus 5:41). Zij was twaalf jaar oud. De zoon van de weduwe te Naïn werd al ten grave gedragen toen Jezus de baar aanraakte en zei: "Jongeling, Ik zeg u, sta op!" (Lukas 7:14). En Lazarus lag al vier dagen in het graf. De reeks loopt op: van net gestorven, via onderweg naar het graf, tot vier dagen begraven — en telkens is het resultaat hetzelfde.

Ook buiten de evangeliën gebeurt het. In het Oude Testament wekt Elia de zoon van de weduwe te Zarfath op (1 Koningen 17:22) en Elisa de zoon van de Sunamitische vrouw (2 Koningen 4:34-35). In het boek Handelingen wekt Petrus in Joppe Tabitha op — "Tabitha, sta op!" (Handelingen 9:40) — en wordt de jongeman Eutychus, die uit een venster op de derde verdieping viel tijdens een lange preek van Paulus, levend weggedragen (Handelingen 20:9-12).

Al deze mensen zijn later alsnog gestorven; hun opwekking was uitstel, geen overwinning op de dood zelf. Daarin verschilt de opstanding van Jezus wezenlijk van wat er bij Lazarus gebeurde. Over Lazarus als persoon, zijn familie en zijn plaats in het evangelie van Johannes staat meer op de pagina over Lazarus.

Twee Lazarussen in de Bijbel

De Bijbel kent twee personen met de naam Lazarus, en zij worden vaak met elkaar verward. De Lazarus van dit verhaal is de broer van Maria en Martha uit Bethanië, een historische vriend van Jezus die uit de dood werd opgewekt (Johannes 11). Daarnaast vertelt Jezus in Lukas 16:19-31 de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus — een bedelaar vol zweren die na zijn dood getroost wordt "in den schoot van Abraham". Die tweede Lazarus is een personage in een gelijkenis, geen historisch persoon uit Jezus' omgeving.

Opvallend genoeg eindigt de gelijkenis met de woorden dat mensen zich zelfs niet zouden laten overtuigen "al waren het, dat er iemand uit de doden opstond" (Lukas 16:31) — precies wat later bij de opwekking van Lazarus van Bethanië gebeurde: velen kwamen tot geloof, maar de religieuze leiders verhardden zich.

Lessen voor vandaag

Het verhaal spreekt tot ieder die worstelt met verlies, rouw en de ogenschijnlijke afwezigheid van God. Maria en Martha riepen tot God, maar de hemel leek stil. Het wonder kwam niet op hun tijdschema. Gods wachten was geen onverschilligheid — het was de voorbereiding van iets groters dan zij konden bevatten.

Jezus' tranen leren dat God niet onbewogen is door ons lijden. Voordat Jezus het wonder deed, deelde Hij het verdriet. Dit is geen God die vanaf een afstand toekijkt — dit is een God die naast ons staat in het donker, die onze tranen kent en ze Zelf vergiet.

Tot slot confronteert het verhaal ons met de ultieme vraag die Jezus aan Martha stelde: "Gelooft gij dat?" Gelooft u dat Jezus de Opstanding en het Leven is? Niet als abstracte doctrine, maar als levende werkelijkheid die de dood overwint? Het antwoord op die vraag verandert alles.

Thema's in dit verhaal

opstandinggeloofrouwGods liefdehoopmacht over de doodvriendschap

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Wie was Lazarus in de Bijbel?

Wie was Lazarus in de Bijbel?

Lazarus was de broer van Maria en Martha, woonachtig in Bethanië, een dorp vlak bij Jeruzalem. Hij behoorde tot de naaste vriendenkring van Jezus. Johannes 11:5 vermeldt expliciet dat Jezus Martha, Maria en Lazarus liefhad. Lazarus werd ernstig ziek, stierf en werd door Jezus na vier dagen uit de dood opgewekt.

Waarom wachtte Jezus twee dagen voordat Hij naar Lazarus ging?

Jezus wachtte bewust zodat Lazarus al vier dagen dood zou zijn toen Hij aankwam. Volgens de joodse opvatting was terugkeer na drie dagen onmogelijk. Door vier dagen te wachten maakte Jezus duidelijk dat het wonder onmiskenbaar was — geen schijndood, maar een echte opwekking uit de dood die Gods heerlijkheid openbaarde.

Wat betekent "Jezus weende" in Johannes 11:35?

Johannes 11:35 — het kortste vers van de Bijbel — toont dat Jezus diep bewogen was door het verdriet van Maria en Martha en door de verwoestende realiteit van de dood. Hoewel Jezus wist dat Hij Lazarus zou opwekken, deelde Hij eerst het verdriet. Dit openbaart Gods nabijheid in menselijk lijden.

Wat riep Jezus bij het graf van Lazarus?

Jezus riep met luide stem: "Lazarus, kom uit!" (Johannes 11:43). Kerkvader Augustinus merkte op dat Jezus Lazarus bij naam riep, want als Hij alleen "Kom uit!" had geroepen, zouden alle doden zijn opgestaan. Het was de scheppende stem van God die de dood terugdraaide.

Wat betekent "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25-26)?

Met deze woorden (Johannes 11:25-26) identificeerde Jezus Zichzelf als de bron van opstanding en eeuwig leven: wie in Hem gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven. Het is de vijfde van de zeven "Ik ben"-uitspraken in het Johannesevangelie. Jezus claimde niet slechts dat Hij kon opwekken — Hij verklaarde dat Hij in Zijn eigen persoon de opstanding en het leven IS.

Hoe lang was Lazarus dood voordat Jezus hem opwekte?

Lazarus was vier dagen dood toen Jezus bij het graf aankwam (Johannes 11:17). Martha waarschuwde dat het lichaam al rook vanwege de ontbinding (Johannes 11:39). Deze vier dagen maken het wonder onmiskenbaar: er was geen sprake van schijndood of een natuurlijke verklaring.

Wat was het gevolg van de opwekking van Lazarus?

De reacties waren verdeeld. Veel joden die het wonder zagen, geloofden in Jezus (Johannes 11:45). Maar de religieuze leiders besloten juist vanaf dat moment dat Jezus gedood moest worden (Johannes 11:53). Het wonder dat leven gaf aan Lazarus werd zo de directe aanleiding voor het complot tegen Jezus.

Wat is het verschil tussen Lazarus' opwekking en Jezus' opstanding?

Lazarus werd teruggeroepen tot zijn aardse leven en zou later opnieuw sterven. Jezus stond op in een verheerlijkt lichaam en stierf nooit meer. Lazarus kwam uit het graf nog gebonden in grafdoeken; in Jezus' lege graf lagen de doeken netjes achter. Lazarus' opwekking was een voorproef; Jezus' opstanding de definitieve overwinning op de dood.

Wat betekent de naam Lazarus?

Lazarus is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Eleazar en betekent "God helpt" of "God is mijn hulp". In het verhaal van Johannes 11 wordt die betekenis werkelijkheid: op het moment dat menselijk gezien alle hulp te laat was, greep God in.

Welke man werd door Jezus uit de dood opgewekt?

Lazarus van Bethanië, de broer van Martha en Maria, vier dagen na zijn begrafenis (Johannes 11). De evangeliën noemen nog twee opwekkingen door Jezus: het twaalfjarige dochtertje van Jaïrus (Markus 5:41-42) en de zoon van de weduwe te Naïn, die al ten grave werd gedragen (Lukas 7:14-15).

Wie werden er in de Bijbel nog meer uit de dood opgewekt?

In het Oude Testament wekte Elia de zoon van de weduwe te Zarfath op (1 Koningen 17:22) en Elisa de zoon van de Sunamitische vrouw (2 Koningen 4:34-35). In Handelingen wekte Petrus Tabitha op in Joppe (Handelingen 9:40) en werd Eutychus na zijn val levend weggedragen (Handelingen 20:9-12).

Zijn er twee personen met de naam Lazarus in de Bijbel?

Ja. Naast Lazarus van Bethanië, de vriend van Jezus die uit de dood werd opgewekt (Johannes 11), kent de Bijbel de arme Lazarus uit de gelijkenis van de rijke man en Lazarus (Lukas 16:19-31). Die tweede Lazarus is een personage in een gelijkenis van Jezus, geen historische figuur uit Zijn vriendenkring.

Stel een vraag over Wie was Lazarus in de Bijbel?

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Personen en feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder