Inleiding tot Johannes 12
Johannes hoofdstuk 12 vormt een cruciaal keerpunt in het Johannes-evangelie. Dit hoofdstuk markeert de overgang van Jezus' openbare bediening naar zijn lijdenstijd. Het begint met een intieme scène van toewijding en eindigt met Jezus' laatste openbare woorden voordat Hij zich terugtrekt voor zijn lijden en sterven.
Maria zalft Jezus (Johannes 12:1-8)
Het hoofdstuk opent zes dagen voor het Pascha in Betanië, waar Jezus te gast is bij Lazarus, Martha en Maria. Maria zalft Jezus' voeten met kostbare nardusolie ter waarde van een jaarloon. Deze daad van liefde en toewijding contrasteert scherp met Judas' materialistische bezwaren.
De zalving heeft een diepe profetische betekenis. Jezus zelf verklaart dat Maria dit doet met het oog op zijn begrafenis. Waar anderen Jezus zien als leraar of wonderdoener, herkent Maria intuïtief zijn roeping als het Lam van God dat geslacht moet worden.
Het complot tegen Lazarus (Johannes 12:9-11)
De opwekking van Lazarus heeft zulke grote impact dat de overpriesters besluiten ook hem te doden. Dit toont de hardnekkigheid van ongeloof - zelfs het meest overtuigende wonder kan harten niet veranderen die gesloten zijn voor de waarheid.
Jezus' koninklijke intocht (Johannes 12:12-19)
De intocht in Jeruzalem op Palmzondag vervult Zacharia 9:9. De menigte juicht Jezus toe als Koning van Israël, maar hun verwachtingen zijn aards en politiek. Ze begrijpen nog niet dat Jezus' koninkrijk niet van deze wereld is.