Jezus wast de voeten van Zijn discipelen
De Heere en Meester doet het werk van een dienstknecht
Samenvatting
De voetwassing (Johannes 13:1-17) gaat over de avond vóór het lijden van Jezus, waarop Hij opstaat van de maaltijd, Zich omgordt met een linnen doek en de voeten van Zijn discipelen wast. Petrus weigert eerst, tot Jezus zegt: "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij". Daarna legt Jezus uit dat Hij hun een voorbeeld heeft gegeven.
Bijbelgedeelte
“En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.”
“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.”
“Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij.”
“Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.”
“Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.”
Het verhaal
De voetwassing staat alleen in het Evangelie naar Johannes, in Johannes 13:1-17. Zij opent het deel van dat evangelie dat zich afspeelt in de laatste nacht vóór het lijden van Jezus: de maaltijd met Zijn discipelen, het vertrek van Judas, en daarna de afscheidswoorden en het gebed van Johannes 14 tot 17.
Wanneer waste Jezus de voeten van Zijn discipelen?
Johannes plaatst de geschiedenis vóór het feest van het Pascha. Hij begint niet bij het water, maar bij wat Jezus wist en bij Zijn liefde voor de Zijnen: "zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde" (Johannes 13:1). Jezus wist dat Zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader. Bij die maaltijd had de duivel het al in het hart van Judas Iskariot gegeven dat hij Hem zou verraden (Johannes 13:2). En Jezus wist dat de Vader Hem alle dingen in de handen had gegeven, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God heenging (Johannes 13:3).
Hoe waste Jezus de voeten van de discipelen?
Juist met die wetenschap stond Jezus op van de maaltijd. Hij legde Zijn klederen af, nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee, zoals een knecht die gaat dienen. Hij goot water in het bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de doek waarmee Hij omgord was (Johannes 13:4-5). Johannes beschrijft het stap voor stap, zonder er iets bij te zeggen. De Heere aan Wie de Vader alles gegeven had, nam het werk van een dienstknecht op Zich.
Waarom wilde Petrus zijn voeten niet laten wassen?
Toen Jezus bij Petrus kwam, vroeg Petrus of zijn Heere werkelijk zijn voeten zou wassen. Jezus antwoordde dat Petrus nu niet wist wat Hij deed, maar dat hij het later zou verstaan (Johannes 13:7). Petrus weigerde beslist: "Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid" (Johannes 13:8). Het antwoord van Jezus is de kern van de geschiedenis: "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij" (Johannes 13:8). Toen sloeg Petrus naar de andere kant door en vroeg om ook zijn handen en zijn hoofd te wassen (Johannes 13:9).
Waarom zei Jezus dat niet allen rein waren?
Jezus antwoordde dat wie gewassen is, alleen de voeten nog hoeft te wassen en verder geheel rein is. Hij voegde eraan toe: "En gijlieden zijt rein, doch niet allen" (Johannes 13:10). Johannes legt het zelf uit: Jezus wist wie Hem zou verraden (Johannes 13:11). Hij doelde op Judas, die mee aan tafel zat. Johannes noemt niemand die bij het wassen werd overgeslagen. Pas later die avond, na de bete die hij van Jezus kreeg, ging Judas naar buiten, en Johannes zegt er kort bij dat het nacht was (Johannes 13:30).
Wat leerde Jezus de discipelen met de voetwassing?
Na het wassen nam Jezus Zijn klederen weer, ging opnieuw aanzitten en vroeg of zij verstonden wat Hij hun gedaan had (Johannes 13:12). Zij noemden Hem Meester en Heere, en dat was terecht. Toen zei Hij: "Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen" (Johannes 13:14). Wat Hij gedaan had, noemde Hij een voorbeeld, opdat zij zouden doen zoals Hij hun gedaan had. Een dienstknecht is niet meer dan zijn heer. De geschiedenis eindigt met een zaligspreking: "Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet" (Johannes 13:17). Wie het hoofdstuk verder wil lezen, vindt de uitleg bij Johannes 13.
Achtergrond
In het land van de Bijbel liep men op sandalen over onverharde wegen. Wie ergens te gast kwam, kreeg water om de voeten te wassen. Abraham liet het zijn drie bezoekers aanbieden (Genesis 18:4), en Jezus wees Simon de Farizeeër erop dat hij Hem geen water voor Zijn voeten had gegeven (Lukas 7:44). Het wassen van andermans voeten was werk voor knechten en dienstmaagden. Abigaïl noemt het als de laagste dienst die zij kon aanbieden: zij wilde een dienares zijn "om de voeten der knechten mijns heren te wassen" (1 Samuël 25:41).
Johannes noemt de zaal niet. De andere evangeliën vertellen dat Jezus het Pascha at in een opperzaal in de stad (Lukas 22:12), en doorgaans neemt men aan dat Johannes 13 over dezelfde avond gaat. Hoe de tijdsaanduiding van Johannes zich verhoudt tot de paasmaaltijd bij Mattheüs, Markus en Lukas, daarover verschillen uitleggers. De instelling van het laatste avondmaal vertelt Johannes niet; hij vertelt wel wat er die avond aan tafel gebeurde.
Betekenis
Johannes laat de voetwassing beginnen bij de liefde van Christus en bij wat de Vader Hem gegeven had. Jezus wist dat de Vader alle dingen in Zijn handen had gegeven (Johannes 13:3), en juist Hij ging de voeten van Zijn discipelen wassen. De Zoon, Die van God was uitgegaan, nam de plaats van een dienstknecht in. Paulus beschrijft dezelfde weg: Christus heeft "de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen" en is gehoorzaam geworden tot de dood van het kruis (Filippenzen 2:7-8).
Het gesprek met Petrus laat zien dat het om meer gaat dan een les in nederigheid. "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij" (Johannes 13:8) gaat over de vraag of iemand bij Christus hoort. Wie Hij niet reinigt, heeft geen deel aan Hem. Veel uitleggers zien in dit wassen een beeld dat vooruitwijst naar wat Hij aan het kruis zou doen, want "het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde" (1 Johannes 1:7). Jezus zei dat Petrus het na dezen zou verstaan (Johannes 13:7). Een deel legde Hij diezelfde avond al uit (Johannes 13:12-17), het volle verstaan kwam later.
Het woord over wie gewassen is en alleen de voeten nog nodig heeft (Johannes 13:10), wordt in de gereformeerde uitleg vaak zo gelezen: wie door Christus gewassen is, is geheel rein en hoeft niet opnieuw te beginnen, maar heeft onderweg wel dagelijks reiniging nodig, door belijdenis van zonden en vergeving. Jezus zei later tegen dezelfde discipelen: "Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb" (Johannes 15:3). Anderen lezen het vers eenvoudiger, als beeld uit het dagelijks leven.
Pas daarna komt het voorbeeld. Eerst wat Christus doet, dan wat de Zijnen doen. Het nieuwe gebod dat Jezus diezelfde avond gaf, volgt die lijn: "gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt" (Johannes 13:34).
Lessen voor vandaag
De Heere Jezus heeft de Zijnen liefgehad tot het einde. Hij wist wat Hem te wachten stond en wie Hem zou verraden, en toch diende Hij. Wie bij zichzelf weinig liefde vindt, mag weten dat het niet begint bij onze liefde, maar bij de Zijne. Hij is ook nu Degene Die reinigt.
Petrus wilde eerst niet gewassen worden en daarna te veel. Beide keren wilde hij zelf bepalen hoe het moest. Het geloof laat Christus doen wat Hij wil doen, ook als wij het nog niet verstaan. Hij beloofde Petrus dat hij het later zou verstaan, en die belofte geldt ook wie vandaag vragen houdt.
De zaligspreking van vers 17 geldt wie het weet en het ook doet. Dienen is in de gemeente van Christus geen werk voor de minsten, maar de weg van de Meester Zelf. Lukas vertelt dat de discipelen die avond twistten wie van hen de meeste was (Lukas 22:24). Daartegenover zei Jezus: "Ik ben in het midden van u, als een die dient" (Lukas 22:27). Wat dat betekent voor de omgang met elkaar, leest u bij nederigheid. Wie zelf door Christus gediend is, kan de ander dienen zonder te rekenen op eer.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was bijna Pascha. Dat was het grote feest waarop Israël vierde dat God Zijn volk uit Egypte had bevrijd. De Heere Jezus was met Zijn discipelen in Jeruzalem. Hij wist dat Zijn uur gekomen was. Hij zou uit deze wereld weggaan en teruggaan naar Zijn Vader. De Heere Jezus had Zijn discipelen lief. En Hij had hen lief tot het einde toe.
Op een avond zaten ze samen aan tafel voor de maaltijd. Ook Judas was erbij. Maar de duivel had iets slechts in het hart van Judas gegeven. Judas zou de Heere Jezus verraden. Verraden betekent: iemand overleveren aan zijn vijanden. De Heere Jezus wist dat. Hij wist ook dat Zijn Vader alles in Zijn handen had gegeven. Hij was van God gekomen, en Hij ging naar God terug.
Toen stond de Heere Jezus op van de maaltijd. Hij deed Zijn bovenkleren uit. Hij nam een linnen doek en bond die om Zich heen, zoals een knecht doet die gaat werken. Hij goot water in een bekken, een grote kom. Toen begon Hij de voeten van Zijn discipelen te wassen. Hij droogde ze af met de doek die Hij om had.
In dat land liepen de mensen op sandalen over stoffige wegen. Hun voeten werden vies. Het wassen van voeten was het werk van een knecht. Maar nu deed de Heere Jezus het Zelf. Hij is de Heere, en toch deed Hij het werk van een knecht.
Zo kwam Hij ook bij Petrus. Petrus vroeg of de Heere Jezus nu echt zijn voeten ging wassen. De Heere Jezus antwoordde dat Petrus nu nog niet begreep wat Hij deed. Later zou hij het wel begrijpen. Maar Petrus zei: "Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid". Dat betekent: nooit!
Toen zei de Heere Jezus iets heel belangrijks: "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij". Dat wil zeggen: wie niet door de Heere Jezus gewassen wordt, hoort niet bij Hem. Nu wilde Petrus ineens veel meer. Hij zei: "Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd".
De Heere Jezus antwoordde dat dat niet nodig was. Wie gewassen is, is al helemaal rein, helemaal schoon. Hij hoeft alleen zijn voeten nog te wassen. Hij zei tegen de discipelen dat zij rein waren, maar niet allemaal. Want de Heere Jezus wist wie Hem zou verraden.
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed de Heere Jezus Zijn kleren weer aan. Hij ging weer aan tafel zitten. Hij vroeg de discipelen of ze begrepen wat Hij gedaan had. Ze noemden Hem Meester en Heere, en dat was goed, want dat is Hij ook. Als Hij, de Heere, hun voeten gewassen had, dan moesten zij ook elkaars voeten wassen. Hij zei: "Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet".
Een voorbeeld is iets wat iemand je voordoet, zodat jij het ook zo doet. Een knecht is niet belangrijker dan zijn heer. Daarom moesten de discipelen elkaar dienen, net zoals hun Heere hen gediend had. De Heere Jezus zei dat zij zalig waren als ze dit wisten en het ook deden. Zalig betekent: echt gelukkig, gezegend door God.
Nog diezelfde avond ging Judas weg. Het was nacht. Kort daarna werd de Heere Jezus gevangengenomen, en de volgende dag stierf Hij aan het kruis. Daar gaf Hij Zijn leven voor zondaars. Zo groot is Zijn liefde: Hij had de Zijnen lief tot het einde. En wie door de Heere Jezus gewassen wordt van zijn zonden, die hoort bij Hem.
“alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.” (Johannes 13:1)
Tips voor de verteller
- Leg uit waarom voeten wassen nodig was: mensen liepen op sandalen over stoffige wegen, en het wassen van andermans voeten was het werk van een knecht (1 Samuël 25:41). Zo begrijpen kinderen dat de Heere Jezus de laagste plaats innam. Leg ook kort uit wat omgorden is: een doek om het middel binden, zoals een knecht die gaat dienen.
- Kinderen vragen soms: waste Jezus ook de voeten van Judas? Antwoord eerlijk. De Bijbel zegt dat Judas aan tafel zat en dat Jezus wist wie Hem zou verraden (Johannes 13:11). Johannes noemt niemand die werd overgeslagen, maar zegt ook niet met zoveel woorden dat Judas gewassen werd. Vul niet in wat Judas dacht of voelde.
- Voor kleuters is het genoeg dat de Heere Jezus, de Heere van alles, als een knecht de voeten van Zijn discipelen waste omdat Hij hen liefhad. Voor oudere kinderen kunt u het woord van vers 8 uitleggen: wie niet door de Heere Jezus gewassen wordt van zijn zonden, hoort niet bij Hem. Maak er geen les van die alleen gaat over aardig zijn voor elkaar.
- Lees Johannes 13:12-17 zelf voor uit de Bijbel. Laat de kinderen horen dat Jezus Zichzelf Meester en Heere noemt, en dat Hij juist als Heere het voorbeeld van dienen geeft. De onthoudtekst begint met "alzo"; dat betekent hier: omdat.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat deed de Heere Jezus met het water en de doek?
- NavertellenWat zei Petrus toen de Heere Jezus bij hem kwam?
- VerwonderenWaarom deed de Heere Jezus het werk van een knecht?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat wist Jezus volgens Johannes 13:1-3 voordat Hij opstond van de maaltijd?
- BetekenisJezus zei tegen Petrus: "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij". Wat bedoelde Hij daarmee?
- VerbindingLees Lukas 22:24-27. Waarover twistten de discipelen die avond, en wat zei de Heere Jezus over Zichzelf?
- ToepassingJezus noemde de voetwassing een voorbeeld. Hoe kun jij thuis of op school iemand dienen, ook als niemand het ziet?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Filippenzen 2:5-8. Welke overeenkomsten zie je tussen wat Paulus over Christus schrijft en wat Jezus deed in Johannes 13:4-5?
- Wie is God?Jezus wist dat de Vader alles in Zijn handen had gegeven, en juist toen ging Hij dienen (Johannes 13:3-4). Wat zegt dat over Wie God is?
- Moeilijke vraagJezus wist wie Hem zou verraden (Johannes 13:11). Toch zei Hij: "gijlieden zijt rein, doch niet allen" (Johannes 13:10). Waarom is uiterlijk gewassen worden niet hetzelfde als rein zijn?
- PersoonlijkPetrus wilde eerst niet gewassen worden en daarna te veel. Waarom kan het moeilijk zijn om Jezus te laten doen wat Hij wil doen?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij de Zijnen liefheeft tot het einde en hen wast van hun zonden. Bid dat Hij ook ons wast van onze zonden, en dat wij elkaar in Zijn Naam dienen.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Jezus wast de voeten van Zijn discipelen
Waar staat het verhaal van de voetwassing in de Bijbel?
De voetwassing staat in Johannes 13:1-17. Alleen Johannes vertelt deze geschiedenis. Mattheüs, Markus en Lukas beschrijven van dezelfde avond vooral het Pascha en de instelling van het avondmaal. Lukas vermeldt wel dat de discipelen die avond twistten wie de meeste was, en dat Jezus zei: "Ik ben in het midden van u, als een die dient" (Lukas 22:27). In Johannes 13 volgen na de voetwassing de aanwijzing van de verrader en het nieuwe gebod.
Wat betekent de voetwassing?
De voetwassing heeft twee kanten. Eerst laat Jezus zien wat Hij voor de Zijnen doet: Hij, de Heere en de Meester, neemt de plaats van een dienstknecht in en reinigt hen. Zonder dat wassen heeft niemand deel aan Hem (Johannes 13:8). Daarna noemt Hij het een voorbeeld: "zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen" (Johannes 13:14). De dienst van Christus gaat voorop; de onderlinge dienst van de discipelen volgt daaruit.
Wat bedoelde Jezus met "geen deel met Mij"?
Deel hebben met Jezus is bij Hem horen en delen in wat Hij geeft. Petrus wilde niet dat zijn Meester hem zou dienen, maar Jezus zei: "Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij" (Johannes 13:8). Het ging dus om meer dan schone voeten. Veel uitleggers lezen het als een beeld van de reiniging van zonde, die Christus door Zijn lijden en sterven geeft. Johannes schrijft later: "het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde" (1 Johannes 1:7).
Waste Jezus ook de voeten van Judas?
De Bijbel zegt het niet met zoveel woorden, maar alles wijst erop. Judas was bij de maaltijd (Johannes 13:2). Hij kreeg later de bete van Jezus (Johannes 13:26) en ging pas daarna weg (Johannes 13:30). Johannes zegt dat Jezus de voeten van de discipelen begon te wassen en noemt niemand die werd overgeslagen. Jezus wist wie Hem zou verraden (Johannes 13:11). Daarom zei Hij: "gijlieden zijt rein, doch niet allen" (Johannes 13:10). Het wassen van de voeten maakte Judas niet rein.
Is de voetwassing een sacrament?
Nee, volgens de gereformeerde kerken niet. Christus heeft twee sacramenten ingesteld, de doop en het avondmaal (Heidelbergse Catechismus, zondag 25, vraag en antwoord 68). Bij de voetwassing spreekt Jezus van een voorbeeld (Johannes 13:15), niet van een teken en zegel bij een belofte. Sommige kerken houden wel een voetwassing, bijvoorbeeld op Witte Donderdag. In de gereformeerde traditie wordt het gebod gelezen als opdracht tot nederige dienst aan elkaar. In 1 Timotheüs 5:10 is het wassen van de voeten der heiligen een van de goede werken van een weduwe.
Waarom was voeten wassen het werk van een knecht?
In het land van de Bijbel liep men op sandalen over onverharde wegen, en wie ergens binnenkwam, kreeg water voor de voeten (Genesis 18:4; Lukas 7:44). Het wassen zelf was werk voor knechten en dienstmaagden. Abigaïl noemde het als de laagste dienst die zij kon aanbieden (1 Samuël 25:41). Daarom begreep Petrus niet waarom zijn Heere zijn voeten wilde wassen. Dat Jezus Zich omgordde en hun voeten waste, keerde alle verhoudingen om.
Wat betekent "Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen"?
Jezus gebruikte een beeld uit het dagelijks leven: wie gebaad is, hoeft daarna alleen de voeten nog te wassen (Johannes 13:10). In de gereformeerde uitleg wordt dit vaak toegepast op het geloof. Wie door Christus gewassen is, is geheel rein en hoeft niet opnieuw te beginnen, maar heeft wel dagelijks reiniging van zonden nodig. Jezus zei later tegen dezelfde discipelen: "Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb" (Johannes 15:3).
Waarom zou Petrus het pas later verstaan?
Jezus zei tegen Petrus: "Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan" (Johannes 13:7). Petrus zag alleen dat zijn Meester het werk van een knecht deed. Wat dat wassen betekende, werd pas duidelijk na het kruis en de opstanding. Jezus beloofde dat de Heilige Geest de discipelen alles zou leren en indachtig maken (Johannes 14:26). Johannes vertelt vaker dat de discipelen iets pas verstonden "als Jezus verheerlijkt was" (Johannes 12:16).
Hoe vertelt u de voetwassing aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Johannes 13:1-17 blijft, met een tekst om te onthouden, tips voor de verteller en gespreksvragen per leeftijd. Leg uit waarom voeten wassen knechtenwerk was. Laat de liefde van de Heere Jezus centraal staan en niet alleen de les dat wij aardig moeten zijn. Het woord tegen Petrus, dat wie niet door Jezus gewassen wordt geen deel aan Hem heeft, hoort erbij.
Stel een vraag over Jezus wast de voeten van Zijn discipelen
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.