Ga naar hoofdinhoud

Joppe in de Bijbel

Jafo (Hebreeuws), Ioppe (Grieks, Ἰόππη). De Statenvertaling schrijft in het Oude Testament Jafo en in het Nieuwe Joppe. De naam wordt vaak verbonden met het Hebreeuwse woord voor mooi, maar die verklaring is niet zeker.

Joppe was de oude havenstad aan de kust van Israël, het huidige Jaffa, nu deel van Tel Aviv-Jaffa. Hier nam Jona een schip naar Tarsis (Jona 1:3) en hier wekte Petrus Tabitha op. Op het dak van Simon de looier zag Petrus het gezicht dat hem naar Cornelius in Caesarea zond.

Ook bekend als: Jafo, Jaffa, Yafo, Joppa

Ligging

Joppe lag aan de Middellandse Zee, op een rotsachtige heuvel aan de kust, ten noorden van het land van de Filistijnen en ten zuiden van de vlakte van Saron. Het was de haven die het dichtst bij Jeruzalem lag. Lydda lag landinwaarts, niet ver van de stad (Handelingen 9:38); Caesarea lag ongeveer vijftig kilometer noordelijker aan dezelfde kust.

Vandaag

Joppe is het oude Jaffa, in het Hebreeuws Yafo, nu het zuidelijke deel van de stad Tel Aviv-Jaffa in Israël; de identificatie is zeker. Op de heuvel van de oude stad zijn resten gevonden uit de Egyptische tijd tot de Romeinse. Een huis dat als het huis van Simon de looier wordt aangewezen, berust op overlevering.

Geschiedenis

Joppe was al een haven lang voordat Israël in Kanaän kwam. Egyptische bronnen uit de tijd van de farao’s noemen de stad, en ook de Amarnabrieven spreken erover. Bij de verdeling van het land lag de grens van Dan tegenover Jafo (Jozua 19:46). Of Israël de stad toen werkelijk bezat, zegt de tekst niet; lange tijd lag de kust in handen van anderen. Voor de bouw van de tempel beloofde Hiram (in Kronieken Huram), de koning van Tyrus, dat zijn knechten het hout "met vlotten, over de zee, naar Jafo" zouden brengen (2 Kronieken 2:3, 2:16). Het cederhout van de Libanon kwam zo over zee naar Joppe en ging vandaar over land naar Jeruzalem. Na de ballingschap gebeurde hetzelfde: met toestemming van Kores werd cederhout naar Jafo gebracht voor de tweede tempel (Ezra 3:7). Tussen die twee bouwperioden in, in de tijd van de koningen, vluchtte de profeet Jona via deze haven. In plaats van naar Nineve te gaan, staat er: "hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis" (Jona 1:3). Joppe was dus een plaats waar schepen naar verre bestemmingen vertrokken. In het Nieuwe Testament woonde in Joppe een gemeente. De discipelin Tabitha, in het Grieks Dorkas, deed er veel goede werken. Toen zij stierf, haalden de discipelen Petrus uit het nabije Lydda, waar hij Eneas had genezen (Handelingen 9:32-38). Petrus wekte haar op, en velen geloofden in de Heere (Handelingen 9:42). Hij bleef vele dagen in Joppe, "bij een zekeren Simon, een lederbereider" (Handelingen 9:43). Op het dak van dat huis kreeg hij het gezicht van het laken met reine en onreine dieren, en daar kwamen de boden van Cornelius hem halen (Handelingen 10:9-23). Buiten de Bijbel vertelt de Joodse geschiedschrijver Josephus over Joppe in de oorlogen van de Hasmoneeën en de Romeinen. Toen Herodes de Grote Caesarea bouwde met een kunstmatige haven, verloor Joppe waarschijnlijk een deel van zijn betekenis.

Betekenis in de Bijbel

Joppe is in de Bijbel de poort naar de zee. Het hout voor de tempel van Salomo en voor de herbouwde tempel kwam via deze haven. Zo was Joppe dienstbaar aan de plaats waar de HEERE Zijn Naam wilde doen wonen. Joppe was ook de haven van Jeruzalem. Wie van de hoofdstad naar zee wilde, daalde af door het heuvelland en kwam via Lydda, landinwaarts vlak bij Joppe (Handelingen 9:38), bij de kust uit. Daardoor was de stad een knooppunt tussen het bergland van Juda en de wereld over zee. Later kreeg zij met Caesarea, de nieuwe haven van Herodes, een concurrent. In deze haven staan bovendien twee mannen met een opdracht voor de heidenen: Jona, die vluchtte, en Petrus, die ging. Wat in Joppe begon, kreeg grote gevolgen. In Caesarea viel de Heilige Geest op de heidenen die het Woord hoorden (Handelingen 10:44). Toen Petrus het in Jeruzalem vertelde en zei: "Ik was in de stad Joppe, biddende" (Handelingen 11:5), zei de gemeente: "Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven" (Handelingen 11:18).

Sleutelgebeurtenissen in Joppe

1

De grens van Dan tegenover Jafo

Bij de verdeling van het land wordt het gebied van Dan beschreven tot aan de landpale tegenover Jafo.

Jozua 19:46

2

Ceders voor de tempel van Salomo

Hiram van Tyrus belooft het hout van de Libanon met vlotten over zee naar Jafo te brengen, waarvandaan Salomo het naar Jeruzalem laat halen.

2 Kronieken 2:16

3

Jona neemt een schip naar Tarsis

Jona vlucht voor de opdracht om tegen Nineve te prediken. In Jafo vindt hij een schip naar Tarsis en betaalt de vracht.

Jona 1:3

4

Cederhout voor de tweede tempel

Na de ballingschap betalen de teruggekeerden Sidoniërs en Tyriërs om cederhout van de Libanon over zee naar Jafo te brengen.

Ezra 3:7

5

Petrus wekt Tabitha op

De discipelin Tabitha sterft. Petrus komt uit Lydda, bidt en zegt: "Tabitha, sta op". Velen in Joppe gaan geloven.

Handelingen 9:36-42

6

Het gezicht op het dak

Op het dak van Simon de looier ziet Petrus een laken met allerlei dieren neerdalen en hoort hij dat hij niet onrein mag noemen wat God gereinigd heeft.

Handelingen 10:9-16

7

Petrus vertrekt naar Caesarea

Petrus ontvangt de boden van Cornelius in huis en reist de volgende dag met hen en enkele broeders uit Joppe naar Caesarea.

Handelingen 10:23

Theologische betekenis

Joppe laat zien dat God Zijn plan doorzet, ook tegen de onwil van Zijn dienaren in. Jona wilde via Jafo vluchten "van het aangezicht des HEEREN" (Jona 1:3), maar "de HEERE wierp een groten wind op de zee" (Jona 1:4). De profeet die niet naar de heidenen wilde, werd teruggebracht en moest toch gaan. Ook Petrus aarzelde. Op het dak in Joppe antwoordde hij de stem uit de hemel: "Geenszins, Heere" (Handelingen 10:14). Maar waar Jona vluchtte, ging Petrus mee, niet twijfelende, toen de Geest het zei (Handelingen 10:20). Sommige uitleggers wijzen er bovendien op dat Petrus ook Simon Bar-Jona heette (Mattheüs 16:17). De Schrift legt dat verband zelf niet; het is een opvallende overeenkomst, geen bewijs. De genade die Jona in Nineve tegenstond (Jona 3:10, 4:2), kreeg onder Petrus een nieuwe, blijvende gestalte. Het Evangelie bleef niet bij Israël, maar ging naar de volken, "tot aan het uiterste der aarde" (Handelingen 1:8). Zo staat Joppe aan het begin van de prediking aan de heidenen in het huis van Cornelius, die God al in het Oude Testament had aangekondigd.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Joppe in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Joppe

Waar lag Joppe?

Joppe is het oude Jaffa, nu het zuidelijke deel van Tel Aviv-Jaffa in Israël. De stad lag op een heuvel aan de Middellandse Zee en was de haven die het dichtst bij Jeruzalem lag. Lydda lag landinwaarts in de buurt, en Caesarea ongeveer vijftig kilometer noordelijker aan dezelfde kust.

Is Joppe hetzelfde als Jaffa?

Ja. Joppe is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Jafo, en Jaffa is de vorm die later gangbaar werd. Het gaat om dezelfde stad, die nu deel uitmaakt van Tel Aviv-Jaffa. Over deze identificatie bestaat geen twijfel; de oude stad op de heuvel aan zee is deels opgegraven.

Hoe heet Joppe in de Statenvertaling?

In het Oude Testament schrijft de Statenvertaling Jafo, bijvoorbeeld in Jozua 19:46, 2 Kronieken 2:16, Ezra 3:7 en Jona 1:3. In het Nieuwe Testament staat Joppe, de vorm die uit het Grieks komt, in tien verzen van Handelingen 9 tot 11. Het gaat steeds om dezelfde havenstad.

Wat betekent de naam Joppe?

De naam wordt vaak verbonden met het Hebreeuwse woord jafeh, dat mooi betekent. Dan zou Jafo zoiets als de schone of de mooie betekenen. Die verklaring is gangbaar, maar niet zeker: de stad is veel ouder dan Israël en de naam kan een andere oorsprong hebben.

Wat gebeurde er in Joppe?

In Joppe nam Jona een schip naar Tarsis om te vluchten voor zijn opdracht (Jona 1:3). Via de haven kwam het cederhout voor de tempel van Salomo en voor de tweede tempel binnen (2 Kronieken 2:16, Ezra 3:7). In Handelingen wekte Petrus hier Tabitha op (Handelingen 9:40) en zag hij op het dak van Simon de looier het gezicht dat hem naar Cornelius zond (Handelingen 10:9-16).

Waarom was Petrus in Joppe?

Petrus was in het nabije Lydda, waar hij Eneas had genezen. Toen Tabitha in Joppe stierf, stuurden de discipelen twee mannen om hem te halen (Handelingen 9:38). Na haar opwekking bleef hij vele dagen in Joppe, "bij een zekeren Simon, een lederbereider" (Handelingen 9:43). Daar vonden de boden van Cornelius hem.

Wie was Simon de looier?

Simon was een lederbereider in Joppe, bij wie Petrus vele dagen verbleef. Zijn huis stond bij de zee (Handelingen 10:6). Meer vertelt de Bijbel niet over hem. Uitleggers merken op dat een looier met huiden van dode dieren werkte, wat in Joodse ogen geen aanzienlijk beroep was. Het huis dat men in Jaffa als zijn huis aanwijst, berust op overlevering.

Wat hebben Jona en Petrus met Joppe te maken?

Beiden waren in Joppe toen zij een opdracht kregen die verder ging dan Israël. Jona moest naar Nineve, maar vluchtte vanuit Jafo de andere kant op (Jona 1:3). Petrus moest naar het huis van de Romeinse hoofdman Cornelius en ging, al aarzelde hij eerst (Handelingen 10:14-23). Veel uitleggers zien hierin een tegenstelling, al legt de Schrift het verband niet uitdrukkelijk.

Bijbelverhalen in Joppe

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Joppe

Bijbelhoofdstukken die zich in Joppe afspelen

Leer meer over Joppe met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Joppe? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder