Waar gaat Handelingen 10 over?
In Handelingen 10 opent God het evangelie voor de heidenen: de Romeinse hoofdman Cornelius krijgt een engelverschijning, Petrus ziet het visioen van het laken, en als Petrus in Caesarea preekt valt de Heilige Geest ook op deze niet-Joden (vers 44). Het scharnierpunt van het hoofdstuk staat in vers 34 en 35: "Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is; maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam."
Het hoofdstuk (afgekort Hand. 10) valt uiteen in vijf delen: Cornelius en de engel (vers 1-8), het visioen van Petrus (vers 9-16), de ontmoeting in Caesarea (vers 17-33), de preek van Petrus (vers 34-43) en de doop van het huis van Cornelius (vers 44-48).
De citaten in deze uitleg volgen de Statenvertaling. De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands weer, en nieuwere vertalingen zoals de NBV21 zeggen hetzelfde in eigentijdse taal. De volledige tekst leest u op de bijbelpagina van Handelingen 10.
Inleiding tot Handelingen 10
Handelingen 10 vormt een keerpunt in de geschiedenis van de vroege kerk. Dit hoofdstuk beschrijft hoe God het evangelie opent voor de heidenen door de ontmoeting tussen de Romeinse centurio Cornelius en de apostel Petrus. Het is een verhaal over Gods genade die alle grenzen overstijgt.