Handelingen 9 beschrijft de bekering van Saulus, de man die later Paulus heet. Hij reist naar Damaskus met brieven om christenen gebonden naar Jeruzalem te brengen (vers 1-2), wordt onderweg omschenen door een licht uit de hemel en hoort: "Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?" (vers 4). Drie dagen ziet hij niets; dan legt Ananias hem de handen op en "terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen" (vers 18). Het hoofdstuk eindigt bij Petrus, die in Lydda Eneas geneest en in Joppe Tabitha opwekt.
Handelingen 9 lezen: de tekst en de vertalingen
De uitleg hieronder citeert de Statenvertaling; de volledige tekst leest u gratis via Handelingen 9 in de Bijbel. Die vertaling is direct en soms onwennig: vers 1 zegt dat Saulus "blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren" naar de hogepriester ging. In de Herziene Statenvertaling (HSV) en in nieuwere vertalingen als de NBV21 staat dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands. Het hoofdstuk telt overal drieenveertig verzen, dus een versverwijzing als Handelingen 9:15 wijst in elke vertaling dezelfde regel aan. Wat wel verschilt is de spelling van de plaatsnaam: de Statenvertaling schrijft Damaskus, nieuwere uitgaven meestal Damascus.
De Dramatische Bekering van Saulus (vers 1-19)
Handelingen 9 opent met Saulus, "blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren" (vers 1). Deze man, die later de apostel Paulus zou worden, was een van de felste vervolgers van de vroege christelijke kerk. Zijn reis naar Damascus om daar christenen gevangen te nemen, zou echter zijn leven voor altijd veranderen.