Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1e eeuw n.Chr.

Tabitha in de Bijbel

Dorkas (Grieks) of Tabitha (Aramees) - “Gazelle”

Wie was Tabitha?

Tabitha, in het Grieks Dorkas, was een discipelin in de havenstad Joppe die bekendstond om haar goede werken en aalmoezen. Zij maakte kleding voor de weduwen. Toen zij stierf, lieten de gelovigen Petrus halen. Hij bad en zei: "Tabitha, sta op!", en zij werd weer levend (Handelingen 9:36-43).

Tabitha komt in de Bijbel op één plaats voor: Handelingen 9:36-43, acht verzen in het verslag van Lukas over de eerste jaren van de gemeente. Toch blijft haar verhaal bij velen hangen, vooral door de woorden waarmee Petrus haar terugriep: "Tabitha, sta op!" (Handelingen 9:40). Lukas geeft haar twee namen: "En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas" (Handelingen 9:36). Tabitha is Aramees, de omgangstaal van de Joden in het land; Dorkas is de Griekse vertaling. Beide betekenen gazelle. In het vervolg gebruikt Lukas de twee namen door elkaar. Het Grieks heeft bij haar een vrouwelijke vorm van het woord discipel, en die vorm staat in het hele Nieuwe Testament alleen bij Tabitha. Over haar familie, haar leeftijd of een man zegt de tekst niets. Wat Lukas wel vertelt, is hoe zij leefde: zij was "vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed". Na haar dood laten de weduwen van Joppe de rokken en klederen zien die zij, zo blijkt uit het verhaal, voor hen had gemaakt. Het verhaal zelf is kort. Tabitha wordt ziek en sterft. De gelovigen wassen haar lichaam en leggen het in de opperzaal, en omdat Petrus in het nabije Lydda is, laten zij hem met spoed halen. Petrus stuurt iedereen de kamer uit, knielt en bidt, en roept haar bij naam. Zij opent haar ogen, ziet Petrus en gaat rechtop zitten. Het wordt bekend in heel Joppe, en velen komen tot geloof. Tabitha is niet te verwarren met het dochtertje van Jaïrus, dat Jezus opwekte met de Aramese woorden "Talitha kumi" (Markus 5:41). De namen verschillen maar in één letter en de verhalen lijken op elkaar, maar het gaat om twee verschillende vrouwen en twee verschillende gebeurtenissen.

Historische context

Het verhaal speelt in de eerste eeuw, waarschijnlijk enkele jaren na de bekering van Paulus. Lukas plaatst het direct na de periode waarin Paulus naar Tarsus vertrok (Handelingen 9:30) en de gemeenten "door geheel Judea, en Galilea, en Samaria" vrede hadden (Handelingen 9:31). Een exact jaar geeft de tekst niet; veel uitleggers denken aan de tweede helft van de jaren dertig. Petrus trok in die tijd langs de gemeenten. In Lydda, een stad in de kustvlakte, genas hij Eneas, die acht jaar verlamd op bed had gelegen, met de woorden: "Eneas! Jezus Christus maakt u gezond" (Handelingen 9:34). Joppe lag aan de kust, ongeveer achttien kilometer verder. Daarom kon Lukas schrijven: "En alzo Lydda nabij Joppe was" (Handelingen 9:38). Hoe het evangelie in Joppe kwam, vertelt Lukas niet. Wel verkondigde Filippus kort tevoren het evangelie "in alle steden" langs de kust tot Caesarea (Handelingen 8:40). Joppe, het huidige Jaffa bij Tel Aviv, was eeuwenlang de haven van Jeruzalem. In het Oude Testament heet de stad in de Statenvertaling Jafo. Het cederhout voor de tempel van Salomo kwam per vlot "over de zee, naar Jafo" (2 Kronieken 2:16), en ook bij de herbouw van de tempel ging het hout die weg (Ezra 3:7). Vanuit dezelfde haven probeerde Jona te vluchten: "hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis" (Jona 1:3). Een paar gebruiken uit het verhaal vragen uitleg. Het wassen van een overledene hoorde bij de Joodse zorg voor de doden. Gewoonlijk werd iemand snel begraven, zeker in het warme klimaat. Dat Tabitha in de opperzaal werd gelegd en er boden naar Lydda gingen, wijst er volgens veel uitleggers op dat de gelovigen op meer hoopten dan troost, al zegt de tekst dat niet met zoveel woorden. Een opperzaal was een kamer op het platte dak of de bovenverdieping, vaak de ruimste kamer van het huis; ook in Jeruzalem kwamen de discipelen samen "in de opperzaal" (Handelingen 1:13). Weduwen hadden in die samenleving vaak geen vast inkomen. De jonge gemeente zorgde voor hen: in Jeruzalem was er een "dagelijkse bediening" (Handelingen 6:1), en later schrijft Paulus over weduwen die bekend staan om hun "goede werken" (1 Timotheüs 5:10). De "rokken en klederen" die de weduwen toonden, waren onder- en bovenkleding, in die tijd kostbaar bezit. Na de opwekking bleef Petrus "vele dagen te Joppe" bij Simon, een lederbereider (Handelingen 9:43). Latere joodse (rabbijnse) bronnen rekenen het leerlooien tot de geminachte beroepen, omdat het werken met dode dieren meebracht; sommige uitleggers zien in dit logeeradres al een stap op weg naar wat volgt. In Joppe ontving Petrus op het dak het gezicht van het laken uit de hemel (Handelingen 10:9-16), en vandaar ging hij met de boden van de Romeinse hoofdman Cornelius naar Caesarea (Handelingen 10:23-24).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Een discipelin: de enige vrouw die in het Nieuwe Testament met dat woord wordt aangeduid (Handelingen 9:36)
  • Vol van goede werken en aalmoezen, niet als voornemen maar als gewoonte (Handelingen 9:36)
  • Praktisch en zorgzaam: zij maakte rokken en klederen voor de weduwen (Handelingen 9:39)
  • Geliefd in de gemeente: haar dood leidde tot rouw en tot een dringend beroep op Petrus (Handelingen 9:38-39)

Theologische betekenis

De opwekking van Tabitha is de eerste opwekking door een apostel waarvan de Bijbel na de hemelvaart verhaalt. Jezus had de twaalf al eerder de opdracht gegeven: "wekt de doden op" (Mattheüs 10:8). In Joppe gebeurt dat, maar nadrukkelijk niet in eigen kracht. Petrus knielt eerst en bidt (Handelingen 9:40). Bij Eneas zei hij kort tevoren: "Jezus Christus maakt u gezond" (Handelingen 9:34). Het is de levende Heere die door Zijn apostel werkt. Het verloop doet denken aan wat Petrus zelf had meegemaakt in het huis van Jaïrus. Daar mocht hij met Jakobus en Johannes mee naar binnen (Markus 5:37). Jezus stuurde de klagers weg, nam het kind bij de hand en zei: "Talitha kumi!" (Markus 5:41). In Joppe stuurt Petrus iedereen weg, spreekt Tabitha aan en geeft haar de hand. Ook de opwekkingen door Elia en Elisa klinken mee: bij Elia de opperzaal en het gebed tot de HEERE (1 Koningen 17:19-22), bij Elisa de gesloten deur, het gebed en dan: "daarna deed de jongen zijn ogen open" (2 Koningen 4:33-35). Zo staat er ook van Tabitha: "zij deed haar ogen open" (Handelingen 9:40). Lukas laat zo zien dat het werk van Christus doorgaat in Zijn gemeente. Toch is de opwekking van Tabitha een terugkeer in het gewone leven, geen opstanding tot heerlijkheid. Zij zou later opnieuw sterven, net als Lazarus en het dochtertje van Jaïrus. Hebreeën 11:35 noemt zulke gebeurtenissen: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen". Zij zijn tekenen die vooruitwijzen naar de opstanding van Christus en de uiteindelijke opstanding van allen die in Hem geloven. Het doel van het teken staat in het vers erna: "velen geloofden in den Heere" (Handelingen 9:42). Het wonder dient de verkondiging. Uitleggers wijzen er bovendien op dat het verhaal in Joppe uitloopt op de roeping van Cornelius. In dezelfde haven waar Jona ooit een schip zocht om te ontkomen aan zijn zending naar de heidenen (Jona 1:3), krijgt Petrus het gezicht dat hem naar een heidens huis stuurt (Handelingen 10:9-16; vgl. 11:5). Ten slotte geeft Lukas een eerlijk beeld van wat geloof in de praktijk doet. Tabitha wordt niet getekend door woorden of een ambt, maar door haar werken. Dat past bij wat de Schrift elders zegt: wij zijn "geschapen in Christus Jezus tot goede werken" (Efeze 2:10). Haar goede werken verdienden de opwekking niet; zij waren de vrucht van het geloof dat Lukas met het woord discipelin al heeft genoemd.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Dorkas (Grieks) of Tabitha (Aramees)

Betekenis

Gazelle

Betekenis van de naam Tabitha: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Petrus in Lydda

Petrus trekt langs de gemeenten en komt in Lydda, waar hij Eneas geneest, die acht jaar verlamd te bed lag. Heel Lydda en Sarona bekeert zich tot de Heere.

Handelingen 9:32-35

2

Een discipelin in Joppe

In het nabije Joppe woont Tabitha, in het Grieks Dorkas. Lukas noemt haar een discipelin en tekent haar met één zin: zij was vol van goede werken en aalmoezen.

Handelingen 9:36

3

Ziek en gestorven

Tabitha wordt ziek en sterft. De gelovigen wassen haar lichaam en leggen het in de opperzaal in plaats van haar direct te begraven.

Handelingen 9:37

4

Petrus wordt gehaald

Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, sturen de discipelen twee mannen naar Petrus met het verzoek zonder uitstel te komen.

Handelingen 9:38

5

De weduwen en de kleren

Petrus gaat direct mee en wordt naar de opperzaal gebracht. Daar staan de weduwen huilend om hem heen en laten de rokken en klederen zien die Dorkas voor hen had gemaakt.

Handelingen 9:39

6

Tabitha, sta op!

Petrus stuurt iedereen naar buiten, knielt en bidt. Dan keert hij zich naar het lichaam en roept haar bij naam. Zij opent haar ogen, ziet Petrus en gaat rechtop zitten.

Handelingen 9:40

7

Levend teruggegeven

Petrus geeft haar de hand, helpt haar overeind en roept de gelovigen en de weduwen binnen. Hij stelt haar levend voor hen.

Handelingen 9:41

8

Velen geloven

Wat er gebeurd is, wordt in heel Joppe bekend, en velen komen tot geloof in de Heere.

Handelingen 9:42

9

Bij Simon de lederbereider

Petrus blijft vele dagen in Joppe, bij Simon de lederbereider. Dat huis is het adres dat de engel later aan de hoofdman Cornelius noemt (Handelingen 10:5-6).

Handelingen 9:43

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Tabitha beter te begrijpen.

Handelingen 9:36

“En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas. Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed.”

De introductie van Tabitha, met haar Aramese en haar Griekse naam. Het Griekse woord voor discipelin staat in het Nieuwe Testament alleen hier.

Handelingen 9:37

“En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.”

Lukas laat geen twijfel dat zij werkelijk gestorven was. Het lichaam werd gewassen, zoals bij een begrafenis gebruikelijk was.

Handelingen 9:39

“En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.”

De weduwen beschrijven Tabitha niet met woorden, maar met de kleren die zij voor hen had gemaakt.

Handelingen 9:40

“Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.”

Het hart van het verhaal. Petrus bidt eerst en spreekt haar dan bij naam aan, zoals Jezus bij het dochtertje van Jaïrus deed.

Handelingen 9:41

“En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen.”

Tabitha wordt teruggegeven aan de gemeente en aan de weduwen voor wie zij zorgde.

Handelingen 9:42

“En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.”

Het doel van het wonder: niet de roem van Petrus, maar geloof in de Heere.

Markus 5:41

“En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.”

De opwekking van het dochtertje van Jaïrus, waar Petrus bij was. Talitha betekent meisje en is een ander woord dan de naam Tabitha.

Tijdperiode

~1e eeuw n.Chr.

Tabitha leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Tabitha komt in de Bijbel maar in acht verzen voor, en zij zegt er zelf geen woord. Toch weten wij wie zij was, omdat anderen lieten zien wat zij had gedaan. Dat bemoedigt wie in de gemeente stil en praktisch werk doet: koken, naaien, bezoeken, helpen. Wat in eigen ogen klein lijkt, ziet God niet over het hoofd. "Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde" (Hebreeën 6:10). Haar zorg ging naar de weduwen, mensen die in die tijd vaak zonder bestaansmiddelen achterbleven. De Schrift noemt dit zuivere godsdienst: "wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking" (Jakobus 1:27). Voor ons is de vraag wie in onze omgeving zo kwetsbaar is, en wat wij concreet voor hen kunnen doen. Het verhaal laat ook zien waar de kracht vandaan komt. Petrus had het dochtertje van Jaïrus zien opstaan, maar ging in Joppe niet uit van zijn eigen gezag. Hij knielde en bad. Wie in de gemeente geroepen wordt om te helpen in nood, mag op dezelfde manier beginnen: bij de Heere, niet bij eigen kunnen. En ten slotte wijst de opwekking van Tabitha verder dan haar eigen leven. Zij zou opnieuw sterven, maar het teken leidde ertoe dat velen in Joppe tot geloof kwamen. Voor wie rouwt om een gelovige, is dit verhaal geen belofte dat iedere dode terugkomt, maar wel een teken dat de dood niet het laatste woord heeft voor wie in Christus gestorven is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Tabitha

Wie was Tabitha in de Bijbel?
Tabitha was een discipelin in de havenstad Joppe, het huidige Jaffa. In het Grieks heette zij Dorkas. Zij stond bekend om haar goede werken en aalmoezen en maakte kleding voor de weduwen in de stad. Toen zij ziek werd en stierf, lieten de gelovigen Petrus uit het nabije Lydda halen. Hij bad en zei: "Tabitha, sta op!" Zij werd weer levend, en velen in Joppe kwamen tot geloof (Handelingen 9:36-43).
Wat betekent de naam Tabitha?
Tabitha is een Aramese naam die gazelle betekent. Lukas vertaalt hem zelf voor zijn Griekse lezers: "met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas" (Handelingen 9:36). Dorkas is het Griekse woord voor gazelle of ree. De gazelle gold in de oudheid als beeld van sierlijkheid en schoonheid, maar of dat bij de naamgeving een rol speelde, zegt de tekst niet.
Waar staat Tabitha in de Bijbel?
Tabitha wordt alleen genoemd in Handelingen 9:36-43. Het verhaal staat direct na de genezing van Eneas in Lydda (Handelingen 9:32-35) en vlak voor de roeping van Cornelius in Handelingen 10. Het speelt in Joppe, de oude havenstad van Jeruzalem aan de Middellandse Zee, die in het Oude Testament in de Statenvertaling Jafo heet. Buiten Handelingen 9 komt zij in de Bijbel niet voor.
Is Tabitha dezelfde als Dorkas?
Ja. Tabitha en Dorkas zijn twee namen van dezelfde vrouw. Tabitha is Aramees, de omgangstaal van de Joden in het land; Dorkas is de Griekse vertaling. Lukas gebruikt beide: de weduwen tonen "de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had" (Handelingen 9:39), en Petrus zegt: "Tabitha, sta op!" (Handelingen 9:40). In het Engels en in oudere teksten komt ook de spelling Dorcas voor.
Wat betekent "Tabitha, sta op"?
Met deze woorden riep Petrus de gestorven Tabitha terug tot het leven (Handelingen 9:40). Eerst stuurde hij iedereen de kamer uit, knielde en bad. Daarna keerde hij zich naar het lichaam en sprak haar bij naam aan. "En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde." De woorden zijn geen formule: Petrus bad eerst, omdat niet hij maar de Heere het leven geeft.
Is Tabitha kumi hetzelfde als Talitha kumi?
Nee, al worden ze vaak verward. "Talitha kumi!" zei Jezus tegen het dochtertje van Jaïrus (Markus 5:41); talitha is Aramees voor meisje. Tabitha is een eigennaam, de vrouw in Joppe die Petrus opwekte met de woorden "Tabitha, sta op!" (Handelingen 9:40). De woorden verschillen in één letter en de verhalen lijken op elkaar, maar het gaat om twee verschillende personen. Petrus was bij beide opwekkingen aanwezig.
Was Tabitha een weduwe?
Dat zegt de Bijbel niet. Er wordt geen man of familie genoemd. De weduwen tonen de kleren die Dorkas maakte "als zij bij haar was", dat is: toen zij nog onder hen leefde (Handelingen 9:39). Dat zij die kleren tonen, wijst erop dat Tabitha ze voor hen maakte. Sommige uitleggers vermoeden dat zij zelf alleenstaand of weduwe was en eigen middelen had om aalmoezen te geven, maar dat blijft een vermoeden.
Waarom lieten de weduwen kleren zien aan Petrus?
De weduwen stonden huilend om Petrus heen, "tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had" (Handelingen 9:39). Zo lieten zij zien wie zij verloren hadden. Weduwen hadden in die tijd vaak geen vast inkomen, en kleding was kostbaar. Tabitha had met eigen handen voor hen gezorgd. De kleren lieten meer zien dan een lofrede had kunnen zeggen.
Wie zijn er in de Bijbel uit de dood opgewekt?
In het Oude Testament wekten Elia en Elisa elk een jongen op (1 Koningen 17:22 en 2 Koningen 4:35), en een dode werd levend in het graf van Elisa (2 Koningen 13:21). Jezus wekte het dochtertje van Jaïrus (Markus 5:41-42), de jongeling van Naïn (Lukas 7:14-15) en Lazarus op (Johannes 11:43-44). Bij de dood van Jezus werden ook vele ontslapen heiligen opgewekt (Mattheüs 27:52-53). Na de hemelvaart wekte Petrus Tabitha op en Paulus de jongeman Eutychus (Handelingen 20:9-12). Zij keerden terug in het gewone leven; Christus is opgestaan tot een leven dat de dood niet meer kent.
Wat heeft Tabitha met Cornelius te maken?
Petrus kwam naar Joppe omdat de discipelen hem bij de gestorven Tabitha haalden (Handelingen 9:38), en hij bleef daarna "vele dagen te Joppe" bij Simon de lederbereider (Handelingen 9:43). Daar liet de Romeinse hoofdman Cornelius hem halen, want de engel had tot hem gezegd: "zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus" (Handelingen 10:5). Zo loopt het verhaal van Tabitha uit op de eerste bekering van heidenen in Handelingen 10.
Wat gebeurde er later met Tabitha?
De Bijbel vertelt niets over haar verdere leven. Na Handelingen 9:41 wordt zij niet meer genoemd. Zij zal, zoals Lazarus, later opnieuw gestorven zijn. In Jaffa wijst een plaatselijke traditie een graf van Tabitha aan, maar dat is overlevering, niet de Schrift. Haar naam leeft voort in kerken en in christelijk hulpwerk dat naar Dorkas is genoemd, als herinnering aan haar zorg voor de armen.
Wat kunnen wij leren van Tabitha?
Dat praktisch dienstwerk in de gemeente door God gezien wordt, ook als het stil gebeurt: Tabitha wordt herinnerd om de kleren die zij voor weduwen maakte. Dat de zorg voor kwetsbare mensen bij het geloof hoort. En dat de kracht om te helpen niet bij onszelf ligt: Petrus knielde en bad voordat hij sprak. Haar opwekking leidde ertoe dat velen tot geloof kwamen, en wijst vooruit naar de opstanding.

Stel een vraag over Tabitha

Wilt u meer weten over Tabitha? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Tabitha

Bijbelverhalen rond Tabitha

Verdiep u verder