Ga naar hoofdinhoud

Libanon in de Bijbel

Libanon (Hebreeuws לְבָנוֹן) komt waarschijnlijk van een stam die wit betekent. De naam wordt meestal uitgelegd als de witte berg, naar de sneeuw op de toppen of het lichte kalksteen; de Bijbel spreekt zelf van de sneeuw van Libanon (Jeremia 18:14). Een oude uitleg, die ook in de kanttekeningen staat, verbindt de naam met lebona, wierook.

De Libanon is het hoge gebergte ten noorden van het land Israël, evenwijdig aan de kust van Tyrus en Sidon. Het was beroemd om zijn ceders: Salomo liet er het hout voor de tempel halen (1 Koningen 5:6). In Psalmen, Hooglied en profeten staat de Libanon voor kracht, geur en heerlijkheid.

Ook bekend als: Libanongebergte, Antilibanon

Ligging

De Libanon is een bergketen van ongeveer 160 kilometer langs de kust, ten noorden van Galilea, met toppen van ruim 3.000 meter. Aan de zeekant lagen Tyrus, Sidon en Gebal. Ten oosten ervan ligt een hoogvlakte, en daarachter het Antilibanongebergte, met aan de zuidpunt de Hermon. In de Bijbel kan de naam het hele gebied met beide ketens aanduiden. De Libanon was de noordgrens van het land dat Israël beloofd werd (Jozua 1:4).

Vandaag

De ligging is zeker: het gebergte draagt nog altijd de naam Libanon en ligt grotendeels in de staat Libanon, die naar de bergen is genoemd; het Antilibanon vormt de grens met Syrië. Van de oude cederbossen zijn alleen enkele kleine bossen over, zoals bij Bsharri in het noorden. De ceder staat op de vlag van het land.

Geschiedenis

In de Bijbel ligt de Libanon aan de rand van het beloofde land. Mozes bad of hij de Jordaan over mocht om het land te zien, "dat goede gebergte, en den Libanon" (Deuteronomium 3:25), maar de HEERE weigerde. De belofte aan Jozua noemde de woestijn en de Libanon als grenzen (Jozua 1:4). Jozua sloeg de koningen tot Baal-Gad in het dal van de Libanon (Jozua 11:17), maar het land van de Giblieten en de Libanon naar het oosten toe, van Baal-Gad tot de ingang van Hamath, bleven over (Jozua 13:5). Daar woonden de Hevieten, die de HEERE liet blijven om Israël te beproeven (Richteren 3:3). De Libanon is in de Bijbel vooral het land van de ceders. Salomo vroeg Hiram, de koning van Tyrus, om hout voor de tempel: "Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe" (1 Koningen 5:6). Hirams knechten brachten het hout naar de zee en lieten het op vlotten naar het zuiden voeren (1 Koningen 5:9); volgens 2 Kronieken 2:16 naar Joppe (in de Statenvertaling Jafo). Salomo zond dertigduizend man uit Israël om beurten naar de Libanon (1 Koningen 5:13-14). Ook bouwde hij in Jeruzalem het huis des wouds van Libanon, een hal op vier rijen cederen pilaren (1 Koningen 7:2). Latere koningen spraken in beelden over de Libanon. Joas van Israël vergeleek in een fabel zichzelf met de ceder en Amazia met de distel op de Libanon (2 Koningen 14:9). Sanherib pochte dat hij de hoogten van de Libanon beklommen had en de hoge cederen zou omhouwen (2 Koningen 19:23). Na de ballingschap haalden de teruggekeerden opnieuw cederhout van de Libanon via de zee naar Joppe, met toestemming van Kores (Ezra 3:7). Ook buiten de Bijbel was het hout van de Libanon gezocht. Egyptische en Mesopotamische vorsten lieten er ceders kappen; de inscripties van Nebukadnezar in de Wadi Brisa, in het gebergte zelf, noemen dat bijvoorbeeld. In het Nieuwe Testament wordt de Libanon niet genoemd.

Betekenis in de Bijbel

De Libanon is in de Bijbel een grens en een schatkamer. Als noordgrens van het beloofde land staat de naam in de omschrijving van wat God aan Israël gaf (Deuteronomium 11:24). Als schatkamer leverde het gebergte het gezochtste bouwhout van die tijd: de ceders van de Libanon werden gebruikt voor de tempel van Salomo en voor het herbouwde huis van God na de ballingschap. In de poëzie wordt de Libanon een beeld van wat sterk, hoog en schoon is. De rechtvaardige "zal wassen als een cederboom op Libanon" (Psalm 92:13), en de psalmdichter roemt "de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft" (Psalm 104:16). Hooglied noemt de geur van Libanon en de "put der levende wateren, die uit Libanon vloeien" (Hooglied 4:15). Bij de profeten staat de Libanon voor de heerlijkheid die de HEERE geeft. Jesaja zegt van de woestijn die bloeien zal: "de heerlijkheid van Libanon is haar gegeven" (Jesaja 35:2), en Hosea belooft dat Israël zijn wortels zal uitslaan als de Libanon (Hosea 14:6). Tegelijk is de hoge ceder bij de profeten een beeld van menselijke hoogmoed. De HEERE heeft een dag tegen alle hoge cederen van Libanon (Jesaja 2:13), en Ezechiël vergelijkt het machtige Assur met een ceder op de Libanon die geveld wordt (Ezechiël 31:3).

Sleutelgebeurtenissen op de Libanon

1

Mozes wil de Libanon zien

Mozes bidt of hij de Jordaan over mag om het goede land en de Libanon te zien. De HEERE laat hem het land alleen van de Pisga zien.

Deuteronomium 3:25

2

De Libanon als grens van het land

De HEERE belooft Jozua het land van de woestijn en de Libanon tot de Eufraat en de grote zee.

Jozua 1:4

3

De Hevieten blijven in het gebergte

De Hevieten in het gebergte van de Libanon worden niet verdreven. Zij blijven om Israël te beproeven.

Richteren 3:3

4

Salomo vraagt Hiram om ceders

Salomo vraagt Hiram, de koning van Tyrus, ceders uit de Libanon te laten houwen voor de bouw van de tempel.

1 Koningen 5:6

5

Dertigduizend man naar de Libanon

Salomo zendt telkens tienduizend man een maand naar de Libanon, onder leiding van Adoniram.

1 Koningen 5:14

6

Het huis des wouds van Libanon

Salomo bouwt in Jeruzalem een groot huis op vier rijen cederen pilaren, dat naar het woud van de Libanon wordt genoemd.

1 Koningen 7:2

7

Sanherib pocht over de Libanon

Sanherib roemt dat hij de hoogten van de Libanon heeft beklommen. Jesaja brengt het woord van de HEERE tegen zijn hoogmoed.

2 Koningen 19:23

8

Cederhout voor de tweede tempel

Na de ballingschap betalen de teruggekeerden Sidoniërs en Tyriërs om cederhout van de Libanon over zee naar Joppe te brengen.

Ezra 3:7

Theologische betekenis

De Schrift roemt de Libanon, maar niet om de bergen zelf. De ceders zijn "de bomen des HEEREN" (Psalm 104:16): Hij heeft ze geplant, niet de mens. Het hout dat Hij Zelf liet groeien, werd gebruikt voor de plaats waar de HEERE wilde wonen bij Zijn volk. Tegelijk leert de Bijbel dat zelfs de Libanon niet genoeg is. "En de Libanon is niet genoegzaam om te branden" (Jesaja 40:16). Het verband gaat over Gods onvergelijkelijke grootheid (Jesaja 40:12-17): geen menigte brandoffers zou de HEERE naar Zijn waardigheid kunnen eren. Zo wijst de profeet weg van wat mensen kunnen aanbrengen. In het licht van het Nieuwe Testament is het enige offer dat God waardig is, het offer dat Hij Zelf gaf: "door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied" (Hebreeën 10:10). Psalm 29 laat zien Wie boven de Libanon staat: "De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon" (Psalm 29:5). Wat voor mensen het hoogste en sterkste is, buigt voor Zijn woord. En Jesaja belooft dat de heerlijkheid van Libanon zal komen om de plaats van Gods heiligdom te versieren (Jesaja 60:13): niet de mens met zijn hoogmoed, maar de HEERE Zelf maakt de plaats van Zijn voeten heerlijk.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de Libanon in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over de Libanon

Waar lag de Libanon in de Bijbel?

De Libanon is het gebergte ten noorden van het land Israël, langs de kust waar Tyrus, Sidon en Gebal lagen. Ten oosten ervan ligt een hoogvlakte en daarachter het Antilibanon met de Hermon. In de Bijbel vormt de Libanon de noordgrens van het beloofde land (Jozua 1:4). Het gebied ligt nu grotendeels in de staat Libanon, die naar het gebergte is genoemd.

Wat betekent de naam Libanon?

De Hebreeuwse naam Libanon komt van een woord dat wit betekent. Meestal wordt de naam uitgelegd als de witte berg. Dat kan slaan op de sneeuw die een groot deel van het jaar op de toppen ligt, of op het lichte kalksteen van het gebergte. Jeremia spreekt van "de sneeuw van Libanon" (Jeremia 18:14).

Waarom zijn de ceders van Libanon zo bekend?

De ceders van de Libanon waren hoge, sterke bomen met geurig, duurzaam hout, gezocht bouwhout in de hele oude wereld. Salomo liet ze kappen voor de tempel en zijn paleis (1 Koningen 5:6, 7:2). Ook de tweede tempel werd met cederhout van de Libanon gebouwd (Ezra 3:7). In de Psalmen zijn het de bomen die de HEERE Zelf geplant heeft (Psalm 104:16), en de rechtvaardige groeit als een ceder (Psalm 92:13).

Wat is het huis des wouds van Libanon?

Het huis des wouds van Libanon was geen gebouw in de Libanon, maar een groot huis dat Salomo in Jeruzalem bouwde. Het was honderd el lang en stond op vier rijen cederen pilaren (1 Koningen 7:2). Die rijen pilaren deden waarschijnlijk denken aan een woud, vandaar de naam. Salomo bewaarde er gouden schilden en gouden vaten (1 Koningen 10:17, 21).

Waar staat de Libanon in de Bijbel?

De Libanon staat in ruim zestig verzen van het Oude Testament: in de grensbeschrijvingen van Deuteronomium en Jozua, in de bouwverhalen van 1 Koningen 5 en 7, 2 Kronieken 2 en Ezra 3, en vooral in de poëzie: Psalm 29, 92 en 104, Hooglied 3 tot 7, Jesaja, Jeremia 18 en 22, Ezechiël 31, Hosea 14 en Zacharia 11. In het Nieuwe Testament komt de naam niet voor.

Is de Libanon in de Bijbel hetzelfde als het land Libanon nu?

Niet helemaal. In de Bijbel is de Libanon een gebergte met zijn bossen, geen staat. De kuststeden aan de voet ervan, zoals Tyrus en Sidon, worden apart genoemd. De huidige staat Libanon is naar dat gebergte vernoemd en omvat het grootste deel ervan, samen met de kuststrook en de hoogvlakte. Het Antilibanon ligt deels in Syrië.

Wat betekent de Libanon in het Hooglied?

In het Hooglied staat de Libanon voor schoonheid, geur en verhevenheid. De bruidegom roept de bruid om met Hem van de Libanon te komen (Hooglied 4:8). De geur van haar klederen is als de reuk van Libanon (Hooglied 4:11), en zij is een "put der levende wateren, die uit Libanon vloeien" (Hooglied 4:15). Van de bruidegom staat: "Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen" (Hooglied 5:15).

Wat betekent een ceder op de Libanon bij de profeten?

Bij de profeten is de ceder van de Libanon vaak een beeld van macht en hoogmoed die God zal vernederen. Jesaja noemt een dag van de HEERE tegen alle hoge cederen van Libanon (Jesaja 2:13). Ezechiël zegt: "Assur was een ceder op den Libanon" (Ezechiël 31:3), en beschrijft hoe die ceder valt. Zacharia kondigt het oordeel aan met de woorden "Doe uw deuren open, o Libanon" (Zacharia 11:1).

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan de Libanon

Bijbelhoofdstukken die zich op de Libanon afspelen

Leer meer over de Libanon met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de Libanon? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder