De Zalving van Jehu als Koning (2 Koningen 9:1-13)
Hoofdstuk 9 van 2 Koningen markeert een dramatisch keerpunt in de geschiedenis van Israël. Op bevel van de profeet Elisa zendt deze een jonge profeet naar Ramot-Gilead om Jehu, een legercommandant, te zalven als koning over Israël. Deze geheime zalving gebeurt weg van nieuwsgierige ogen, wat de urgentie en het gevaarlijke karakter van deze missie onderstreept.
De profeet geeft Jehu een duidelijke opdracht: het huis van Achab moet volledig worden uitgeroeid. Dit is geen willekeurige wraak, maar de vervulling van Gods eerder uitgesproken oordeel door de profeet Elia. De zalving van Jehu toont aan dat God Zijn beloften nakomt, ook als dat jaren duurt.
Wanneer Jehu's medeofficieren horen wat er is gebeurd, roepen zij hem onmiddellijk uit tot koning. Hun spontane reactie - het leggen van hun mantels onder zijn voeten en het blazen op de bazuin - toont aan dat zij klaar waren voor verandering onder de heerschappij van koning Joram.
Jehu's Mars naar Jizreël (2 Koningen 9:14-20)
Jehu verliest geen tijd en rijdt met zijn mannen naar Jizreël, waar koning Joram herstelt van oorlogswonden. De beschrijving van Jehu's rijstijl - 'als een waanzinnige' - is iconisch geworden en toont zijn vastberadenheid om Gods opdracht uit te voeren. De wachters op de muren van Jizreël herkennen hem al van verre aan zijn karakteristieke manier van rijden.