Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1162-1122 v.Chr.

Gideon in de Bijbel

Gideon (Hebreeuws) - “Houwer / Veller (van bomen)

Wie was Gideon?

Gideon was de vijfde richter van Israel, ook Jerubbaal genoemd. God riep hem terwijl hij tarwe dorste bij de wijnpers, verborgen voor de Midianieten. Met driehonderd man, bazuinen en fakkels versloeg hij hun leger, en daarna was het land veertig jaar stil.

Gideon is de richter die begint met tegenwerpingen en eindigt met een overwinning waar hij zelf niets aan kon bijdragen. Hij was de zoon van Joas uit het geslacht Abiëzer, in de stam Manasse, en woonde te Ofra (Richteren 6:11). Zijn naam betekent in het Hebreeuws zoiets als "houwer" of "veller" -- iemand die omhakt. Dat past bij zijn eerste opdracht: het altaar van Baal van zijn eigen vader afbreken en het gewijde bos ernaast omhakken. Juist die daad leverde hem zijn tweede naam op. Toen de mannen van de stad zijn dood eisten, antwoordde zijn vader Joas dat Baal het maar voor zichzelf moest opnemen, "en daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem" (Richteren 6:32). Onder die naam komt hij verderop in de Bijbel telkens terug, ook in 1 Samuel 12:11, waar Samuel hem noemt in de rij van de verlossers die God gaf. De geschiedenis van Gideon staat in Richteren 6 tot en met 8. Zij begint met zeven jaren onderdrukking door Midian, waarin het volk zich verborg in spelonken en holen. Zij loopt via het teken van het vlies, de terugbrenging van zijn leger van tweeëndertigduizend tot driehonderd man en de nachtelijke aanval met bazuinen en fakkels, naar een slot dat eerlijk gezegd donker is: van het buitgemaakte goud maakte Gideon een efod, en die werd hem en zijn huis tot een valstrik (Richteren 8:27). Hebreeën 11:32 noemt hem desondanks als eerste in de rij van de geloofsgetuigen uit de richterentijd.

Historische context

De richterentijd ligt tussen de intocht in Kanaän en het koningschap van Saul; Gideon wordt doorgaans rond 1200-1150 voor Christus geplaatst. Israël was toen geen staat maar een verbond van stammen zonder centraal gezag, en het boek Richteren beschrijft een terugkerend patroon: het volk verlaat de HEERE, komt onder een vijand, roept om hulp, en God verwekt een richter. De onderdrukker was in Gideons dagen Midian, met de Amalekieten en "de kinderen van het oosten" (Richteren 6:3). Het waren geen bezetters maar rooftochten: telkens wanneer Israël gezaaid had, trokken zij op met hun kamelen en vernielden de opbrengst van het land. Kamelen op grote schaal maken hen mobiel en onberekenbaar; het gevolg was hongersnood en verarming. De plaatsen in het verhaal zijn goed te volgen. Ofra, Gideons woonplaats, lag in het gebied van Manasse; de Midianieten legerden zich in het dal van Jizreel, achter de heuvel More (Richteren 6:33, 7:1). Gideons leger kampeerde bij de bron Harod. Na de doorbraak vluchtten de Midianieten oostwaarts, en Gideon zette de achtervolging voort tot over de Jordaan, "zijnde moede, nochtans vervolgende" (Richteren 8:4). Twee gebruiken vragen om toelichting. Tarwe dorsen deed men op een open dorsvloer, waar de wind het kaf kon wegblazen; dat Gideon het bij de wijnpers deed, in een uitgehouwen kuip, laat zien hoe groot de angst was. En de efod was oorspronkelijk het priesterlijke schouderkleed uit Exodus 28. Wat Gideon van zeventienhonderd sikkels goud liet maken, werd geen priesterkleed maar een voorwerp van verering: "gans Israel hoereerde aldaar denzelven na" (Richteren 8:27). Gideon stierf in goede ouderdom en werd begraven in het graf van zijn vader te Ofra (Richteren 8:32). Na zijn dood greep zijn zoon Abimelech met geweld de macht in Sichem -- het bittere naspel dat Richteren 9 vertelt.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Eerlijk over zijn twijfel: hij vraagt God om bevestiging in plaats van te doen alsof
  • Gehoorzaam, ook wanneer hij bang is (het altaar breekt hij 's nachts af, maar hij breekt het af)
  • Bereid het leger te laten inkrimpen tot God er tevreden mee is
  • Nuchter over macht: hij weigert het koningschap en wijst naar de HEERE

Zwakke kanten

  • Wankelmoedig aan het begin: hij vraagt teken op teken
  • Wraakzuchtig tegenover Sukkoth en Pnuel na de overwinning (Richteren 8:13-17)
  • De efod van goud werd een valstrik voor hemzelf en voor heel Israël

Theologische betekenis

De rode draad in de geschiedenis van Gideon is dat God de eer voor Zichzelf houdt. Dat wordt niet aan de lezer overgelaten maar met zoveel woorden gezegd: "Des volks is te veel, dat met u is, dan dat Ik de Midianieten in hun hand zou geven; opdat zich Israel niet tegen Mij beroeme, zeggende: Mijn hand heeft mij verlost" (Richteren 7:2). Elke stap in het verhaal snijdt een stukje menselijke roem weg: de kleinste familie, de bangste man, het kleinste leger, wapens die geen wapens zijn. Daarmee is Gideon in het Oude Testament de illustratie van wat Paulus later schrijft, dat God het zwakke van de wereld heeft uitverkoren opdat geen vlees zou roemen voor Hem (1 Korinthe 1:27-29). De overwinning komt niet door driehonderd man maar ondanks driehonderd man. Tegelijk is het verhaal eerlijk over het gevaar dat na de overwinning komt. De efod van Ofra was waarschijnlijk niet als afgodsbeeld bedoeld; het was een priesterlijk voorwerp, gemaakt van het goud dat God had gegeven. Juist daarom is het zo veelzeggend dat het toch een valstrik werd. Wat begint als dankbaarheid kan eindigen als vervanging van God. De reformatoren lazen hier de neiging van het hart om zichtbare zekerheden te maken in plaats van te leven bij het Woord. Dat Hebreeën 11:32 hem desondanks noemt bij Barak, Simson, Jeftha, David en Samuel, is veelzeggend. Het geloof waarover die brief spreekt is niet de afwezigheid van twijfel maar het vasthouden aan Gods belofte terwijl de twijfel er nog is. In de richters wijst de Schrift bovendien vooruit: telkens is de verlosser gebrekkig, en telkens blijft de vraag naar een Verlosser die het wel volhoudt.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Gideon (Hebreeuws)

Betekenis

Houwer / Veller (van bomen)

Sleutelmomenten

1

De roeping bij de wijnpers

De Engel des HEEREN vindt Gideon terwijl hij tarwe dorst bij de wijnpers om die voor Midian te verbergen, en spreekt hem aan als strijdbare held. Gideon werpt tegen dat zijn geslacht het armste is in Manasse en hijzelf de kleinste in zijns vaders huis.

Richteren 6:11-16

2

Het altaar van Baal omver en de naam Jerubbaal

Gideon breekt 's nachts het altaar van Baal af en hakt het bos ernaast om. Als de stad zijn dood eist, zegt zijn vader Joas dat Baal het zelf maar moet opnemen. Sindsdien heet Gideon ook Jerubbaal.

Richteren 6:25-32

3

Het vlies op de dorsvloer

Gideon vraagt tweemaal om een teken: eerst een nat vlies op droge grond, daarna een droog vlies op natte grond. God geeft beide zonder verwijt. Het laat zien hoe geduldig God omgaat met een geloof dat nog aan het groeien is.

Richteren 6:36-40

4

Van tweeëndertigduizend naar driehonderd man

God noemt het leger te groot, opdat Israël niet zou zeggen dat de eigen hand hen verlost heeft. Eerst gaan de bangen naar huis, daarna blijven bij het water alleen de driehonderd over die met de hand naar de mond dronken.

Richteren 7:1-8

5

Bazuinen, kruiken en fakkels

In de middelste nachtwaak omsingelen de drie groepen het kamp, blazen op de bazuinen, breken de kruiken en roepen: Het zwaard van den HEERE, en van Gideon. In de verwarring keert het Midianitische leger zich tegen zichzelf.

Richteren 7:16-22

6

De weigering van het koningschap

Israël wil dat Gideon en zijn nageslacht over hen heersen. Hij weigert met de woorden dat niet hij maar de HEERE over hen heersen zal. Het is het hoogtepunt van zijn geestelijk inzicht.

Richteren 8:22-23

7

De efod die een valstrik werd

Van het gouden sieraadgoed uit de buit maakt Gideon een efod, die hij in Ofra opstelt. Israël loopt die na, en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik. Daarna was het land veertig jaar stil.

Richteren 8:24-28

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Gideon beter te begrijpen.

Richteren 6:12

Toen verscheen hem de Engel des HEEREN, en zeide tot hem: De HEERE is met u, gij strijdbare held!

De aanspraak komt terwijl Gideon zich verbergt. God noemt hem niet wat hij is, maar wat hij in Zijn hand wordt.

Richteren 6:15

En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.

Gideons tegenwerping: te klein, te onbeduidend, uit de verkeerde familie.

Richteren 6:16

En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man.

Het antwoord gaat niet over Gideons kwaliteiten maar over Gods aanwezigheid.

Richteren 6:32

Daarom noemde hij hem te dien dage Jerubbaal, zeggende: Baal twiste tegen hem, omdat hij zijn altaar heeft omgeworpen.

De oorsprong van Gideons tweede naam, waaronder hij verderop in de Bijbel telkens terugkeert.

Richteren 7:2

En de HEERE zeide tot Gideon: Des volks is te veel, dat met u is, dan dat Ik de Midianieten in hun hand zou geven; opdat zich Israel niet tegen Mij beroeme, zeggende: Mijn hand heeft mij verlost.

De sleutel tot het hele hoofdstuk: het leger wordt kleiner gemaakt omdat de eer niet gedeeld wordt.

Richteren 7:20

Alzo bliezen de drie hopen met de bazuinen, en braken de kruiken; en zij hielden met de linkerhand de fakkelen, en met hun rechterhand de bazuinen om te blazen; en zij riepen: Het zwaard van den HEERE, en van Gideon!

De aanval met bazuinen en fakkels: driehonderd man met de handen vol, en geen hand vrij voor een wapen.

Richteren 8:23

Maar Gideon zeide tot hen: Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen.

Gideons weigering van het koningschap, het geestelijke hoogtepunt van zijn optreden.

Richteren 8:27

En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israel hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik.

De efod van Gideon: uit dankbaar goud gemaakt, maar het werd een valstrik.

Hebreeen 11:32

En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuel, en de profeten;

Gideon staat vooraan in de rij van de geloofsgetuigen, met twijfel en al.

Tijdperiode

~1162-1122 v.Chr.

Gideon leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Bijbelboeken over Gideon

Lessen voor vandaag

De eerste les van Gideon gaat over de plek waar God iemand vindt. Niet op een dorsvloer in het volle zicht, maar in een wijnperskuip, bezig het weinige te redden dat er nog was. De aanspraak "gij strijdbare held" klonk terwijl daar niets van te zien was. God roept mensen niet omdat zij al toegerust zijn, maar Hij rust toe wie Hij roept. De tweede les gaat over twijfel. Gideon vroeg om een teken, en toen dat gegeven was vroeg hij het omgekeerde teken. Er staat geen verwijt bij. Dat betekent niet dat wij God mogen uitproberen, maar wel dat een eerlijk hart met vragen bij Hem terecht kan. De derde les is de moeilijkste: God maakt soms kleiner wat wij graag groter zouden zien. Tweeëndertigduizend werden driehonderd. Wie merkt dat middelen, mensen of mogelijkheden wegvallen, hoeft dat niet meteen als verlating te lezen. Het kan de manier zijn waarop duidelijk wordt van Wie de uitkomst komt. De vierde les staat in het slot. De grootste bedreiging voor Gideon was niet Midian maar de buit. Na de strijd, in de rust, maakte hij van goud een efod die zijn huis tot een valstrik werd. Voorspoed vraagt meer waakzaamheid dan tegenspoed. Wat wij maken tot herinnering aan Gods hulp, kan ongemerkt de plaats van God zelf gaan innemen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Gideon

Wie was Gideon in de Bijbel?
Gideon was de vijfde richter van Israel, zoon van Joas uit Ofra in de stam Manasse. God riep hem terwijl hij tarwe dorste bij de wijnpers, verborgen voor de Midianieten. Met driehonderd man versloeg hij hun leger. Zijn geschiedenis staat in Richteren 6 tot en met 8; Hebreeen 11:32 noemt hem bij de geloofsgetuigen.
Wat betekent de naam Gideon?
Gideon betekent in het Hebreeuws zoiets als "houwer" of "veller", iemand die omhakt. De naam past bij zijn eerste opdracht: het altaar van Baal afbreken en het gewijde bos ernaast omhakken (Richteren 6:25-27). De Statenvertaling schrijft de naam in het Oude en het Nieuwe Testament op dezelfde manier: Gideon, zonder trema en zonder klinkerwisseling.
Waarom werd Gideon ook Jerubbaal genoemd?
Nadat hij het altaar van Baal had omvergeworpen, eisten de mannen van de stad zijn dood. Zijn vader Joas antwoordde dat Baal het dan zelf maar moest opnemen. Daarom kreeg Gideon de naam Jerubbaal: "Baal twiste tegen hem" (Richteren 6:32). Onder die naam komt hij terug in Richteren 7:1 en in 1 Samuel 12:11.
Wat was de efod van Gideon?
Een efod was oorspronkelijk het priesterlijke schouderkleed uit Exodus 28. Gideon liet er na de overwinning een maken van zeventienhonderd sikkels goud uit de buit en stelde die op in Ofra. Israel ging die efod vereren, "en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik" (Richteren 8:27). Wat als dankbaarheid begon, eindigde als afgoderij.
Waarom mocht Gideon maar driehonderd man meenemen?
God zei het zelf: het volk was te talrijk, "opdat zich Israel niet tegen Mij beroeme, zeggende: Mijn hand heeft mij verlost" (Richteren 7:2). Eerst mochten de bangen naar huis, waarmee tweeentwintigduizend vertrokken. Van de overgebleven tienduizend bleven bij het water alleen de driehonderd over die met de hand naar de mond dronken.
Wat is een gideonsbende?
In het Nederlands is een gideonsbende een kleine groep die tegen de verwachting in iets voor elkaar krijgt. De uitdrukking komt rechtstreeks uit Richteren 7: met driehonderd man tegen een leger dat wordt beschreven als ontelbaar. De Bijbel gebruikt het woord zelf niet; het is een latere Nederlandse zegswijze die aan dit hoofdstuk ontleend is.
Wat betekent het teken van het vlies?
Gideon legde een vlies wol op de dorsvloer en vroeg of alleen het vlies nat zou worden en de grond droog zou blijven; de volgende nacht vroeg hij het omgekeerde (Richteren 6:36-40). God gaf beide tekens zonder verwijt. In het Nederlands spreekt men nog van "het vlies uitleggen" wanneer iemand om duidelijkheid van God vraagt.
Hoe versloeg Gideon de Midianieten?
Zonder veldslag. In de middelste nachtwaak omsingelden drie groepen van honderd man het kamp met bazuinen en met fakkels in lege kruiken. Op het teken braken zij de kruiken, bliezen de bazuinen en riepen: Het zwaard van den HEERE, en van Gideon. In de verwarring keerde het leger zich tegen zichzelf en sloeg op de vlucht (Richteren 7:16-22).
Werd Gideon koning van Israel?
Nee. Het volk vroeg hem te heersen over hen, samen met zijn zoon en kleinzoon, maar hij weigerde: "Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen" (Richteren 8:23). Na zijn dood greep zijn zoon Abimelech wel de macht, met geweld; dat verhaal staat in Richteren 9.
Waar staat Gideon in de Bijbel?
Zijn geschiedenis staat in Richteren 6 tot en met 8, met het naspel over Abimelech in Richteren 9. Daarnaast noemt Samuel hem als Jerubbaal in 1 Samuel 12:11, verwijst Psalm 83:10-12 naar de nederlaag van Midian, verwijst Jesaja 9:3 naar de verlossing "gelijk ten dage der Midianieten", en staat hij in de geloofsrij van Hebreeen 11:32.
Wat kunnen wij leren van Gideon?
Dat God mensen roept waar zij zich verbergen, en toerust wie Hij roept. Dat eerlijke twijfel bij Hem terecht kan. Dat kleiner worden soms de weg is waarop duidelijk wordt van Wie de uitkomst komt. En dat de grootste bedreiging niet de strijd was maar de buit erna: van dankbaar goud maakte Gideon een efod die een valstrik werd.

Stel een vraag over Gideon

Wilt u meer weten over Gideon? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Gideon

Verdiep u verder