Israël legert zich op Gilboa
De Filistijnen liggen te Sunem, Saul met Israël op de Gilboa. Saul vreest, en de HEERE antwoordt hem niet.
Gilboa (Hebreeuws גִּלְבֹּעַ). De betekenis van de naam is onzeker. De Statenvertaling spreekt van het gebergte Gilboa en, in Davids klaaglied, van de bergen van Gilboa (1 Samuël 31:1, 2 Samuël 1:21).
De Gilboa is een bergrug aan de zuidoostkant van de vlakte van Jizreël. Daar sneuvelden Saul en drie van zijn zonen, onder wie Jonathan, tegen de Filistijnen (1 Samuël 31:1-6). In zijn klaaglied wenste David dat er geen dauw of regen meer op de bergen van Gilboa zou zijn (2 Samuël 1:21).
Ook bekend als: Gilboa, Gebergte Gilboa, Bergen van Gilboa
Het gebergte Gilboa ligt aan de zuidoostkant van de vlakte van Jizreël. Aan de noordwestelijke uitloper lag de stad Jizreël. Ten noorden van de berg loopt een dal naar het oosten, naar Beth-San en het Jordaandal. Aan de overkant van dat dal ligt de heuvel More, met Sunem aan de zuidkant en Endor aan de noordkant. De hoogste toppen komen ongeveer 500 meter boven de zeespiegel.
De bergrug heet nog altijd Gilboa en ligt in het noorden van Israël; de identificatie is zeker. Aan de noordwestelijke voet liggen Tel Jizreël en een bron die meestal gelijkgesteld wordt met de fontein van Harod uit Richteren 7:1. Waar op de berg Saul precies sneuvelde, is niet bekend.
De Filistijnen liggen te Sunem, Saul met Israël op de Gilboa. Saul vreest, en de HEERE antwoordt hem niet.
Israël vlucht en valt op het gebergte Gilboa. Jonathan, Abinadab en Malchisua sterven; Saul valt in het zwaard.
De volgende dag vinden de Filistijnen Saul en zijn zonen op de berg. Zij nemen zijn wapens en hangen zijn lichaam aan de muur van Beth-San.
Een Amalekiet vertelt David dat hij op de Gilboa Saul gedood heeft, en brengt diens kroon en armband mee.
David klaagt over Saul en Jonathan en spreekt de bergen van Gilboa aan: geen dauw en geen regen moet er op hen zijn.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van het gebergte Gilboa in de Schrift beter te begrijpen.
De Gilboa is een bergrug aan de zuidoostkant van de vlakte van Jizreël, in het noorden van Israël. Aan de noordwestelijke uitloper lag de stad Jizreël, ten oosten loopt het dal naar Beth-San en de Jordaan. Aan de overkant van het dal liggen Sunem en Endor. De berg draagt nog altijd dezelfde naam, zodat de identificatie zeker is.
Op de Gilboa verloor Israël de slag tegen de Filistijnen. Saul had zich met het leger op de berg gelegerd (1 Samuël 28:4). In de strijd vielen de mannen van Israël op het gebergte Gilboa, en Jonathan, Abinadab en Malchisua werden gedood. Saul, zwaar getroffen door de boogschutters, viel in het zwaard (1 Samuël 31:1-6). Daarmee kwam een einde aan zijn koningschap.
De naam Gilboa staat in acht verzen van de Statenvertaling: 1 Samuël 28:4, 31:1 en 31:8, 2 Samuël 1:6, 1:21 en 21:12, en 1 Kronieken 10:1 en 10:8. Alle plaatsen gaan over de laatste slag van Saul: het legerkamp, de nederlaag, het bericht aan David, Davids klaaglied en het latere begraven van de beenderen van Saul en Jonathan.
In zijn klaaglied zegt David: "Gij, bergen van Gilboa, noch dauw noch regen moet zijn op u, noch velden der hefofferen" (2 Samuël 1:21). Hij geeft de reden erbij: daar was het schild van Saul smadelijk weggeworpen, alsof hij niet gezalfd was geweest. Het is de taal van rouw: de plaats waar de gezalfde des HEEREN viel, mag in Davids ogen geen vruchtbaarheid meer kennen.
De Filistijnen hadden hun legers vergaderd te Afek (1 Samuël 29:1) en legerden zich te Sunem, aan de overkant van de vlakte (1 Samuël 28:4). Israël lag op de Gilboa en bij de fontein die bij Jizreël is. De Bijbel noemt geen krijgsplan, maar de open vlakte van Jizreël was waarschijnlijk gunstig voor de wagens van de Filistijnen, waarover ook de Amalekiet spreekt (2 Samuël 1:6). Saul hield de hoogte van de bergrug.
De betekenis van de naam Gilboa is onzeker; een verklaring die algemeen aanvaard wordt, bestaat niet. De Statenvertaling gebruikt de naam steeds voor de bergrug zelf: het gebergte Gilboa of, in Davids klaaglied, de bergen van Gilboa. Een stad met die naam noemt de Bijbel niet.
Gideon legerde zich met zijn volk aan de fontein van Harod, met de Midianieten ten noorden van hem bij de heuvel More (Richteren 7:1). De Bijbel noemt daar de naam Gilboa niet. Toch wordt de fontein meestal gezocht bij de bron aan de noordwestelijke voet van de Gilboa, tegenover de heuvel More. Die gelijkstelling is gangbaar, maar niet bewezen.
Jizreël
Jizreël is met zekerheid gelijkgesteld met Tel Jizreël (Arabisch Zer’in) in het noorden van Israël, bij de kibboets Jizreël
Beth-San
De bijbelse stad is de heuvel Tel Beth Shean, in het Arabisch Tell el-Hosn, bij de huidige stad Beit She’an in het noorden van Israël
Sunem
De identificatie is algemeen aanvaard: Sunem is het huidige dorp Sulam, ook Solem gespeld, in het noorden van Israël, aan de voet van de heuvel die nu Givat HaMore heet
Endor
Endor wordt meestal gezocht bij het vroegere dorp Indur, aan de noordkant van de heuvel More in het noorden van Israël
Jabes in Gilead
Aan de Wadi Yabis in het noordwesten van Jordanië, die de oude naam bewaart; welke heuvel bij die beek de stad droeg, is onzeker
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van het gebergte Gilboa? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden op het gebergte Gilboa.
Plaats het gebergte Gilboa in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over het gebergte Gilboa.
Uitleg bij bijbelgedeelten over het gebergte Gilboa.
Verken thema's die verbonden zijn met het gebergte Gilboa.