Ga naar hoofdinhoud
JeremiaJeremia 1

De roeping van Jeremia

God roept een jonge profeet en belooft met hem te zijn

Samenvatting

De roeping van Jeremia is de geschiedenis uit Jeremia 1, waarin de HEERE Jeremia tot profeet aanstelt. Jeremia zegt dat hij jong is en niet kan spreken. God raakt zijn mond aan, laat hem een amandelroede en een ziedende pot zien, en belooft dat Hij met hem is.

Bijbelgedeelte

“Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.”
Jeremia 1:5 (Statenvertaling)
“Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.”
Jeremia 1:6 (Statenvertaling)
“Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.”
Jeremia 1:7 (Statenvertaling)
“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond.”
Jeremia 1:9 (Statenvertaling)

Het verhaal

De roeping van Jeremia staat in het eerste hoofdstuk van het boek dat zijn naam draagt. Het opent met wie hij was: Jeremia, de zoon van Hilkia, uit de priesters van Anathoth in het land van Benjamin. Het woord van de HEERE kwam tot hem vanaf het dertiende jaar van koning Josia tot Jeruzalem in het elfde jaar van Zedekia werd weggevoerd (Jeremia 1:1-3).

Wat zei God tegen Jeremia bij zijn roeping?

De HEERE begon niet bij Jeremia, maar bij Zijn eigen werk: "Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld" (Jeremia 1:5). Nog voordat Jeremia er was, kende God Jeremia en had Hij hem voor deze taak apart gezet.

Waarom zei Jeremia dat hij jong was?

Jeremia deinsde terug: "Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong" (Jeremia 1:6). Hoe oud hij was, zegt de tekst niet. De HEERE zei dat Jeremia dat niet moest zeggen: overal waar Hij hem zou zenden, zou hij gaan, en alles wat Hij gebood, zou hij spreken (Jeremia 1:7). Hij hoefde niet te vrezen voor de mensen, "want Ik ben met u, om u te redden" (Jeremia 1:8).

Wat betekent het dat God de mond van Jeremia aanraakte?

Toen stak de HEERE Zijn hand uit, raakte de mond van Jeremia aan en zei: "Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond" (Jeremia 1:9). Jeremia zou geen eigen boodschap brengen. God stelde hem over volken en koninkrijken, om uit te rukken en af te breken, te verderven en te verstoren, en ook om te bouwen en te planten (Jeremia 1:10).

Wat liet God Jeremia na zijn roeping zien?

Daarna vroeg de HEERE wat Jeremia zag. Hij zag een amandelroede, een tak van de amandelboom. God zei dat hij goed gezien had, "want Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen" (Jeremia 1:12). Een tweede keer zag Jeremia een ziedende pot, met het voorste deel tegen het noorden. Uit het noorden zou het kwaad komen: de HEERE zou de koninkrijken van het noorden roepen tegen Jeruzalem en de steden van Juda. Dat was Zijn oordeel over een volk dat Hem had verlaten en voor andere goden had gerookt (Jeremia 1:13-16).

Hoe eindigt de roeping van Jeremia?

Het hoofdstuk eindigt met een opdracht en een belofte. Jeremia moest zijn lendenen omgorden en alles spreken wat God gebood, zonder verslagen te zijn voor de mensen, "opdat Ik u voor hun aangezicht niet versla" (Jeremia 1:17). De HEERE zou hem stellen tot een vaste stad, een ijzeren pilaar en koperen muren, tegen de koningen, vorsten, priesters en het volk van het land. "En zij zullen tegen u strijden, maar tegen u niet vermogen; want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u uit te helpen" (Jeremia 1:19).

Achtergrond

Anathoth lag in het gebied van Benjamin, dat gewoonlijk niet ver ten noordoosten van Jeruzalem wordt gezocht, en was een van de steden die aan de priesters waren gegeven (Jozua 21:18-19). Het dertiende jaar van Josia valt volgens de gangbare berekening rond 627 voor Christus. Jeremia was dus al profeet voordat het wetboek werd gevonden in het achttiende jaar van Josia (2 Koningen 22:3). De amandelboom bloeit in het land Israël als een van de eerste bomen, aan het eind van de winter. In het Hebreeuws lijken de woorden voor amandel en voor waken op elkaar; daardoor sluit het antwoord van de HEERE aan bij wat Jeremia zag.

Betekenis

In Jeremia 1 is God de handelende persoon. Hij kende Jeremia voordat Hij hem formeerde, Hij heiligde hem, Hij stelde hem aan, Hij raakte zijn mond aan en Hij gaf hem Zijn woorden. De roeping rust niet op de geschiktheid van Jeremia, maar op het besluit van God. Daarom is "ik ben jong" geen reden om te weigeren: de kracht ligt bij Hem Die zendt. Hetzelfde zien we bij Mozes, die zei dat hij zwaar van mond was, en tot wie de HEERE zei: "Ik zal met uw mond zijn" (Exodus 4:12). Paulus schrijft over zijn eigen roeping dat hij door God "van mijner moeders lijf aan afgezonderd" was (Galaten 1:15).

De boodschap van Jeremia was voor een groot deel oordeel: uitrukken en afbreken, en een kwaad uit het noorden. Toch eindigt de opdracht van vers 10 met bouwen en planten. Later in het boek keren die woorden terug in een belofte: "alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten" (Jeremia 31:28). God waakt over Zijn woord, over het oordeel en over de belofte van herstel. Vers 5 wordt ook gebruikt in gesprekken over het ongeboren leven. De tekst gaat in de eerste plaats over de roeping van Jeremia, maar laat wel zien dat God een mens kent voordat hij geboren is (vergelijk Psalm 139:16).

Lessen voor vandaag

God roept niet wie zich sterk voelt; Hij maakt sterk wie Hij roept. Jeremia vond zichzelf te jong en dacht dat hij niet kon spreken. De HEERE nam die zwakheid niet als excuus, maar gaf Zijn woorden in zijn mond. Dat mag ook jonge mensen in de gemeente moed geven: "Niemand verachte uw jonkheid" (1 Timotheüs 4:12).

De belofte "Ik ben met u" is geen belofte van een gemakkelijk leven. Jeremia kreeg tegenstand van koningen, vorsten, priesters en volk, en later werd hij in een put geworpen (zie Jeremia in de put). Toch hield God Zich aan Zijn woord: zij streden tegen hem, maar konden hem niet overwinnen.

God waakt over Zijn woord. Wat Hij zegt, doet Hij, in oordeel en in genade. Dat geeft rust aan wie de Bijbel leest en doorgeeft, thuis, op de club of in de kerk. De vrucht ligt niet bij de verteller, maar bij de HEERE, Die zei: "Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen" (Jeremia 1:12).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Josia was koning in Jeruzalem. Niet ver van Jeruzalem lag de stad Anathoth. Daar woonden priesters. Een van hen heette Hilkia, en hij had een zoon: Jeremia.

Het was het dertiende jaar van koning Josia. Toen sprak de HEERE tot Jeremia. Hij zei iets heel bijzonders. God kende Jeremia al voordat hij in de buik van zijn moeder gemaakt werd. En nog vóór zijn geboorte had God Jeremia al apart gezet voor een taak. De HEERE zei: "Ik heb u den volken tot een profeet gesteld". Een profeet is iemand die de woorden van God doorgeeft aan de mensen.

Jeremia antwoordde: "Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong". Hij vond zichzelf te jong voor zo’n grote taak. Hoe oud hij was, vertelt de Bijbel niet.

Maar de HEERE zei dat Jeremia dat niet moest zeggen. Overal waar God Jeremia heen zou sturen, zou hij gaan. En alles wat God zou opdragen, zou hij zeggen. Hij hoefde niet bang te zijn voor de mensen. De HEERE beloofde: "Ik ben met u, om u te redden".

Toen stak de HEERE Zijn hand uit en raakte de mond van Jeremia aan. Hij zei: "Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond". Nu hoefde Jeremia zelf niet te bedenken wat hij moest zeggen. God gaf hem de woorden. God gaf Jeremia een grote opdracht. Hij moest Gods woord brengen over volken en koninkrijken: om af te breken, maar ook om op te bouwen en te planten.

Daarna liet de HEERE Jeremia iets zien. Hij vroeg wat Jeremia zag. Jeremia zag een tak van een amandelboom. De HEERE zei dat Jeremia het goed had gezien. Want God zou wakker zijn over Zijn woord. Wat Hij gezegd had, zou Hij ook doen.

Toen liet de HEERE Jeremia nog iets zien: een pot die stond te koken. Het voorste deel van de pot wees naar het noorden. De HEERE legde uit wat dat betekende. Uit het noorden zou onheil komen over Jeruzalem. Volken uit het noorden zouden tegen de stad optrekken. Dat zou gebeuren omdat het volk de HEERE had verlaten en afgoden diende.

Die boodschap moest Jeremia aan iedereen brengen: aan de koningen, de vorsten, de priesters en het volk. Zij zouden tegen hem strijden. Maar God gaf hem een belofte. Hij zou Jeremia sterk maken, als een stad met vaste muren, als een pilaar van ijzer en als muren van koper. Ze zouden tegen hem vechten, maar ze zouden niet van hem winnen. Want de HEERE zou met hem zijn om hem te helpen.

Zo werd Jeremia profeet. Hij is dat heel lang gebleven, ook in de moeilijke tijd toen Jeruzalem werd ingenomen. Hij was jong, maar de HEERE ging met hem mee. God roept wie Hij wil, jong of oud, en Hij laat hen niet alleen.

Om te onthouden
“Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.” (Jeremia 1:8)

Tips voor de verteller

  • Voor de jongste kinderen kunt u zich beperken tot de roeping zelf: God kende Jeremia al voordat Hij hem in de moederschoot maakte, Jeremia zei dat hij jong was, en God raakte zijn mond aan. Lees Jeremia 1:4-9 rechtstreeks uit de Bijbel voor. Leg het woord profeet uit, en noem geen leeftijd: de Bijbel zegt alleen dat Jeremia jong was.
  • Het kwaad uit het noorden hoort bij de roeping; houd het kort, maar laat het niet weg. Een kind vraagt misschien waarom God Zijn eigen volk wilde straffen. Noem eerlijk de reden die de tekst geeft: het volk had de HEERE verlaten en andere goden gediend. Vertel er ook bij dat God het volk door Jeremia jarenlang opriep om zich te bekeren (Jeremia 25:3-5).
  • Het woordspel tussen amandel en waken is in het Nederlands niet te horen. Zeg eenvoudig dat de amandelboom als een van de eerste bomen bloeit. Dat de HEERE met die tak liet zien dat Hij wakker is over Zijn woord, kunt u vertellen zonder het woordspel uit te leggen; in het Hebreeuws lijken de twee woorden op elkaar. Een stil of verlegen kind herkent zich soms in Jeremia; wijs dan niet op eigen moed, maar op Gods belofte dat Hij met Jeremia was.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWanneer kende God Jeremia al?
  2. NavertellenWat deed de HEERE met de mond van Jeremia?
  3. VerwonderenWat vind jij mooi aan wat God tegen Jeremia zei?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWelke twee dingen liet de HEERE aan Jeremia zien, en wat betekenden ze?
  2. BetekenisJeremia zei dat hij jong was. Waarom vond God dat geen reden om hem niet te sturen?
  3. VerbindingOok Samuël werd jong door de HEERE geroepen. Wat is hetzelfde bij Samuël en Jeremia, en wat is anders?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Exodus 4:10-12 en vergelijk het bezwaar van Mozes met dat van Jeremia. Hoe antwoordt God in beide gevallen, en waar legt Hij de nadruk?
  2. Moeilijke vraagGod beloofde Jeremia: "Ik ben met u, om u te redden". Toch werd hij later geslagen en in een put geworpen. Hoe kan die belofte dan waar zijn?
  3. Wie is God?Jeremia 1:5 zegt dat God Jeremia kende voordat hij geboren werd. Wat zegt dat over God, en wat betekent het voor hoe jij naar je eigen leven kijkt?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij mensen kent voordat zij geboren worden, en dat Hij met hen is die Hij zendt. Bid voor wie Gods Woord doorgeven, jong en oud, dat zij niet vrezen.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

roepingGods voorkennisGods woorden in een mensenmondGods belofte: Ik ben met uoordeel en herstel

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De roeping van Jeremia

Waar staat het verhaal van de roeping van Jeremia in de Bijbel?

De roeping van Jeremia staat in Jeremia 1. De verzen 1-3 noemen wie Jeremia was en wanneer hij profeteerde. In de verzen 4-10 roept God Jeremia, antwoordt Jeremia dat hij jong is en raakt God zijn mond aan. In de verzen 11-16 ziet Jeremia een amandelroede en een ziedende pot, en de verzen 17-19 sluiten af met een opdracht en de belofte dat God met hem is.

Hoe oud was Jeremia toen hij geroepen werd?

Dat zegt de Bijbel niet. Jeremia zegt alleen: "ik ben jong" (Jeremia 1:6). Het woord dat daar staat, wordt in het Oude Testament gebruikt voor een kind, zoals het huilende jongsken Mozes (Exodus 2:6), maar ook voor een jonge man, zoals Jozua, de jongeling (Exodus 33:11). Een vaste leeftijd, zoals die in kinderbijbels soms genoemd wordt, is dus een gissing. Wel zegt de tekst dat hij profeteerde vanaf het dertiende jaar van Josia tot de wegvoering van Jeruzalem (Jeremia 1:2-3), een lange periode.

Wat betekent het dat God Jeremia kende voordat hij geboren werd?

Heiligen betekent hier: apart zetten voor een taak. God kende Jeremia al voordat Hij hem in de moederschoot formeerde, en Hij zette hem apart voordat hij geboren werd, om hem tot profeet voor de volken te stellen (Jeremia 1:5). De nadruk ligt op Gods initiatief: de roeping begon niet bij Jeremia, maar bij God. Veel christenen lezen in dit vers ook dat God een mens al kent voordat hij geboren is (vergelijk Psalm 139:16).

Wat betekent de amandelroede in Jeremia 1?

Jeremia zag een amandelroede, een tak van de amandelboom, en God zei: "Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen" (Jeremia 1:12). In het Hebreeuws lijken de woorden voor amandel en voor waken op elkaar. De amandelboom bloeit bovendien als een van de eerste bomen aan het eind van de winter. Het beeld zegt dat God niet slaapt: wat Hij gesproken heeft, zal Hij uitvoeren.

Wat is de ziedende pot uit het noorden in Jeremia 1?

Ziedend betekent kokend. Jeremia zag een kokende pot met het voorste deel tegen het noorden (Jeremia 1:13). God legde uit dat het kwaad uit het noorden zou komen over Jeruzalem en Juda, omdat het volk Hem verlaten had (Jeremia 1:14-16). Later in het boek noemt God de geslachten van het noorden en Nebukadnezar, de koning van Babel (in Jeremia 25:9 heet hij Nebukadrezar). Zo kwam het oordeel uit, toen Babel Jeruzalem innam.

Wat betekent "Ik ben met u" in de roeping van Jeremia?

Het is de belofte waarmee God Jeremia moed geeft: "Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden" (Jeremia 1:8), en aan het slot nog eens: zij zullen tegen hem strijden, maar hem niet overwinnen (Jeremia 1:19). Die belofte betekende geen leven zonder tegenstand. Jeremia werd later geslagen, gevangengezet en in een put geworpen (Jeremia 37:15 en Jeremia 38:6). Maar God liet hem niet los en bewaarde hem: na de inname van Jeruzalem werd hij uit het voorhof der bewaring gehaald en bleef hij "in het midden des volks" (Jeremia 39:14).

Hoe vertelt u de roeping van Jeremia aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Jeremia 1 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat de HEERE de hoofdpersoon zijn: Hij kent Jeremia, Hij geeft hem woorden en Hij belooft met hem te zijn. Noem geen leeftijd die de Bijbel niet geeft, en houd het oordeel uit het noorden kort zonder het weg te laten.

Stel een vraag over De roeping van Jeremia

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder