Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~600 v.Chr.

Jojakim in de Bijbel

Jehojakim (יְהוֹיָקִים, Hebreeuws) - “De HEERE richt op”

Wie was Jojakim?

Jojakim was koning van Juda van ongeveer 609 tot 598 v.Chr., een zoon van Josia die eerst Eljakim heette. Farao Necho zette hem op de troon. Hij verbrandde de boekrol met de profetieën van Jeremia (Jeremia 36:23), kwam in opstand tegen Babel en werd opgevolgd door zijn zoon Jojachin.

Jojakim is de koning die in het boek Jeremia de rol met Gods woorden in het vuur werpt. Zijn regering wordt kort beschreven in 2 Koningen 23:34 tot 24:7 en in 2 Kronieken 36:4-8, maar het boek Jeremia vertelt veel meer over hem, vooral in de hoofdstukken 22, 26, 35 en 36. Daniël 1:1-2 noemt zijn derde jaar als het jaar waarin Nebukadnezar naar Jeruzalem kwam. In de Statenvertaling heet hij steeds Jojakim; zijn geboortenaam was Eljakim (2 Koningen 23:34). De lijn van zijn verhaal is die van een koning die het woord van God telkens weer afwijst. In het begin van zijn regering profeteerde Jeremia in de tempel dat God het huis zou maken als Silo; de priesters en profeten eisten zijn dood, maar de vorsten en het volk namen het voor hem op, en Ahikam, de zoon van Safan, beschermde hem (Jeremia 26:16-24). Een andere profeet, Uria, sprak dezelfde woorden en vluchtte naar Egypte. Jojakim liet hem terughalen en doodde hem met het zwaard (Jeremia 26:23). Jaren later werd de rol die Baruch uit de mond van Jeremia had geschreven, aan de koning voorgelezen. Hij sneed hem stuk voor stuk af en wierp hem in het vuur van de haard (Jeremia 36:23). Daarnaast verwijt Jeremia hem onrecht in het gewone leven: hij bouwde een paleis met cederhout en menie, maar liet zijn arbeiders zonder loon werken (Jeremia 22:13-14). Zijn vader Josia had recht gedaan; Jojakim had alleen oog voor eigen gewin (Jeremia 22:15-17). Niet te verwarren met zijn zoon Jojachin, die na hem drie maanden regeerde en naar Babel werd weggevoerd (2 Koningen 24:8-15). Jojachin wordt ook Jechonia en Chonia genoemd. Ook de hofmeester Eljakim, de zoon van Hilkia, uit de tijd van Hiskia (2 Koningen 18:18) is een ander dan de koning die eerst Eljakim heette.

Historische context

Jojakim regeerde volgens de gangbare datering van 609 tot 598 voor Christus, in een tijd waarin Egypte en Babel om de macht streden. Hij was een zoon van Josia en Zebudda, een dochter van Pedaja uit Ruma (2 Koningen 23:36). Toen Josia bij Megiddo sneuvelde, maakte het volk niet hem maar zijn jongere halfbroer Joahaz koning; Joahaz was drieëntwintig, Jojakim vijfentwintig (2 Koningen 23:31; 2 Koningen 23:36). Waarom het volk de jongere koos, zegt de Bijbel niet. Na drie maanden zette Farao Necho Joahaz af en maakte Eljakim koning. De nieuwe naam liet zien dat hij als vazal van Egypte regeerde. De schatting voor de farao haalde hij bij het volk op, ieder naar zijn schatting (2 Koningen 23:35). In het vierde jaar van Jojakim versloeg Nebukadnezar het Egyptische leger bij Karchemis (Jeremia 46:2). Jeremia 25:1 noemt dat jaar "het eerste jaar van Nebukadrezar". Daniël 1:1 spreekt van het derde jaar van Jojakim; veel uitleggers verklaren dat verschil uit de manier van tellen, omdat het jaar waarin een koning aantrad in Babel niet als eerste regeringsjaar telde. Jojakim werd drie jaar de knecht van Babel en kwam daarna in opstand (2 Koningen 24:1). Veel historici verbinden die opstand met een zware slag tussen Babel en Egypte die de Babylonische kroniek rond 601 voor Christus vermeldt, waarna Nebukadnezar zich enige tijd terugtrok. Daarop zond de HEERE benden van Chaldeeën, Syriërs, Moabieten en Ammonieten tegen Juda (2 Koningen 24:2). Ook de Rechabieten vluchtten in die tijd naar Jeruzalem (Jeremia 35:11). Uit deze jaren zijn meer mensen bekend. Onder de vorsten die in de kamer van de schrijver zaten, waren Gemarja, de zoon van Safan, Elnathan, de zoon van Achbor, en Delaja, de zoon van Semaja (Jeremia 36:12). Elnathan haalde voor Jojakim de profeet Uria uit Egypte (Jeremia 26:22), maar pleitte later tegen het verbranden van de rol (Jeremia 36:25). De moeder van Jojachin heette Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem (2 Koningen 24:8); of dat dezelfde Elnathan is, zegt de tekst niet. Jojakim stierf volgens de gangbare reconstructie eind 598 voor Christus, kort voordat Nebukadnezar Jeruzalem innam en zijn zoon Jojachin wegvoerde. 2 Kronieken 36:6 zegt dat Nebukadnezar hem met koperen ketenen bond om hem naar Babel te voeren, maar niet of dat ook gebeurde.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Wist zich elf jaar op de troon te handhaven tussen Egypte en Babel (2 Koningen 23:36)
  • Hield het land buiten oorlog met Egypte door de opgelegde schatting te betalen (2 Koningen 23:35)

−Zwakke kanten

  • Verachtte Gods woord: hij verbrandde de rol zonder te schrikken (Jeremia 36:23-24)
  • Vergoot onschuldig bloed, onder meer dat van de profeet Uria (Jeremia 26:23; Jeremia 22:17)
  • Bouwde zijn paleis met onrecht en hield het loon van zijn arbeiders in (Jeremia 22:13)

Theologische betekenis

De Schrift oordeelt kort en scherp over Jojakim: "hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN" (2 Koningen 23:37). De Kroniekschrijver spreekt van "zijn gruwelen, die hij deed" (2 Kronieken 36:8). Het boek Jeremia laat zien waarin dat kwaad bestond: in het afwijzen van Gods woord en in onrecht tegenover mensen. Het verbranden van de rol is het bekendste moment. Gods bedoeling met de rol was genadig: "Misschien zullen die van het huis van Juda horen al het kwaad, dat Ik hun gedenk te doen; opdat zij zich bekeren" (Jeremia 36:3). De koning antwoordde met een schrijfmes en een vuur. De Bijbel noteert wat er ontbrak: "zij verschrikten niet, en scheurden hun klederen niet" (Jeremia 36:24). Veel uitleggers zien hierin een bewuste tegenstelling met zijn vader Josia, die zijn klederen scheurde toen hem het wetboek werd voorgelezen (2 Koningen 22:11). Maar het woord liet zich niet verbranden. Jeremia moest een nieuwe rol nemen, en daarop werden "nog veel dergelijke woorden toegedaan" (Jeremia 36:32). Christenen hebben hierin vaak een getuigenis gezien van wat Jesaja zegt: "het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid" (Jesaja 40:8). Even belangrijk is de aanklacht in Jeremia 22. Daar gaat het niet om tempel of offer, maar om loon en recht. Josia "heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht", en de HEERE voegt eraan toe: "is dat niet Mij te kennen?" (Jeremia 22:16). Godskennis en gerechtigheid tegenover de naaste horen in de Bijbel bij elkaar. Een koning die God veracht, verdrukt ook zijn volk. Over Jojakim kondigt God een oordeel aan: niemand van hem zou op de troon van David zitten en zijn dode lichaam zou weggeworpen worden (Jeremia 36:30; Jeremia 22:19). Zijn zoon Jojachin regeerde maar drie maanden en werd weggevoerd. Toch liet God de lijn van David niet vallen. In het geslachtsregister van Mattheüs loopt de lijn via Jechonias, de zoon van Jojakim, verder naar Christus (Mattheüs 1:11-12). Het oordeel over een ongehoorzame koning maakt Gods trouw aan Zijn belofte niet ongedaan.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jehojakim (יְהוֹיָקִים, Hebreeuws)

Betekenis

De HEERE richt op

Sleutelmomenten

1

Eljakim wordt Jojakim

Farao Necho zet Joahaz af, maakt diens oudere broer Eljakim koning en verandert zijn naam in Jojakim. Jojakim is vijfentwintig jaar en regeert elf jaar in Jeruzalem.

2 Koningen 23:34

2

Schatting voor Egypte

Jojakim geeft de farao het zilver en goud dat Necho het land had opgelegd. Hij haalt het op bij het volk, ieder naar zijn schatting.

2 Koningen 23:35

3

De profeet Uria gedood

Uria profeteert in de Naam van de HEERE naar al de woorden van Jeremia en vlucht naar Egypte. Jojakim laat hem terughalen, doodt hem met het zwaard en laat zijn lichaam bij de graven van het gewone volk werpen.

Jeremia 26:20-23

4

Wee over het paleis

Jeremia spreekt een wee uit over wie zijn huis bouwt met ongerechtigheid en zijn naaste niet betaalt. Hij stelt de koning tegenover zijn vader Josia, die recht en gerechtigheid deed.

Jeremia 22:13-17

5

Nebukadnezar voor Jeruzalem

In het derde jaar van Jojakim komt Nebukadnezar naar Jeruzalem. De HEERE geeft Jojakim in zijn hand, met een deel van de vaten van het huis van God. Daniël en zijn vrienden worden in die tijd naar Babel gebracht.

Daniël 1:1-2

6

De rol in het vuur

In het winterhuis laat de koning de rol van Jeremia voorlezen. Telkens als Jehudi drie of vier stukken gelezen heeft, snijdt de koning ze af en werpt ze in het vuur, tot de hele rol verteerd is. Hij beveelt Baruch en Jeremia te vangen, maar de HEERE verbergt hen.

Jeremia 36:21-26

7

Opstand tegen Babel

Na drie jaar als knecht van Nebukadnezar keert Jojakim zich af en rebelleert. De HEERE zendt benden van Chaldeeën, Syriërs, Moabieten en Ammonieten tegen Juda.

2 Koningen 24:1-2

8

Zijn dood

Jojakim ontslaapt met zijn vaderen en zijn zoon Jojachin wordt koning in zijn plaats. Diens regering duurt maar drie maanden.

2 Koningen 24:6

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jojakim beter te begrijpen.

2 Koningen 23:34

“Ook maakte Farao Necho Eljakim, den zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mede, en hij kwam in Egypte, en stierf aldaar.”

Het begin van zijn regering: koning bij de gratie van Egypte, met een nieuwe naam.

Jeremia 22:13

“Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!”

Jeremia klaagt de bouwlust van de koning aan. Het paleis wordt gebouwd met arbeid die niet betaald wordt.

Jeremia 22:16

“Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.”

De HEERE wijst Jojakim op zijn vader Josia. God kennen blijkt uit recht doen aan de armen.

Jeremia 22:19

“Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.”

Het oordeel over de koning: niemand zal om hem rouwen, en hij krijgt geen eervolle begrafenis.

Daniël 1:2

“En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.”

Daniël opent zijn boek met Jojakim. Niet Nebukadnezar, maar de HEERE geeft de koning in zijn hand.

Jeremia 36:23

“En het geschiedde, als Jehudi drie stukken, of vier gelezen had, versneed hij ze met een schrijfmes, en wierp ze in het vuur, dat op den haard was, totdat de ganse rol verteerd was in het vuur, dat op den haard was.”

De koning luistert, snijdt en verbrandt, stuk voor stuk, tot er niets van de rol over is.

Jeremia 36:24

“En zij verschrikten niet, en scheurden hun klederen niet, de koning noch al zijn knechten, die al deze woorden gehoord hadden.”

Wat ontbrak, was verslagenheid. Zijn vader Josia scheurde wel zijn klederen bij het horen van Gods woord.

Jeremia 36:30

“Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.”

Het oordeel na de verbranding van de rol, over zijn nageslacht en over zijn dode lichaam.

Tijdperiode

~600 v.Chr.

Jojakim leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jojakim leert ons dat Gods woord niet verdwijnt als wij het wegleggen. De koning dacht de boodschap van Jeremia te kunnen vernietigen door de rol te verbranden. Maar God liet een nieuwe rol schrijven, met nog meer woorden erbij. Ook vandaag proberen mensen de Bijbel kwijt te raken, soms met geweld, vaker door hem stil te negeren of alleen de delen te lezen die ons bevallen. Het woord blijft staan, en wij blijven eraan gebonden. Verder laat Jojakim zien wat het verschil maakt bij het horen van Gods woord. Hij schrok niet en scheurde zijn klederen niet (Jeremia 36:24). Zijn vader Josia deed dat wel. Het gaat er niet om hoeveel wij horen, maar of het woord ons hart raakt. Wie preken hoort of de Schrift leest zonder dat er iets in hem beweegt, doet er goed aan de HEERE om een week hart te vragen. Ook houdt Jeremia 22 ons een spiegel voor in gewone zaken. God let op hoe wij met loon, eerlijkheid en de zwakken omgaan. "Is dat niet Mij te kennen?" (Jeremia 22:16). Geloof dat zich niet laat zien in recht tegenover de naaste, is in Gods ogen geen kennis van Hem. Tot slot zien wij aan Uria en de rol dat God Zijn dienaren niet altijd voor lijden en dood bewaart: Uria werd gedood, Jeremia en Baruch werden verborgen (Jeremia 36:26). God vraagt trouw, en het einde ligt in Zijn hand.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jojakim

Wie was Jojakim in de Bijbel?
Jojakim was koning van Juda van ongeveer 609 tot 598 voor Christus. Hij was een zoon van koning Josia en heette eerst Eljakim. Farao Necho maakte hem koning en veranderde zijn naam (2 Koningen 23:34). Hij is vooral bekend doordat hij de boekrol met de profetieën van Jeremia in het vuur wierp (Jeremia 36:23). Ook liet hij de profeet Uria doden en bouwde hij een paleis met onbetaalde arbeid. Na drie jaar onder Babel kwam hij in opstand. Zijn zoon Jojachin volgde hem op.
Waarom heette Jojakim eerst Eljakim?
Eljakim was zijn eigen naam. Toen Farao Necho hem in de plaats van zijn broer Joahaz koning maakte, "veranderde zijn naam in Jojakim" (2 Koningen 23:34). Met die nieuwe naam liet Necho zien dat Jojakim zijn koning was, niet die van het volk dat Joahaz gekozen had. Beide namen betekenen ongeveer hetzelfde. Eljakim betekent God richt op, Jojakim de HEERE richt op. Later deed Nebukadnezar hetzelfde met zijn broer Mattanja, die Zedekia ging heten (2 Koningen 24:17).
Waar staat Jojakim in de Bijbel?
Zijn regering wordt beschreven in 2 Koningen 23:34 tot 24:7 en in 2 Kronieken 36:4-8. Het boek Jeremia vertelt het meest over hem: Jeremia 22:13-19 bevat de aanklacht over zijn paleis, Jeremia 26 het verhaal van de profeet Uria, Jeremia 35 de Rechabieten in zijn dagen en Jeremia 36 het verbranden van de rol. Daniël 1:1-2 noemt zijn derde jaar. Verder komt zijn naam voor in opschriften bij profetieën, zoals Jeremia 25:1 en Jeremia 46:2.
Waarom verbrandde Jojakim de rol van Jeremia?
De rol kondigde aan dat de koning van Babel zou komen en het land zou verderven. Dat was precies het verwijt van God aan de koning: "Gij hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt gij daarop geschreven, zeggende: De koning van Babel zal zekerlijk komen" (Jeremia 36:29). Jojakim wilde die boodschap niet horen. Hij sneed de rol stuk voor stuk af en verbrandde hem, ook al vroegen Elnathan, Delaja en Gemarja hem dat niet te doen (Jeremia 36:25).
Is Jojakim dezelfde als Jojachin?
Nee. Jojakim was de vader, Jojachin de zoon die na hem drie maanden regeerde (2 Koningen 24:8). Jojakim regeerde elf jaar (2 Koningen 23:36) en stierf voordat Jeruzalem werd ingenomen; Jojachin werd na zijn korte regering naar Babel weggevoerd. Wie de twee uit elkaar wil houden, let ook op de andere namen van de zoon: Jojachin heet ook Jechonia (1 Kronieken 3:16) en Chonia (Jeremia 22:24).
Hoe stierf Jojakim?
De Bijbel zegt niet precies hoe Jojakim stierf. 2 Koningen 24:6 zegt alleen: "En Jojakim ontsliep met zijn vaderen", een vaste uitdrukking voor sterven die niets zegt over de begrafenis. Jeremia had aangekondigd dat hij "met een ezelsbegrafenis" begraven zou worden en dat zijn lichaam weggeworpen zou worden (Jeremia 22:19; Jeremia 36:30). Hoe die woorden zijn uitgekomen, zegt de Bijbel niet. Josephus (Joodse oudheden, boek 10) vertelt dat Nebukadnezar hem doodde en zijn lichaam onbegraven voor de muren liet werpen, maar dat is een latere overlevering.
Wie was de profeet Uria die Jojakim liet doden?
Uria, de zoon van Semaja, uit Kirjath-Jearim, profeteerde in de Naam van de HEERE tegen Jeruzalem en het land, "naar al de woorden van Jeremia" (Jeremia 26:20). Toen Jojakim hem wilde doden, vluchtte hij naar Egypte. De koning stuurde Elnathan, de zoon van Achbor, met andere mannen om hem terug te halen. Jojakim doodde hem met het zwaard en wierp zijn lichaam in de graven van het gewone volk (Jeremia 26:22-23). Jeremia bleef in leven, omdat Ahikam, de zoon van Safan, hem beschermde (Jeremia 26:24). Deze Uria is niet dezelfde als Uria de Hethiet, de man van Bathseba uit de tijd van David.
Werd Daniël onder Jojakim weggevoerd?
Ja, volgens Daniël 1:1-6 kwam Nebukadnezar in het derde jaar van Jojakim naar Jeruzalem, en daarna werden Daniël, Hananja, Misaël en Azarja naar Babel gebracht. Jeremia noemt het vierde jaar van Jojakim het eerste jaar van Nebukadnezar (Jeremia 25:1). Veel uitleggers verklaren dat verschil uit de manier van tellen: in Babel telde het jaar waarin een koning aantrad niet mee als eerste jaar. De Bijbel benadrukt dat de HEERE Jojakim in de hand van Nebukadnezar gaf (Daniël 1:2).
Wat betekent dat Jojakim niemand op de troon van David zou hebben?
Na de verbranding van de rol zei God: "Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte" (Jeremia 36:30). Zijn zoon Jojachin werd wel koning, maar regeerde maar drie maanden en werd weggevoerd (2 Koningen 24:8). Veel uitleggers zien daarin de vervulling: Jojachin zat niet blijvend op de troon, en na hem zat niemand van Jojakims huis meer zelfstandig op de troon van David. Dat is een uitleg; de tekst zegt niet precies hoe de woorden bedoeld zijn. De vloek over Jojachin zelf en de lijn naar Christus komen bij Jojachin aan de orde.
Waarom staat Jojakim niet in het geslachtsregister van Jezus?
Mattheüs 1:11 zegt: "En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders". Jojakim, de schakel tussen Josia en Jechonias, wordt overgeslagen. Mattheüs werkt met drie reeksen van veertien geslachten (Mattheüs 1:17) en laat ook elders namen weg; gewon kan daarom ook op een kleinzoon slaan. Sommige uitleggers denken dat Jechonias in vers 11 eigenlijk Jojakim bedoelt. De tekst zelf geeft geen reden, dus het blijft een uitleg.
Hoe was Jojakim familie van Josia, Joahaz en Zedekia?
Jojakim was een zoon van Josia. 1 Kronieken 3:15 noemt de zonen van Josia: Johanan, Jojakim, Zedekia en Sallum. Sallum is Joahaz, die vóór Jojakim drie maanden regeerde (Jeremia 22:11). Joahaz en Zedekia hadden dezelfde moeder, Hamutal; de moeder van Jojakim was Zebudda (2 Koningen 23:31; 2 Koningen 23:36; 2 Koningen 24:18). Zedekia was dus zijn halfbroer. Na Jojakim regeerde eerst zijn zoon Jojachin en daarna zijn halfbroer Zedekia, de laatste koning van Juda.
Wat kunnen wij leren van Jojakim?
Jojakim leert ons dat het afwijzen van Gods woord niet zonder gevolgen blijft, en dat het woord zelf niet verdwijnt. Hij verbrandde de rol, maar God liet hem opnieuw schrijven (Jeremia 36:32). Ook leren wij dat Godskennis zich laat zien in recht tegenover de naaste: "is dat niet Mij te kennen?" (Jeremia 22:16). En zijn kalmte bij het horen van Gods oordeel waarschuwt ons: het gaat erom of het woord ons hart raakt (Jeremia 36:24).

Stel een vraag over Jojakim

Wilt u meer weten over Jojakim? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jojakim

Bijbelverhalen rond Jojakim

Verdiep u verder