Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~594 v.Chr.

Hananja in de Bijbel

Chananjah (חֲנַנְיָה, Hebreeuws) - “De HEERE is genadig”

Wie was Hananja?

Hananja, de zoon van Azur, was een valse profeet in de tijd van koning Zedekia. In de tempel beloofde hij dat God het juk van Babel binnen twee jaar zou verbreken, en hij brak het juk van Jeremia. Hij stierf nog datzelfde jaar, zoals Jeremia had gezegd (Jeremia 28:17).

Hananja staat in Jeremia 28, het hoofdstuk dat direct volgt op de boodschap van het juk in Jeremia 27. De Statenvertaling noemt hem "Hananja, zoon van Azur, de profeet, die van Gibeon was" (Jeremia 28:1). Hij wordt nergens anders genoemd, maar Jeremia 27:16 waarschuwt al voor profeten die precies zijn boodschap brachten: dat de vaten van het huis des HEEREN "nu haast" uit Babel zouden terugkomen. Het verhaal speelt in de tempel. Jeremia droeg op Gods bevel banden en een juk om zijn hals, als teken dat Juda en de buurvolken de koning van Babel moesten dienen (Jeremia 27:2). Hananja sprak in de Naam des HEEREN het tegendeel: "Ik heb het juk des konings van Babel verbroken" (Jeremia 28:2). Jeremia antwoordde voorzichtig en wachtte. Pas toen God hem een woord gaf, kwam hij terug met het oordeel over Hananja. Hananja is niet te verwarren met andere mannen met dezelfde naam. De bekendste is Hananja, een van de drie vrienden van Daniël, die aan het hof van Babel Sadrach werd genoemd (Daniël 1:6-7). Er is ook een Hananja die onder Nehemia overste van de burcht te Jeruzalem was, "een man van getrouwheid, en godvrezende boven velen" (Nehemia 7:2). Verder noemt de Bijbel nog enkele mannen met deze naam, bijvoorbeeld de vader van de vorst Zedekia (Jeremia 36:12). In het Nieuwe Testament komt de naam voor in de Griekse vorm Ananias.

Niet te verwarren met Sadrach, Mesach en Abednego, Hananja, de vriend van Daniël, die in Babel Sadrach werd genoemd (Daniël 1:7).

Historische context

Jeremia 28:1 dateert de gebeurtenis "in het begin des koninkrijks van Zedekia, koning van Juda, in het vierde jaar, in de vijfde maand". Omgerekend is dat ongeveer 594 of 593 voor Christus. In de Statenvertaling begint Jeremia 27 met "In het begin des koninkrijks van Jojakim", terwijl hetzelfde hoofdstuk Zedekia als koning noemt (Jeremia 27:3; Jeremia 27:12). Hoe dat verschil ontstaan is, wordt door uitleggers verschillend verklaard. De kanttekeningen verklaren dat Jeremia het bevel al in het begin van Jojakims regering ontving, voor de tijd van Zedekia; anderen denken aan een fout bij het overschrijven. Dat het optreden van Hananja in de tijd van Zedekia valt, blijkt uit Jeremia 28:1. Enkele jaren eerder, in 597, had Nebukadnezar koning Jechonia (Jojachin) weggevoerd, samen met de vorsten, de vaklieden en de schatten van de tempel (2 Koningen 24:12-16). In Jeruzalem leefde de hoop dat die ballingschap kort zou zijn. Volgens Jeremia 27:3 kwamen in dezelfde tijd gezanten van Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon bij Zedekia. Veel uitleggers denken dat zij overlegden over een gezamenlijke opstand tegen Babel. De Babylonische kroniek meldt in deze jaren ook onrust in Babel zelf; sommige historici denken dat zulke berichten de hoop in Jeruzalem voedden, maar de Bijbel zegt daar niets over. Hananja kwam uit Gibeon, een stad in Benjamin, ten noordwesten van Jeruzalem. Gibeon was een van de steden die aan de priesters waren toegewezen (Jozua 21:17). Of Hananja zelf uit een priesterfamilie kwam, zegt de tekst niet. Het juk was een houten balk die over de nek van trekdieren werd gelegd. Jeremia droeg het als zichtbaar teken; Jeremia 28:13 spreekt van houten jukken. Hananja stierf in de zevende maand van datzelfde jaar (Jeremia 28:17), twee maanden na zijn optreden in de vijfde maand.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Zijn verlangen naar de terugkeer van de ballingen en de tempelvaten was op zichzelf niet verkeerd; Jeremia deelde het (Jeremia 28:6)

−Zwakke kanten

  • Gebruikte de tempel en de Naam des HEEREN als podium voor een woord dat God niet gegeven had, en liet het volk op leugen vertrouwen (Jeremia 28:1-2, 15)
  • Brak het teken dat God aan Jeremia had opgedragen, en herhaalde zijn eigen woord in plaats van Gods antwoord af te wachten (Jeremia 28:10-11)

Theologische betekenis

Hananja sprak met dezelfde woorden als Jeremia: "Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels" (Jeremia 28:2). Voor de toehoorders in de tempel stonden er twee profeten tegenover elkaar, allebei met een beroep op God. De vraag hoe men dan het ware woord herkent, beantwoordt de wet al in Deuteronomium 18: "Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de HEERE niet gesproken heeft" (Deuteronomium 18:22). Jeremia sluit daarbij aan als hij zegt dat een profeet van vrede pas bekend wordt als zijn woord komt (Jeremia 28:9). Opvallend is de houding van Jeremia. Hij wenste hetzelfde als Hananja en zei: "de HEERE doe alzo!" (Jeremia 28:6). Hij verheugde zich niet in het oordeel. Maar hij liet zijn wens niet zwaarder wegen dan wat God gezegd had. Toen Hananja het juk brak, ging Jeremia weg zonder direct te antwoorden (Jeremia 28:11). Pas na een woord van God kwam hij terug. Het oordeel over Hananja gebruikt woorden uit de wet. Jeremia zegt dat hij sterven zal, "omdat gij een afval gesproken hebt tegen den HEERE" (Jeremia 28:16); bijna dezelfde uitdrukking staat in Deuteronomium 13:5 over een profeet die het volk van God afdrijft. Zijn zonde was niet dat hij hoop gaf, maar dat hij een hoop gaf die God niet beloofd had. De HEERE beloofde wel terugkeer, maar "als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn" (Jeremia 29:10), niet binnen twee jaar. Jeremia sprak elders over profeten die zeggen: "Vrede, vrede! doch daar is geen vrede" (Jeremia 6:14). Het Nieuwe Testament neemt deze waarschuwing over. De Heere Jezus zegt: "wacht u van de valse profeten" (Mattheüs 7:15), en Johannes schrijft: "beproeft de geesten, of zij uit God zijn" (1 Johannes 4:1).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Chananjah (חֲנַנְיָה, Hebreeuws)

Betekenis

De HEERE is genadig

Sleutelmomenten

1

Waarschuwing tegen valse beloften

Jeremia zegt tot de priesters en het volk dat zij niet moeten luisteren naar profeten die beloven dat de vaten van des HEEREN huis nu haast uit Babel teruggebracht worden, want zij profeteren valsheid.

Jeremia 27:16

2

Hananja spreekt in de tempel

In het vierde jaar van Zedekia zegt Hananja in het huis des HEEREN dat God het juk van Babel heeft verbroken. Binnen twee volle jaren zullen de tempelvaten, koning Jechonia en alle ballingen terugkeren.

Jeremia 28:1-4

3

Het antwoord van Jeremia

Jeremia zegt dat hij zou wensen dat het zo was, maar herinnert eraan dat de profeten van vroeger oordeel aankondigden. Een profeet die vrede voorzegt, wordt pas als door God gezonden erkend als zijn woord uitkomt.

Jeremia 28:5-9

4

Het juk verbroken

Hananja neemt het juk van de hals van Jeremia en breekt het. Hij herhaalt dat God zo binnen twee jaar het juk van Nebukadnezar van de hals van alle volken zal breken. Jeremia gaat zijns weegs.

Jeremia 28:10-11

5

Een ijzeren juk

Daarna geeft God Jeremia een woord voor Hananja: houten jukken heeft hij gebroken, maar in de plaats daarvan komen ijzeren jukken. Alle volken zullen Nebukadnezar dienen.

Jeremia 28:12-14

6

Oordeel en dood

Jeremia zegt tot Hananja dat de HEERE hem niet gezonden heeft en dat hij het volk op leugen heeft laten vertrouwen. Hij zal dat jaar sterven. In de zevende maand van datzelfde jaar sterft Hananja.

Jeremia 28:15-17

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hananja beter te begrijpen.

Jeremia 28:2

“Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels, zeggende: Ik heb het juk des konings van Babel verbroken.”

Hananja gebruikt de vertrouwde profetische woorden, maar zegt het tegendeel van wat God door Jeremia had gesproken.

Jeremia 28:9

“De profeet, die geprofeteerd zal hebben van vrede, als het woord van dien profeet komt, dan zal die profeet bekend worden, dat hem de HEERE in der waarheid gezonden heeft.”

Jeremia wijst op de toets van de wet: een belofte van vrede bewijst zich pas als zij uitkomt.

Jeremia 28:13

“Ga henen en spreek tot Hananja, zeggende: Zo zegt de HEERE: Houten jukken hebt gij verbroken, nu zult gij in plaats van die ijzeren jukken maken.”

Het breken van het teken verandert niets aan Gods besluit; het juk wordt zwaarder in plaats van lichter.

Jeremia 28:15

“En de profeet Jeremia zeide tot den profeet Hananja: Hoor nu, Hananja! de HEERE heeft u niet gezonden, maar gij hebt gemaakt, dat dit volk op leugen vertrouwt.”

De kern van de aanklacht: Hananja was niet gezonden en bracht het volk tot vals vertrouwen.

Jeremia 28:17

“Alzo stierf de profeet Hananja in datzelfde jaar, in de zevende maand.”

Het woord van Jeremia komt binnen twee maanden uit, terwijl de belofte van Hananja nooit vervuld werd.

Deuteronomium 18:22

“Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de HEERE niet gesproken heeft; door trotsheid heeft die profeet dat gesproken; gij zult voor hem niet vrezen.”

De toets uit de wet waarmee Israël een profeet moest beoordelen. Het optreden van Hananja is daarvan een duidelijk voorbeeld.

Tijdperiode

~594 v.Chr.

Hananja leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Hananja laat zien dat een boodschap niet waar is omdat zij vroom klinkt of hoop geeft. Hij sprak in de tempel, met de woorden "Zo spreekt de HEERE", en hij beloofde wat iedereen wilde horen. Wij moeten dus niet alleen vragen of iets ons troost, maar of God het gezegd heeft. "Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn" (1 Johannes 4:1). Jeremia leert ons tegelijk een goede houding. Hij wenste vrede voor zijn volk en zei dat ook. Maar hij liet zijn eigen wens niet de plaats innemen van Gods woord. Na het breken van het juk ging Jeremia zijns weegs (Jeremia 28:11) en sprak pas weer toen de HEERE hem een woord gaf. Wie in de gemeente of in een gesprek tegenspraak krijgt, hoeft niet direct terug te slaan. Verder zien wij dat valse troost schade doet. Hananja maakte "dat dit volk op leugen vertrouwt" (Jeremia 28:15). Een geruststelling die God niet geeft, houdt mensen weg van bekering. God gaf wel hoop, maar op Zijn tijd: na zeventig jaren (Jeremia 29:10). Ware troost staat niet los van Gods woord, ook als dat woord eerst hard is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hananja

Wie was Hananja in de Bijbel?
Hananja, de zoon van Azur, was een valse profeet uit Gibeon in de tijd van koning Zedekia. In het vierde jaar van Zedekia, rond 594 voor Christus, verkondigde hij in de tempel dat God het juk van Babel binnen twee jaar zou breken en dat de ballingen zouden terugkomen. Hij nam het juk van de hals van Jeremia en brak het. Jeremia zei dat de HEERE hem niet gezonden had en dat hij dat jaar zou sterven. In de zevende maand stierf hij (Jeremia 28:17).
Wat betekent de naam Hananja?
De naam Hananja betekent: de HEERE is genadig. Hij bestaat uit een werkwoord voor genadig zijn en een verkorte vorm van de Godsnaam. Het was een gewone naam in Juda; de Bijbel noemt verschillende mannen die zo heetten. In het Nieuwe Testament komt dezelfde naam voor in de Griekse vorm Ananias.
Waar staat Hananja in de Bijbel?
De valse profeet Hananja staat in Jeremia 28. Daar staat zijn optreden in de tempel (Jeremia 28:1-4), het antwoord van Jeremia (Jeremia 28:5-9), het breken van het juk (Jeremia 28:10-11), het woord over het ijzeren juk (Jeremia 28:12-14) en zijn dood (Jeremia 28:15-17). Jeremia 27 geeft de achtergrond: het juk dat Jeremia droeg en de waarschuwing tegen profeten die een snelle terugkeer van de tempelvaten beloofden (Jeremia 27:16).
Wat is het verschil tussen het houten en het ijzeren juk?
Jeremia droeg banden en jukken als teken dat de volken Babel moesten dienen (Jeremia 27:2); Jeremia 28:13 noemt ze houten jukken. Hananja brak dat juk als teken dat God de macht van Babel zou breken (Jeremia 28:10-11). Daarop zei God: "Houten jukken hebt gij verbroken, nu zult gij in plaats van die ijzeren jukken maken" (Jeremia 28:13). Een houten juk kan breken, een ijzeren niet. Het verzet tegen Gods woord maakte de last niet lichter, maar zwaarder en onbreekbaar.
Hoe wist men dat Hananja een valse profeet was?
De wet gaf een toets: als een profeet in de Naam des HEEREN spreekt en dat woord komt niet uit, dan heeft de HEERE het niet gesproken (Deuteronomium 18:22). Jeremia verwees daarnaar: een profeet van vrede wordt pas erkend als zijn woord komt (Jeremia 28:9). De twee jaren van Hananja gingen voorbij zonder dat Babel viel, en het woord van Jeremia over zijn dood kwam binnen twee maanden uit (Jeremia 28:17). Bovendien sprak hij tegen wat God al door Jeremia had gezegd.
Wanneer stierf Hananja?
Hananja stierf in de zevende maand van hetzelfde jaar waarin hij in de tempel had gesproken: "Alzo stierf de profeet Hananja in datzelfde jaar, in de zevende maand" (Jeremia 28:17). Hij had in de vijfde maand gesproken (Jeremia 28:1), dus hij stierf ongeveer twee maanden later. Jeremia had gezegd dat God hem zou wegwerpen van de aardbodem, omdat hij een afval had gesproken tegen de HEERE (Jeremia 28:16). Hoe hij stierf, vertelt de Bijbel niet.
Is Hananja dezelfde als Sadrach?
Nee. Sadrach is de Babylonische naam van Hananja, een van de drie vrienden van Daniël, die als jongeman naar Babel werd weggevoerd (Daniël 1:6-7). Hij bleef trouw aan God en werd met Misaël en Azarja uit de vurige oven gered. De valse profeet Hananja, de zoon van Azur, leefde in dezelfde periode, maar in Jeruzalem, en sprak tegen Jeremia in (Jeremia 28:1). Zij hebben alleen de naam gemeen, die destijds veel voorkwam.
Is Hananja dezelfde als Ananias uit het Nieuwe Testament?
Nee. Ananias is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Hananja, maar het gaat om andere personen die eeuwen later leefden. In Handelingen komen drie mannen met die naam voor: Ananias, de man van Saffira (Handelingen 5:1), Ananias de discipel in Damaskus, die Paulus de handen oplegde (Handelingen 9:10), en de hogepriester Ananias (Handelingen 23:2). Geen van hen heeft iets met de valse profeet uit Jeremia 28 te maken.
Wat kunnen wij leren van Hananja?
Hananja leert ons dat niet elke boodschap die in Gods Naam gebracht wordt, ook van God komt. Hij beloofde vrede en terugkeer, maar de HEERE had hem niet gezonden, en hij liet het volk op leugen vertrouwen (Jeremia 28:15). Daarom moeten wij elke boodschap toetsen aan wat God in Zijn woord gezegd heeft, ook als zij geruststellend klinkt. Van Jeremia leren wij geduld: hij wachtte op Gods woord voordat hij Hananja opnieuw antwoordde (Jeremia 28:11-12).

Stel een vraag over Hananja

Wilt u meer weten over Hananja? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hananja

Verdiep u verder