Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~695-640 v.Chr.

Manasse, koning van Juda in de Bijbel

Manasse (מְנַשֶּׁה, Hebreeuws) - “Die doet vergeten”

Wie was Manasse, koning van Juda?

Manasse was de zoon van Hiskia en regeerde vijfenvijftig jaar over Juda, langer dan elke andere koning. Hij voerde het volk in afgoderij, offerde zijn zoon en vergoot veel onschuldig bloed. Volgens 2 Kronieken 33:11-13 werd hij gevangen naar Babel gevoerd, bekeerde hij zich daar en bracht God hem terug.

De geschiedenis van koning Manasse staat twee keer in de Bijbel: in 2 Koningen 21:1-18 en in 2 Kronieken 33:1-20. Beide verslagen beginnen met vrijwel dezelfde woorden: "Manasse was twaalf jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem" (2 Koningen 21:1). Het was de langste regering van alle koningen van Juda. Ook Jeremia noemt hem, als de koning om wie het oordeel over het volk zou komen (Jeremia 15:4), en in het geslachtsregister van Jezus staat hij tussen Ezekias en Amon (Mattheüs 1:10). De Statenvertaling noemt zijn vader Hizkia of Jehizkia; op deze site heet hij Hiskia. Koningen beschrijft vooral het kwaad. Manasse bouwde de hoogten weer op die zijn vader had afgebroken, diende Baal en het heir des hemels, plaatste altaren en een beeld in de tempel, deed zijn zoon door het vuur gaan en raadpleegde waarzeggers. De schrijver vat het samen met: "Manasse deed hen dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen" (2 Koningen 21:9). Daarbij vergoot hij zeer veel onschuldig bloed. Kronieken vertelt daarna iets wat Koningen niet noemt. Manasse werd door Assyrische legeroversten gevangengenomen en naar Babel gevoerd. In die nood bad hij en vernederde hij zich zeer, en God liet Zich van hem verbidden. Hij keerde terug naar Jeruzalem, haalde de vreemde goden uit de tempel en riep Juda op de HEERE te dienen. Zo is Manasse in het Oude Testament een sprekend voorbeeld van een diep gevallen mens die genade ontvangt. Manasse, de koning van Juda, is niet te verwarren met Manasse, de oudste zoon van Jozef en stamvader van de stam Manasse. Die leefde eeuwen eerder in Egypte en wordt op deze site behandeld bij zijn broer Efraïm. Het Gebed van Manasse is een apocrief geschrift en hoort niet bij de Bijbel.

Historische context

Manasse regeerde in de eerste helft van de zevende eeuw voor Christus, ruwweg van 695 tot 640. Wie met een mederegering naast zijn vader Hiskia rekent, laat die rond 696 beginnen en de alleenheerschappij rond 686; de exacte jaartallen blijven een berekening. Hij volgde Hiskia op, wiens dood in 2 Koningen 20:21 staat, en werd zelf opgevolgd door zijn zoon Amon, die na twee jaar werd vermoord. Daarna werd zijn kleinzoon Josia koning. Het was de tijd waarin Assyrië op het toppunt van zijn macht stond. Het noordrijk Israël was in 722 voor Christus door Assyrië weggevoerd, en Juda had onder Hiskia het beleg van Sanherib ternauwernood overleefd. Juda bleef een kleine vazalstaat. Assyrische inscripties van de koningen Esarhaddon en Assurbanipal noemen een Menasî, koning van Juda, in lijsten van vazalkoningen die bouwmateriaal of troepen moesten leveren. Dat past bij het beeld van een koning die onder Assyrisch gezag regeerde. Kronieken zegt dat de krijgsoversten van de koning van Assyrië Manasse gevangennamen en hem met twee koperen ketenen naar Babel voerden (2 Kronieken 33:11). Dat zij hem naar Babel brachten en niet naar Nineve, is minder vreemd dan het lijkt: de Assyrische koningen heersten in die tijd ook over Babel. Sommige uitleggers verbinden de gevangenneming met een opstand in Babel rond 650 voor Christus, maar de Bijbel geeft geen jaartal. Een aantal gebruiken vraagt uitleg. De hoogten waren offerplaatsen buiten de tempel. Het bos was een gewijde paal of boom voor de godin Asjera. Het heir des hemels is de zon, de maan en de sterren, die in Assyrië en Babel als goden werden vereerd. Een kind door het vuur doen gaan was een vorm van kinderoffer. Koningen spreekt van zijn zoon (2 Koningen 21:6), Kronieken van zijn zonen, en noemt daarbij het dal des zoons van Hinnom (2 Kronieken 33:6), dezelfde plaats die Jeremia later aanklaagt (Jeremia 7:31). Josephus schrijft in zijn Joodse Oudheden dat Manasse ook profeten liet doden. Een latere joodse overlevering vertelt dat de profeet Jesaja onder Manasse werd doorgezaagd. De Bijbel zelf vertelt dat niet; sommige uitleggers zien er wel een toespeling op in Hebreeën 11:37.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Hij vernederde zich zeer voor God toen hij gevangen was (2 Kronieken 33:12)
  • Na zijn terugkeer erkende hij dat de HEERE God is (2 Kronieken 33:13)
  • Hij ruimde de vreemde goden op die hij zelf in de tempel had gezet (2 Kronieken 33:15)
  • Hij riep Juda op de HEERE, de God van Israël, te dienen (2 Kronieken 33:16)

−Zwakke kanten

  • Hij leidde Juda in afgoderij, erger dan de heidenen (2 Koningen 21:9)
  • Hij deed zijn zoon door het vuur gaan en raadpleegde waarzeggers (2 Koningen 21:6)
  • Hij vergoot zeer veel onschuldig bloed in Jeruzalem (2 Koningen 21:16)

Theologische betekenis

De twee verslagen over Manasse leggen elk een eigen accent, en beide zijn nodig. Koningen beschrijft hem als de koning om wie het oordeel over Juda onafwendbaar werd. Zelfs na de hervorming van Josia staat er: "Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had" (2 Koningen 23:26). Bij de inval van de Chaldeeën herhaalt de schrijver dat het gebeurde om de zonden van Manasse en om het onschuldige bloed, "daarom wilde de HEERE niet vergeven" (2 Koningen 24:4). Jeremia zegt hetzelfde (Jeremia 15:4). Kronieken vertelt hoe God met Manasse persoonlijk omging. In de gevangenschap bad hij, "en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking" (2 Kronieken 33:13). Dat is opvallend in een boek dat telkens laat zien hoe God de koningen van Juda beoordeelt naar hun trouw. De ergste van allen wordt gehoord als hij zich vernedert. Het sluit aan bij de belofte van 2 Kronieken 7:14, dat God hoort en vergeeft als Zijn volk zich verootmoedigt en bidt, en bij het woord van Ezechiël dat God er lust in heeft "dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve" (Ezechiël 33:11). Hoe passen beide lijnen bij elkaar? De gangbare gereformeerde uitleg is dat persoonlijke vergeving en de gevolgen van zonde in de geschiedenis van een volk niet hetzelfde zijn. Manasse ontving genade, maar de hervorming bleef half. Kronieken zegt dat zelf al: het volk offerde nog op de hoogten, "hoewel aan den HEERE, hun God" (2 Kronieken 33:17), en zijn zoon Amon diende de gesneden beelden van zijn vader weer en vernederde zich niet zoals hij (2 Kronieken 33:22-23). Voor de nieuwtestamentische lezer wijst Manasse vooruit naar het evangelie van genade voor zondaren. Paulus noemt zichzelf de voornaamste der zondaren, aan wie God barmhartigheid bewees als voorbeeld voor wie later zouden geloven (1 Timotheüs 1:15-16). Manasse is in het Oude Testament zo'n voorbeeld. Zijn naam staat in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:10): ook deze koning hoort bij de lijn waaruit de Verlosser kwam. Het Gebed van Manasse, een korte boetepsalm uit de Griekse traditie, is waarschijnlijk geschreven om het gebed in te vullen waarover 2 Kronieken 33:18-19 spreekt. De Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt het in artikel 6 bij de apocriefe boeken: nuttig om te lezen, maar zonder gezag om er het geloof op te gronden.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Manasse (מְנַשֶּׁה, Hebreeuws)

Betekenis

Die doet vergeten

Betekenis van de naam Manasse: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Koning op twaalfjarige leeftijd

Na de dood van Hiskia wordt zijn zoon Manasse op twaalfjarige leeftijd koning. Hij regeert vijfenvijftig jaar te Jeruzalem en doet wat kwaad is in de ogen van de HEERE, naar de gruwelen van de heidenen.

2 Koningen 21:1-2

2

Afgoderij tot in de tempel

Manasse bouwt de hoogten weer op die Hiskia had afgebroken, richt altaren op voor Baal, maakt een bos zoals Achab en buigt zich voor het heir des hemels. Hij bouwt altaren in de voorhoven van de tempel, doet zijn zoon door het vuur gaan en zet een gesneden beeld in het huis van God.

2 Koningen 21:3-7

3

De profeten kondigen het oordeel aan

Door Zijn knechten de profeten zegt de HEERE dat Manasse erger heeft gedaan dan de Amorieten. Hij zal over Jeruzalem een kwaad brengen waarvan ieders oren zullen klinken, en de stad uitwissen zoals men een schotel uitwist.

2 Koningen 21:10-15

4

Onschuldig bloed vergoten

Naast de afgoderij vergiet Manasse zeer veel onschuldig bloed, totdat Jeruzalem er van het ene einde tot het andere vol van is. Later noemt de Bijbel juist dit bloed als reden voor het oordeel over Juda (2 Koningen 24:4).

2 Koningen 21:16

5

Gevangen naar Babel

De HEERE spreekt tot Manasse en zijn volk, maar zij luisteren niet. Daarom brengt Hij de legeroversten van de koning van Assyrië, die Manasse gevangennemen, hem met twee koperen ketenen binden en naar Babel voeren.

2 Kronieken 33:10-11

6

Gebed en terugkeer

In de benauwdheid bidt Manasse de HEERE aan en vernedert hij zich zeer. God laat Zich van hem verbidden en brengt hem terug in zijn koninkrijk. Dan erkent Manasse dat de HEERE God is.

2 Kronieken 33:12-13

7

Herstel in Jeruzalem

Manasse bouwt een buitenmuur om de stad Davids en legt krijgsoversten in de vaste steden. Hij haalt de vreemde goden en het beeld uit de tempel, herstelt het altaar van de HEERE en zegt tot Juda dat zij de HEERE moeten dienen. Het volk blijft wel op de hoogten offeren, hoewel aan de HEERE.

2 Kronieken 33:14-17

8

Dood en opvolging door Amon

Zijn gebed en de woorden van de zieners zijn opgeschreven in de geschiedenissen van de koningen. Manasse sterft en wordt in zijn huis begraven. Zijn zoon Amon volgt hem op.

2 Kronieken 33:18-20

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Manasse, koning van Juda beter te begrijpen.

2 Koningen 21:1

“Manasse was twaalf jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hefzi-bah.”

Het begin van de langste regering in de geschiedenis van Juda. Zijn moeder heet Hefzi-bah.

2 Koningen 21:9

“Maar zij hoorden niet; want Manasse deed hen dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels verdelgd had.”

Het oordeel van Koningen: Manasse bracht niet alleen zichzelf, maar het hele volk op een dwaalweg.

2 Koningen 21:16

“Daartoe vergoot Manasse ook zeer veel onschuldig bloed, totdat hij Jeruzalem van het ene einde tot het andere vervuld had; behalve zijn zonde, die hij Juda zondigen deed, doende wat kwaad was in de ogen des HEEREN.”

Naast de afgoderij noemt de Bijbel het geweld van Manasse. Dit onschuldige bloed komt terug in 2 Koningen 24:4.

2 Kronieken 33:11

“Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van Assyrie had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.”

Kronieken ziet de gevangenschap als Gods handelen: omdat Manasse niet luisterde, bracht God de Assyriërs.

2 Kronieken 33:12-13

“En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen, En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is.”

De kern van de bekering van Manasse: in de nood bidt hij, God hoort hem en brengt hem terug.

2 Kronieken 33:15

“En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad.”

De bekering wordt zichtbaar: Manasse ruimt op wat hij zelf in de tempel had gezet.

Jeremia 15:4

“En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken der aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om hetgeen hij te Jeruzalem gedaan heeft.”

Jeremia, die kort na de regering van Manasse en Amon begon te profeteren (Jeremia 1:2), noemt Manasse bij naam als reden voor het oordeel.

2 Koningen 23:26

“Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had.”

Zelfs na de hervorming van zijn kleinzoon Josia blijft het oordeel om de zonden van Manasse staan.

Tijdperiode

~695-640 v.Chr.

Manasse, koning van Juda leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Manasse leert ons allereerst dat niemand buiten het bereik van Gods genade valt. Als God Zich liet verbidden door een koning die zijn eigen zoon offerde en Jeruzalem met onschuldig bloed vulde, dan hoeft niemand te denken dat zijn schuld te groot is. God bracht hem in de benauwdheid, en daar leerde hij bidden en zich vernederen. Wie zo tot God komt, wordt niet afgewezen. Zijn geschiedenis laat ook zien dat de nood een plaats van ommekeer kan worden. Pas met koperen ketenen om, ver van huis, zocht Manasse het aangezicht van God. Wat wij als ramp ervaren, kan in Gods hand een weg terug zijn. Dat maakt de nood niet licht, maar wel zinvol. Echte bekering wordt zichtbaar. Na zijn terugkeer haalde Manasse de afgoden weg die hij zelf had neergezet en herstelde hij het altaar van de HEERE. Wie vergeving ontvangt, gaat ook opruimen wat er in het eigen leven verkeerd is opgebouwd. Ten slotte is Manasse een ernstige waarschuwing. Zijn zoon Amon nam de afgoderij van zijn vader over, maar niet diens berouw, en het volk bleef op de hoogten offeren, ook al was het aan de HEERE. Vergeving neemt niet alle gevolgen weg die onze zonden voor anderen hebben. Dat roept ons op om op tijd terug te keren, en om aan wie na ons komen niet alleen te vertellen wat wij verkeerd deden, maar ook hoe God ons genadig was.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Manasse, koning van Juda

Wie was Manasse, koning van Juda, in de Bijbel?
Manasse was de zoon van koning Hiskia en regeerde vijfenvijftig jaar over Juda, langer dan elke andere koning (2 Koningen 21:1). Hij bracht het volk tot afgoderij, zette een beeld in de tempel, deed zijn zoon door het vuur gaan en vergoot veel onschuldig bloed. Volgens 2 Kronieken 33 werd hij door de Assyriërs gevangen naar Babel gevoerd. Daar vernederde hij zich voor God, die hem terugbracht naar Jeruzalem.
Wat betekent de naam Manasse?
De naam Manasse betekent: die doet vergeten. De verklaring komt uit Genesis 41:51, waar Jozef zijn oudste zoon zo noemt, "want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite". De koning van Juda droeg dezelfde naam als deze zoon van Jozef. Waarom Hiskia zijn zoon zo noemde, vertelt de Bijbel niet.
Waar staat koning Manasse in de Bijbel?
Het verhaal van koning Manasse staat in 2 Koningen 21:1-18 en in 2 Kronieken 33:1-20. Alleen Kronieken vertelt over zijn gevangenschap en bekering. Daarnaast noemt de Bijbel hem in 2 Koningen 23:26 en 24:3-4 als reden voor het oordeel over Juda, in Jeremia 15:4 en in het geslachtsregister van Jezus in Mattheüs 1:10.
Is koning Manasse dezelfde als Manasse de zoon van Jozef?
Nee. Manasse de zoon van Jozef was de oudere broer van Efraïm, werd in Egypte geboren en is de stamvader van de stam Manasse (Genesis 41:51). Koning Manasse leefde meer dan duizend jaar later en was de zoon van Hiskia, koning van Juda. Op deze site heeft de koning een eigen pagina; de zoon van Jozef wordt behandeld op de pagina over Efraïm.
Wat deed koning Manasse verkeerd?
Manasse bouwde de hoogten weer op die zijn vader had afgebroken, richtte altaren op voor Baal en voor het heir des hemels en zette een gesneden beeld in de tempel. Hij deed zijn zoon door het vuur gaan, pleegde waarzeggerij en stelde waarzeggers aan (2 Koningen 21:3-7). Bovendien vergoot hij zeer veel onschuldig bloed (2 Koningen 21:16). De Bijbel zegt dat hij het volk liet dwalen, "dat zij erger deden dan de heidenen" (2 Koningen 21:9).
Heeft Manasse zich bekeerd?
Ja, volgens 2 Kronieken 33. Toen hij gevangen in Babel zat, bad hij tot God en vernederde hij zich zeer. "Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk" (2 Kronieken 33:13). Daarna haalde Manasse de vreemde goden uit de tempel en riep hij Juda op de HEERE te dienen. 2 Koningen noemt deze bekering niet; dat boek richt zich op de gevolgen van zijn regering voor het volk.
Waarom werd Manasse naar Babel gevoerd?
Kronieken zegt dat de HEERE tot Manasse en zijn volk sprak, maar dat zij niet luisterden. Daarom bracht Hij de legeroversten van de koning van Assyrië, die hem met twee koperen ketenen naar Babel voerden (2 Kronieken 33:10-11). Dat het Babel was en niet Nineve, past bij de tijd: de Assyrische koningen heersten toen ook over Babel. Een jaartal geeft de Bijbel niet.
Wat is het Gebed van Manasse?
Het Gebed van Manasse is een korte boetepsalm die in de Griekse traditie is overgeleverd. Het is geen deel van de Bijbel maar een apocrief geschrift, waarschijnlijk geschreven om het gebed in te vullen dat 2 Kronieken 33:18-19 noemt. De Nederlandse Geloofsbelijdenis rekent het in artikel 6 tot de apocriefe boeken: men mag ze lezen, maar er geen leer op gronden.
Waarom kwam het oordeel over Juda toch, als Manasse zich bekeerde?
De Bijbel houdt beide vast. Manasse ontving persoonlijk genade (2 Kronieken 33:13), maar Juda bleef om zijn zonden onder het oordeel. Zelfs na de hervorming van Josia keerde God zich niet af van Zijn toorn "om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had" (2 Koningen 23:26). De hervorming bleef half: het volk offerde nog op de hoogten, hoewel aan de HEERE, en zijn zoon Amon diende de beelden van zijn vader weer en vernederde zich niet (2 Kronieken 33:17, 22-23).
Heeft Manasse de profeet Jesaja laten doden?
Dat staat niet in de Bijbel. Het is een latere joodse overlevering dat Jesaja onder Manasse werd doorgezaagd. Sommige uitleggers zien een toespeling daarop in Hebreeën 11:37, waar staat dat geloofsgetuigen in stukken gezaagd zijn, maar Jesaja wordt daar niet genoemd. De Bijbel zegt wel dat Manasse zeer veel onschuldig bloed vergoot (2 Koningen 21:16).
Wie volgde Manasse op?
Zijn zoon Amon werd koning na hem (2 Koningen 21:18). Amon deed kwaad zoals zijn vader, maar vernederde zich niet zoals Manasse dat gedaan had (2 Kronieken 33:23). Na twee jaar werd hij door zijn eigen knechten gedood. Daarna maakte het volk van het land zijn zoon Josia koning, de kleinzoon van Manasse, die de afgoderij grondig opruimde.
Wat kunnen wij leren van Manasse?
Manasse leert ons dat niemand te ver weg is voor Gods genade: God liet Zich verbidden door een koning die zijn eigen zoon offerde. Echte bekering wordt zichtbaar in daden, zoals bij Manasse die de afgoden uit de tempel haalde. Tegelijk waarschuwt zijn leven dat vergeving niet alle gevolgen van zonde voor anderen wegneemt. Zijn zoon nam zijn afgoderij over, maar niet zijn berouw.

Stel een vraag over Manasse, koning van Juda

Wilt u meer weten over Manasse, koning van Juda? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Manasse, koning van Juda

Bijbelverhalen rond Manasse, koning van Juda

Verdiep u verder