Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~700 v.Chr.

Sanherib in de Bijbel

Sancheriv (סַנְחֵרִיב, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: Sin heeft de broers vervangen”

Wie was Sanherib?

Sanherib was koning van Assyrië rond 700 v.Chr. In het veertiende jaar van Hiskia veroverde hij de vaste steden van Juda en bedreigde hij Jeruzalem via zijn woordvoerder Rabsake. Zijn leger werd door de engel des HEEREN geslagen; later doodden twee zonen hem in Ninevé (2 Koningen 19:35-37).

Sanherib is de Assyrische koning die in de Bijbel tegenover koning Hiskia van Juda staat. Zijn naam komt voor in 2 Koningen 18 en 19, in 2 Kronieken 32 en in Jesaja 36 en 37. Die drie verslagen vertellen hetzelfde verhaal, elk met eigen accenten. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Sanherib; Hiskia heet daar Hizkia of Jehizkia. In de Bijbel staat Hiskia meestal in het midden: zijn gebed in de tempel en het woord van Jesaja. Sanherib is de man aan de andere kant. Sanherib verschijnt eerst als veroveraar: hij neemt de vaste steden van Juda in en laat Hiskia betalen (2 Koningen 18:13-16). Daarna spreekt hij vooral door anderen. Zijn hoge beambten Tartan, Rabsaris en Rabsake komen vanuit Lachis naar Jeruzalem (2 Koningen 18:17). Rabsake voert het woord, in het Joods, zodat het volk op de muur het kan verstaan. Wat Sanherib laat zeggen, is in de kern een vraag naar vertrouwen. Op wie vertrouwt Hiskia: op Egypte, op zijn eigen raad, op de HEERE? Sanherib stelt de God van Israël op één lijn met de goden van Hamath, Arpad en Samaria, die hun land niet hadden kunnen redden (2 Koningen 18:33-35). Dat maakt de zaak groter dan een militaire belegering. Hiskia noemt het in zijn gebed: Sanherib heeft gezonden "om den levenden God te honen" (2 Koningen 19:16). Het einde komt snel. Na de nacht waarin de engel des HEEREN het leger slaat, vertrekt Sanherib en blijft hij in Ninevé. Later, volgens Assyrische bronnen zo'n twintig jaar na de veldtocht, terwijl hij zich in het huis van zijn god Nisroch neerbuigt, doden zijn zonen Adramelech en Sarezer hem met het zwaard. Zijn zoon Esar-Haddon wordt koning in zijn plaats (Jesaja 37:37-38). Sanherib is niet de enige Assyrische koning in de Bijbel. Tiglath-Pilezer, Salmaneser en Sargon worden ook bij naam genoemd (2 Koningen 15:29; 2 Koningen 18:9; Jesaja 20:1). Salmaneser, die Samaria belegerde, was een van zijn voorgangers; Sanherib zelf kwam niet tegen Samaria, maar tegen Juda.

Historische context

Sanherib regeerde volgens de gangbare Assyrische chronologie van 705 tot 681 voor Christus. Hij volgde Sargon op, die in Jesaja 20:1 genoemd wordt; dat Sargon zijn vader was, weten wij uit Assyrische bronnen, niet uit de Bijbel. Het Nieuw-Assyrische rijk beheerste in die tijd het gebied van de Perzische Golf tot de Middellandse Zee. Het noordrijk Israël was enkele jaren eerder door Assyrië weggevoerd (2 Koningen 18:10-11); hoe de jaartallen van Hiskia precies sluiten, is onder uitleggers een bekende vraag. Hiskia was afgevallen van de koning van Assyrië en diende hem niet meer (2 Koningen 18:7). In het veertiende jaar van Hiskia, meestal omgerekend naar 701 voor Christus, trok Sanherib naar het westen. 2 Kronieken 32:2-5 vertelt hoe Hiskia zich voorbereidde: hij liet de bronnen buiten de stad dichtstoppen en versterkte de muur. Sanherib zelf bleef bij Lachis, een vestingstad in het zuidwesten van Juda, en daarna bij Libna (2 Kronieken 32:9; 2 Koningen 19:8). Ook de profeet Micha noemt Lachis in zijn klacht over Juda (Micha 1:13). Sanherib is ook buiten de Bijbel goed bekend. In zijn jaarverslagen, bewaard op kleiprisma's zoals het Taylor-prisma in het British Museum, beschrijft hij deze veldtocht. Hij zegt dat hij 46 versterkte steden van Hiskia innam en Hiskia in Jeruzalem opsloot als een vogel in een kooi. Hij noemt een schatting van dertig talenten goud en achthonderd talenten zilver; de Bijbel noemt dertig talenten goud en driehonderd talenten zilver (2 Koningen 18:14). Over een inname van Jeruzalem zeggen de jaarverslagen niets, en over een verlies van zijn leger evenmin. In zijn paleis in Ninevé liet Sanherib de belegering van Lachis afbeelden op grote stenen reliëfs, die in de negentiende eeuw zijn opgegraven en nu ook in het British Museum staan. Na 701 trok Sanherib niet meer tegen Juda op, voor zover bekend. Zijn dood wordt meestal in 681 voor Christus gedateerd, twintig jaar na de veldtocht. Babylonische en Assyrische bronnen bevestigen dat hij door een zoon of zonen in een opstand werd gedood en dat Esar-Haddon hem opvolgde. Welke god Nisroch was, is onbekend; de naam komt buiten de Bijbel niet zeker voor. Het land Ararat, waarheen de moordenaars vluchtten, lag ten noorden van Assyrië. Ninevé zelf viel later; de profeet Nahum kondigde die val aan (Nahum 1:1).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Krachtig en doortastend legeraanvoerder: hij nam alle vaste steden van Juda in (2 Koningen 18:13)
  • Reageerde snel op dreiging: bij het gerucht over Tirhaka zond hij direct opnieuw boden (2 Koningen 19:9)

−Zwakke kanten

  • Hoonde de levende God en stelde Hem gelijk aan de afgoden (2 Koningen 19:16)
  • Trots op eigen kracht: "Ik heb met de menigte mijner wagenen beklommen de hoogten der bergen" (2 Koningen 19:23)
  • Stuurde na ontvangst van de schatting toch zijn leger naar Jeruzalem (2 Koningen 18:14-17)

Theologische betekenis

De Schrift laat in Sanherib zien wat er gebeurt als een mens zich tegen God verheft. God vraagt hem door Jesaja: "Wien hebt gij gehoond en gelasterd? en tegen Wien hebt gij de stem verheven, en uw ogen omhoog opgeheven? Tegen den Heilige Israels!" (2 Koningen 19:22). Sanherib dacht dat hij tegen Hiskia streed, maar hij stond tegenover God. Jesaja had dat al eerder in een breder verband gezegd. Assyrië was "de roede Mijns toorns" (Jesaja 10:5): God gebruikte deze macht om Zijn ongehoorzame volk te tuchtigen. Maar de koning van Assyrië bedoelde dat niet zo. Hij zei: "Door de kracht mijner hand heb ik het gedaan" (Jesaja 10:13). Daarom vraagt de profeet: "Zal een bijl zich beroemen tegen dien, die daarmede houwt?" (Jesaja 10:15). In Gods antwoord op het gebed van Hiskia komt dat terug: Sanherib kon de vaste steden verwoesten, omdat God dat lang tevoren zo beschikt had (2 Koningen 19:25). De wereldmacht van die tijd was een werktuig in Gods hand en kreeg grenzen die zij niet kon overschrijden. Opvallend is ook de rol van woorden. Rabsake zei zelfs dat de HEERE hem opdracht had gegeven het land te verderven (2 Koningen 18:25). De echte strijd ging om het vertrouwen van het volk: "Dat Hizkia u niet doe vertrouwen op den HEERE" (2 Koningen 18:30). God antwoordde niet met woorden alleen, maar met daden. Zo werd waar wat Hiskia had gebeden: dat alle koninkrijken der aarde zouden weten dat de HEERE alleen God is (2 Koningen 19:19). De dood van Sanherib is in de Bijbel geen toevalligheid. Jesaja had gezegd: "Ik zal hem door het zwaard in zijn land vellen" (Jesaja 37:7). De Kroniekschrijver zegt het scherp: hij keerde "met schaamte des aangezichts" terug en werd gedood door wie "uit zijn lijf voortgekomen waren" (2 Kronieken 32:21). De koning die vroeg welke god zijn volk had kunnen redden, werd zelf niet gered door de god voor wie hij knielde. Veel uitleggers verbinden psalmen als Psalm 46, Psalm 48 en Psalm 76 met deze redding van Jeruzalem. In Psalm 76 staat: "is samen wagen en paard in slaap gezonken" (Psalm 76:7). De psalmen zelf noemen Sanherib niet.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Sancheriv (סַנְחֵרִיב, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: Sin heeft de broers vervangen

Sleutelmomenten

1

Inval in Juda

In het veertiende jaar van Hiskia trekt Sanherib op tegen alle vaste steden van Juda en neemt ze in. Volgens 2 Kronieken 32 had hij het plan ze tot zich af te scheuren.

2 Koningen 18:13

2

De schatting van Hiskia

Hiskia stuurt een boodschap naar Lachis: "Ik heb gezondigd." Sanherib legt hem driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud op. Hiskia geeft het zilver uit de tempel en het goud van de tempeldeuren.

2 Koningen 18:14-16

3

Rabsake voor de muur

Ondanks de betaling stuurt Sanherib Rabsake met een zwaar leger naar Jeruzalem. Bij de watergang van de opperste vijver vraagt Rabsake waarop Hiskia vertrouwt en noemt hij Egypte een gebroken rietstaf.

Jesaja 36:2-10

4

Spot met de God van Israël

De knechten van Sanherib roepen in het Joods tegen het volk op de muur en spreken over de God van Jeruzalem als over de goden van de volken, een werk van mensenhanden. Sanherib schrijft ook brieven om de HEERE te honen.

2 Kronieken 32:13-19

5

Het gerucht over Tirhaka

Sanherib hoort dat Tirhaka, de koning van Cusch, tegen hem is uitgetrokken. Hij stuurt opnieuw boden met een brief: Hiskia moet zich niet door zijn God laten bedriegen.

2 Koningen 19:8-13

6

Gods antwoord aan Sanherib

Op het gebed van Hiskia spreekt God door Jesaja rechtstreeks tegen Sanherib. Hij kent zijn zitten en zijn woeden, en zal hem met een haak in zijn neus terugleiden langs de weg waarlangs hij gekomen is.

Jesaja 37:21-29

7

De nacht van de engel

In die nacht gaat de engel des HEEREN uit en slaat honderdvijfentachtigduizend man in het leger van Assyrië. De Bijbel zegt niet op welke manier.

2 Koningen 19:35

8

Dood in het huis van Nisroch

Sanherib vertrekt en blijft in Ninevé. Terwijl hij zich neerbuigt in het huis van Nisroch, zijn god, doden zijn zonen Adramelech en Sarezer hem. Esar-Haddon wordt koning.

Jesaja 37:37-38

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Sanherib beter te begrijpen.

2 Koningen 18:13

“Maar in het veertiende jaar van den koning Hizkia kwam Sanherib, de koning van Assyrie, op tegen alle vaste steden van Juda, en nam ze in.”

De eerste vermelding van Sanherib. Het jaartal verbindt zijn veldtocht met de regering van Hiskia.

2 Koningen 18:19

“En Rabsake zeide tot hen: Zegt nu tot Hizkia: Zo zegt de grote koning, de koning van Assyrie: Wat vertrouwen is dit, waarmede gij vertrouwt?”

Rabsake spreekt namens Sanherib en raakt meteen de kern: waarop rust het vertrouwen van Juda?

2 Koningen 18:35

“Welke zijn ze onder alle goden der landen, die hun land uit mijn hand gered hebben, dat de HEERE Jeruzalem uit mijn hand redden zou?”

De boodschap van Sanherib stelt de HEERE gelijk aan de goden van de verslagen volken. Daarmee wordt het een zaak van Gods eer.

2 Kronieken 32:8

“Met hem is een vreselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda.”

Hiskia erkent de macht van Sanherib, maar stelt er de hulp van de HEERE tegenover. Het volk steunt op dat woord.

Jesaja 37:29

“Om uw woeden tegen Mij, en dat uw woeling voor Mijn oren opgekomen is, zo zal Ik Mijn haak in uw neus leggen, en Mijn gebit in uw lippen, en Ik zal u doen wederkeren door dien weg, door denwelken gij gekomen zijt.”

God spreekt Sanherib rechtstreeks aan. Het beeld van haak en gebit is dat van een dier dat aan de leiband wordt teruggevoerd.

2 Koningen 19:35

“Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrie honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.”

De slag die Sanherib niet in zijn jaarverslagen opnam. De Bijbel schrijft hem toe aan de engel des HEEREN.

2 Kronieken 32:21

“En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.”

De Kroniekschrijver vat het einde van Sanherib samen: schaamte bij de terugkeer en de dood door zijn eigen zonen.

2 Koningen 19:37

“Het geschiedde nu, als hij in het huis van Nisroch, zijn god, zich nederboog, dat Adramelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard versloegen; doch zij ontkwamen in het land van Ararat; en Esar-Haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.”

De namen van de moordenaars, de god Nisroch en de opvolger Esar-Haddon. Zo komt het woord van Jesaja 37:7 uit.

Tijdperiode

~700 v.Chr.

Sanherib leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Sanherib laat zien dat macht en succes een mens blind kunnen maken voor God. Hij had veel volken verslagen en trok daaruit de conclusie dat geen god hem kon tegenhouden. Wat hij zag klopte, maar wat hij concludeerde niet. Ook wij kunnen uit onze ervaringen verkeerde lessen trekken, alsof wat tot nu toe lukte ook altijd zal lukken. De vraag van God aan Sanherib geldt ieder die zich verheft: "tegen Wien hebt gij de stem verheven" (2 Koningen 19:22)? Verder leren wij hoe ongeloof spreekt. Rabsake mengde leugens met halve waarheden: Egypte was inderdaad een gebroken rietstaf, en Hiskia had inderdaad hoogten weggenomen (2 Koningen 18:21-22), maar dat de HEERE hem gezonden had, was gelogen (2 Koningen 18:25). Zo werd een daad van gehoorzaamheid voorgesteld als iets waarmee Hiskia God had beledigd. Ook vandaag klinken er stemmen die het vertrouwen op God onredelijk laten lijken. Het is goed die stemmen te herkennen en niet in elk gesprek mee te gaan; het volk op de muur zweeg, zoals de koning geboden had (2 Koningen 18:36). Daarnaast is het verhaal een troost voor wie zich klein voelt tegenover grote machten. God zei tegen Sanherib: "Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen" (Jesaja 37:28). Wat ons bedreigt, staat onder Zijn gezag. Dat betekent niet dat Gods volk geen schade leed, want de steden van Juda waren ingenomen. Maar het laatste woord was niet aan Assyrië. Tot slot wijst het einde van Sanherib erop dat een god die mensen zelf vereren, niet kan redden. Hij stierf in de tempel van Nisroch. Wie op de levende God vertrouwt, mag weten dat Hij hoort, zoals Hij het gebed van Hiskia hoorde (2 Koningen 19:20).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Sanherib

Wie was Sanherib in de Bijbel?
Sanherib was koning van Assyrië in de tijd van koning Hiskia van Juda, rond 700 voor Christus. In het veertiende jaar van Hiskia nam hij de vaste steden van Juda in (2 Koningen 18:13) en bedreigde hij Jeruzalem via zijn woordvoerder Rabsake en een dreigbrief. God antwoordde door de profeet Jesaja. De engel des HEEREN sloeg honderdvijfentachtigduizend man in zijn leger, waarna Sanherib naar Ninevé terugkeerde. Daar werd hij later door twee van zijn zonen gedood (2 Koningen 19:35-37).
Wat betekent de naam Sanherib?
Sanherib is de Hebreeuwse weergave van een Akkadische koningsnaam, Sin-ahhe-eriba. Die betekent waarschijnlijk: Sin heeft de broers vervangen. Sin was de maangod van Mesopotamië. Veel geleerden denken dat de naam verwijst naar oudere broers die vóór zijn geboorte waren overleden, maar dat is een uitleg van de naam en geen bekend feit uit zijn leven. In de Statenvertaling wordt de naam steeds Sanherib gespeld.
Waar staat Sanherib in de Bijbel?
Sanherib wordt genoemd in 2 Koningen 18 en 19, in 2 Kronieken 32:1-23 en in Jesaja 36 en 37. Die hoofdstukken beschrijven dezelfde gebeurtenissen: zijn inval in Juda, de boodschappen van Rabsake, het gebed van Hiskia, het antwoord van God door Jesaja, de slag in de nacht en de dood van Sanherib in Ninevé. Jesaja 10:5-15 spreekt over de koning van Assyrië zonder naam; veel uitleggers lezen dat gedeelte in verband met Sanherib.
Wie was Rabsake?
Rabsake was een hoge beambte van Sanherib en zijn woordvoerder voor de muur van Jeruzalem (2 Koningen 18:17-35). Rabsake is waarschijnlijk geen eigennaam maar een titel, net als Tartan en Rabsaris, die met hem meekwamen. Hij sprak in het Joods, zodat het volk op de muur hem kon verstaan, en weigerde Syrisch te spreken toen de gezanten van Hiskia daarom vroegen (2 Koningen 18:26-28). Zijn boodschap was dat Hiskia het volk bedroog als hij zei dat de HEERE hen zou redden.
Waarom viel Sanherib Juda aan?
De Bijbel zegt dat Hiskia afviel van de koning van Assyrië en hem niet meer diende (2 Koningen 18:7). Hiskia betaalde dus geen schatting meer. Sanherib kwam om die opstand te breken, zoals Assyrische koningen dat met afvallige vazallen deden. Rabsake verweet Hiskia ook dat hij op Egypte vertrouwde (2 Koningen 18:21). De Bijbel ziet daarachter nog een andere hand: God gebruikte Assyrië als roede van Zijn toorn tegen een ongehoorzaam volk, al bedoelde de koning van Assyrië dat zelf niet zo (Jesaja 10:5-7).
Wat gebeurde er met het leger van Sanherib?
In de nacht na Gods belofte aan Hiskia ging de engel des HEEREN uit en sloeg in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man. Toen men de volgende morgen opstond, waren het allen dode lichamen (2 Koningen 19:35). De Bijbel zegt niet hoe dat gebeurde; latere verklaringen, zoals een plotselinge ziekte, zijn gissingen. 2 Kronieken 32:21 zegt dat de strijdbare helden, vorsten en oversten werden verdelgd. Daarna vertrok Sanherib en bleef hij in Ninevé.
Hoe stierf Sanherib?
Sanherib werd in Ninevé gedood toen hij zich neerboog in het huis van Nisroch, zijn god: niet in de nacht van de slag, maar volgens de gangbare chronologie ongeveer twintig jaar later. Zijn zonen Adramelech en Sarezer sloegen hem met het zwaard en vluchtten naar het land van Ararat. Zijn zoon Esar-Haddon werd koning in zijn plaats (2 Koningen 19:37; Jesaja 37:38). Zo kwam uit wat God door Jesaja had gezegd: "Ik zal hem door het zwaard in zijn land vellen" (Jesaja 37:7). Buitenbijbelse bronnen bevestigen dat hij door een opstand van een zoon of zonen om het leven kwam.
Wie was Nisroch, de god van Sanherib?
Nisroch is de god in wiens huis Sanherib zich neerboog toen zijn zonen hem doodden (2 Koningen 19:37; Jesaja 37:38). Meer zegt de Bijbel niet over hem. Welke Assyrische god met deze naam bedoeld is, is onbekend: de naam komt buiten de Bijbel niet zeker voor, en de voorstellen van geleerden blijven gissingen. Voor de Schrift is vooral van belang dat de koning die spotte met de God van Israël, zelf niet gered werd door de god voor wie hij knielde.
Wat zeggen buitenbijbelse bronnen over Sanherib?
Sanherib liet zijn veldtochten vastleggen op kleiprisma's, waaronder het Taylor-prisma in het British Museum. Daarin beweert hij 46 versterkte steden van Hiskia te hebben ingenomen en Hiskia in Jeruzalem te hebben opgesloten als een vogel in een kooi. Hij noemt een schatting van dertig talenten goud, zoals 2 Koningen 18:14, maar achthonderd talenten zilver in plaats van driehonderd. Een inname van Jeruzalem noemt hij niet. In zijn paleis in Ninevé liet hij de belegering van Lachis op stenen reliëfs afbeelden.
Wie was Esar-Haddon?
Esar-Haddon was de zoon van Sanherib die na de moord op zijn vader koning van Assyrië werd (2 Koningen 19:37; Jesaja 37:38). Hij wordt nog eens genoemd in Ezra 4:2. Daar zeggen de tegenstanders van Juda en Benjamin, volken die Assyrië in het land had laten wonen, tegen Zerubbabel dat zij God geofferd hebben "sinds de dagen van Esar-Haddon, den koning van Assur, die ons herwaarts heeft doen optrekken". Zijn moordende broers Adramelech en Sarezer waren naar het land van Ararat gevlucht.
Wat kunnen wij leren van Sanherib?
Sanherib leert ons dat trots op eigen kracht een mens tegenover God stelt. Hij zei met zijn wagens de hoogten der bergen te hebben beklommen (2 Koningen 19:23), maar God antwoordde dat Hij zijn zitten, uitgaan en inkomen kende (2 Koningen 19:27). Ook laat zijn verhaal zien dat ongeloof leugens mengt met halve waarheden. En het troost wie tegenover overmacht staat: Hiskia legde de dreigbrief voor God neer, en God hoorde. Zelfs de koning van Assyrië kon niet verder gaan dan God toeliet.

Stel een vraag over Sanherib

Wilt u meer weten over Sanherib? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Sanherib

Bijbelverhalen rond Sanherib

Verdiep u verder