Ga naar hoofdinhoud
GenesisGenesis 40-41

Jozef en de dromen van Farao

Uit de gevangenis voor Farao: de uitleggingen zijn van God

Samenvatting

Jozef en de dromen van Farao (Genesis 40-41) gaat over Jozef in de gevangenis van Egypte, die de dromen van de schenker en de bakker uitlegt en later voor Farao staat. Farao droomt van zeven vette en zeven magere koeien en van zeven volle en zeven dunne aren. God kondigt zo zeven jaren van overvloed en zeven jaren van honger aan, en Farao stelt Jozef over heel Egypte.

Bijbelgedeelte

“En zij zeiden tot hem: Wij hebben een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge. En Jozef zeide tot hen: Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch.”
Genesis 40:8 (Statenvertaling)
“En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.”
Genesis 41:16 (Statenvertaling)
“En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.”
Genesis 41:32 (Statenvertaling)
“Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?”
Genesis 41:38 (Statenvertaling)
“Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.”
Genesis 41:41 (Statenvertaling)

Het verhaal

Genesis 40 en 41 vertellen hoe Jozef uit de gevangenis in Egypte voor Farao kwam te staan. Zijn broers hadden hem als slaaf verkocht (zie Jozef wordt verkocht), en zijn Egyptische heer had hem onschuldig gevangengezet. Toch staat er juist daar: "Doch de HEERE was met Jozef" (Genesis 39:21).

Wat droomden de schenker en de bakker?

Twee hovelingen van Farao zondigden tegen hun heer: de overste der schenkers en de overste der bakkers. Farao liet hen opsluiten in de gevangenis waar Jozef was, en Jozef moest hen dienen. In één nacht droomden zij allebei een droom. ’s Morgens vroeg Jozef waarom zij zo ontsteld waren. Zij antwoordden dat niemand hun dromen kon uitleggen. Jozef zei: "Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch" (Genesis 40:8).

De schenker zag een wijnstok met drie ranken vol rijpe druiven. Hij perste de druiven uit in Farao’s beker en gaf hem de beker. Jozef legde uit dat de drie ranken drie dagen waren: binnen drie dagen zou Farao hem in zijn ambt herstellen. Jozef vroeg hem om hem bij Farao te noemen, want hij was ontvoerd en had niets gedaan om in de kuil te zitten. De bakker droeg in zijn droom drie korven op zijn hoofd, en de vogels aten het bakwerk voor Farao uit de bovenste korf. Ook hier waren de drie korven drie dagen, maar voor de bakker was het een uitleg van de dood. Op de derde dag, Farao’s verjaardag, kreeg de schenker zijn ambt terug en werd de bakker opgehangen, "gelijk Jozef hun uitgelegd had" (Genesis 40:22). Maar de schenker vergat Jozef.

Wat droomde Farao?

Twee volle jaren later droomde Farao zelf. Hij stond aan de rivier, en daaruit kwamen zeven mooie, vette koeien op. Na hen kwamen zeven lelijke, magere koeien, en die aten de vette koeien op. Daarna droomde hij van zeven volle aren aan één halm, die werden opgeslokt door zeven dunne aren, verschroeid door de oostenwind. Hij riep al de tovenaars en wijzen van Egypte, maar niemand kon de dromen uitleggen. Toen sprak de schenker: "Ik gedenk heden aan mijn zonden" (Genesis 41:9), en hij vertelde over de Hebreeuwse jongeman in de gevangenis.

Hoe legde Jozef de dromen van Farao uit?

Farao liet Jozef haastig uit de kuil halen. Jozef werd geschoren, kreeg andere kleren en hoorde dat Farao hem een droomuitlegger noemde. Jozef wees dat meteen af: "Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen" (Genesis 41:16). Na het horen van de dromen zei hij dat de droom één was. De zeven goede koeien en aren waren zeven jaren van grote overvloed, de zeven magere koeien en dunne aren zeven jaren van zware honger. Vandaar de uitdrukking zeven vette en zeven magere jaren. Dat de droom twee keer kwam, betekende dat de zaak van God vastbesloten was en dat God haastte om haar te doen (Genesis 41:32). Jozef gaf ook raad: Farao moest een verstandige en wijze man over Egypte stellen, die in de goede jaren het vijfde deel van de oogst liet opslaan in de steden.

Hoe werd Jozef onderkoning van Egypte?

Het voorstel was goed in de ogen van Farao. Hij vroeg: "Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is" (Genesis 41:38)? Hij stelde Jozef over zijn huis en over heel het land; alleen de troon bleef hoger. Hij gaf Jozef zijn ring, fijne linnen kleren en een gouden keten, liet hem rijden op de tweede wagen en gaf hem de naam Zafnath Paaneah en een vrouw, Asnath. Jozef was toen dertig jaar.

In de zeven goede jaren verzamelde Jozef koren als het zand der zee, totdat men ophield met tellen. Hem werden twee zonen geboren, Manasse en Efraïm; hun namen belijden dat God Jozef zijn moeite had laten vergeten en hem vruchtbaar had gemaakt in het land van zijn verdrukking. Toen kwamen de jaren van honger, zoals Jozef gezegd had. Farao zei tegen het volk: "Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt" (Genesis 41:55). Uit alle landen kwamen mensen naar Egypte om koren te kopen. Hoe zo ook Jozefs broers kwamen, leest u bij Jozef in Egypte.

Achtergrond

De schenker en de bakker waren hoge hovelingen. Zij zorgden voor de drank en het brood van de koning en kwamen dus dicht bij hem. Welke Farao Jozef verhoogde, zegt de Bijbel niet, en een jaartal geeft de tekst evenmin. Of de overste der trawanten in Genesis 40 dezelfde man is als Potifar, die in Genesis 39:1 die titel draagt, laat de tekst open; veel uitleggers nemen het aan.

Egypte leefde van de Nijl. De oogst hing af van de jaarlijkse overstroming van de rivier. Koeien die uit de rivier opkomen en aren die verschroeien door de oostenwind, de hete wind uit de woestijn, passen bij dat land. Een tegenvallende overstroming betekende honger voor iedereen.

De tovenaars en wijzen waren de geleerden van het hof. Zulke tovenaars en wijzen komen later terug bij Mozes en de plagen (Exodus 7:11). Ring, linnen kleed en gouden keten waren tekenen van een ambt: met de ring van de koning kon Jozef namens hem besluiten. De betekenis van de naam Zafnath Paaneah is onzeker; uitleggers geven verschillende verklaringen. Wie Genesis 41 vers voor vers wil lezen, vindt dat in de uitleg van Genesis 41.

Betekenis

De hoofdpersoon van Genesis 40 en 41 is niet Jozef en niet Farao, maar God. Jozef zegt het steeds opnieuw: de uitleggingen zijn van God (Genesis 40:8), het is buiten hem (Genesis 41:16), en "hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven" (Genesis 41:25). God regeert over de Nijl, over vette en magere jaren en over het hart van een heidense koning. Hij laat Farao vooruit zien wat Hij zal doen, en Hij zegt erbij dat het vaststaat (Genesis 41:32). Eeuwen later zegt Daniël tegen Nebukadnezar hetzelfde: "Maar er is een God in den hemel, Die verborgenheden openbaart" (Daniël 2:28).

God bepaalt ook de tijd. De schenker vergat Jozef twee volle jaren. Psalm 105 kijkt terug en zegt dat Jozef gelouterd werd "Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam" (Psalm 105:19). Het vergeten van de schenker was geen gat in Gods plan. Juist op het moment dat Farao geen uitleg had, werd Jozef geroepen. Zo verbindt de Bijbel Gods voorzienigheid met gewone menselijke vergeetachtigheid.

Waar het God om ging, wordt pas later duidelijk. Toen de broers voor hem stonden, zei Jozef: "want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens" (Genesis 45:5). De honger die God aankondigde, bracht Jakobs gezin naar Egypte, en zo bewaarde God het volk waaraan Hij Zijn beloften had gedaan. Hoe dat gebeurde, vertelt Jozef maakt zich bekend.

Stefanus vat het samen: God was met Jozef, "En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor Farao" (Handelingen 7:10). De weg van de kuil naar de troon wijst volgens veel gereformeerde uitleggers vooruit naar Christus, Die Zichzelf vernederde en Die God daarom "uitermate verhoogd" heeft (Filippenzen 2:9). Het Nieuwe Testament trekt die lijn niet met zoveel woorden, maar Stefanus vertelt wel dat de patriarchen Jozef uit nijd verkochten (Handelingen 7:9), zoals Israël later Mozes verloochende (Handelingen 7:35), en zijn rede eindigt bij de Rechtvaardige, Christus (Handelingen 7:52).

Lessen voor vandaag

God vergeet niet wanneer mensen vergeten. Jozef had de schenker gevraagd aan hem te denken, maar de schenker dacht twee jaar niet meer aan hem. Toch was de HEERE met Jozef, ook in die jaren. Wie zich vergeten voelt, mag weten dat God Zijn tijd kent. "Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd" (1 Petrus 5:6).

Wat God geeft, brengt eer aan Hem. Jozef stond als gevangene voor de machtigste man van Egypte, en hij had zichzelf kunnen aanprijzen. Hij zei het tegenovergestelde: het is buiten mij. Dat geldt voor elke gave die wij hebben: inzicht, verstand, een ambt. Ze komen van God, en daarom horen we Hem de eer te geven, juist ook tegenover mensen die Hem niet kennen.

Gods aankondiging vraagt om wijs handelen. God had de honger aangezegd, en Jozef verzamelde in de goede jaren. Geloof in Gods regering maakt niet lui, maar verstandig. Wie wijsheid mist, mag erom vragen: "dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt" (Jakobus 1:5). Zo kunnen wij met overvloed en met tekort omgaan als mensen die weten dat God beide in Zijn hand heeft.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Jozef zat in de gevangenis in Egypte. Hij had niets verkeerds gedaan, en toch was hij daar opgesloten. Maar de HEERE was met Jozef. De man die de gevangenis bewaakte, liet alles aan Jozef over.

Op een dag kwamen er twee nieuwe gevangenen. Het waren dienaren van Farao, de koning van Egypte. De een was de schenker. Hij schonk de wijn voor de koning. De ander was de bakker. Hij bakte voor de koning. Ze hadden iets verkeerds gedaan tegen Farao. Jozef moest voor hen zorgen.

In één nacht droomden ze allebei een droom. In de morgen zag Jozef dat ze erg ongerust waren. Hij vroeg wat er was. Ze zeiden dat niemand hun dromen kon uitleggen. Toen zei Jozef: "Zijn de uitleggingen niet van God? Vertelt ze mij toch".

De schenker zag in zijn droom een wijnstok met drie ranken, dat zijn takken. Daaraan groeiden rijpe druiven, en hij perste ze uit in de beker van Farao. Jozef zei dat de drie ranken drie dagen waren. Over drie dagen mocht de schenker weer bij de koning werken. Jozef vroeg of hij dan aan hem wilde denken. Hij wilde graag uit de gevangenis.

De bakker droeg in zijn droom drie manden op zijn hoofd. In de bovenste mand lag eten voor Farao, maar de vogels aten het op. Jozef zei dat de drie manden ook drie dagen waren. Maar dan zou Farao de bakker laten ophangen. Op de derde dag gebeurde het precies zo. De schenker kreeg zijn werk terug. Maar hij dacht niet meer aan Jozef, hij vergat hem.

Twee jaar gingen voorbij. Toen droomde Farao dat hij bij de rivier stond. Daaruit kwamen zeven mooie, vette koeien. Daarna kwamen zeven lelijke, magere koeien. De magere koeien aten de vette koeien op. Daarna droomde Farao weer. Nu zag hij zeven volle aren. Een aar is de top van een graanstengel, waar de korrels in zitten. Daarna groeiden er zeven dunne, verdroogde aren. Die slokten de volle aren op.

Farao was erg ongerust. Hij riep alle wijzen van Egypte, maar niemand kon de dromen uitleggen. Toen dacht de schenker weer aan Jozef. Hij vertelde Farao over de jonge Hebreeër in de gevangenis. Een Hebreeër is iemand uit het volk waar Jozef bij hoorde.

Farao liet Jozef snel halen. Jozef werd geschoren en kreeg andere kleren. Farao zei dat hij gehoord had dat Jozef dromen kon uitleggen. Maar Jozef antwoordde: "Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen". Daarmee zei hij dat hij het zelf niet kon, maar dat God Farao een goed antwoord zou geven.

Farao vertelde zijn dromen. Jozef legde uit dat de twee dromen hetzelfde zeiden. De vette koeien en de volle aren waren zeven jaren met heel veel eten. De magere koeien en de dunne aren waren zeven jaren met honger. Jozef zei: "hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond". God liet Farao dus zien wat Hij ging doen. Jozef zei ook dat Farao een wijze man moest zoeken. Die moest in de goede jaren eten verzamelen voor de jaren van honger.

Farao zei tegen zijn dienaren: "Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is"? Hij maakte Jozef heerser over heel Egypte. Alleen Farao zelf bleef hoger. Jozef kreeg de ring van de koning, mooie kleren en een gouden ketting. Hij was toen dertig jaar.

Daarna kwamen de zeven goede jaren. Jozef verzamelde koren, dat is graan. Het was zoveel als het zand van de zee. In die jaren kreeg hij twee zonen, Manasse en Efraïm. Toen kwamen de jaren van honger, precies zoals Jozef gezegd had. Overal was honger, maar in Egypte was brood. Uit alle landen kwamen mensen naar Jozef om koren te kopen.

De schenker was Jozef vergeten. Maar God was Jozef niet vergeten. God liet zien wat Hij ging doen, en Hij zorgde dat er brood was toen de honger kwam.

Om te onthouden
“Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.” (Genesis 41:16)

Tips voor de verteller

  • Leg de onthoudtekst uit: "Het is buiten mij" betekent dat het niet uit Jozef zelf kwam, en "welstand" is wat goed is voor Farao. Jozef stond voor de machtigste man van Egypte en gaf God de eer. Laat dat het zwaartepunt zijn, niet de knapheid van Jozef.
  • Kinderen vragen soms waarom de bakker moest sterven en de schenker niet. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt wat zij misdaan hadden. Het was het besluit van Farao. Jozef vertelde wat God liet zien, ook toen het slecht nieuws was. Voor jonge kinderen is één zin genoeg, zoals de Bijbel het ook kort zegt.
  • Een kind kan vragen waarom God Jozef nog twee jaar liet wachten. De Bijbel zegt niet alles, maar Psalm 105:19 zegt dat het woord van de HEERE Jozef louterde, "Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam". God koos het moment, precies toen Farao een uitlegger nodig had.
  • Lees Genesis 41:14-16 en 41:25-32 zelf uit de Bijbel voor. Leg de woorden schenker, aar en koren één keer uit. Vertel een volgende keer hoe de honger Jozefs broers naar Egypte bracht (Genesis 42), zodat kinderen zien waarom God dit alles deed.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat droomde Farao over de koeien?
  2. NavertellenWie vergat Jozef in de gevangenis?
  3. VerwonderenVan Wie kwam de uitleg van de dromen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat moest Egypte volgens Jozef doen in de zeven goede jaren?
  2. BetekenisJozef zei tegen Farao: "Het is buiten mij". Waarom zei hij dat, en wat zegt het over God?
  3. VerbindingDaniël moest ook de droom van een koning uitleggen. Wat zeiden Jozef en Daniël allebei over God?
  4. ToepassingJozef moest twee jaar wachten. Waar wacht jij op, en hoe kun je dat bij God brengen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Psalm 105:16-22. Wie riep volgens deze psalm de honger, en wie zond Jozef? Wat voegt dat toe aan Genesis 41?
  2. Wie is God?Jozef zegt twee keer dat God Farao laat zien wat Hij gaat doen. Wat zegt dat over Gods macht over een heidense koning, de rivier en de oogst?
  3. Moeilijke vraagDe schenker vergat Jozef twee volle jaren. Waarom zou God iemand zo lang laten wachten, terwijl Hij alles kan veranderen? Wat zegt de Bijbel wel en niet?
  4. PersoonlijkJozef gaf God de eer tegenover de machtigste man van Egypte. Waar vind jij het moeilijk om openlijk te zeggen dat iets van God komt?

Gebedspunt: Dank God dat Hij Zijn kinderen niet vergeet, ook als mensen hen vergeten, en dat Hij helpt op Zijn tijd. Bid om wijsheid van Hem en om een hart dat Hem de eer geeft.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

God openbaart wat Hij doetWachten op Gods tijdVernedering en verhogingWijsheid als gave van GodGods zorg in honger en overvloed

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jozef en de dromen van Farao

Waar staat het verhaal van Jozef en de dromen van Farao in de Bijbel?

De geschiedenis staat in Genesis 40 en 41. Genesis 40 vertelt over de dromen van de schenker en de bakker in de gevangenis. Genesis 41 vertelt over de dromen van Farao, de uitleg door Jozef en zijn aanstelling over Egypte, tot en met het begin van de hongersnood. Daarvoor gaat het in Genesis 39 over Jozef in het huis van Potifar. Daarna komen in Genesis 42 de broers van Jozef naar Egypte om koren te kopen.

Wat zijn de zeven vette en zeven magere jaren?

Het zijn de zeven jaren van overvloed en de zeven jaren van honger die God aan Farao aankondigde. De zeven vette koeien en de zeven volle aren stonden voor de goede jaren, de zeven magere koeien en de zeven dunne aren voor de hongerjaren (Genesis 41:26-27). De uitdrukking leeft voort in het Nederlands voor een tijd van voorspoed die gevolgd wordt door een tijd van tekort. In de Bijbel gaat het om meer: het is God Die beide aankondigt en beheerst.

Kon Jozef zelf dromen uitleggen?

Nee, volgens Jozef zelf niet. Farao zei dat hij gehoord had dat Jozef dromen kon uitleggen, maar Jozef antwoordde: "Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen" (Genesis 41:16). In de gevangenis had hij al gezegd: "Zijn de uitleggingen niet van God" (Genesis 40:8)? De tekst presenteert Jozef dus niet als een droomuitlegger met een eigen techniek, maar als iemand aan wie God de uitleg gaf. Farao erkende dat ook: hij zag in Jozef iemand "in welken Gods Geest is" (Genesis 41:38).

Waarom droomde Farao twee keer?

Jozef zegt het zelf: de droom werd herhaald "omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen" (Genesis 41:32). De twee dromen, over koeien en over aren, betekenden hetzelfde. De herhaling maakte duidelijk dat het zeker en spoedig zou gebeuren. Ook Jozef had eerder twee dromen gehad over zijn broers die voor hem bogen (Genesis 37). Ook die dromen kwamen uit, toen zijn broers in de hongersnood voor hem kwamen staan.

Hoe lang zat Jozef in de gevangenis?

Dat zegt de Bijbel niet precies. Na de vrijlating van de schenker duurde het nog "twee volle jaren" voordat Farao droomde (Genesis 41:1). Hoe lang Jozef daarvoor al gevangen zat, staat er niet. Wel weten we dat hij zeventien was toen hij verkocht werd (Genesis 37:2) en dertig toen hij voor Farao stond (Genesis 41:46). Die dertien jaar verdeelt de tekst niet over het huis van Potifar en de gevangenis.

Waarom vergat de schenker Jozef?

De tekst zegt alleen: "Doch de overste der schenkers gedacht aan Jozef niet, maar vergat hem" (Genesis 40:23). Een reden geeft de Bijbel niet. Twee jaar later zei de schenker: "Ik gedenk heden aan mijn zonden" (Genesis 41:9). Uitleggers denken daarbij aan zijn misdaad tegen Farao (Genesis 41:10), soms ook aan zijn ondankbaarheid tegenover Jozef. Psalm 105:19 laat zien dat God in die tijd aan het werk was: Jozef werd gelouterd tot Gods woord kwam. Zo bracht God Jozef bij Farao op het moment dat er een uitlegger nodig was.

Waarom moest de bakker sterven?

De Bijbel zegt dat de schenker en de bakker zondigden tegen Farao (Genesis 40:1), maar niet wat zij precies deden. Het besluit om de schenker te herstellen en de bakker op te hangen was van Farao. Jozef legde de droom eerlijk uit, ook al was het slecht nieuws. Alles gebeurde "gelijk Jozef hun uitgelegd had" (Genesis 40:22). Dat de uitleg uitkwam, bevestigde dat de uitleggingen van God waren. Waarom het voor de een goed afliep en voor de ander niet, vertelt de tekst niet.

Waarom noemde Jozef zijn zonen Manasse en Efraïm?

Met de namen van zijn zonen beleed Jozef wat God had gedaan. Zij werden geboren in de zeven goede jaren, uit Asnath, de dochter van Potifera, de overste van On. De oudste noemde hij Manasse, "want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite" (Genesis 41:51). De tweede noemde hij Efraïm, omdat God Jozef vruchtbaar had gemaakt in het land van zijn verdrukking (Genesis 41:52). Later nam Jakob deze twee zonen aan als zijn eigen zonen (Genesis 48:5), en zo werden zij twee stammen van Israël.

Hoe vertelt u Jozef en de dromen van Farao aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Genesis 40 en 41 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Leg de nadruk op wat Jozef zelf zei: de uitleg komt van God. Het ophangen van de bakker kunt u in één zin noemen, zoals de Bijbel het ook kort zegt. Eindig bij Gods zorg: Hij liet de honger vooraf zien en zorgde voor brood.

Stel een vraag over Jozef en de dromen van Farao

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder