Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~622 v.Chr.

Hulda in de Bijbel

Chulda (חֻלְדָּה, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: wezel”

Wie was Hulda?

Hulda was een profetes in Jeruzalem in de dagen van koning Josia, rond 622 voor Christus. Toen in de tempel het wetboek werd gevonden, liet Josia via haar de HEERE vragen. Zij kondigde het oordeel over Juda aan, maar beloofde dat Josia het zelf niet zou zien (2 Koningen 22:14-20).

Hulda komt in de Bijbel op twee plaatsen voor, in twee verslagen van dezelfde gebeurtenis: 2 Koningen 22:14-20 en 2 Kronieken 34:22-28. In beide teksten stuurt koning Josia een gezantschap "tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum" (2 Koningen 22:14). Zij spreekt één keer, maar op een moment dat de geschiedenis van Juda een andere wending geeft. De aanleiding is een vondst. Bij het herstel van de tempel zegt de hogepriester Hilkia tegen de schrijver Safan: "Ik heb het wetboek in het huis des HEEREN gevonden" (2 Koningen 22:8). Safan leest het voor aan de koning, en Josia scheurt zijn klederen. Hij begrijpt dat "de grimmigheid des HEEREN is groot" (2 Koningen 22:13), en hij laat de HEERE vragen wat dit boek voor hem en zijn volk betekent. De vijf gezanten, onder wie de hogepriester zelf, gaan naar Hulda. Zij antwoordt met het gezag van een profeet: "Zo zegt de HEERE, de God Israels" (2 Koningen 22:15). Haar boodschap heeft twee delen. Het kwaad dat in het boek geschreven staat, zal over Jeruzalem en zijn inwoners komen, omdat zij de HEERE verlaten en andere goden gediend hebben (2 Koningen 22:16-17). Maar omdat het hart van de koning week geworden is en hij zich vernederd heeft, zal hij met vrede tot zijn vaderen verzameld worden en het kwaad niet zien (2 Koningen 22:19-20). Daarna verdwijnt Hulda uit het verhaal. Wat volgt, is de vrucht van haar woord: Josia leest het boek voor aan het hele volk, sluit een verbond en zet de reiniging van het land van afgoderij krachtig door (2 Koningen 23:1-25). De Statenvertaling schrijft haar naam als Hulda. In de Hebreeuwse uitspraak is dat Chulda, en die vorm staat ook in sommige nieuwere vertalingen; het gaat om dezelfde vrouw.

Historische context

Hulda leefde in de laatste decennia van het koninkrijk Juda. Josia regeerde eenendertig jaar te Jeruzalem (2 Koningen 22:1), gewoonlijk gedateerd van ongeveer 640 tot 609 voor Christus. Het wetboek werd gevonden "in het achttiende jaar van den koning Josia" (2 Koningen 22:3), dus rond 622 voor Christus. Die datering is bij benadering; de Bijbel telt in regeringsjaren, niet in jaartallen. Josia kwam op de troon na een lange donkere periode. Zijn grootvader Manasse had afgoderij in de tempel zelf gebracht en "zeer veel onschuldig bloed" vergoten (2 Koningen 21:16). Volgens Kronieken begon Josia al in zijn achtste regeringsjaar God te zoeken en in zijn twaalfde het land te reinigen (2 Kronieken 34:3). Jeremia was sinds het dertiende jaar van Josia profeet (Jeremia 1:2), en ook Zefanja profeteerde in die dagen (Zefanja 1:1). Waarom de gezanten juist naar Hulda gingen en niet naar een van hen, zegt de tekst niet. Over haar familie geeft de Bijbel enkele gegevens. Haar man Sallum was "den zoon van Tikva, den zoon van Harhas, den klederbewaarder" (2 Koningen 22:14); Kronieken noemt dezelfde voorvaders Tokhath en Hasra (2 Kronieken 34:22). Meestal wordt de titel klederbewaarder op Sallum betrokken; volgens de woordvolgorde kan ook zijn grootvader bedoeld zijn. Een klederbewaarder beheerde kleding, mogelijk de priesterlijke gewaden in de tempel of de garderobe van het hof; welke van de twee, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers verbinden deze Sallum met Sallum, de oom van Jeremia (Jeremia 32:7), maar de naam kwam vaak voor en de Bijbel legt dat verband niet. Hulda woonde "te Jeruzalem, in het tweede deel" (2 Koningen 22:14). Dat was waarschijnlijk een nieuwere wijk van de stad, die ook Zefanja noemt als "het tweede gedeelte" (Zefanja 1:10). Veel onderzoekers zoeken die wijk op de westelijke heuvel, waar archeologen in de huidige Joodse wijk resten van een brede stadsmuur uit de late koningstijd hebben gevonden. Het gevonden boek heet "het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes" (2 Kronieken 34:14). Hulda spreekt van "al de vloeken, die geschreven zijn in het boek" (2 Kronieken 34:24). Daarom denken veel uitleggers aan Deuteronomium of een deel daarvan, met zijn zegeningen en vloeken en zijn bepaling dat het wetboek bij de ark moest liggen (Deuteronomium 31:26). Onder Manasse was de wet kennelijk in onbruik geraakt en mogelijk zoekgeraakt. Hulda's woord kwam uit. Josia sneuvelde rond 609 voor Christus bij Megiddo (2 Koningen 23:29-30), en ruim twintig jaar later verbrandden de Babyloniërs de tempel en de stad (2 Koningen 25:9).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Sprak met profetisch gezag: "Zo zegt de HEERE" (2 Koningen 22:15)
  • Zwakte het oordeel niet af, ook niet voor een koning (2 Koningen 22:16-17)
  • Bracht ook de genade over aan een verootmoedigde koning (2 Koningen 22:19)
  • Werd door de hogepriester en de hofambtenaren als profetes erkend (2 Koningen 22:14)

Theologische betekenis

Het antwoord van Hulda laat eerst zien dat het gevonden boek Gods eigen woord is. Zij beoordeelt het niet als een interessante oude tekst, maar zegt: wat erin staat, zal gebeuren. "Zie, Ik zal kwaad over deze plaats brengen" (2 Koningen 22:16). Het boek dat jarenlang vergeten was, bleek levend en geldig. De gereformeerde traditie ziet hier een aanschouwelijk voorbeeld van wat het Nieuwe Testament zegt: "het Woord Gods is levend en krachtig" (Hebreeën 4:12). Opvallend is ook hoe Hulda de koning noemt. Bij het oordeel spreekt zij over "den man, die u tot mij gezonden heeft" (2 Koningen 22:15); bij de genade over "den koning van Juda" (2 Koningen 22:18). Sommige uitleggers zien daarin dat de koning voor Gods woord geen uitzondering is: ook hij staat als mens onder het oordeel, en ontvangt als koning een persoonlijke belofte. Haar boodschap houdt oordeel en genade naast elkaar. Het oordeel over Juda wordt niet afgewend. Ook na de hervorming staat er: "Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af" (2 Koningen 23:26). Maar over de koning zegt God: "Omdat uw hart week geworden is" (2 Koningen 22:19). God ziet naar de nederige. Jesaja zei het zo: "op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft" (Jesaja 66:2). Dat Josia later toch sneuvelde, maakt de belofte niet leeg. Hij werd in zijn eigen graf begraven en zag de verwoesting van stad en tempel niet. Hulda staat in een kleine rij vrouwen die de Schrift profetes noemt: "Mirjam, de profetes" (Exodus 15:20), "Debora nu, een vrouw, die een profetesse was" (Richteren 4:4), en in het Nieuwe Testament "Anna, een profetesse" (Lukas 2:36). Van de vier dochters van Filippus staat dat zij profeteerden (Handelingen 21:9). Joël kondigde aan dat God Zijn Geest zou uitgieten en dat "uw zonen en uw dochteren zullen profeteren" (Joël 2:28), wat Petrus op de Pinksterdag aanhaalt (Handelingen 2:17). Hoe dit zich verhoudt tot het ambt in de gemeente, beantwoorden kerken verschillend. Wat de tekst over Hulda zelf zegt, is helder: de koning, de hogepriester en de schrijver erkenden haar als iemand door wie de HEERE sprak.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Chulda (חֻלְדָּה, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: wezel

Betekenis van de naam Hulda: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Het wetboek gevonden

Bij het herstel van de tempel vond de hogepriester Hilkia het wetboek. De schrijver Safan las het en bracht het naar de koning.

2 Koningen 22:8

2

Josia laat de HEERE vragen

Toen Josia de woorden van het boek hoorde, scheurde hij zijn klederen. Hij stuurde Hilkia, Ahikam, Achbor, Safan en Asaja om de HEERE te vragen.

2 Koningen 22:11-13

3

Het gezantschap bij Hulda

De vijf mannen gingen naar de profetes Hulda, de vrouw van Sallum, die in het tweede deel van Jeruzalem woonde, en spraken met haar.

2 Koningen 22:14

4

Oordeel over deze plaats

Met "Zo zegt de HEERE" bevestigde Hulda dat het kwaad uit het boek over Jeruzalem en zijn inwoners zou komen, omdat zij God verlaten hadden.

2 Koningen 22:15-17

5

Genade voor de koning

Omdat Josia zich vernederd en geweend had, had God hem verhoord. Hij zou met vrede in zijn graf verzameld worden en het kwaad niet zien.

2 Koningen 22:18-20

6

Het verbond voor de HEERE

Josia verzamelde de oudsten en het volk, las het boek van het verbond voor en sloot een verbond om de HEERE na te wandelen.

2 Koningen 23:1-3

7

Het grote pascha

Naar wat in het boek geschreven stond, liet Josia het pascha houden. Zo'n pascha was sinds de dagen van de richteren niet gehouden.

2 Koningen 23:21-23

8

Josia sterft vóór de ondergang

Josia sneuvelde bij Megiddo en werd in zijn graf begraven. De verwoesting van Jeruzalem heeft hij niet meer gezien.

2 Koningen 23:29-30

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hulda beter te begrijpen.

2 Koningen 22:8

“Toen zeide de hogepriester Hilkia tot Safan, den schrijver: Ik heb het wetboek in het huis des HEEREN gevonden; en Hilkia gaf dat boek aan Safan, die las het.”

De vondst die alles in beweging zet. Zonder dit boek was het gezantschap naar Hulda er niet gekomen.

2 Koningen 22:13

“Gaat henen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het volk, en voor het ganse Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, dewelke tegen ons aangestoken is, omdat onze vaderen niet gehoord hebben naar de woorden dezes boeks, om te doen naar al wat voor ons geschreven is.”

Josia erkent de schuld van de vorige geslachten en wil weten wat God nu zegt. Zijn opdracht leidt de gezanten naar Hulda.

2 Koningen 22:14

“Toen ging de priester Hilkia, en Ahikam, en Achbor, en Safan, en Asaja henen tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tikva, den zoon van Harhas, den klederbewaarder (zij nu woonde te Jeruzalem, in het tweede deel), en zij spraken tot haar.”

Het enige vers dat iets over Hulda zelf vertelt: haar ambt, haar man en haar woonplaats in Jeruzalem.

2 Koningen 22:15

“En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Zegt tot den man, die u tot mij gezonden heeft:”

Hulda spreekt niet op eigen gezag, maar met de vaste formule van de profeten. De koning heet hier eenvoudig "den man".

2 Koningen 22:16

“Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats brengen, en voer haar inwoners, namelijk al de woorden des boeks, dat de koning van Juda gelezen heeft.”

Hulda bevestigt dat de woorden van het gevonden boek gelden en zullen uitkomen.

2 Koningen 22:19

“Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht des HEEREN vernederd hebt, als gij hoordet, wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en derzelver inwoners, dat zij tot een verwoesting en vloek zullen worden, en dat gij uw klederen gescheurd en voor Mijn aangezicht geweend hebt; zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.”

De reden van de genade voor Josia: een week hart, verootmoediging en tranen voor Gods aangezicht.

2 Koningen 22:20

“Daarom zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al het kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats brengen zal. En zij brachten den koning het antwoord weder.”

De belofte aan Josia. Hoewel hij sneuvelde, zag hij de verwoesting van Jeruzalem niet en werd hij in zijn eigen graf begraven.

2 Kronieken 34:22

“Toen ging Hilkia henen, en die des konings waren, tot de profetes Hulda, de huisvrouw van Sallum, den zoon van Tokhath, den zoon van Hasra, den klederbewaarder. Zij nu woonde te Jeruzalem in het tweede deel; en zij spraken zulks tot haar.”

Het parallelle verslag in Kronieken. De namen van de voorvaders van Sallum luiden hier Tokhath en Hasra.

Tijdperiode

~622 v.Chr.

Hulda leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Josia hoorde de woorden van het boek en scheurde zijn klederen. Hij zocht geen uitleg die het ongemak wegnam, maar vroeg wat God ermee bedoelde. Dat is ook voor ons de goede houding bij het lezen van de Schrift: niet alleen weten wat er staat, maar vragen wat de HEERE ons ermee zegt, en ons laten raken. Hulda laat zien wat trouw aan Gods woord inhoudt. Zij had de boodschap kunnen verzachten omdat zij voor de koning bestemd was, maar zij gaf door wat de HEERE zei, het oordeel en de genade allebei. Wie in de kerk of daarbuiten Gods woord doorgeeft, mag het niet mooier of strenger maken dan het is. Het oordeel over Juda werd niet afgewend, maar God zag de verootmoediging van één koning. "Omdat uw hart week geworden is" (2 Koningen 22:19): dat is geen prestatie, maar een hart dat zich buigt. Het Nieuwe Testament zegt het zo: "Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen" (Jakobus 4:10). Die belofte geldt ook als de tijden donker zijn en niet alles ten goede keert. Tot slot: het wetboek werd teruggevonden in het huis des HEEREN zelf, waar het kennelijk uit het zicht was geraakt. Het is mogelijk om midden in godsdienstig leven het Woord kwijt te raken. Josia's hervorming begon met lezen en luisteren. Ook voor ons begint vernieuwing niet bij nieuwe plannen, maar bij een open Bijbel en een hart dat voor Gods woord beeft (Jesaja 66:2).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hulda

Wie was Hulda in de Bijbel?
Hulda was een profetes in Jeruzalem in de dagen van koning Josia, rond 622 voor Christus. Zij was getrouwd met Sallum, de klederbewaarder. Toen in de tempel het wetboek werd gevonden, stuurde Josia de hogepriester Hilkia en vier anderen naar haar om de HEERE te vragen. Hulda bevestigde dat het oordeel uit het boek over Juda zou komen, maar beloofde dat Josia het zelf niet zou zien, omdat hij zich vernederd had (2 Koningen 22:14-20).
Wat betekent de naam Hulda?
De Hebreeuwse naam Chulda betekent waarschijnlijk wezel. Hij hangt samen met het woord choled, dat in Leviticus 11:29 voorkomt en in de Statenvertaling met "het wezeltje" is vertaald. Sommige uitleggers denken eerder aan een mol. Dierennamen als persoonsnaam waren in Israël niet ongewoon; denk aan Debora (bij) en Rachel (ooi). De naam zegt dus iets over de taal van die tijd, niet over haar karakter.
Waar staat Hulda in de Bijbel?
Hulda komt voor in twee verslagen van hetzelfde voorval: 2 Koningen 22:14-20 en 2 Kronieken 34:22-28. Beide hoofdstukken vertellen hoe het wetboek in de tempel werd gevonden, hoe koning Josia een gezantschap naar Hulda stuurde en wat zij namens de HEERE antwoordde. Elders in de Bijbel, ook in het Nieuwe Testament, wordt zij niet genoemd.
Is Hulda dezelfde als Chulda?
Ja. De Statenvertaling schrijft Hulda; Chulda ligt dichter bij de Hebreeuwse uitspraak en staat in sommige nieuwere vertalingen en in uitleg over koning Josia. Het gaat om dezelfde profetes uit 2 Koningen 22 en 2 Kronieken 34. Zij is niet dezelfde als Anna, de profetes die het kind Jezus in de tempel zag (Lukas 2:36).
Wat zei Hulda tegen koning Josia?
Hulda gaf een boodschap in twee delen, ingeleid met "Zo zegt de HEERE, de God Israels" (2 Koningen 22:15). Het eerste deel: God zou het kwaad uit het gevonden boek over Jeruzalem en zijn inwoners brengen, omdat zij Hem verlaten en andere goden gediend hadden. Het tweede deel was voor Josia persoonlijk: omdat zijn hart week geworden was en hij geweend had, zou hij met vrede tot zijn vaderen verzameld worden en het kwaad niet zien (2 Koningen 22:16-20).
Welk boek werd er onder Josia in de tempel gevonden?
De Bijbel noemt het "het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes" (2 Kronieken 34:14). Veel uitleggers denken aan Deuteronomium of een deel daarvan, omdat Hulda spreekt over de vloeken die in het boek geschreven stonden (2 Kronieken 34:24) en Deuteronomium bepaalde dat het wetboek bij de ark moest liggen (Deuteronomium 31:26). De tekst zegt niet precies welk boek of welke omvang het was.
Waarom ging Josia naar Hulda en niet naar Jeremia?
De Bijbel geeft geen reden. Jeremia was toen al ongeveer vijf jaar profeet (Jeremia 1:2), en ook Zefanja profeteerde in die tijd. Mogelijk was Hulda in Jeruzalem bekend en dichtbij, terwijl Jeremia uit Anathoth kwam. De joodse traditie in de Babylonische Talmoed (Megilla 14b) geeft verschillende verklaringen, maar dat zijn latere overwegingen. Duidelijk is dat de hogepriester en de hofambtenaren haar zonder aarzeling als profetes erkenden.
Kwam de belofte aan Josia uit, nu hij sneuvelde?
Hulda zei dat Josia "met vrede in uw graf verzameld" zou worden (2 Koningen 22:20). Toch sneuvelde hij bij Megiddo (2 Koningen 23:29-30). Veel uitleggers wijzen erop dat de belofte vooral betrekking had op wat volgde: hij zou het kwaad over Jeruzalem niet zien. Dat kwam uit. Hij werd in zijn eigen graf in Jeruzalem begraven, ruim twintig jaar voordat de Babyloniërs de stad en de tempel verbrandden (2 Koningen 25:9).
Welke vrouwen worden in de Bijbel profetes genoemd?
In het Oude Testament zijn dat Mirjam (Exodus 15:20), Debora (Richteren 4:4), Hulda (2 Koningen 22:14) en de vrouw van Jesaja (Jesaja 8:3). Nehemia noemt ook een valse profetes, Noadja (Nehemia 6:14). In het Nieuwe Testament is Anna een profetesse (Lukas 2:36), en de vier dochters van Filippus profeteerden (Handelingen 21:9). De joodse traditie rekent Hulda tot zeven profetessen, met onder anderen Sara, Hanna en Esther.
Wat zijn de Huldapoorten in Jeruzalem?
De Misjna, een joods geschrift uit ongeveer 200 na Christus, noemt aan de zuidkant van de tempelberg twee Huldapoorten (traktaat Middot 1:3). Van deze poorten zijn resten in de zuidmuur nog zichtbaar. Of de naam naar de profetes verwijst, is niet zeker. Volgens een latere joodse overlevering lag het graf van Hulda binnen Jeruzalem. De Bijbel zelf zegt niets over haar dood of haar graf.
Wat kunnen wij leren van Hulda?
Hulda leert ons Gods woord door te geven zoals het is, zonder het af te zwakken of aan te scherpen. Zij sprak het oordeel uit en ook de genade. Haar verhaal laat zien dat God een verootmoedigd hart ziet: "Omdat uw hart week geworden is" (2 Koningen 22:19). En het herinnert eraan dat het Woord in het huis van God zelf kan zoekraken, en dat echte vernieuwing begint met lezen, luisteren en gehoorzamen.

Stel een vraag over Hulda

Wilt u meer weten over Hulda? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hulda

Bijbelverhalen rond Hulda

Verdiep u verder