Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1850 v.Chr.

Efraïm in de Bijbel

Efrajim (אֶפְרַיִם, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: dubbel vruchtbaar”

Wie was Efraïm?

Efraïm was de tweede zoon van Jozef en Asnath, geboren in Egypte. Toen Jakob zijn kleinzonen zegende, legde hij zijn rechterhand op Efraïm in plaats van op de oudste, Manasse (Genesis 48:14). Uit Efraïm kwam een leidende stam voort, en de profeten noemden het noordrijk naar hem.

Efraïm is de tweede zoon van Jozef. Zijn naam komt in de Bijbel veel vaker voor dan de man zelf. Over de man zelf vertellen maar een paar passages: zijn geboorte in Genesis 41:50-52, de zegen van zijn grootvader Jakob in Genesis 48, een korte notitie in Genesis 50:23 en een treurig bericht over zijn zonen in 1 Kronieken 7:20-23. Daarna is Efraïm de naam van een stam, van een bergland en ten slotte van een heel koninkrijk. De Statenvertaling schrijft de naam zonder trema: Efraim. Jozef gaf hem die naam met een uitleg erbij: "want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking" (Genesis 41:52). Wassen betekent hier groeien, vruchtbaar worden. De naam wordt meestal verklaard als dubbele vruchtbaarheid. Het bekendste moment is de zegen aan het sterfbed van Jakob. Jozef zette zijn oudste zoon Manasse bij de rechterhand van zijn vader en Efraïm bij de linker. Maar Jakob kruiste zijn armen en legde zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm, "hoewel hij de minste was" (Genesis 48:14). Toen Jozef dat wilde rechtzetten, weigerde Jakob: de jongste zou groter worden. Deze pagina behandelt ook Manasse, de oudste zoon van Jozef. Hij heeft geen eigen pagina, want hij leefde vooral voort als stam naast zijn broer. Manasse is niet te verwarren met Manasse, de koning van Juda, die eeuwen later leefde en een eigen pagina heeft. Evenmin is Efraïm hetzelfde als Efrath of Efratha, de oude naam van Bethlehem, of de stad Efraim waar Jezus volgens Johannes 11:54 met Zijn discipelen verbleef. Bij de profeten krijgt de naam een tweede leven. Hosea spreekt Israël aan als Efraïm, en zijn bekendste woord over die naam laat de liefde van God horen: "Hoe zou Ik u overgeven, o Efraim?" (Hosea 11:8).

Historische context

Efraïm werd geboren in Egypte, in de zeven jaren van overvloed, "eer er een jaar des hongers aankwam" (Genesis 41:50). Zijn vader Jozef was toen onderkoning. Zijn moeder Asnath was een dochter van Potifera, de overste van On, die de Griekse vertaling Heliopolis noemt en die buiten de Bijbel bekendstaat als centrum van de zonnedienst. Efraïm groeide op in het huis van de onderkoning, als kleinzoon van een Egyptische priester en van de aartsvader Jakob. Een datering is bij de aartsvaders altijd onzeker. Wie de getallen van 1 Koningen 6:1 en Exodus 12:40 volgt, komt voor de geboorte van Efraïm in de negentiende eeuw voor Christus uit, rond 1850 v.Chr.; anderen dateren Jozef en zijn zonen later, rond 1750-1700 v.Chr. Zijn leeftijd noemt de Bijbel niet, maar hij zag nog kinderen in het derde geslacht (Genesis 50:23). Toen Jakob met zijn familie naar Egypte kwam, waren Efraïm en Manasse nog jong. Jaren later, aan het sterfbed, maakte Jakob hen tot zijn eigen zonen: "Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon" (Genesis 48:5). Daarmee kreeg Jozef in feite een dubbel erfdeel, het recht dat volgens Deuteronomium 21:17 bij de eerstgeborene hoorde. Kronieken zegt het uitdrukkelijk: de eerstgeboorte van Ruben werd gegeven aan de kinderen van Jozef (1 Kronieken 5:1). Kinderen die Jozef daarna nog zou krijgen, zouden onder de naam van deze twee broers erven (Genesis 48:6). Over Efraïms eigen leven is één bericht bewaard. Een aantal van zijn zonen werd gedood door "de mannen van Gath, die in het land geboren waren", omdat zij vee wilden roven (1 Kronieken 7:21). Waar en wanneer dat gebeurde, is onder uitleggers omstreden. Efraïm rouwde lang en noemde een later geboren zoon Beria, "omdat zij in ellende was in zijn huis" (1 Kronieken 7:23). Uit die lijn kwam Jozua, de zoon van Nun (in 1 Kronieken 7:27 gespeld als Non), die in Numeri 13:8 nog Hosea heet. Bij de telling in de woestijn was Efraïm met 40.500 mannen groter dan Manasse (Numeri 1:33-35); bij de tweede telling was het omgekeerd (Numeri 26:34-37). In Kanaän kreeg de stam het bergland tussen Beth-El en Sichem, met Silo, waar de tabernakel stond. Manasse kreeg land ten noorden daarvan en, via Machir, ook Gilead en Basan aan de overzijde van de Jordaan (Jozua 17:1). In de richterentijd was Efraïm een trotse stam die zich gepasseerd voelde door Gideon (Richteren 8:1) en door Jefta (Richteren 12:1). Na Salomo maakten de noordelijke stammen Jerobeam koning, een Efrathiet van Zereda (1 Koningen 11:26), en sindsdien kon Efraïm voor het hele noordrijk staan. Omstreeks 722 v.Chr., in het negende jaar van koning Hosea, nam Assyrië Samaria in en voerde het volk weg (2 Koningen 17:6).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Kreeg de voorrang als gave, door een zegen die Jakob in geloof gaf (Genesis 48:14, Hebreeën 11:21)
  • Droeg zijn verdriet openlijk en liet zich troosten door zijn broers (1 Kronieken 7:22)
  • Gaf in zijn rouw toch een nieuwe zoon een naam, en uit die lijn kwam Jozua voort (1 Kronieken 7:23-27)

−Zwakke kanten

  • Zijn stam werd trots en twistziek tegenover Gideon en Jefta (Richteren 8:1, Richteren 12:1)
  • Als noordrijk zocht Efraïm steun bij Egypte en Assur in plaats van bij de HEERE (Hosea 7:11)

Theologische betekenis

De zegen van Genesis 48 past in een lijn die het hele boek Genesis doortrekt. Niet Ismaël maar Izak, niet Ezau maar Jakob, niet Ruben maar Juda en Jozef, en nu niet Manasse maar Efraïm. Steeds opnieuw gaat de jongere voor de oudere. Jakob deed het niet uit vergissing: "hij bestierde zijn handen verstandelijk" (Genesis 48:14). Wie zelf als jongste de zegen had ontvangen, wist dat God de zegen geeft naar Zijn eigen keuze. Paulus maakt van die lijn later een les over Gods verkiezing, die er is "niet uit de werken, maar uit den Roepende" (Romeinen 9:11). Hebreeën 11:21 noemt dit moment als daad van geloof: "Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend". Een oude man in Egypte verdeelde een land dat zijn familie nog niet bezat, op grond van Gods belofte alleen. In de geschiedenis van de stam wordt de zegen ook een beproeving. Efraïm werd groot en machtig, maar Psalm 78 zegt dat de boogschutters van Efraïm zich op de dag van de strijd omkeerden (Psalm 78:9). God verwierp de tent van Jozef: "den stam van Efraim verkoos Hij niet", maar Hij koos Juda en de berg Sion (Psalm 78:67-68). De lijn van het koningschap en van de Messias liep via Juda, niet via de stam die eerst de voorrang had: "Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem" (1 Kronieken 5:2). Bij Hosea staat Efraïm voor het volk dat zijn God vergeet. "Efraim is vergezeld met de afgoden; laat hem varen" (Hosea 4:17). Toch eindigt de klacht niet in verwerping. In Hosea 11 spreekt God als een Vader die Efraïm leerde lopen en hem niet kan prijsgeven, "want Ik ben God en geen mens" (Hosea 11:9). Jeremia noemt Efraïm zelfs Gods eerstgeborene (Jeremia 31:9). Het oordeel is echt, maar Gods ontferming is dieper. De profeten zien ook een eind aan de oude rivaliteit. "Efraim zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraim niet benauwen" (Jesaja 11:13). Ezechiël voegt het hout van Jozef, dat in Efraïms hand was, samen met het hout van Juda tot één hout onder één koning (Ezechiël 37:19-24). Veel uitleggers zien daarin een vooruitwijzing naar het ene volk onder de Zoon van David.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Efrajim (אֶפְרַיִם, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: dubbel vruchtbaar

Betekenis van de naam Efraïm: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geboren in Egypte

In de jaren van overvloed krijgt Jozef twee zonen van Asnath. De oudste noemt hij Manasse, de tweede Efraïm, omdat God hem vruchtbaar heeft gemaakt in het land van zijn verdrukking.

Genesis 41:50-52

2

Aangenomen door Jakob

Jozef komt met zijn zonen bij zijn zieke vader. Jakob herinnert aan Gods belofte en verklaart Efraïm en Manasse tot zijn eigen zonen, zoals Ruben en Simeon. Hij kust en omhelst hen.

Genesis 48:1-12

3

De rechterhand op de jongste

Jakob kruist zijn handen en legt de rechter op Efraïm. Jozef wil de hand verplaatsen, maar Jakob weigert: ook Manasse wordt groot, maar zijn jongere broer groter. Zo zette hij Efraïm voor Manasse.

Genesis 48:13-20

4

Rouw en een nieuwe zoon

Mannen van Gath doden een aantal van Efraïms zonen bij een veeroof. Hij draagt lang leed en zijn broers komen hem troosten. Een later geboren zoon noemt hij Beria; uit diens lijn komt Jozua.

1 Kronieken 7:20-23

5

Het erfdeel van Efraïm

De kinderen van Efraïm krijgen hun erfdeel naar hun geslachten. Een deel van hun steden ligt midden in het erfdeel van Manasse, en de Kanaänieten in Gezer worden niet verdreven.

Jozua 16:4-10

6

Het noordrijk ontstaat

Na de breuk met Rehabeam maken de noordelijke stammen Jerobeam koning. Hij bouwt Sichem op het gebergte van Efraïm, en alleen Juda blijft bij het huis van David.

1 Koningen 12:20-25

7

Efraïm bij Hosea

Hosea spreekt het noordrijk aan als Efraïm. Het vermengt zich met de volken, is als een koek die niet is omgekeerd en roept beurtelings Egypte en Assur aan.

Hosea 7:8-11

8

Een dierbare zoon

Na de ondergang van het noorden laat Jeremia horen hoe Efraïm om bekering vraagt, en hoe God antwoordt dat Efraïm Hem een dierbare zoon is over wie Hij Zich zal ontfermen.

Jeremia 31:18-20

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Efraïm beter te begrijpen.

Genesis 41:52

“En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.”

Jozef verklaart de naam van zijn tweede zoon. Wassen betekent hier groeien of vruchtbaar worden.

Genesis 48:5

“Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraim en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon.”

Jakob neemt zijn kleinzonen aan als eigen zonen. Zo worden zij twee stammen en krijgt Jozef een dubbel erfdeel.

Genesis 48:14

“Maar Israel strekte zijn rechterhand uit, en legde die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de minste was, en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse; hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene.”

De gekruiste handen: Jakob weet wat hij doet en geeft de grootste zegen aan de jongste.

Genesis 48:19

“Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden.”

Jakobs antwoord op het protest van Jozef. Ook Manasse wordt gezegend, maar Efraïm gaat voor.

Genesis 48:20

“Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israel zegenen, zeggende: God zette u als Efraim en als Manasse! En hij zette Efraim voor Manasse.”

De twee broers worden een zegenformule in Israël. In de joodse traditie zegenen ouders hun zonen nog altijd met deze woorden.

Hebreeën 11:21

“Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf.”

Het Nieuwe Testament noemt de zegen over Efraïm en Manasse een daad van geloof.

Hosea 7:8

“Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd;”

Hosea spreekt het noordrijk aan als Efraïm. Een koek die niet is omgekeerd, is aan de ene kant verbrand en aan de andere kant rauw.

Hosea 11:8

“Hoe zou Ik u overgeven, o Efraim? u overleveren, o Israel? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken.”

Het bekendste woord over Efraïm bij de profeten. Adama en Zeboim waren steden die met Sodom en Gomorra werden verwoest.

Jeremia 31:20

“Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.”

Na de ballingschap van het noorden belooft God dat Hij Efraïm niet vergeten is.

Tijdperiode

~1850 v.Chr.

Efraïm leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Efraïm deed niets om de voorrang te krijgen. Hij werd door zijn vader naar de linkerhand van Jakob geleid en kreeg toch de rechterhand. Zo werkt Gods zegen vaker in de Schrift: hij komt als gave, niet als loon voor rang, leeftijd of prestatie. Dat maakt nederig wie gezegend is, en het geeft hoop aan wie zich de minste voelt. Wij zien ook dat een zegen geen vrijbrief is. De stam die zo groot werd, raakte trots, twistte met Gideon en Jefta en zocht later steun bij Egypte en Assur. Wat God geeft, kan een mens of een volk zelfgenoegzaam maken. Daarom past het ons om met de gaven die wij ontvangen dicht bij de Gever te blijven. Efraïm zelf kende diep verdriet. Toen zijn zonen gedood waren, droeg hij vele dagen leed, en zijn broers kwamen hem troosten (1 Kronieken 7:22). De Bijbel verbergt dat niet. Rouw mag tijd nemen, en troost komt vaak via de mensen die God om ons heen zet. Dat hij daarna een zoon kreeg uit wiens lijn Jozua voortkwam, laat zien dat God na verlies een toekomst kan geven. Ten slotte laat de naam Efraïm bij Hosea en Jeremia zien hoe God met afdwalen omgaat. Hij noemt de zonde bij de naam, maar Hij zegt ook: "Hoe zou Ik u overgeven, o Efraim?" (Hosea 11:8). Wie zich van God verwijderd weet, mag weten dat Hij nog altijd roept en Zich wil ontfermen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Efraïm

Wie was Efraïm in de Bijbel?
Efraïm was de tweede zoon van Jozef en Asnath, geboren in Egypte voordat de hongersnood begon (Genesis 41:50-52). Zijn grootvader Jakob nam hem en zijn broer Manasse als eigen zonen aan en gaf Efraïm met de rechterhand de grootste zegen, hoewel hij de jongere was (Genesis 48:14). Uit hem kwam de stam Efraïm voort, een leidende stam in het noorden van Israël. Later gebruikten profeten als Hosea en Jeremia zijn naam voor het hele noordrijk.
Wat betekent de naam Efraïm?
De naam wordt meestal verklaard als dubbele vruchtbaarheid. Jozef geeft er zelf de uitleg bij: "God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking" (Genesis 41:52). Wassen betekent hier groeien of vruchtbaar worden. Jozef had in Egypte als slaaf en gevangene geleden, en juist daar gaf God hem een gezin en een hoge positie. De naam is dus een dankbetuiging aan God.
Waar staat Efraïm in de Bijbel?
Over de persoon Efraïm gaan Genesis 41:50-52 (zijn geboorte), Genesis 46:20, Genesis 48 (de zegen van Jakob), Genesis 50:23 en 1 Kronieken 7:20-27 (zijn zonen en nakomelingen). Als stam komt Efraïm voor in Numeri, Jozua en Richteren. Als naam voor het noordrijk staat hij vooral bij Jesaja, Hosea en Jeremia, met als bekendste tekst Hosea 11:8.
Wie was Manasse, de zoon van Jozef?
Manasse was de oudste zoon van Jozef en de broer van Efraïm. Jozef noemde hem zo omdat God hem al zijn moeite en het huis van zijn vader had doen vergeten (Genesis 41:51). Jakob nam hem als eigen zoon aan, maar gaf de grootste zegen aan zijn jongere broer. Toch werd ook Manasse een grote stam. Zijn zoon Machir kreeg Gilead (Numeri 32:40), zodat de stam aan beide zijden van de Jordaan woonde. Gideon kwam uit Manasse. Hij is niet dezelfde als koning Manasse van Juda, die eeuwen later leefde en een eigen pagina heeft.
Is het Efraïm of Efraim?
Beide vormen komen voor. De Statenvertaling schrijft Efraim, zonder trema, en zo wordt de naam ook het meest gezocht. In hedendaags Nederlands schrijven wij meestal Efraïm: de trema geeft aan dat de a en de i apart worden uitgesproken, als Efra-im. De Hebreeuwse vorm is Efrajim. Het gaat in alle gevallen om dezelfde persoon, de tweede zoon van Jozef, en om de stam die naar hem heet.
Waarom zegende Jakob Efraïm boven Manasse?
De Bijbel zegt dat Jakob het bewust deed: "hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene" (Genesis 48:14). Toen Jozef protesteerde, antwoordde Jakob dat Manasse ook groot zou worden, maar dat zijn kleinste broer groter zou worden (Genesis 48:19). Een reden noemt de tekst niet. Het past in een lijn die vaker in Genesis voorkomt: God geeft de zegen aan de jongere, zoals bij Izak en bij Jakob zelf.
Wat betekent Efraïm bij de profeten?
Bij Jesaja, Hosea en Jeremia staat Efraïm vaak voor het hele noordrijk Israël, het rijk van de tien stammen met Samaria als hoofdstad. De stam Efraïm was de leidende stam van dat rijk en de eerste koning, Jerobeam, kwam eruit voort. Jesaja noemt Samaria "Efraims hoofd" (Jesaja 7:9). Hosea spreekt het volk tientallen keren aan als Efraïm, zoals in Hosea 7:8 en 11:8.
Wat betekent "Hoe zou Ik u overgeven, o Efraim?"
Deze woorden staan in Hosea 11:8. God spreekt tot het noordrijk, dat Hem ontrouw is geworden en daarom onder het oordeel valt. Toch kan Hij het niet zomaar prijsgeven, zoals Adama en Zeboim die met Sodom werden verwoest: "Mijn hart is in Mij omgekeerd". In het volgende vers zegt Hij dat Hij Efraïm niet zal verderven, "want Ik ben God en geen mens" (Hosea 11:9). Het oordeel is echt, maar Gods ontferming weegt zwaarder.
Kwam Jozua uit de stam Efraïm?
Ja. Numeri 13:8 noemt onder de verspieders "Van de stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun", en Mozes noemde hem Jozua (Numeri 13:16). Volgens 1 Kronieken 7:20-27 stamde hij af van Beria, de zoon die Efraïm kreeg na de dood van zijn andere zonen. Jozua werd begraven in zijn erfdeel te Timnath-Serah, op het gebergte van Efraïm (Jozua 24:30).
Is Efraïm hetzelfde als Efratha?
Nee. Efrath of Efratha is een oude naam voor Bethlehem in Juda (Genesis 35:19, Micha 5:1). Efraïm is de zoon van Jozef, de stam en het bergland in het midden van het land. Verwarrend is dat hetzelfde Hebreeuwse woord voor beide gebruikt wordt. De Statenvertaling spreekt van Efrathers bij de familie van Naomi uit Bethlehem (Ruth 1:2) en van "den Efrathischen man" bij Isaï (1 Samuël 17:12), maar ook van een Efrathiet bij Jerobeam (1 Koningen 11:26). Elkana heet een Efrathiet en woonde op het gebergte van Efraïm (1 Samuël 1:1); volgens 1 Kronieken 6:33-34 was hij een Leviet. Wie wie is, blijkt uit het verband.
Waarom staat Efraïm niet in Openbaring 7?
In de lijst van verzegelden in Openbaring 7:5-8 ontbreken Dan en Efraïm, terwijl Jozef en Manasse wel genoemd worden. De tekst geeft geen reden. Veel uitleggers nemen aan dat Efraïm onder de naam Jozef valt. Over het ontbreken van Dan bestaan verschillende verklaringen, vaak in verband met de afgoderij van die stam, maar dat blijft uitleg.
Wat kunnen wij leren van Efraïm?
Efraïm leert ons dat Gods zegen een gave is: hij kreeg de voorrang zonder er iets voor te doen. Zijn stam laat zien dat zegen ook trots kan maken, want Efraïm werd twistziek en zocht later hulp bij Egypte en Assur. En zijn naam bij Hosea en Jeremia toont hoe God Zijn afgedwaalde volk blijft liefhebben: "Is niet Efraim Mij een dierbare zoon" (Jeremia 31:20).

Stel een vraag over Efraïm

Wilt u meer weten over Efraïm? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Efraïm

Bijbelverhalen rond Efraïm

Verdiep u verder